Collected Poems ~ Philip Larkin

Fijn aan deze bundel gedichten van Philip Larkin is dat ze er bijna allemaal instaan. Sinds deze uitgave zijn hier en daar nog wat ongepubliceerde verzen ontdekt. Zo staan in de naderhand uitgegeven brieven van Larkin wat aanzetten en gelegenheidsdingen te lezen.

Vervelend is dat de samensteller er voor koos om de gedichten chronologisch te presenteren. In het eerste gedeelte is dat het werk waar Larkin over tevreden was, het tweede en grootste gedeelte van de bundel wordt ingenomen door juvenalia. Die doen er voor mij niet zo toe.

Erger nog is dat de weinige bundels die Larkin tijdens zijn leven uitgaf steeds op zich een eenheid vormden. De som was groter dan de delen. Dat verband werd nogal ruw verwijderd, en nu moet elk gedicht het maar helemaal op eigen kracht zien te redden.

Schipperen, door via een eigen register de gedichten wel te lezen in de volgorde zoals Larkin bedoelde, is onhandig.

Dat maakt dat het enige positieve aan dit boek in deze vorm voor mij is zo nu en dan bij het herlezen nog eens een bijna onbekend gedicht tegen te komen.

Maar goed, Larkin. Wat te zeggen over de norse bibliothecaris uit Hull, die zeker op het laatst gedichten schreef van een unieke humor en een diepe menselijkheid. Hij is een favoriet, zoals vele postjes op mijn gewone weblog getuigen.

Jan Eijkelboom mag nog zo zijn best gedaan hebben enkele gedichten in het Nederlands te vertalen, maar die halen het toch niet bij het origineel. Al begrijp ik dat verlangen van Eijkelboom om iets met Larkin’s werk te doen ook heel goed. Niemand moet beter lezen dan een vertaler. En Larkin lezen, is een voorrecht.

Philip Larkin, Collected poems
Edited with an introduction by Anthony Thwaite

330 pagina’s
The Marvel Press and Faber and Faber, 1993

Further Requirements ~ Philip Larkin

De dichter Philip Larkin [1922 – 1985] stelde nog tijdens zijn leven een eigen selectie samen uit het losse schrijfwerk dat hij zoal had gedaan; dat meestal bestond aan kritieken voor kranten. Deze bloemlezing kreeg de titel Required Writing. En daar spreekt uit dat veel van het geschrevene met frisse tegenzin was gemaakt. Zonder opdracht was het er nooit gekomen.

En er waren nog meer, veel meer, van die krantenstukken. Dus verscheen in 2001 deze postume bundel. Further Requirements. Waarin ook interviews zijn opgenomen, en uitgeschreven radio-optredens.

Mij is indertijd om éen of andere reden die hele uitgave ontgaan. Terwijl Larkin als dichter toch een held van me blijft. Maar gelukkig komt het met boekuitgaven inmiddels niet meer op een jaar aan, voor ze onvindbaar worden.

Zelden zal ik dit jaar zo naar de komst van een besteld boek hebben uitgekeken. Terwijl ik inmiddels toch zou moeten weten dat zo’n postuum boek met mengelwerk nooit met al te hoge verwachtingen bekeken moet worden.

Tegelijk werd ik nog niet eens in mijn verwachtingen teleurgesteld ook. Larkin bleek alleen om heel andere redenen interessante dingen te hebben gedaan dan gedacht. De interviews of uitgeschreven radiopraatjes zeiden me allemaal betrekkelijk weinig. Daar lijkt Larkin inderdaad de beste al tijdens zijn eigen leven van te hebben gepubliceerd, in die Required Writing.

Evenmin waren nu nog de poëzierecensies uit de jaren vijftig en begin jaren zestig heel interessant, dan meestal geschreven voor The Manchester Guardian.

Maar het is in dit boek net of hij ergens halverwege de jaren zestig ontdekt: als ik dit werk dan toch moet doen, dan kan ik er ook beter maar lol aan beleven. En vervolgens staan in de recensies altijd treffende oneliners.

