Between Meals ~ A.J. Liebling

Drie van de acht stukken uit deze bundel zijn ook afgedrukt in het dikke overzichtswerk Just Enough Liebling. Maar dat wist ik vooraf. Dus maakte het zelfs niet uit dat ik de twee misschien wel beste verhalen al kende. Het ging mij erom te kijken of het loonde om alles van Liebling te gaan lezen.

Het is altijd goed om te weten welke boeken er zijn die de moeite van het lezen waard kunnen wezen. En dan zie ik mijzelf ook Liebling’s oorlogsreportages nog weleens kopen.

Between Meals bevat memoires die Liebling aan het eind van zijn leven schreef over de keren dat hij in Parijs verbleef. Zo mocht hij er ooit een jaar aan de Sorbonne studeren.

Dat jaar — in 1926 en 1927 — gebruikte hij dan weer vooral om te leren eten en drinken. Op dat moment denkend de gouden tijd van het Franse restaurant mee te maken, terwijl achteraf bleek dat die periode toen al op zijn eind liep. Klassieke gerechten, die tijd en moeite kosten om te bereiden, waren na de Tweede Wereldoorlog al helemaal nergens meer te koop.

Liebling weet dat probleem overigens aan een andere vloek; die van de doktoren. Hij haatte de banvloek die er over vet eten was uitgesproken, terwijl iedereen die iets van voedsel begrijpt, weet dat vet nu juist de smaak draagt. Hij was zelf dan ook dik.

Het is dan ook meer dan een genoegen alleen om hem over eten te zien schrijven. Of hem provocerend conclusies te zien trekken over eten en cultuur.

The Proust madeleine phenomenon is now as firmly established in folklore as Newton’s apple or Watt’s steam kettle. The man ate a tea biscuit, the taste evoked memories, he wrote a book […] In the light of what Proust wrote with so mild a stimulus, it is the world’s loss that he did not have a heartier appetite. On a dozen Gardiners Island oysters, a bowl of clam chowder, a peck of steamers, some bay scallops, three sautéed soft-shelled crabs, a few ears of fresh-picked corn, a thin swordfish steak of generous area, a pair of lobsters, and a Long Island duck, he might have written a masterpiece. [1]

Liebling maakt hongerig naar meer.

A.J. Liebling, Between Meals
An Appetite for Paris
with an introduction by James Salter

167 pagina’s
North Point Press 1986, oorspronkelijk 1962

Choice Cuts ~ Mark Kurlansky

Aan eerdere boeken van Kurlansky viel op dat hij het best over eten en drinken schrijft. Daar ligt zijn interesse; dat is een onderwerp waarvan hij zonder moeite iets over weet te brengen.

Dus leek me dit boek, dat een grote variëteit aan artikelen over voedsel beloofde, misschien wel de beste Kurlansky denkbaar.

Maar wat in de boekbeschrijvingen online niet echt duidelijk terug kwam, was dat dit een door Kurlansky samengestelde bloemlezing is. Hij heeft alleen het voorwoord geschreven, en leidt verder weleens een lemma in. Meer niet.

Dat maakte dit boek wel beter dan Kurlansky ooit zelf had kunnen bereiken. Zo valt op dat veel van de beste quotes toch bij A.J. Liebling wegkwamen. En dat geeft deze uitgave bijvoorbeeld een lucht en humor die verder wat ontbreken in Kurlansky’s oeuvre.

Voor de rest is dit boek natuurlijk een hutspotje. Waarin rustig adviezen uit de oudheid — olijven worden nog altijd zo ontbitterd als eeuwen voor Christus al gedaan werd — volgen op hedendaagse kooktips. Klassieke schrijvers prijken naast beroemde kookboekschrijvers. Anekdotes worden afgewisseld met recepten. Feiten over eten of drinken staan rustig naast meningen over de zaken, die soms al eeuwen achterhaald zijn.

