dit is het dossier:

Kluun

© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

 

Eetclub ~ Saskia Noort

Een spannend boek hoeft slechts éen ding te hebben. Zo’n boek moet met een opening komen die staat. Waarin dan een probleem ontvouwd wordt dat dadelijk intrigeert, en daarmee de lezer direct zo’n tekst in sleept.

Geen betere reden om ook de volgende bladzijde weer om te slaan dan brandende nieuwsgierigheid naar hoe het verder gaat. Zo lang die vraag leven blijft, wordt door gelezen. Mogen de passages met back-story nog zo veel ruimte innemen.

Mede daarom viel De eetclub van Saskia Noort me tegen. Deze roman was mij lang niet strak genoeg. Het boek begint bijvoorbeeld al met te veel personages ineens. De lezer ziet zich meteen geconfronteerd met vijf verschillende echtparen, heeft daarmee direct tien namen te onthouden, en dat is domweg een wel erg grote menigte. Tenzij de schrijver al deze mensen vlot in een paar pagina’s memorabel weet te maken.

Dat gebeurde niet. Als er ook iets opvalt aan Saskia Noort’s tekst is dat ze wel benoemt, maar zelden beschrijft. Echt tekende details missen nogal eens.

En zo’n duidelijk tekening kon waarschijnlijk niet eens gegeven worden in het begin, want die vijf echtparen vormde nu net een eetclub om wat ze gemeenschappelijk hadden met elkaar. Alle vijf import van buiten in een rustig dorp, waardoor ze er nooit echt bij hoorden. Alle vijf op dat moment op hun manier succes aan het oogsten. Financieel.

Maakt dan zelfs niet uit dat er al meteen éen man dood is. Zo’n man moet nog een geschiedenis krijgen in het boek. Motieven gaan er komen om te verklaren waarom die dood zo niet kan. Dus is zelfs de dode nog een personage van belang.

De eetclub is éen van de best verkochte Nederlandse boeken van deze eeuw. De roman beleefde inmiddels 63 drukken, en verkocht ruim 500.000 exemplaren. En zo veel publiek enthousiasme moet wel ergens op stoelen.

Ik kwam dit boek nooit echt in — vond het zelfs duidelijk een vroeg boek, van een niet altijd even handig opererende auteur; het was ook pas haar tweede roman — en had daarom ruimte genoeg in mijn hoofd over om me af te vragen wat al die kopers dan wel in De eetclub hebben gezien.

En dat kan dan best de tijdsgeest zijn geweest, zoals de schrijver Kluun suggereert in het voorwoord. Rond de eeuwwisseling was er in Nederland even sprake van hoogconjunctuur. Nogal wat mensen kochten grote huizen, en reden rond in overdreven grote auto’s. En dan is het altijd fijn dat een schrijver laat zien dat zulke mensen daar helemaal niet gelukkig van hoeven te worden. Dat ook de nieuwe rijkaards problemen hebben; zoals beroerde huwelijken; waarin naar buiten de schijn wordt opgehouden.

Inmiddels bestaat er een vervolg op De eetclub, getiteld Debet. Dat boek verscheen in 2013. Het volgt grotendeels dezelfde cast op het moment dat hun financiële voorspoed in een crisis is omgeslagen. En Debet zou dus onder meer de bevestiging kunnen geven van mijn veronderstelling dat De eetclub een vroeg boek is.

Timing aanleren kost tijd. Zelfs de enige auteur van wie ik moeiteloos alle thrillers herlezen kan, Dick Francis, had meerdere boeken nodig voor dat schrijven van hem echt wat werd.

[is vervolgd]

Saskia Noort, De eetclub
251 pagina’s
Anthos 2013, oorspronkelijk 2004

God is gek ~ Kluun

November is een maand van niks, wat mij betreft. Een duistere herfstmaand die meteen afgeschaft mag worden. Onderdeel van een wat slaperige periode in het jaar, waarin de dagen zo op elkaar lijken omdat de lamp bij alles op moet.

November is tegenwoordig de Maand van de Spiritualiteit, met een hoofdletter, volgens omroepvereniging KRO, dagblad Trouw, en verschillende uitgeverijen van zweefmolenlectuur — zoals opvallend genoeg De Arbeiderspers; toch ooit een Rode Burcht.

Bij zo’n actiemaand hoort vanzelfsprekend een actieboek. En dit bestaat uit een essay, geschreven door bestsellerauteur Raymond van de Klundert, alias Kluun. Dat is een bekende naam, die heeft al een lezerspubliek; diens daden roepen automatisch belangstelling op. Marketingtechnisch kan er dus niets op die keuze aangemerkt worden.