Het dodelijkst is Larkin meestal in de terzijdes. Als hij een biografie over Cyril Connolly recenseert, geeft hij ook eenregelige oordelen over de boeken van de geportretteerde schrijver.

The Unquiet Grave (1944), though respectfully received, staggered alarmingly between the pretentious and the ludicrous (‘The object of Loving is to end Love’, etc.). [350] [1]

Ook begint hij dan zijn stukken weleens met een prettig vooroordeel dat verder nergens in een vervolg krijgt, maar wel meteen de toon zet:

I wonder if I am alone in finding the notion of conventional love poetry a little dated at present. After all, it’s the orgasm we are interested in now; and if the nuclear family is under fire as socially undesirable, what about the nuclear couple? Almost élitist wouldn’t you say? [274]

Larkin kreeg nogal wat poëziebloemlezingen te bespreken, en het is knap hoe hij zich daar dan meestal uit redde, door over het onderwerp van de bloemlezing te schrijven, en slechts zijdelings over de selectie.

Verder viel op dat het hem niet te min was om bestsellertjes te bespreken. Eén recensie is gewijd aan de laatste James Bond-boeken van Ian Fleming. Twee keer recenseerde Larkin een thriller van Dick Francis. En dan waren dat niet de beste boeken uit dat oeuvre, de rest was wel zeer goed:

The temptation, already hinted at, for Francis to become ‘a real novelist’ must be very strong. Let us hope he resists it; he is always twenty times more readable than the average Booker entry. [329]

En goed, dan bespreekt Larkin in de loop van de decennia ook wel zeven keer een boek van zijn vriend Betjeman. En dan werkt deze herhaling in zo’n boek als dit niet, omdat zijn oordeel over diens poëzie niet verandert, en de bewondering slechts lijkt te groeien.

Further Requirements is geen boek om van kaft tot kaft te lezen, en waarschijnlijk alleen interessant voor de diehard fans. Alleen hoor ik daar voor de verandering ook eens bij.

Philip Larkin, Further Requirements
Interviews, Broadcasts,
Statements and Book Reviews
1952 — 1985

Edited and with an introduction by Anthony Thwaite
391 pagina’s
faber and faber 2002, oorspronkelijk 2001
  1. The Unquiet Grave wordt hier op boeklog besproken . []

Larkin at Sixty ~ Anthony Thwaite [ed.]

Toen dit vriendenboek uitkwam, bij de zestigste verjaardag van de dichter Philip Larkin, had hij nog maar kort te leven. Alleen wist geen van de deelnemende auteurs dit, en Larkin waarschijnlijk evenmin. Deze wetenschap maakt dit tot een soms wat pijnlijk boek. Er spreekt nog zo’n enorme verwachting uit over Larkin. Het beste moest allemaal nog komen. Terwijl in werkelijkheid het oeuvre toen al afgerond was.

Ik had dit vriendenboek eerder gelezen, maar dit was toen om een duidelijke reden. In 1992 kwamen de verzamelde brieven van Larkin uit. En heel wat uit die dikke brievenbundel is gericht aan mensen die in Larkin at Sixty iets vertellen over hoe het met de verhouding tussen hen zat. Dat was nuttige achtergrondinformatie bij al die correspondentie.

Maar zo los herlezen had dit boek me aanzienlijk minder te vertellen. Niet dat er ook maar iets op de opgenomen stukken is aan te merken. Maar toch.

Ik bewonder een groot aantal gedichten van Larkin, en het is prettig om ook anderen diezelfde eerbied te zien verwoorden. Maar de eerste keer lezen had me vrijwel alle feiten bijgebracht over Larkin’s leven die me interesseerden, en die was ik duidelijk nog niet vergeten. Terwijl ik evenmin in de tussentijd zelf enorm verrijkt was in mijn ideeën over de Engelse poëzie. Dus bracht het herlezen niet wat het zo prettig kan maken; het bewijs te vinden sinds de eerste lezing zichtbaar gegroeid te zijn.

I’d eaten it.

