Boek van alle dingen ~ Guus Kuijer

Wat een merkwaardig ouderwets verhaal is dit. Of moet ik het anders zien, en schreef Guus Kuijer hiermee eigenlijk ook een pastiche op alle jeugdboeken van de diepgristelijke schrijver W.G. van de Hulst, nee misschien zelfs wel een bestrijding van alle geloof? Zoals de blinde afkeer van heksen?

Uit Het boek van alle dingen komt uiteindelijk maar éen ding naar voren: Dat een autoriteit machteloos is als die zijn gelijk alleen maar met slaan kan afdwingen.

Maar of de vader van de hoofdpersoon Thomas daarmee gelijk te stellen is aan God de vader, en het verhaal de redenen aanvoert voor de secularisatie van de maatschappij?

Humor en gebak blijken in dit boek uiteindelijk sterker dan autoriteit. En diens waarheid was alleen maar met geweld af te dwingen binnen de eigen kring. Daar zit wel een les in.

Tuurlijk, dit boek is vast ook te lezen als kinderboek. Met een fijn verhaal over een gevoelig jongetje van negen, dat een dagboek bijhoudt omdat hij het zo moeilijk heeft thuis. Met een lieve moeder, en een zusje dat raar doet maar uiteindelijk toch meevalt.

Dat zal best.

Guus Kuijer, Het boek van alle dingen
103 pagina’s
Querido kinderboek, 2004

Doden van een mens ~ Guus Kuijer

Kuijer duikt de religieuze geschiedenis in, met dit boek. En hij concentreert zich daarbij vooral op het midden van de zestiende eeuw. Toen overal in West-Europa mensen ineens zelf de bijbelboeken gingen raadplegen. Omdat het door Luther’s eerste vertaling mogelijk was om de Bijbel in de eigen landstaal te lezen.

Maar in de Bijbel staan lang alle kerkelijke dogma’s niet. En velen konden daar maar slecht mee leven. Tegelijkertijd was het openlijk betwijfelen van de kerkelijke praktijk overal strafbaar.

Kuijer beschrijft onder meer hoe in Amsterdam als straf de tong van een man doorspiesd werd, omdat hij het gewaagd had te zeggen dat bij het heilig avondmaal niets anders dan brood wordt uitgedeeld.

Vraag is alleen wat Kuijer wil dat de lezer oppikt uit zijn beschouwingen over het roerige begin van zoveel nieuwe religieuze stromingen. Of uit zijn constatering dat niet alleen de katholieke kerk tot in het absurde toe mensen met afwijkende denkbeelden kwaad deed.

Het lijkt me dat hij de ontdekking wil meedelen dat in georganiseerde religies machtpolitiek een grote rol speelt, en dat er mechanismen zijn om gezag te vestigen, en vervolgens te handhaven. Dit is geen ontdekking waar ik vreselijk van opkijk.

Mij bleef de fascinatie van Kuijer voor zijn onderwerpen wat al te particulier om me tot het eind te boeien. En ook vroeg ik me af waarom hij alleen impliciet schrijft over de betekenis van het leven na de dood voor de machtsuitoefening door religies. Terwijl er nog steeds zelfmoordterroristen verwachten door hun daad in de hemel te komen, en daar beloond worden met 72 hoeri’s [of toch maar 72 krenten, volgens een waarschijnlijker interpretatie]?

Stond niet alle handelen van gelovigen toen ook in het teken van het daarnamaals?

Guus Kuijer, Het doden van een mens
224 pagina’s
Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2007

Draaikonten & haatblaffers ~ Guus Kuijer

Kuijer verontschuldigt zich ineens voor zijn eerdere boek Het doden van een mens. Dat gaat er onder meer over hoe Calvijn zich beijverd heeft een tegenstander met andere religieuze ideeën geëxecuteerd te krijgen.

Punt is namelijk dat Calvijn de verantwoordelijkheid draagt voor zeker vierhonderd van zulke doden. En dat had Guus Kuijer eerder al moeten melden.

Ook Draaikonten & haatblaffers lijkt weer veel godsdienststrijd te bieden, uit de zestiende eeuw. Hoofdpersoon daarbij is ditmaal de Spanjaard Benito Arian Montano (1527-1598), die onder meer in de Zuidelijke Nederlanden heeft gediend, tijdens de Noordelijke opstand.

