Collected Poems
Philip Larkin

Fijn aan deze bundel gedichten van Philip Larkin is dat ze er bijna allemaal instaan. Sinds deze uitgave zijn hier en daar nog wat ongepubliceerde verzen ontdekt. Zo staan in de naderhand uitgegeven brieven van Larkin wat aanzetten en gelegenheidsdingen te lezen.

Vervelend is dat de samensteller er voor koos om de gedichten chronologisch te presenteren. In het eerste gedeelte is dat het werk waar Larkin over tevreden was, het tweede en grootste gedeelte van de bundel wordt ingenomen door juvenalia. Die doen er voor mij niet zo toe.

Erger nog is dat de weinige bundels die Larkin tijdens zijn leven uitgaf steeds op zich een eenheid vormden. De som was groter dan de delen. Dat verband werd nogal ruw verwijderd, en nu moet elk gedicht het maar helemaal op eigen kracht zien te redden.

Schipperen, door via een eigen register de gedichten wel te lezen in de volgorde zoals Larkin bedoelde, is onhandig.

Dat maakt dat het enige positieve aan dit boek in deze vorm voor mij is zo nu en dan bij het herlezen nog eens een bijna onbekend gedicht tegen te komen.

Maar goed, Larkin. Wat te zeggen over de norse bibliothecaris uit Hull, die zeker op het laatst gedichten schreef van een unieke humor en een diepe menselijkheid. Hij is een favoriet, zoals vele postjes op mijn gewone weblog getuigen.

Jan Eijkelboom mag nog zo zijn best gedaan hebben enkele gedichten in het Nederlands te vertalen, maar die halen het toch niet bij het origineel. Al begrijp ik dat verlangen van Eijkelboom om iets met Larkin’s werk te doen ook heel goed. Niemand moet beter lezen dan een vertaler. En Larkin lezen, is een voorrecht.

Philip Larkin, Collected poems
Edited with an introduction by Anthony Thwaite

330 pagina’s
The Marvel Press and Faber and Faber, 1993


Larkin at Sixty
Anthony Thwaite [ed.]

Toen dit vriendenboek uitkwam, bij de zestigste verjaardag van de dichter Philip Larkin, had hij nog maar kort te leven. Alleen wist geen van de deelnemende auteurs dit, en Larkin waarschijnlijk evenmin. Deze wetenschap maakt dit tot een soms wat pijnlijk boek. Er spreekt nog zo’n enorme verwachting uit over Larkin. Het beste moest allemaal nog komen. Terwijl in werkelijkheid het oeuvre toen al afgerond was.

Ik had dit vriendenboek eerder gelezen, maar dit was toen om een duidelijke reden. In 1992 kwamen de verzamelde brieven van Larkin uit. En heel wat uit die dikke brievenbundel is gericht aan mensen die in Larkin at Sixty iets vertellen over hoe het met de verhouding tussen hen zat. Dat was nuttige achtergrondinformatie bij al die correspondentie.

Maar zo los herlezen had dit boek me aanzienlijk minder te vertellen. Niet dat er ook maar iets op de opgenomen stukken is aan te merken. Maar toch.

Ik bewonder een groot aantal gedichten van Larkin, en het is prettig om ook anderen diezelfde eerbied te zien verwoorden. Maar de eerste keer lezen had me vrijwel alle feiten bijgebracht over Larkin’s leven die me interesseerden, en die was ik duidelijk nog niet vergeten. Terwijl ik evenmin in de tussentijd zelf enorm verrijkt was in mijn ideeën over de Engelse poëzie. Dus bracht het herlezen niet wat het zo prettig kan maken; het bewijs te vinden sinds de eerste lezing zichtbaar gegroeid te zijn.

I’d eaten it.

Larkin at Sixty
Edited by Anthony Thwaite
148 pagina’s
Faber and Faber, 1982

* opgenomen essays en gedichten:

  • Noel Hughes, The Young Mr Larkin
  • Kingsley Amis, Oxford and After
  • Robert Conquest, A Proper Sport
  • Charles Monteith, Publishing Larkin
  • B. C. Bloomfield, Larkin the Librarian
  • Douglas Dunn, Memoirs of the Brynmor Jones Library
  • Harry Chambers, Meeting Philip Larkin
  • Andrew Motion, On the Plain of Holderness
  • Alan Bennett, Instead of a Present
  • Donald Mitchell, Larkin’s Music
  • John Gross, The Anthologist (on The Oxford Book of Twentieth Century English Verse)
  • George Hartley, Nothing To Be Said
  • Clive James, On His Wit
  • Alan Brownjohn, Novels into Poems
  • Christopher Ricks, Like Something Almost Being Said
  • Seamus Heaney, The Main of Light
  • Peter Porter, Going to Parties (a poem)
  • John Betjeman, Archibald (a poem)
  • Gavin Ewart, An Old Larkinian (a poem)

Oxford Book of Twentieth Century English Verse
Philip Larkin

Alles had ik van Philip Larkin gelezen. Zijn dichtbundels. De nooit gebundelde poëzie. De recensies. De stukken over jazz, hoewel die muzieksoort me niet eens interesseert. Het Liber Amicorum dat uitkwam bij zijn zestigste verjaardag. De brieven.

Maar deze bloemlezing met door hem uitverkoren gedichten niet. Daar leek het boek me te dik voor.

Onbewust voelde ik misschien wat me bijvoorbeeld bij Komrij is opgevallen. Dat de dunne bloemlezingen veel aardiger en origineler zijn dan die dikke tweebander.