Toch maakt de verzameling een heel complete indruk. Van het eten van insecten gaat het, tot hoe truffels te vinden zijn — kijk naar waar zich wolkjes vliegen verzamelen — tot waar de pizza voor staat. En zo oneindig veel meer.

Zo er éen centrale lijn in die honderden citaten en boekgedeelten te vinden is, dan toch dat het tijd kost om een goede maaltijd te maken. En wat ik niet wist, is dat niet alleen de supermarkt en de snackbar, maar ook een kookstroming als de ‘nouvelle cuisine’ in dat opzicht grote invloed heeft gehad op wat nu normaal is om te eten.

Ik kreeg alleen nergens honger van dit boek, wat toch ook een beoordelingscriterium is.

Mark Kurlansky, Choice Cuts
A Miscellany of Food Writing

474 pagina’s
Vintage 2004, oorspronkelijk 2002

Earl of Louisiana ~ A.J. Liebling

Wat voor velen Liebling’s beste boek is, kostte mij moeite om te lezen. Ik had zeker drie pogingen nodig om voorbij de eerste hoofdstukken te komen door de jaren heen.

En mijn voornaamste probleem zal zijn dat het A.J. Liebling niet per se te doen was om ook lezers van ruim vijftig jaar later te bedienen. De hoofdstukken in The Earl of Lousiana verschenen eerder los als artikelen in de New Yorker, in 1959 en -60. Het zijn stukken van die tijd, en voor die tijd.

Zonder het Wikipedia-lemma over de polticius Earl Long [1895 — 1960] denk ik ook niet dit boek te hebben kunnen begrijpen.

Long was een kleurrijke politicus uit een familie van politici. Hij was diverse malen gouverneur van de staat Louisiana, nadat zijn oudere broer Huey deze functie ook al had uitgeoefend. Huey Long werd in 1935 vermoord.

Beide broeders Long waren populisten, die weliswaar opvallend liberale wetten instelden, en zelfs met sociale plannen kwamen, maar die privé behoorlijk wat conservatiever waren. Ze wisten als Democraten alleen heel goed waar hun kiezers zaten, die veelal arm waren, en hoe deze tevreden moesten worden gesteld.

De tegenstand, van de Republikeinen, had traditioneel het grote geld achter zich, van Standard Oil en van de vroegere plantagehouders.

The Earl of Lousiana begint in 1959, als ‘Uncle’ Earl Long aan zijn laatste termijn bezig is als gouverneur van de staat. Omdat hij zichzelf niet mag opvolgen van de staatswet, begint hij een verkiezingscampagne om verkozen te worden als ‘Lieutenant Governor of Louisiana’; het éen-na-hoogste ambt. Alleen sneuvelen zijn ambities daarbij al in de primaries van zijn eigen partij.

Het jaar daarop, als Long geen gouverneur meer is, ambieert hij een positie in het Federale Huis van Afgevaardigden. Deze primaries verliepen aanvankelijk beter voor hem. Ware het niet dat hij opnieuw een hartaanval kreeg, en dan sterft.

A.J. Liebling moest deze ontwikkelingen noodgedwongen vaak van een afstand beschrijven. In 1959, als het erom spant in Louisiana, is hij in Londen; om daar de tergend saaie Britse verkiezingen te verslaan. En in 1960 deed hij de Olympische Spelen in Rome.

Dus zijn het vooral impressies die Liebling geeft, over een politicus die hem fascineerde; wellicht omdat Earl Long ook een soort levend fossiel lijkt; een politicus die is overgebleven uit een tijd toen ze de dingen anders deden. Meest tekenende reportage gaat over Long onderweg tijdens zijn verkiezingscampagne; als bijvoorbeeld het gemak wordt beschreven waarmee hij het publiek voor zich innam.

Aardigste tijdbeeld zijn dan wellicht weer de anekdotes, onder meer over hoe Earl Long voorkwam als een ‘niggar lover’ te worden gezien; terwijl diens politieke beleid zo vaak gunstig uitpakte voor de arme zwarte bevolking. De rassensegregatie was er immers nog werkelijkheid. Dus zei Long iets anders dan hij deed.