Inhoudelijk dan weer wel, terwijl ik heel goed besef dat een essay als dit niet voor mij bedoeld is. Toch wilde ik er kennis van nemen, vanwege de ondertitel — ‘De dictatuur van het atheïsme’ — en de onvrede die daaruit opklinkt.

God is gek bestaat uit twee onderdelen. Kluun behandelt onder meer de rol van religie in zijn eigen leven. Zo was hij misdienaar. En Kluun laat zien wat enkele bekende Nederlanders, en wat wetenschappers, antwoorden op enige vragen die hij gemaild had. Daarbij ging het erom of God volgens hen bestond, en de kwestie of er leven na de dood is.

Dit is allemaal leuk, voor wie wil weten of talkshowhost Matthijs van Nieuwkerk in God gelooft — hij weet dat niet — maar verder schiet zo’n benadering niet echt op. Er wordt slechts duidelijk uit waar Kluun staat, en hoe hij denkt. Het past mij verder niet om daar een oordeel over te hebben, ik ben de laatste om iemand op te leggen hoe die denken moet. En tegelijkertijd personifieert Kluun wel het raadsel dat voor mij aan religie kleeft.

Als ik de indeling aanhoud van de filosoof Frits Staal, dan bestaan alle geloven uit drie onderdelen: Ritueel, mystiek, en doctrine. En het hangt van de religie af, en de onderstroom daarin, waaraan het meeste belang wordt geacht. Zo wijken de drie grote monotheïstische godsdiensten van de andere religies af door hun zo strikte dogma’s. Ze zijn namelijk onfeilbaar. Tegelijk bestaan er, ondanks grote overeenkomsten, ook weer principiële verschillen tussen deze drie. Het Christendom en de Islam zijn uitgesproken expansieve bekeringsgodsdiensten, het Jodendom is dat juist niet.

Kluun groeide op in een katholiek milieu, deed sinds zijn tienertijd niets meer aan het geloof, maar pakte in nood toch weer een vertrouwd ritueel uit zijn kindertijd op. Toen zijn vrouw borstkanker bleek te hebben, begon hij opnieuw te bidden. En dat is ook volkomen begrijpelijk. Sterker nog, het zou opmerkelijker zijn geweest als hij niet die troostrijke activiteit had opgezocht, in omstandigheden die verder machteloos maken. Zelfs al zijn rituelen leeg volgens Staal, psychologisch wordt dat toch heel anders beleefd.

Enfin, vervolgens blijkt Kluun alle religieuze doctrine te hebben verlaten, en wordt duidelijk dat zijn huidige overtuigingen beperkt zijn tot de mystieke kant van geloven. Er moet wel meer zijn, want Kluun voelt dat er meer is. En dan gebruikt hij zijn correspondentie met wetenschappers om te laten zien dat die toegeven toch ook niet alles te weten. En dat is nu, intellectueel gesproken, vals spel; om het vriendelijk te zeggen. Omdat hij daarmee net doet alsof er geen principieel en fundamenteel verschil zou bestaan tussen hun niet-weten, en zijn niet-weten.

Maar bij hem houdt het bij het onverklaarbare op, en wordt dit bepaalt door iets, desnoods God, en noem die liever een transcendente macht.

Wetenschappers gebruiken hun niet-weten daarentegen als motivatie om naar betere verklaringen te blijven zoeken. Wetenschap bedrijven is ook simpelweg dat: die actie van dit zoeken.

En daar zit ook mijn persoonlijke onbegrip voor religie, omdat het toegeven aan mystiek voor mij een vorm van geestelijke gemakzucht is. Alleen zitten de meeste mensen nu eenmaal anders in elkaar dan ik. En dit kan ik dan wel afkeuren. Maar dat is zo idioot als het ontkennen van de menselijke natuur.

Toch vind ik het begrijpelijk dat iemand als Richard Dawkins gauw de relatie tussen domheid en religie legt. Het is hem namelijk eerder te doen om al te blinde dogmatiek te bestrijden, en de principiële onnozelheid die daarmee samenhangt, dan iets anders. Dat hij hier vervolgens in overdrijft, het belang van rituelen niet wil zien, laat staan de hang naar mystiek bij de meeste mensen, en dramt, neemt ook mij vervolgens tegen Dawkins in.

Maar, gezien Kluun’s valsspelerij is het verklaarbaar dat hij dat niet vermag te onderscheiden wat de militante atheïsten aanvallen als zij kritisch over religies zijn. En nu ja, gerekend naar de toon waarop debatten in Nederland gevoerd worden, is hij daarin lang de enige niet.

Kluun, God is gek
De dictatuur van het atheïsme
59 pagina’s
Uitgeverij Ten Have, 2009
speciale uitgave in het kader van de Maand van de Spiritualiteit