Larkin at Sixty
Edited by Anthony Thwaite
148 pagina’s
Faber and Faber, 1982

* opgenomen essays en gedichten:

  • Noel Hughes, The Young Mr Larkin
  • Kingsley Amis, Oxford and After
  • Robert Conquest, A Proper Sport
  • Charles Monteith, Publishing Larkin
  • B. C. Bloomfield, Larkin the Librarian
  • Douglas Dunn, Memoirs of the Brynmor Jones Library
  • Harry Chambers, Meeting Philip Larkin
  • Andrew Motion, On the Plain of Holderness
  • Alan Bennett, Instead of a Present
  • Donald Mitchell, Larkin’s Music
  • John Gross, The Anthologist (on The Oxford Book of Twentieth Century English Verse)
  • George Hartley, Nothing To Be Said
  • Clive James, On His Wit
  • Alan Brownjohn, Novels into Poems
  • Christopher Ricks, Like Something Almost Being Said
  • Seamus Heaney, The Main of Light
  • Peter Porter, Going to Parties (a poem)
  • John Betjeman, Archibald (a poem)
  • Gavin Ewart, An Old Larkinian (a poem)

Oxford Book of Twentieth Century English Verse ~ Philip Larkin

Alles had ik van Philip Larkin gelezen. Zijn dichtbundels. De nooit gebundelde poëzie. De recensies. De stukken over jazz, hoewel die muzieksoort me niet eens interesseert. Het Liber Amicorum dat uitkwam bij zijn zestigste verjaardag. De brieven.

Maar deze bloemlezing met door hem uitverkoren gedichten niet. Daar leek het boek me te dik voor.

Onbewust voelde ik misschien wat me bijvoorbeeld bij Komrij is opgevallen. Dat de dunne bloemlezingen veel aardiger en origineler zijn dan die dikke tweebander.

Een boek waarin de poëzie uit een hele eeuw verzameld is, zou me niets extra’s over Larkin leren, dacht ik. Tot ik de dagboeken van Alan Bennett las, die daarin nogal wat opmerkingen maakt over deze bloemlezing. Hij klaagt daarbij dat Larkin zo veel totaal onbekende zielsverwanten heeft uitgezocht voor de bundel. Die helaas niet allemaal hetzelfde talent hebben als de meester.

Toch was die ene opmerking, dat Larkin niet alleen staat in toon en onderwerp, voor mij genoeg reden om eens moeite te doen dit boek te pakken te krijgen. En ik moet zeggen, voor een bloemlezing staan er zeldzaam weinig gedichten in die ik vervelend vind.

Vanzelfsprekend komt elke grote Brit langs die in de twintigste eeuw ook maar éen regel aan vers op papier heeft gezet. Voor zover ik hun werk al niet kende, schonk dit aanbod niets wat mij verraste.

Nee, het waren inderdaad de mij onbekenden, waarover ook de internetten vrijwel geheel zwijgen, die met éen soms twee gedichten even iets heel aardigs brachten. Gerald Gould? Ruth Pitter? John Lehmann?

scheiding

This Excellent Machine

This excellent machine is neatly planned,
A child, a half-wit would not feel perplexed:
No chance to err, you simply press the button—
At once each cog in motion moves the next,
The whole revolves, and anything that lives
Is quickly sucked towards the running band,
Where, shot between the automatic knives,
It’s guaranteed to finish dead as mutton.

The excellent machine will illustrate
The Modern World divided into nations:
So neatly planned, that if you merely tap it
The armaments will start their devastations,
And though we’re for it, though we’re all convinced
Some fool will press the button soon or late,
We stand and stare, expecting to be minced,—
And very few are asking, Why not scrap it?

John Lehmann
scheiding
Philip Larkin (ed.), The Oxford Book of Twentieth Century English Verse
641 pagina’s
Clarendon Press, 1973

Paris Review Interviews, II ~ Orhan Pamuk (intr.)

Vijfhonderd pagina’s aan interview, met in dit geval zestien auteurs die over hun werk praten. Waarom zou iemand de moeite nemen die te gaan lezen? Nee sterker nog, waarom wil iemand niet alleen deel twee uit de reeks lezen, maar alle drie inmiddels uitgegeven interviewboeken?