Prettig aan het boek is ook wel dat werkelijk niemand enige eerbied koestert voor politici. Die worden toch allereerst als handige oplichters gezien. Earl Long was voor sommigen ook eerder beklagenswaardig dan slim — hij had zo veel rijker kunnen worden, door zich wat meer liefde van de oliemaatschappijen te laten aanleunen.

En dat inzicht is dan toch de voornaamste wijsheid die The Earl of Lousiana me brengt. Er valt heel goed over politiek te schrijven zonder de poppetjes daarbij heilig of belangrijk te maken. Hoewel éen man of vrouw in hun daden soms wel degelijk een tekenend verschil kan maken. Maar om die daden gaat het dan ook, nooit om hun woorden. Een les die menig parlementair journalist nog altijd niet wenst te begrijpen.

A.J. Liebling, The Earl of Louisiana
pagina’s 227 – 406
© 1960
in:
A.J. Liebling, The Sweet Science and Other Writings
1058 pagina’s
The Library of America, 2009

Jollity Building ~ A.J. Liebling

De voorbeeldige bibliografie in deze uitgave van de Library of America heeft ook een nadeel. Ineens valt op dat deze verzamelbundel enkele bundels bevat met later geherpubliceerd werk, in plaats van alleen maar oerpublicaties.

In de vroege jaren zestig kwamen er enkele zeer goed verkopende paperbacks uit met stukken van Liebling. En juist die zijn gebruikt voor canonisatie in de Amerikaanse bibliotheek, opvallend genoeg.

Over Liebling’s bemoeienissen met de pers verscheen in 1949 bijvoorbeeld al het boek The Wayward Pressman. En dit had ik graag gelezen, omdat dit ook persoonlijke herinneringen zou bevatten over Liebling’s loopbaan in de journalistiek. Dus wordt dat nog speuren.

In The Jollity Building zijn dan weer artikelen uit meerdere decennia herdrukt, waarvan de eerste helft speelt in het buurtje in New York rond Broadway — waardoor wat Liebling schrijft ineens nogal aan vriend en collega Joseph Mitchell deed denken. Het tweede deel bestaat uit een portret in verschillende afleveringen van de kleurrijke journalist ‘Colonel Stingo’. Die vertegenwoordigt een ander tijdperk — de tijd dat een goed verhaal nog niet werd doodgecheckt, en een verslaggever er nog op uit ging, in plaats zich te verschansen achter een bureau, met een telefoon als enige contact met buiten.

En dan ligt het niet aan A.J. Liebling, die zoals gebruikelijk prachtige zinnen schrijft. Dan is het toch de wat liefdeloze bij elkaar gesmeten verzameling aan stukken die dit boek niet bijzonder memorabel maakt. Er zit geen evenwicht in The Jollity Building. Stukken uit 1938, toen die crisis nog niet overwonnen was, zijn blijkbaar niet straffeloos te combineren met verhalen van vijftien jaar later. Zelfs al hebben ze hetzelfde onderwerp.

Tijden hebben tijden.

A.J. Liebling, The Jollity Building
146 pagina’s
© 1962
in:
A.J. Liebling, The Sweet Science and Other Writings
1058 pagina’s
The Library of America, 2009

Just Enough Liebling ~ A.J. Liebling

Het geheime doel van boeklog is om vast te leggen wie er allemaal meer dan eens gepubliceerd hebben in de New Yorker. Tenminste, ik denk dit weleens, als er voor de zoveelste maal een schrijver aan bod komt bij wie dat tijdschrift genoemd moet worden.

A.J. Liebling [1904 – 1963] was éen van de journalisten die de New Yorker hebben gemaakt tot wat het blad nu is. Al kon hij al schrijven voor hij tot de redactie toetrad, in 1935. Liebling werd journalist in een tijd dat een goed verhaal nog niet dood werd gecheckt, en een verslaggever zich moest onderscheiden door een kenmerkende stijl van vertellen.

