About This Life ~ Barry Lopez

Een lezer gaat een nog onbekende schrijver toch vergelijken met auteurs waarvan het werk al bekend is. En de reportages van Barry Lopez dwingen me door hun inhoud om zijn kwaliteiten af te zetten tegen die van John McPhee.

Soms lijkt hun werk ook echt op elkaar. In About This Life staat bijvoorbeeld een essay van ruim dertig pagina’s over een man die een grote houtoven bouwde in een bos, om zo keramiek te kunnen bakken op Japanse wijze. Dat lijkt dan een onderwerp van niets, terwijl de uitwerking, en het oog voor detail, zo’n stuk vrijwel onvergetelijk maken.

Een principieel verschil tussen McPhee en Lopez is wel dat de laatste ook als personage functioneert in zijn reportages; en niet zelden daarin het belangrijkste personage is.

About This Life bevat zelfs een deel met autobiografische stukken.

McPhee leer je ook niet kennen uit zijn werk, Lopez tot op zekere hoogte wel.

En tegelijk gaat het mij bij schrijvers maar om éen ding. Blijven ze verrassen, door inhoud of stijl? Loont het de moeite meer van hun werk te gaan lezen?

Bij Barry Lopez is het antwoord op die vraag een voorlopig ja. Al ben ik benieuwd of aan zijn grote nadruk voor de natuur, die uit al zijn stukken opklinkt, niet ook uit een soort magisch denken ontspruit.

Hoogtepunt in About This Life was een reportage die voortkwam uit een heel simpel idee. Lopez reisde gewoon enkele dagen met vrachtvliegtuigen mee, om eens te kijken wat die zoal vervoeren, en hoeveel haast daarbij kijken komt. En in zo’n stuk doet hij toch wat te weinig schrijvers presteren; de tekenende details geven die verduidelijken hoe krankzinnig onze samenleving in elkaar zit. Omdat het bij schrijven niet alleen om taal gaat, maar allereerst om waarnemen, en vervolgens dan zien.

Barry Lopez, About This Life
Journeys on the Threshold of Memory

273 pagina’s
Alfred A. Knopf, 1998

Arctic Dreams ~ Barry Lopez

Het lezen van Arctic Dreams gebeurde voor een groot deel in de weken dat de BBC de miljoenen kostende TV-serie ‘Frozen Planet’ uitzond. En beide media versterkten elkaar op een heel nuttige wijze.

De TV toonde hoe sommige zaken eruitzien — en beter kan de televisie dit niet doen dan in zulke series.

Maar waar beelden nooit in kunnen voorzien, daar had Lopez dan juist wel teksten over klaar. Want, er is vrijwel niets, daar in het noorden boven de poolcirkel. Inzoomen op wat er wel ronddart, geeft een enorm vertekend beeld.

Drieëntwintig soorten zoogdieren leven er slechts zo ver daar boven. Lopez behandelt er ook enkele in dit boek. Er zijn hoofdstukken gewijd aan de muskusos, de ijsbeer, en de narwal. Een selectie die dan weer als effect had dat ik me afvroeg waarom de andere twintig soorten niet behandeld werden.

Nu ja, voor Arctic Dreams had Lopez al eens een dik boek over wolven uitgebracht.

Lopez richt zich vanaf het midden het boek vooral op de menselijke beleving van noordelijke landschap. Dat levert dan inzichtelijke passages op die in andere media nauwelijks over te brengen zullen zijn.

Zo kan het menselijke oog weinig met een helemaal witte omgeving. En al helemaal niet als het helder weer is. Boven de poolcirkel zijn afstanden niet goed meer in te schatten, bijvoorbeeld omdat de blauwzweem ontbreekt die wij zien als we naar iets in de verte kijken; en daarbij automatisch meewegen.

Dus kent iedereen legendarische misverstanden, van de walrus die een gebergte leek. Of de sneeuwuil die toch geen ijsbeer bleek te zijn.

Deze hoofdstukken bevatte ook passages die ik inmiddels typisch voor Lopez acht. Als hij beschrijft hoe het is om ergens te lopen, en dan ook nog weet over te brengen wat hij ziet, en hoe hij de omgeving ervaart. Gek genoeg is wat toch zo simpel lijkt een krachttoer die toch vrij weinig schrijvers goed afgaat.

Maar schrijven wordt dan ook niet alleen achter het bureau gedaan. Taal is niet het enige gereedschap dat de auteur ten dienste staat.

Aan het boek valt bijvoorbeeld op dat elk van de hoofdstukken op een vergelijkbare manier is opgezet. Lopez beschrijft een verblijf, ergens in het noorden. Komt dan, al associërend over wat hij waarnam, bij zijn onderwerp uit. En gaat dan vrijwel ongemerkt over veel abstracter technische verhandeling, over wat er van het onderwerp bekend is.