Een boek waarin de poëzie uit een hele eeuw verzameld is, zou me niets extra’s over Larkin leren, dacht ik. Tot ik de dagboeken van Alan Bennett las, die daarin nogal wat opmerkingen maakt over deze bloemlezing. Hij klaagt daarbij dat Larkin zo veel totaal onbekende zielsverwanten heeft uitgezocht voor de bundel. Die helaas niet allemaal hetzelfde talent hebben als de meester.

Toch was die ene opmerking, dat Larkin niet alleen staat in toon en onderwerp, voor mij genoeg reden om eens moeite te doen dit boek te pakken te krijgen. En ik moet zeggen, voor een bloemlezing staan er zeldzaam weinig gedichten in die ik vervelend vind.

Vanzelfsprekend komt elke grote Brit langs die in de twintigste eeuw ook maar éen regel aan vers op papier heeft gezet. Voor zover ik hun werk al niet kende, schonk dit aanbod niets wat mij verraste.

Nee, het waren inderdaad de mij onbekenden, waarover ook de internetten vrijwel geheel zwijgen, die met éen soms twee gedichten even iets heel aardigs brachten. Gerald Gould? Ruth Pitter? John Lehmann?

scheiding

This Excellent Machine

This excellent machine is neatly planned,
A child, a half-wit would not feel perplexed:
No chance to err, you simply press the button—
At once each cog in motion moves the next,
The whole revolves, and anything that lives
Is quickly sucked towards the running band,
Where, shot between the automatic knives,
It’s guaranteed to finish dead as mutton.

The excellent machine will illustrate
The Modern World divided into nations:
So neatly planned, that if you merely tap it
The armaments will start their devastations,
And though we’re for it, though we’re all convinced
Some fool will press the button soon or late,
We stand and stare, expecting to be minced,—
And very few are asking, Why not scrap it?

John Lehmann
scheiding
Philip Larkin (ed.), The Oxford Book of Twentieth Century English Verse
641 pagina’s
Clarendon Press, 1973

Paris Review Interviews, II

Vijfhonderd pagina’s aan interview, met in dit geval zestien auteurs die over hun werk praten. Waarom zou iemand de moeite nemen die te gaan lezen? Nee sterker nog, waarom wil iemand niet alleen deel twee uit de reeks lezen, maar alle drie inmiddels uitgegeven interviewboeken?

Dat is simpelweg om de kwaliteit van het gebodene.

Ook in Nederland zijn er bundels uitgegeven waarvoor schrijvers ineens moesten praten. En hoewel de boeken van Jan Brokken of Ischa Meijer in dit genre absoluut lezenswaardig zijn, blijven de gesprekken daarin toch praatjes bij de voordeur, vergeleken met de herhaalde visites bij iemand thuis die het tijdschrift Paris Review brengt.

In sommige gevallen komt een interview pas tot stand na vele jaren. En altijd krijgt de geïnterviewde schrijver ruim de gelegenheid de eigen woorden te verbeteren.

Kurt Vonnegut‘s gesprek met Paris Review staat niet in deze editie, maar dit was pas afgerond nadat er zo veel aan veranderd was, dat hij eigenlijk zichzelf had geïnterviewd over zichzelf.

Opvallend is ook dat sommige interviews in het werk van de schrijver zijn opgenomen. Vonnegut’s gesprek staat in Palm Sunday. Dat met Philip Larkin uit deze bundel stond al zijn eigen Required Writing.

Verder zijn nog al wat uitspraken van geïnterviewde auteurs op hun beurt klassiek geworden. Van Faulkner is dat bijvoorbeeld:

If a writer has to rob his mother, he will not hesitate; the ‘Ode on an Grecian Urn’, is worth any number of old ladies. [37]

Nu is een boek als dit wel een bundel, en dus heeft het daarmee ook de nadelen van een gemengde verzameling. Het gesprek met een geliefde schrijver leest alleen daardoor al anders dan het interview met iemand wiens werk me minder interesseert; laat staan als dat van een auteur waar ik nog nooit van gehoord had.

En zelfs bij een geliefde auteur vergt het gesprek soms een kennis van het oeuvre die er bij mij niet altijd is. Maar dit betekent ook dat deze boeken er zijn om naar terug te keren. Dat ze over een paar jaar nog weer rijker zijn geworden.

Verplicht reeksje citaten, tamelijk willekeurig aangetekend:

[…] my brother gave me a number of rules about writing that seem to me sacred. Not that these rules cannot be broken in a while, but it’s good to remember them. One of his rules was that while facts never become obsolete or stale, commentaries always do. When a writer tries to explain too much, to psychologize, he’s already out of time when he begins.

I.B. Singer [1968]
undefined

One of the better things that has happened to the novel in recent years is that it has become rich. Think of a book like Chimera or The Sot-Weed Factor—they may not be very good books, but they are at least rich experiences. For me, writers like John O’Hara are interesting only in the way that movies and TV Plays are interesting. There is almost nothing in a John O’Hara novel that couldn’t be in the movies just as easily.

John Gardner [1979]
undefined

I think that writing is very difficult, but so is any job carefully executed. What is a privilege, however, is to do a job to your own satisfaction.

Gabriel Garciá Márquez [1981]
undefined

[...] I’ve never been much interested in other people’s poetry—one reason for writing, of course, is that no one’s written what you want to read.

Philip Larkin [1983]
undefined

[…] what you pride yourself on, the things you think are your insights and contribution. . .no one ever even notices them. It’s as though they’re there just for you. What you say in passing or what you expound because you know it too well, because it really bores you, but you feel you have to get through this in order to make your grand point, that’s what people pick up on.

Harold Bloom [1991]

The Paris Review Interviews II
With an Introduction by Orhan Pamuk
512 pagina’s
Picador, 2007

* in volume ii zijn de gesprekken opgenomen met:
[gelinkte namen verwijzen naar auteurs die al eens boeklogd zijn]