Dat is simpelweg om de kwaliteit van het gebodene.

Ook in Nederland zijn er bundels uitgegeven waarvoor schrijvers ineens moesten praten. En hoewel de boeken van Jan Brokken of Ischa Meijer in dit genre absoluut lezenswaardig zijn, blijven de gesprekken daarin toch praatjes bij de voordeur, vergeleken met de herhaalde visites bij iemand thuis die het tijdschrift Paris Review brengt.

In sommige gevallen komt een interview pas tot stand na vele jaren. En altijd krijgt de geïnterviewde schrijver ruim de gelegenheid de eigen woorden te verbeteren.

Kurt Vonnegut’s gesprek met Paris Review staat niet in deze editie, maar dit was pas afgerond nadat er zo veel aan veranderd was, dat hij eigenlijk zichzelf had geïnterviewd over zichzelf.

Opvallend is ook dat sommige interviews in het werk van de schrijver zijn opgenomen. Vonnegut’s gesprek staat in Palm Sunday. Dat met Philip Larkin uit deze bundel stond al zijn eigen Required Writing.

Verder zijn nog al wat uitspraken van geïnterviewde auteurs op hun beurt klassiek geworden. Van Faulkner is dat bijvoorbeeld:

If a writer has to rob his mother, he will not hesitate; the ‘Ode on an Grecian Urn’, is worth any number of old ladies. [37]

Nu is een boek als dit wel een bundel, en dus heeft het daarmee ook de nadelen van een gemengde verzameling. Het gesprek met een geliefde schrijver leest alleen daardoor al anders dan het interview met iemand wiens werk me minder interesseert; laat staan als dat van een auteur waar ik nog nooit van gehoord had.

En zelfs bij een geliefde auteur vergt het gesprek soms een kennis van het oeuvre die er bij mij niet altijd is. Maar dit betekent ook dat deze boeken er zijn om naar terug te keren. Dat ze over een paar jaar nog weer rijker zijn geworden.

Verplicht reeksje citaten, tamelijk willekeurig aangetekend:

[…] my brother gave me a number of rules about writing that seem to me sacred. Not that these rules cannot be broken in a while, but it’s good to remember them. One of his rules was that while facts never become obsolete or stale, commentaries always do. When a writer tries to explain too much, to psychologize, he’s already out of time when he begins.

I.B. Singer [1968]
undefined

One of the better things that has happened to the novel in recent years is that it has become rich. Think of a book like Chimera or The Sot-Weed Factor—they may not be very good books, but they are at least rich experiences. For me, writers like John O’Hara are interesting only in the way that movies and TV Plays are interesting. There is almost nothing in a John O’Hara novel that couldn’t be in the movies just as easily.

John Gardner [1979]
undefined

I think that writing is very difficult, but so is any job carefully executed. What is a privilege, however, is to do a job to your own satisfaction.

Gabriel Garciá Márquez [1981]
undefined

[…] I’ve never been much interested in other people’s poetry—one reason for writing, of course, is that no one’s written what you want to read.

Philip Larkin [1983]
undefined

[…] what you pride yourself on, the things you think are your insights and contribution. . .no one ever even notices them. It’s as though they’re there just for you. What you say in passing or what you expound because you know it too well, because it really bores you, but you feel you have to get through this in order to make your grand point, that’s what people pick up on.

Harold Bloom [1991]

The Paris Review Interviews II
With an Introduction by Orhan Pamuk
512 pagina’s
Picador, 2007

* in volume ii zijn de gesprekken opgenomen met:
[gelinkte namen verwijzen naar auteurs die al eens boeklogd zijn]

 


Poems ~ Philip Larkin

Van sommige boeken spijt het me dat ik ze ooit kocht. Doorgaans zijn dat dan verzamelwerken. Waarbij mijn weerzin dus niet eens de inhoud per se betreft. Er klopt dan simpelweg iets niet aan de omvang van zo’n uitgave, of het papier, of iets minder goed benoembaar anders.

