God is gek ~ Kluun

November is een maand van niks, wat mij betreft. Een duistere herfstmaand die meteen afgeschaft mag worden. Onderdeel van een wat slaperige periode in het jaar, waarin de dagen zo op elkaar lijken omdat de lamp bij alles op moet.

November is tegenwoordig de Maand van de Spiritualiteit, met een hoofdletter, volgens omroepvereniging KRO, dagblad Trouw, en verschillende uitgeverijen van zweefmolenlectuur — zoals opvallend genoeg De Arbeiderspers; toch ooit een Rode Burcht.

Bij zo’n actiemaand hoort vanzelfsprekend een actieboek. En dit bestaat uit een essay, geschreven door bestsellerauteur Raymond van de Klundert, alias Kluun. Dat is een bekende naam, die heeft al een lezerspubliek; diens daden roepen automatisch belangstelling op. Marketingtechnisch kan er dus niets op die keuze aangemerkt worden.

Inhoudelijk dan weer wel, terwijl ik heel goed besef dat een essay als dit niet voor mij bedoeld is. Toch wilde ik er kennis van nemen, vanwege de ondertitel — ‘De dictatuur van het atheïsme’ — en de onvrede die daaruit opklinkt.

God is gek bestaat uit twee onderdelen. Kluun behandelt onder meer de rol van religie in zijn eigen leven. Zo was hij misdienaar. En Kluun laat zien wat enkele bekende Nederlanders, en wat wetenschappers, antwoorden op enige vragen die hij gemaild had. Daarbij ging het erom of God volgens hen bestond, en de kwestie of er leven na de dood is.

Dit is allemaal leuk, voor wie wil weten of talkshowhost Matthijs van Nieuwkerk in God gelooft — hij weet dat niet — maar verder schiet zo’n benadering niet echt op. Er wordt slechts duidelijk uit waar Kluun staat, en hoe hij denkt. Het past mij verder niet om daar een oordeel over te hebben, ik ben de laatste om iemand op te leggen hoe die denken moet. En tegelijkertijd personifieert Kluun wel het raadsel dat voor mij aan religie kleeft.

Als ik de indeling aanhoud van de filosoof Frits Staal, dan bestaan alle geloven uit drie onderdelen: Ritueel, mystiek, en doctrine. En het hangt van de religie af, en de onderstroom daarin, waaraan het meeste belang wordt geacht. Zo wijken de drie grote monotheïstische godsdiensten van de andere religies af door hun zo strikte dogma’s. Ze zijn namelijk onfeilbaar. Tegelijk bestaan er, ondanks grote overeenkomsten, ook weer principiële verschillen tussen deze drie. Het Christendom en de Islam zijn uitgesproken expansieve bekeringsgodsdiensten, het Jodendom is dat juist niet.

Kluun groeide op in een katholiek milieu, deed sinds zijn tienertijd niets meer aan het geloof, maar pakte in nood toch weer een vertrouwd ritueel uit zijn kindertijd op. Toen zijn vrouw borstkanker bleek te hebben, begon hij opnieuw te bidden. En dat is ook volkomen begrijpelijk. Sterker nog, het zou opmerkelijker zijn geweest als hij niet die troostrijke activiteit had opgezocht, in omstandigheden die verder machteloos maken. Zelfs al zijn rituelen leeg volgens Staal, psychologisch wordt dat toch heel anders beleefd.

Enfin, vervolgens blijkt Kluun alle religieuze doctrine te hebben verlaten, en wordt duidelijk dat zijn huidige overtuigingen beperkt zijn tot de mystieke kant van geloven. Er moet wel meer zijn, want Kluun voelt dat er meer is. En dan gebruikt hij zijn correspondentie met wetenschappers om te laten zien dat die toegeven toch ook niet alles te weten. En dat is nu, intellectueel gesproken, vals spel; om het vriendelijk te zeggen. Omdat hij daarmee net doet alsof er geen principieel en fundamenteel verschil zou bestaan tussen hun niet-weten, en zijn niet-weten.

Maar bij hem houdt het bij het onverklaarbare op, en wordt dit bepaalt door iets, desnoods God, en noem die liever een transcendente macht.

Wetenschappers gebruiken hun niet-weten daarentegen als motivatie om naar betere verklaringen te blijven zoeken. Wetenschap bedrijven is ook simpelweg dat: die actie van dit zoeken.

En daar zit ook mijn persoonlijke onbegrip voor religie, omdat het toegeven aan mystiek voor mij een vorm van geestelijke gemakzucht is. Alleen zitten de meeste mensen nu eenmaal anders in elkaar dan ik. En dit kan ik dan wel afkeuren. Maar dat is zo idioot als het ontkennen van de menselijke natuur.

Toch vind ik het begrijpelijk dat iemand als Richard Dawkins gauw de relatie tussen domheid en religie legt. Het is hem namelijk eerder te doen om al te blinde dogmatiek te bestrijden, en de principiële onnozelheid die daarmee samenhangt, dan iets anders. Dat hij hier vervolgens in overdrijft, het belang van rituelen niet wil zien, laat staan de hang naar mystiek bij de meeste mensen, en dramt, neemt ook mij vervolgens tegen Dawkins in.

Maar, gezien Kluun’s valsspelerij is het verklaarbaar dat hij dat niet vermag te onderscheiden wat de militante atheïsten aanvallen als zij kritisch over religies zijn. En nu ja, gerekend naar de toon waarop debatten in Nederland gevoerd worden, is hij daarin lang de enige niet.

Kluun, God is gek
De dictatuur van het atheïsme
59 pagina’s
Uitgeverij Ten Have, 2009
speciale uitgave in het kader van de Maand van de Spiritualiteit