En schrijven kon Liebling wonderbaarlijk goed.

Al heb ik éen voorbehoud. In deze bloemlezing is Liebling werkelijk uitzonderlijk goed als hij zich buiten het eigen territorium begeeft, en de wereld moet gaan uitleggen aan het Amerikaanse publiek. Om een of andere reden lijken de stukken die thuis spelen, in New York, behoorlijk verouderd.

Zo staan er enkele stukken uit The Sweet Science in deze bundel; Liebling’s verzameling boksverhalen, die voor sommigen het beste sportboek ooit is. Deze vergen een grote investering in kennis over de couleur locale toentertijd om er iets mee te kunnen. De schrijver veronderstelde me gewoon te veel bekend.

Daar tegenover won Liebling mij meteen voor zich met de reportage ‘A Good Appetite’, waarmee de bloemlezing opent. Hierin beschrijft hij enkel wat geslaagde maaltijden die hij genoot in Parijs; en dit doet hij met zo’n plezier dat alleen daardoor al duidelijk wordt dat er een kenner spreekt.

Lang ook zullen me enige oorlogsverhalen bijblijven. Liebling werd in 1939 correspondent in Frankrijk, het land waar hij in de jaren twintig nog een tijd had gestudeerd. Die achtergrond maakte zijn verslag over de uiteindelijke bevrijding van Parijs een stuk waarin onderhuids ook de emotie meespeelt hoe blij is dat alles weer normaal zal worden.

Tegelijk heb ik de grootste bewondering voor een artikel als ‘Westbound Tanker’. Achteraf gezien is er in deze reportage veertig pagina’s lang niets gebeurt. Of niet meer dan dat een oorspronkelijk Noorse tanker in konvooi van Groot-Brittannië naar de Amerikaanse oostkust voer, en bij aankomst werd doorgestuurd naar Curaçao. Alleen ging Liebling op dit moment van boord.

Maar een meeslepend en humoristisch verhaal dat deze reis opleverde…

Liebling hoort tot het schaarse groepje schrijvers dat me dwingt me geheel aan hun stijl en tempo over te geven, en waarbij dit dan geen opgave wordt. Zelfs de luttelste van zijn observatie kon al iets brengen om over te glimlachen. En er staan werkelijk honderden van zulke observaties in dit boek.

A.J. Liebling, Just Enough Liebling
Classic Work by the

New Yorker Writer
Introduction by David Remnick

534 pagina’s
North Point Press, 2004

Mollie and Other War Pieces ~ A.J. Liebling

Dat er een overlap zou bestaan tussen deze bundel en die bloemlezing met het beste van Liebling verbaasde me niet. Maar dat in Mollie and Other War Pieces ook al stukken over de campagne in Noord-Afrika herdrukt zijn uit The Road Back to Paris verraste wel. Mede omdat ik beide boeken in een band verzameld las, en die verzameling dus binnen enkele pagina’s vrij opvallende doublures kent. Die stukken staan er gewoon twee keer in.

Enfin, dus telde dit boek honderdtwintig pagina’s minder dan gehoopt. Dan nog deed dit er betrekkelijk weinig toe. A.J. Liebling heeft er wel bijvoorbeeld zijn reportage in opgenomen over hoe het was om Normandië te bestormen vanuit de zee.

Hij maakt de overtocht vanuit Engeland op een groot landingsvaartuig, dat in totaal vier minuten aan het Franse strand lag voor het zich terugtrok. Maar, voor iedereen aan boord hadden die paar minuten minstens een half uur geduurd. En zo komt die landingspoging ook over.

Waar de film Saving Private Ryan miljoenen kostte, om het authentieke oorlogstuig, de grote kluften figuranten, en alle special effects, kon dus ook éen man ooit met een typemachine en wat taal heel aardig overbrengen wat voor hel het daar was, ’s ochtends vroeg op 6 juni 1944.

Ging hij nog niet eens van boord.