Zo bezit ik van de Engelse dichter Philip Larkin de Collected Poems, in de uitgave uit 1988, die samengesteld werd door Anthony Thwaite. En wat Thwaite deed met dat boek indertijd was meteen al omstreden. Hij bracht er alle tot dan bekende gedichten in samen van Larkin, gepubliceerd en ongepubliceerd, en plaatste deze in chronologische volgorde. Daarmee werd bijvoorbeeld de ordening losgelaten van de bundels die tijdens Larkin’s leven verschenen.

Nooit heb ik dat verzamelwerk als een prettig boek ervaren — éen om telkens even ter hand te nemen, om dan een gedicht op te zoeken dat inmiddels al een oude vriend was. En om dan toch ook verrast te worden door veel minder bekende regels op de bladzijden in de buurt.

Het duurde sinds 1988 even, maar ondertussen zijn er meerdere uitgaven beschikbaar met het verzamelde werk van Larkin; met net wat verschillende ordeningen. Wie wil kan er zelfs éen krijgen met alle schetsjes en onafgemaakte gedichten erbij.

Ik zal geen van die boeken kopen.

Mijn ideeën in het algemeen over het boek als bezit zijn ook veranderd sinds 1988.

En ik besef dat ik voor mijn manier van poëzie lezen het meest zou hebben los aan de vier oorspronkelijke bundels die verschenen tijdens het leven van Philip Larkin [1922 — 1985]. Alleen is zijn debuut niet vreselijk interessant, en ken ik de regels van vele gedichten uit de overige drie bundels al heel lang uit het hoofd.

Sinds opnamen ontdekt werden waarop Larkin zijn poëzie voordraagt, hoor ik veel van die stanza’s zelfs in zijn stem.

Moest ik wel toegeven dat zo’n oerbundel misschien toch een eigen bewegingsritme heeft, daarin aangebracht door de auteur, waardoor de poëzie daarin wellicht onderling nog verbindingen maakt die mij altijd zijn ontgaan. Dat zij dan zo.

Wilde ik wel nog eens de bloemlezing inzien die Martin Amis maakte uit Philip Larkin’s gedichten. Amis kende Larkin. Zijn vader was zeer goed met hem bevriend. En dat zal ook een reden zijn geweest voor de uitgever om hem dan deze keur uit het werk te laten samenstellen. Faber and faber geeft in deze reeks doorgaans boeken uit waarin een dichter uitlegt wat hem of haar zo aantrok in het werk van een illustere voorganger.

De introductie die Martin Amis schreef over Larkin bleek ik evenwel al te kennen.

En ook de selectie uit het werk verraste me niet. Amis zag al evenmin veel in die eerste bundel, The North Ship, terwijl hij de laatste, High Windows, bijna in zijn geheel opnam. Zo kan ik ook bloemlezen.

Maar Larkin’s canonische oeuvre is misschien wel te klein ook, om daar nog eens het beste uit te willen selecteren.

Dat zo veel anderen zich vervolgens geroepen voelden om nog eens toe te voegen aan die verzameling van die drie haast perfecte bij leven afgeronde bundels, met hun geringe tal gedichten, is misschien wel begrijpelijk. Ergernis wekt dat inbrengen van al die valse lucht dus toch ook.

Philip Larkin, Poems
Selected and with an introduction by Martin Amis

92 pagina’s
faber and faber, 2011

Required Writing ~ Philip Larkin

Er zijn Larkin-liefhebbers die het proza in Required Writing minstens zo vaak opslaan als zijn poëziebundels. Ik zit niet zo in elkaar. Required Writing bekeek ik voor het laatst in 1999 — het jaar van deze aankoop; via internet.

Overigens was zo bezien 1997 het jaar van de grote bevrijding voor mij op boekengebied — omdat de ontluikende handel online voor mij ineens duizend malen meer titels bereikbaar maakte dan voorheen, en ik daarbij zelfs geen tussenhandelaar meer nodig had.

Required Writing stond toen al op het verlanglijstje van boeken die ik per se wilde hebben. Er was alleen een Amerikaanse heruitgave voor nodig om mijn thuisbibliotheek dat kleine stukje verder te vervolmaken.

