Mijn vader, de tovenaar ~ Erika Mann

Voornaamste conclusie over de briefwisseling tussen Erika Mann en haar ouders? Dat Thomas Mann dus niet altijd krullendraaiend schreef. De schrijfstijl van zijn romans was een bewust zo gekozen stijl.

Dit betekent daarmee dat Mann nooit tot mijn favoriete schrijvers zal kunnen behoren. Hij had domweg te veel woorden nodig. En daarmee blies hij voor mij valse lucht in zijn zinnen.

Tegelijk is er soms niets mooiers dan hoorbaar valse lucht om woorden. Het is mijn gebrek alleen dat ik zo zelden in de stemming ben om daar van te genieten.

Mijn vader, de tovenaar is verder een autobiografisch allegaartje. Het boek bevat een uitgeschreven radio-interview van veertig pagina’s. Er is een essay van Erika Mann [1905 — 1969] over het laatste levensjaar van haar vader van ongeveer dezelfde lengte — na de oorlog was zij vaak zijn persoonlijke secretaris. En de rest van deze uitgave bevat dus een selectie uit de briefwisseling tussen dochter en ouders.

De vertaler Paul Beers meldt over deze brieven dat ze nogal wat ironisch hoogdravende thuistaal bevatten, en daarmee tot de moeilijkste klussen hoorden die hij ooit had. Erika Mann was zeker na de oorlog ook de hofnar van Thomas Mann.

Uit die brieven kwam helaas het best over wat mij al bekend was uit de levensgeschiedenis van de familie Mann, maar waar de precieze details nog ontbraken. Zoals bij het dramatische telegram dat Erika vanuit Londen verstuurde, om te melden dat het schip waarmee zus Monika en haar man naar de VS zouden varen vergaan was. De echtgenoot stierf. Maar Monika is op dat moment veilig in een Schots ziekenhuis.

SHIP SUNK MONI SAVED LANYI LOST LEAVING TUESDAY FOR SMITHTON HOSPITAL GREENOCK SCOTLAND TO FETCH MONI PLEASE CABLE SEVENTYFIVE POUNDS MATFAIR LOVE
ERIKA AUDEN

Voornaamste reden om me in deze mensen te verdiepen, was nu eenmaal dat de autobiografie van Golo Mann onbevredigend eindigde; omdat hij ziek werd tijdens het schrijven van dat boek. Doordat hij me onvoldoende informeerde, werd van de weeromstuit interessant wat zijn hele familie onderging tussen 1933 en 1945. En daar blijkt dan nogal wat materiaal over te zijn — waarbij egodocumenten me meer interesseren dan de interpretatie van al deze verhalen door een biograaf.

Een uitgave als Mijn vader, de tovenaar is alleen wel een bijboek. Nuttig om het beeld aan te vullen dat er al is, over een schrijver of kunstenaar. Maar volstrekt ontoereikend om de kwaliteiten van zo iemand te verduidelijken.

Erika Mann, Mijn vader, de tovenaar
Herinneringen en brieven
Bezorgd door Irmela von der Lühe en Uwe Naumann
347 pagina’s
De Arbeiderspers, 2001
privé-domein nr. 243
vertaling door Paul Beers van: Mein Vater, der Zauberer, 1996