De rest van het boek is gevuld met reportages over de weg naar Parijs, en de verovering van de Franse hoofdstad — waardoor voor Liebling de cirkel rond werd. Hij had in 1940 ook beschreven hoe de stad gevallen was. Nu waren er feestelijker berichten te geven.

Opvallend is dat daarmee Liebling’s actieve betrokkenheid bij de Tweede Wereldoorlog ook ophield. Hij reisde eind 1944 terug naar de VS, mistte daardoor het Ardennen-offensief, en voor hij daar spijt van kon krijgen, was het vrede in Europa.

Nu ja, er was eerder dan deze bundel al een ander boek verschenen, met meer herinneringen aan de invasie, en de bevrijding van Parijs.

wordt daarom vervolgd

A.J. Liebling, Mollie and Other War Pieces
260 pagina’s
© 1964
in: A.J. Liebling, World War II Writings
1090 pagina’s
The Library of America, 2008

Normandy Revisited ~ A.J. Liebling

In 1955 bezocht A.J. Liebling opnieuw de kust van Normandië. Elf jaar was dit nadat hij in de voetsporen van het Amerikaanse leger Frankrijk was binnengevallen, om vast te leggen hoe deze de Nazi’s versloegen. Hij wilde onder meer weten hoe het verder was gegaan met de mensen die hij toen ontmoet had. En hoe de vrede hen ondertussen behandelde.

Dit voornemen leverde een memorabel boek op. Al was het maar omdat Liebling zich door Frankrijk verplaatste in een Simca Versailles, bestuurd door de zwijgzame Wit-Rus Michel. Die, hoewel al ruim twintig jaar in het land woonachtig, nog altijd maar rudimentair Frans sprak. En die het niet leuk vond dat zijn tijdelijke broodheer niet de gebruikelijke toeristische hotspots wilde bezoeken. Op deze plekken verzamelden zich namelijk ook altijd collega-chauffeurs; andere ballingen uit Wit-Rusland met wie het wel prettig babbelen was.

Elf jaar na de invasie van Normandië was het meestal nauwelijks nog merkbaar dat er ooit een oorlog had gewoed. Wat voornamelijk opviel, was dat het Britse en Amerikaanse officieren indertijd alle calvados hebben opgedronken overal. Daardoor was er in 1955 alleen drank te krijgen van amper tien jaar oud; die dus amper drinkbaar genoemd mocht worden.

De oorlog herleefde vooral in de gesprekken die Liebling overal voerde.

Behalve een herinnering aan 1944, maakte de reis ook een sentimental journey mogelijk naar 1926. In dit jaar zou Liebling aan de Sorbonne gaan studeren, en bracht hij voordien een periode in Normandië door. Waar hij leerde eten.

Dus worden in dit boek ook vele maaltijden gememoreerd. En, Liebling weet van het schrijven over eten altijd iets bijzonders te maken.

Al is hij nog beter over het eten in Engeland, aan het begin van de reis.

The cold meat was quite good, and only the flavor of the brown soup recalled the war. As I tasted it, a tune came into my head (this association of two sensory memories is, I believe, called synesthesia), but I had to down the spoonful of soup and hum two experimental bars before I could identify the air. It was “There’ll Always be An England”. Mr. Biggs looked astonished and remarked. “I’ve always said there’s nothing like a dash of high spirits, sir.” The gentlefolk at the other tables looked peculiarly depressed, as if they had all come down into the country to hear the wills of relatives who had left them nothing. [833]

Sloot het boek niet af nadat de reis met Michel was afgelopen, maar werden er nog twee stukken in opgenomen, over de veroveringstocht naar Parijs in 1944. Dat vond ik net wat te veel aan dit zo prachtige reisboek. Al hoefde ik deze reportages ditmaal niet per se te lezen, omdat ze ook al in de bloemlezing staan.