Uitzonderlijk was dat hij vrijheid van geweten bevocht, zowel voor katholieken als protestanten. Waarmee hij dus zowel vijanden maakte bij de Inquisitie als de fanatiekste Calvinisten.

Verder heeft hij zijn leven gewijd aan een zo goed mogelijke vertaling van de Bijbel. Ook dat maakte hem weinig geliefd, hoewel de oude Vulgaat-vertaling vol fouten stond. Alleen waren die fouten net zo heilig geworden als de rest van de tekst. Dus werd ervoor geijverd om een Pauselijke ban voor hem te krijgen, omdat hij eigenhandig de tekst van de Heilige schrift veranderd zou hebben.

Uiteindelijk ging dat niet door.

Tegelijk is dit opnieuw een boek van Kuijer tegen het domme dogmatische denken, dat zo bij georganiseerde monotheïstische religies schijnt te horen.

Een boek ook tegen het wantrouwen in wetenschap.

En inmiddels is daar nog een andere tegenstander bijgekomen. Elk boek wordt gekleurd door de tijd waarin het geschreven werd. En Kuijer kan er slecht tegen dat de beschaving en tolerantie in Nederland, waar eeuwen voor nodig is geweest om die vanzelfsprekend te maken, nu zo zeer ondermijnt wordt door de haatpraat van politici.

Guus Kuijer, Draaikonten & haatblaffers
Over de moeizame geboorte van de tolerantiegedachte

221 pagina’s
Atheneaum-Polak & Van Gennep, 2011

Hoe een klein rotgodje God vermoordde ~ Guus Kuijer

Het zoveelste boek alweer dit jaar met God in de titel op mijn boeklog. Alsof ik het erom zou doen.

Maar goed, de beleving van religie is op dit moment natuurlijk wel een actueel onderwerp. Nu die ene overgebleven wereldmacht met de hulp van hun God duizenden mijlen verderop op kruistocht is gegaan in het Midden-Oosten, en weer anderen bereid zichzelf op te blazen met liefst veel slachtoffers erbij om in hun hemel te komen. Om maar eens twee zaken te noemen.

Ik vraag me nog altijd af of die sukkel van een Balkenende door religieuze prietpraat van Bush heeft toegestemd in deelname van Nederland aan die kansloze oorlog in Irak. Er even van afgezien dat mede-christen De Hoop Scheffer natuurlijk ook in mooi baantje geparkeerd werd.

Kuijer is in dit boek ook prettig oneerbiedig over de domheid die met georganiseerde religie samenhangt. Hij maakt een helder onderscheid tussen geloven en dat geloven misbruiken om anderen te kunnen manipuleren, daarbij de onparlementaire taal niet schuwend.

Verder heeft hij zowel Bijbel als Koran goed gelezen, en gebruikt hij de kennis die hij zelf over het schrijven heeft opgedaan om uit te leggen waarom sommige passages daarin waarschijnlijk geschreven zijn zoals ze zijn geschreven. Daarmee lukt het hem goed inconsequenties in de teksten te verklaren.

Tegelijkertijd maakt die exegese het boek wat onevenwichtig, omdat voor mij daardoor de structuur onduidelijk wordt. Na een heel sterke start in de openingshoofdstukken zakt dit boek in tempo nogal weg.

Guus Kuijer, Hoe een klein rotgodje God vermoordde
167 pagina’s
Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep © 2006

Schrijven ~ Jan Brokken

Dertig jaar nadat Jan Brokken de belangrijkste schrijvers in Nederland interviewde — op Reve en Hermans na dan — zijn de meeste van hen dood of uitgeschreven.

Nu goed, Maarten ’t Hart publiceert nog weleens wat. Guus Kuijer ook. Mensje van Keulen. K. Schippers. En Remco Campert zelfs.

Toch maakte deze interviewbundel om een andere oorzaak een merkwaardig gedateerde indruk. Brokken was om éen of andere reden nogal gefascineerd door het materiaal waarmee de schrijvers hun ambacht uitoefenden. En eind jaren zeventig gebruikten auteurs hier nog geen computers.

Dus mocht Harry Mulisch zagen ‘het echte HB potlood’ te gebruiken voor de passages waar hij onzeker over is.