De laatste hoofdstukken van Arctic Dreams gaan vooral over alle historische pogingen om de noordelijke streken in kaart te brengen. Waarbij dan ook blijkt dat eskimo’s opmerkelijk goede mentale plattegronden hebben van hun omgeving, en die ook op papier kunnen zetten. Hun kennis werd alleen vrijwel altijd genegeerd.

Het blijft raar om die tochten van Europeanen ontdekkingsreizen te noemen, omdat deze reizen door gebieden trokken waar al mensen woonden. Maar tal van landen hebben geprobeerd om een zeeweg te vinden om de Noord. Beginnend vanzelfsprekend met Willem Barentz. Waarvan de verslagen nog altijd claustrofobisch lezen, vanwege de permanente angst bij de Nederlanders voor ijsberen.

Lopez concentreerde in het boek zich vooral op de pogingen om een zeeweg te vinden boven de Amerika’s langs. En stuit daarbij telkens op bekrompen nationalisme — want resultaten behaald door andere landen telden niet — kou, ellende, schipbreuken, en dood.

Het verhaal van Willem Barentz mag dannog altijd in onze Vaderlandsche geschiedenis voortleven, er zijn tientallen gelijkluidende of nog ergere geschiedenissen te schrijven van even mislukte scheepsreizen.

In een epiloog verontschuldigt Lopez zich dan ook het eigenlijk nauwelijks over eskimo’s gehad te hebben — behalve dan dat hij wat van hun geschiedenis heeft weergegeven. Maar de arctische streken zijn ook zo vreemd, en overweldigend, dat als vanzelf de mensen die daar wonen merkwaardig worden,en onbegrijpelijk.

En dat gesnotter over de nobele wilde vond ik dan weer jammer van dit boek.

Barry Lopez, Arctic Dreams
Imagination and Desire in a Northern Landscape

464 pagina’s
Charles Scribner’s Sons, 1986

Crossing Open Ground ~ Barry Lopez

Er is éen ding dat opvalt aan een boek met als dit reportages vol natuur. De woorden moeten wel heel krachtige effecten beschrijven, willen de opgeroepen beelden beklijven. En de bundel Crossing open ground staat vol met tekst die makkelijk wegwaait.

Het stuk dat ik me nu, een dag na het boek te hebben uitgelezen, het best herinner, gaat over een ramp. ‘A presentation of whales’ heet dat. En het beschrijft hoe op zekere dag in 1979 eenenveertig walvissen op een strand in Oregon aanspoelen. Om daar te sterven.

En dan nog waren de mensen in dit verhaal memorabeler dan de beesten. Er werd nogal gehannest om wat daar was gestrand. Bovendien moest die stinkende massa lijken bewaakt worden, omdat er mensen kwamen die met kettingzagen de kaken afzaagden. De walvissentanden zouden nogal wat waard zijn.

Van de overige dertien reportages roepen zelfs de titels al weinig herinneringen meer op, zo snel na lezen. En dat ligt het meest aan de manier waarop Barry Lopez schrijft. Hij gebruikt nogal eens heel veel woorden om iets neer te zetten, een sfeer te beschrijven, de lezer ontvankelijk te maken voor dat wat komen gaat. En ik ga daar juist sneller van lezen, in plaats van langzamer; op zoek naar iets feitelijks, omdat wat er wel staat me niet prikkelt.

Het is alsof de gekozen schrijftechniek onvoldoende past bij de geringe lengte die de stukken uiteindelijk kregen. Alsof Lopez alleen een manier van werken kent die alleen werkt in monografiën, of heel lange reportages.

Barry Lopez, Crossing Open Ground
208 pagina’s
Picador 1989, oorspronkelijk 1988

Field Notes ~ Barry Lopez

Lopez is de beste Amerikaanse schrijver waar ik nooit van gehoord had, volgens een vriendelijk advies. Waarop bleek dat deze auteur zich zowel als verhalenschrijver weert als succesvol non-fictie schrijft.

Waarmee dan te beginnen?

Nu is fictie op de tweedehands markt altijd goedkoper dan een bundel essays of reportages. De verhalenbundel Field Notes moest éen penny kosten online. Dat kon het wel lijden, voor een keer. En daarvoor kreeg ik een keurig gebonden eerste druk, met op het schutblad een handtekening van Barry Lopez, onder de woorden ‘with pleasure’.

Zo voortekenen bestaan, dan leek me dit toch op zijn minst veelbelovend.