A.J. Liebling, Normandy Revisited
174 pagina’s
© 1958
in: A.J. Liebling, World War II Writings
1090 pagina’s
The Library of America, 2008

Press ~ A.J. Liebling

Liebling schreef tussen 1945 en 1963 meer dan tachtig kritieken over de berichtgeving in de kranten van die tijd. Zijn werkgever, de New Yorker, had hiervoor een speciale rubriek, met de naam ‘The Wayward Press’. Die bestond ook al sinds 1927. Dus, terwijl er weleens geclaimd wordt dat A.J. Liebling de eerste was die zo structureel en hard mediakritiek uitoefende, weet ik niet of dat waar is.

Wel is zeker dat enkele uitspraken van Liebling in dit boek gevleugelde woorden zijn geworden.

Freedom of the press is guaranteed only to those who own one.

De kritiek van A.J. Liebling valt grof gezegd in twee delen uiteen.

Zo constateerde hij dat voorheen kranten geld probeerden te verdienen door flink met elkaar te concurreren, op van alles en nog wat. Maar, inmiddels was al duidelijk dat kranteneigenaren het profijtelijker achtten om competitie te mijden.

The function of the press in society is to inform, but its role in society is to make money.

Concurrenten werden daarom opgekocht. En in de meeste Amerikaanse steden dreigde het gevaar dat er nog maar éen krant was om het nieuws te volgen.

En voor Liebling stond de one-paper-city gelijk aan de dood in de pot.

Tegelijk klaagde hij ook over het aanbod dat de kranten brachten in New York; zelfs al waren er daar nog meer dan tien dagbladen. [1] Hun inhoud leek soms al te veel op elkaar, in de zin dat geen krant werkelijk vertelde wat er nu werkelijk aan de hand was bij een groot nieuwsfeit.

Verlangend kon hij soms schrijven over de krantenwereld in Groot-Brittannië, waar wel alle politieke overtuigingen een stem hadden in de pers. In tegenstelling tot de VS, waar alle kranteneigenaren Republikeins waren.

People everywhere confuse what they read in newspapers with news.

Dus maakte Liebling — toch eerder een conformist dan een geboren helper van het volk — het nog eens mee dat hij prijzend door allerlei vakbondblaadjes werd geciteerd. Omdat hij objectief over een staking onder sleepbootpersoneel in de haven van New York had geschreven — zelfs al was dit slechts om aan te tonen hoe ondermaats de berichtgeving daarover in de kranten was.

Zulke voorbeelden maken dit boek ook nu nog aardig. Tegelijk viel me op dat Liebling geen andere ontwikkelingen benoemde dan ik al kende. Liebling was toch eerder een verslaggever dan een beschouwer. Wat zijn stukken weliswaar immens leesbaar maakt, maar ze vaak behoorlijk snel liet verouderen.

Het blijven de formuleringen uit dit boek die het memorabel maakt.

News is like the tilefish which appears in great schools off the Atlantic Coast some years and then vanishes, no one knows whither or for how long. Newspapers might employ these periods searching for the breeding grounds of news, but they prefer to fill up with stories about Kurdled Kurds or Calvin Coolidge, until the banks close or a Hitler marches, when they are as surprised as their readers.

Ik had The Press dan ook niet graag gemist. Al was het slecht te vinden, en betekende dit dat ik een hele verzamelband moest aanschaffen. Maar Liebling heeft veel betere boeken gepubliceerd dan The Press, waarin dan ook wel degelijk losse stukken verzameld werden.

A.J. Liebling, The Press
280 pagina’s
© 1964
in:
A.J. Liebling, The Sweet Science and Other Writings
1058 pagina’s
The Library of America, 2009
  1. het precieze aantal veranderde meerdere malen tussen het moment dat Liebling erover schreef in de New Yorker en toen deze editie van The Press verscheen []

Road Back to Paris ~ A.J. Liebling

Boeken over de Tweede Wereldoorlog zullen nooit mijn lievelingsboeken worden. Mijn oordeel over dit onderwerp is te zeer gekleurd door de jankerige manier waarop Nederland met de periode omgaat, en het vanzelfsprekende slachtofferdenken daarbij. Vandaar dat het me nog altijd verbazen kan schrijvers over die oorlog te lezen die me wel interesseren.