En sommige boeken koop je wel degelijk met als reden om ze elk moment op te kunnen slaan. Zeker als ze al eens eerder werden gelezen.

Deze bundel bevat de beste gelegenheidsteksten die Philip Larkin publiceerde, en daarbij zijn twee interviews opgenomen; waaronder dat uit Paris Review. Later is overigens nog eens een tweede oogst verzameld van vergelijkbaar materiaal, onder de titel Further Requirements.

Bij de eerste lezingen was ik vooral in het autobiografische materiaal geïnteresseerd. Larkin beschreef daarin onder meer hoe hij tijdens de oorlog bibliothecaris werd, want het leger had hem afgekeurd om zijn slechte ogen, en hoe dat beroep hem steeds beter ging bevallen.

Ik merkte nu vooral in zijn opvattingen over literatuur geïnteresseerd te zijn — die telkens in kleine doses worden aangeboden. Voor het grootste gedeelte bestaat deze verzamelbundel uit boekkritieken, over poëzie zowel als proza. Is er ook nog een klein bloemlezinkje uit zijn stukken over jazz.

Larkin debuteerde als romanschrijver. Hij schreef zelfs twee romans, om vervolgens voor altijd in de derde te blijven steken — althans, dat is het officiële verhaal. Onder schuilnaam had hij toen namelijk al meerdere fantasietjes over lesbische kostschoolmeisjes geschreven.

Zijn verklaring dat het met het proza niet meer lukte, terwijl hij wel nog poëzie kon schrijven, was simpel.

Romans gaan over andere mensen.
Gedichten gaan allereerst over de dichter zelf.

En bij Philip Larkin mankeerde het uiteindelijk aan kennis over andere mensen, zo meende hij. Wellicht door een gebrek aan belangstelling, denk ik dan.

Dus zijn aan Larkin’s kritieken niet eens alleen de oordelen interessant, over de romans en dichtbundels besproken. Tussendoor, en bijna terloops, komen uit dit boek toch ook stevige ideeën naar voren. Zoals dat er over poëzie eigenlijk niet te praten is. Poëzie lees je.

Toen Philip Larkin eens jurylid was bij een gedichtenwedstrijd hadden gedienstige geesten alvast de beste inzendingen voor hem geselecteerd. Waardoor hem opviel dat daar geen enkel gedicht bij was dat over de liefde ging, of de natuur. Wat hij jammer vond, want daarbij was vast poëzie geweest die hem wel had gelegen.

Ik meende altijd veel ideeën over de roman van Larkin te hebben geleerd — uit dit boek — alleen was dat toch niet waar. Daar zijn andere critici voor verantwoordelijk geweest. Randall Jarrell wellicht.

Waar Larkin dan weer wel aan heeft bijgedragen, moet het besef zijn dat literatuur niet iets is om met dodelijke ernst te bekijken. In zijn recensies staat vrijwel altijd wel ergens een onderkoeld grappige opmerking. Helemaal in het werk vanaf 1965 — zoals ik eerder opmerkte — omdat hij toen eindelijk begrepen had dat dit schrijfwerk leuker werd als hij er zelf lol aan probeerde te beleven.

Dan ook lijkt het te besef te zijn gerijpt over wat hij eerder al meldde over kranten en tijdschriften — dat die altijd weer volgeschreven moeten worden. Dit benul maakte zijn eigen teksten losser.

Blijft alleen staan dat Larkin meteen al aangeeft dat voor al deze redes, voorwoorden, en kritieken hij er nog zeven keer meer had kunnen schrijven. Maar dat hem vaak de lust ontbrak om in te gaan op alle verzoeken.

Helaas.

Philip Larkin neemt verzameld dus niet heel veel plankruimte in bij mij thuis. Wat tegelijk ook betekent dat er weinig werk van een mindere kwaliteit is daarbij.

* ziet ook het dossier Philip Larkin op mijn andere weblog, met gedichten, beeld, en geluid

Philip Larkin, Required Writing
Miscellaneous Pieces 1955-1982

328 pagina’s
The University of Michigan Press 1999, oorspronkelijk 1983