En toen hadden de twaalf verhalen in deze bundel ook nog wat. Niet dat ik er nu ineens een favoriete schrijver bij heb. Maar wat Barry Lopez doet, is uniek genoeg om verder te exploireren.

Lopez stopt veel natuur in zijn verhalen, en een enkele keer ook volkeren die naar ons idee nog in harmonie met die natuur zouden leven. Dus, hoewel elk van de vertellingen over een hedendaagse Amerikaan lijkt te gaan, en hoogstens enkele decennia terug in de tijd is geplaatst, krijgen ze iets opvallend universeels. Sprookjesachtig is soms de sfeer, bij gebrek aan een beter woord, terwijl de verhalen toch de conventies van het hedendaagse fictie volgen. Het blijven wel telkens verhevigingen van éen moment in taal — zelfs al kan dat moment zich over enige weken uitstrekken.

De boektitel Field Notes komt ook niet als verhaaltitel in de bundel terug. Alsof Lopez zo wilde benadrukken dat het boek van het boek antropologisch karakter van karakter is; hij aantekeningen heeft gemaakt tijdens veldwerk.

Dus is het volkomen logisch om een verhaal te lezen over een man die op een ochtend zijn keuken binnenstapt, en daar een grote neger ziet zitten. Die dan geleerd heeft om van het land te leven, en onopgemerkt van staat naar staat loopt. Om maar éen voorbeeld te geven.

En goed, dan lijkt Barry Lopez er een duidelijke moraal op na te houden, die haast anti-Amerikaans mag heten; met zijn nadruk op duurzaamheid, en zijn hekel aan het blinde winstbejag of de hoge sociale status.

Hij kan schrijven. En daar begint het mee.

Barry Lopez, Field Notes
The Grace Note of the Canyon Wren

163 pagina’s
Alfred A. Knopf, 1994

Of Wolves and Men ~ Barry Holstun Lopez

Lopez werd een betere schrijver na Of Wolves and Men. Aan Arctic Dreams, dat een kleine tien jaar later verscheen, valt bijvoorbeeld al snel op hoeveel eleganter de informatie in dat boek gepresenteerd is.

Toch vind ik Of Wolves and Men als totaal opmerkelijk veel beter dan Arctic Dreams. Domweg omdat er éen onderwerp uitputtend in behandeld wordt. En er dus niet het gevoel ontstaat dat Lopez zaken negeert of helemaal heeft overgeslagen.

Bovendien wordt dat onderwerp, de wolf, op vier heel verschillende manieren beschouwd.

Barry Lopez begint door na te gaan wat wij nu eigenlijk weten van wolven. En dat blijkt nog opvallend weinig te zijn.

In het tweede boekdeel gaat hij na welke kennis we gemakshalve negeren over de wolf. Omdat de eskimo’s en indianen toch wel degelijk heel veel weten over deze beesten. Mede omdat zij misschien wel jachtmethoden van wolven hebben overgenomen.

Het derde boekdeel is op zijn zachtst gezegd afschuwelijk. Lopez legt daarin uit dat wij weliswaar vrijwel geen kennis hebben over de wolf, maar dat dit ons nooit weerhouden heeft om een mening over het beest te hebben. En die opinie bestond er vooral uit dat wolven gedood moesten worden zodra ze in het zicht kwamen. Lopez trekt dan overbodig veel bladzijden uit om te laten zien hoe dat afmaken ging.

In het laatste deel gaat het er dan over hoe de mythen over de wolf vorm konden krijgen. Dan biedt het boek ineens een korte cultuurstudie naar Middeleeuwse teksten uit West-Europa. Dan gaat het ook over wolfskinderen — en de vraag waarom in andere werelddelen dan Europa zulke kinderen gekoppeld zijn aan andere beesten; zoals in Afrika de hyena’s.

En merkwaardig is dan hoezeer die boekindeling tijdens het lezen heel logisch leek. Maar dat ik achteraf het waarschijnlijk fijner had gevonden als Lopez de informatie uit de verschillende delen meer had gemengd.

Nu ergerde ik me bijvoorbeeld weer, aan Lopez opmerkingen over eskimo’s. En hoe die door een leven als jager veel meer waarnemen van wat er om hen heen aan leven gebeurt dan wij kunnen. Terwijl die ergernis alleen maar met context te maken heeft. Wat het ene moment een vreselijke dooddoener is, kan op het andere moment juist de perfecte conclusie zijn van een betoog; en dan als heel erg waar voelen.

Lopez deed zulke zaken later ook allemaal beter. Alleen schreef ik dat al.

Barry Lopez, Of Wolves and Men
with Photographs by John Bauguess
309 pagina’s
Charles Scribner’s Sons, 1978