In de bloemlezing met het beste van A.J. Liebling vielen me drie lange oorlogsverhalen heel positief op. Vandaar dat ik het wel aandurfde een hele band met zijn oorlogsstukken aan te schaffen.

Als eerste boek is The Road Back to Paris opgenomen in deze verzamelbundel. Die titel verscheen al toen de uitkomst van de oorlog nog ongewis was.

Liebling maakte namelijk vanaf 1939 verschillende malen de oversteek naar Europa, als correspondent voor het tijdschrift de New Yorker. Als Amerikaan was hij lang een buitenstaander in het conflict, dat begon toen Duitsland Polen binnenviel. Tegelijk wilde hij niets liever dan dat zijn vaderland zich bewapende — want wat hij achtte Hitler gevaarlijk genoeg om de hele wereld te zullen aanvallen.

The Road Back to Paris is opgebouwd uit drie delen. Het eerste speelt in de luwte tussen de inval in Polen, en de periode na mei 1940 als Frankrijk overlopen wordt. In het tweede boekgedeelte wordt Groot-Brittannië zwaar aangevallen, al begint er dan ook iets van georganiseerde tegenstand te komen. In het slotgedeelte zijn de Amerikanen eindelijk wel betrokken in het conflict — wat Liebling’s rol nogal veranderde. In plaats van de oorlog uit te moeten leggen aan een publiek dat de luxe heeft onverschillig te kunnen zijn, is hij ineens verslaggever van wat de eigen jongens doen op campagne in Noord-Afrika.

Dat derde boekgedeelte liet me opvallend onverschillig, hoe briljant Liebling ook dan soms schrijft.

Het zijn die eerste twee delen van dit boek die het lezen tot zo’n opmerkelijke ervaring maakten. Omdat ik niet eerder zo’n objectief verslag las over hoe het was om de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog mee te maken; omdat de schrijver niet direct veel gevaar liep, en hij lang een buitenstaander bleef.

De luchthartige zekerheid bijvoorbeeld, zoals hij die beschrijft, van de Franse bevolking, dat het bij de onvermijdelijke aanval wel los zou lopen, gezien de ervaringen van ’14-’18. Dus was tout Paris op 10 mei 1940 op de renbaan te vinden, om elkaars kleding te bewonderen.

En dit boek staat vol met zulke, vaak terloops gebrachte, maar inzicht brengende opmerkingen. Die eerste twee boekgedeelten brengen heel erg goed schrijven.

A.J. Liebling, The Road Back to Paris
308 pagina’s
© 1944
in: A.J. Liebling, World War II Writings
1090 pagina’s
The Library of America, 2008

Sweet Science ~ A.J. Liebling

Het beste sportboek uit de twintigste eeuw, voor sommigen, is The Sweet Science. Geschreven werd het bovendien door de Amerikaanse journalist A.J. Liebling [1904 – 1963] wiens werk me eerder zo veel leesplezier bezorgde.

Toch viel deze bundel met persoonlijk gekleurde reportages over de bokssport me niet mee. Hoewel geen bladzijde me tegenstond. Maar ik was gewoon beter gewend van de auteur.

En de reden daartoe verwoordde ik indertijd al in het boeklogje over de dikke bloemlezing uit Liebling’s werk. De man was er allereerst een meester om zaken te beschrijven die zijn publiek niet kende. Als hij op vertrouwd terrein bleef, en zijn verhalen in New York spelen, veronderstelde hij makkelijk erg veel bekend.

Het beste boksverhaal in The Sweet Science voor mij speelt zich dan ook af in Ierland. Als hij wel ineens moet laten zien in wat voor lokaal de wedstrijd plaatsvond, en hij wel het treffende detail opmerkt dat overal uit de stad stoelen waren gevorderd voor het publiek. Zodat het best kon zijn dat hij op iets zat uit de aula van een begraafplaats.