Wolkers legde uit vellen van zestig centimeter lengte in zijn typmachine te draaien.

Biesheuvel heeft zelfs een typmachine waarmee het schrijven eigenlijk te makkelijk gaat.

En Maarten ’t Hart kon maar met éen speciale pen schrijven, omdat hij van de andere kramp kreeg, ook als het werk per se nog door moest.

Zelden zal er zo veel aandacht besteed zijn aan zoiets onzinnigs. Ik bedoel, al zou een auteur elke ochtend een ader openrijten om het eigen bloed als inkt te kunnen gebruiken, dan nog is dat van secundair belang; en hoogstens interessantdoenerij.

Gelukkig had Brokken nog wel oog voor nuttiger informatie, zoals hoe vaak er herschreven werd; of hoe de auteurs de redactie inpasten in hun normale schrijfpatroon.

Ik herlas dit boek om het interview met Bob den Uyl, en knikte maar weer eens bij diens uitspraak:

Een verhalenbundel is een roman waaruit de vervelende stukken zijn weggelaten […]

Toen moest het gesprek met de zo zelden geïnterviewde F.B. Hotz ook maar. En voor ik het wist had ik tien van de negentien interviews gelezen, en moest het boek ook maar uit.

Maar waarom eigenlijk toch?

Jan Brokken, Schrijven
Interviews
230 pagina’s
De Arbeiderspers, 1980

* in het boek staan interviews met:

  • J.M.A. Biesheuvel
  • Willem Brakman
  • Remco Campert
  • S. Carmiggelt
  • Hugo Claus
  • Hella S. Haasse
  • Maarten ’t Hart
  • F.B. Hotz
  • Mensje van Keulen
  • Anton Koolhaas
  • Gerrit Krol
  • Guus Kuijer
  • Marga Minco
  • Harry Mulisch
  • Bert Schierbeek
  • K. Schippers
  • Bob den Uyl
  • Theun de Vries
  • Jan Wolkers

 


Wat een mooite! ~ Bregje Boonstra

Vanaf dat Bregje Boonstra kinderboeken begon te bespreken, in 1983, brak een gouden periode in het genre aan. Vele meesterwerken verschenen. Kleine Sofie en Lange Wapper. Toon Tellegen’s dierenverhalen. Annetje Lie in het holst van de nacht. Nachtverhaal. Zwart als inkt. Winterijs.

En ik had daar allemaal geen weet van, omdat ik inmiddels te oud geworden werd voor het kinderboek, en te jong was om al eigen kinderen te kunnen voorlezen.

Dus was het lezen van Wat een mooite! een merkwaardige ervaring. Van de acht geportretteerde kinderboekenschrijvers kende ik van sommigen wel boeken, maar dan vrijwel nooit het materiaal dat Boonstra behandelde. Van de schrijver Peter van Gestel had ik nog nooit gehoord.

Slechts van Paul Biegel had ik de belangrijkste boeken op de daarvoor meest geschikte leeftijd gelezen.

En aantal van deze portretten dienden eerder als catalogustekst bij een tentoonstelling in het Letterkundig Museum. Dat is er op zich niet aan af te lezen. Maar die achtergrond laat wel zien wat voor portretten het zijn. De schrijver komt zelf nauwelijks sprekend aan het woord. Maar zijn of haar achtergrond wordt wel weergegeven. Er is een schets van hoe de schrijversloopbaan vorm kreeg. En er wordt iets over de belangrijkste boeken verteld.

Wat biografieën als deze daarom moeten doen, is om mij lekker te maken voor boeken waar ik anders niet nieuwsgierig naar zou zijn geweest. En dit lukte. Al zal ik kinderboeken waarschijnlijk altijd eerder nog uitkiezen op de schoonheid van de illustraties.

Bregje Boonstra, Wat een mooite!
Hoogtij in het kinderboek in acht portretten

239 pagina’s
Em. Querido’s uitgeverij, 2009

* in dit boek zijn portretten opgenomen van:

  • Paul Biegel
  • Guus Kuijer
  • Wim Hofman
  • Els Pelgrom
  • Imme Dros
  • Peter van Gestel
  • Joke van Leeuwen
  • Toon Tellegen