Liebling schreef zijn reportages in de jaren vijftig, toen er een einde leek te komen aan een gouden tijdperk in de bokssport. De televisie kwam op, en begon bokswedstrijden uit te zenden. Daarmee concurreerden ze de lokale organisatoren van wedstrijden kapot. Want die konden met hun entreeprijzen niet op tegen gratis.

En, doordat de lokale boksarena’s sloten, was er vervolgens veel minder vraag naar boksers. Waardoor er veel minder mensen dan voorheen in de sport actief waren.

Bovendien meende Liebling, net als andere critici, dat er toen al iets schortte aan de mentaliteit van de meeste boksers. Voorheen kwamen tenminste nog weleens mannen in de ring die al sinds hun jongste kindertijd vochten. En dat moest je eigenlijk wel hebben, om de juiste kracht en beweeglijkheid in de schouders te krijgen.

De reportages in The Sweet Science (of Bruising) vallen chronologisch samen met de jaren van opkomst en terugkeer van Rocky Marciano [1923 – 1969]. [Die weliswaar zijn voornaam zou lenen aan een fantasieheld. Maar wiens leven juist weer niet de inspiratie was voor de Rocky-films, want dat was ene Chuck Wepner.]

Marciano was verder een weinig verfijnde bokser, die altijd won. En die eigenlijk de pech had nooit eens op aansprekende tegenstand te stuiten, wat legendarische gevechten had kunnen opleveren.

Dus ontbreken ook werkelijk memorabele bokspartijen in dit boek.

Dit boek heeft zelfs iets monotoons, omdat de verhalen vrijwel allemaal eenzelfde structuur hebben. Liebling gaat naar een bokswedstrijd, beschrijft iets over de omstandigheden vooraf, soms is hij zelfs naar een trainingskamp geweest. Dan volgt een uitgebreid wedstrijdverslag. En als de winnaar bekend is, komt er nog wat. Meestal wacht Liebling tot het rustig is geworden, en hij een taxi kan vinden om naar huis te gaan. Een enkele keer zoekt hij éen van de boksers op in de kleedkamer.

En zo gaat het achttien keer.

Misschien is het ook dat Liebling me ermee confronteerde dat het boksen me op zich als sport te weinig interesseert. Ik heb weliswaar kennis genoeg van de verschillende stoten om elk van zijn woorden te begrijpen. Maar er was niets waardoor ik werkelijk in de betovering bleef van de verhalen, waarschijnlijk om mijn afstand tot de bezigheid.

Want, over wat het betekent om in een ring te staan, tegenover een goed getraind iemand, die je zo hard als kan slaan wil, gaat dit boek niet. Terwijl dit me juist wel zou interesseren.

Voor Liebling spreekt vanzelf dat boksen een edele sport is, met een geschiedenis. En hij biedt ook iets van die historie; maar dan vooral door eerdere auteurs te citeren.

Voor hem gaat het steeds om het evenement. Om relatief veel geld te betalen en dan een avond een zaal te vullen met duizenden andere mannen. Om in die gezamenlijkheid eerst een paar opwarmpartijen voorgeschoteld krijgen, en dan steeds nerveuzer te worden in afwachting van de hoofdpartij. Om dan mee te gaan in de opwinding van het gevecht, bij te houden wie er de ronde heeft gewonnen, en om dan een mening te hebben over de einduitslag.

Liebling bokste zelf ook, in zijn jonge jaren. En hij kan het niet nalaten om naar andere schrijvers te verwijzen die ook hebben gebokst, en dit als een grote kwaliteit te zien.

En er zijn vele redenen om de boeken van Camus te bewonderen. Dat hij een groot schrijver zou zijn omdat hij had leren vechten in de boksring, was nieuw.

A.J. Liebling, The Sweet Science
225 pagina’s
© 1956
in: A.J. Liebling, The Sweet Science and Other Writings
1058 pagina’s
The Library of America, 2009