Doktor Faustus ~ Thomas Mann

Klassiekers zijn een vreemd soort boeken.

Ik wilde Doktor Faustus per se nog eens lezen; had ook al eerdere pogingen gedaan; en moest er uiteindelijk huiswerk van maken — in de vorm van een publiek project. Tegelijk was dit verlangen enkel gebaseerd op de status van het boek. Terwijl die status verworven werd in andere tijden; onder andere culturele omstandigheden.

Zo weegt alleen al het gegeven mee dat Duitsers van langere zinnen houden dan Nederlanders. Kort maar helder schijnt er voor oppervlakkig door te gaan, daar. En Thomas Mann [1875 – 1955] leek in zijn wijdlopigheid vaak nog een negentiende-eeuwer; de krullen en draaien kunnen bij hem makkelijk de feitelijke mededeling overwoekeren.

Maar goed, ook dat is een stijl van schrijven. En als het een auteur zo lukt om me aan hem of haar over te geven, hoeft dat niet eens een vervelende schrijfstijl te zijn. De overdaad kan een prettig soort leesroes opleveren.

Alleen verkoos Mann het om Doktor Faustus te laten vertellen door een vervelende droogstoppel; die zichzelf iets te belangrijk vond. Waardoor ik nooit vergeten kon aan het lezen te zijn.

Verder speelde mee dat grote delen van de inhoud van klassiekers vaak al bekend zijn, zonder dat het nodig is het boek daarvoor te lezen. Al is ook zonder voorkennis aan te nemen dat de duivel een rol gaat krijgen in een boek met een verwijzing naar Faust in de titel.

Dus trad bij het lezen een dubbele teleurstelling op. Allereerst wist ik al ongeveer wat er komen zo. Het boek zou gaan over een componist, die de syfilis had opgezocht, omdat hij tijdens acute aanvallen van die ziekte mogelijk nog verder kon zien dan normaal.

Daarnaast had deze Adrian Leverkühn ook nog eens terloops de dodecofanie uitgevonden; de twaalftoontechniek waarin geen noot of toon belangrijker is dan de andere.

Ten tweede komt dit verhaal van een relatieve buitenstaander — deze Serenus Zeitblom is toevallig met Leverkühn opgegroeid, en kan daardoor de hele levensgeschiedenis geven.

Maar Zeitblom vertelt er telkens net een beetje naast. Wat dan als effect heeft dat de verhaalelementen die ook buiten het boek bekend zijn geworden, in het boek lang zo krachtig niet lijken.

Mede daarom bracht de roman me betrekkelijk weinig.

Er zijn wat hoofdstukken die me even lieten opveren. Telkens waren dit hoofdstukken waarin Zeitblom niet aan het zemelen is. Er zijn wat aardige gesprekken tussen Zeitblom en Leverkühn, over muziek vooral. Al toont de componist zich daarbij telkens wel onaangenaam stellig; wat zijn minachting voor het domme publiek pijnlijk duidelijk maakt.

Er is die deliriumachtige confrontatie van Leverkühn met de duivel; door zijn vriend later nauwkeurig overgeschreven uit aantekeningen.

Er is dat jongetje op het laatst, in het leven van Leverkühn, het kind van zijn zuster, dat hem aanzet een ambitieuzer werk te componeren dan eerder. Alleen sterft het kind dan, en weet de componist zeker dat het zijn schuld is; om zijn contract met de duivel.

En dan is Doktor Faustus nog zo veel meer dan het verhaal. Mann zag het ook als een autobiografie, en dan vooral over de gevaren die kleven aan de monomanie om te scheppen, van de kunstenaar; of wie met visie dan ook.

Lezers kunnen parallellen trekken tussen wat er het Duitsland gebeurde, tussen 1933 en 1945, en wat er in het boek behandeld wordt.

Zo veel is er in de roman gepropt dat Thomas Mann het later nodig vond een apart boek uit te geven waarin hoe toelichtte hoe veel. En dan nog moet een lezer weet hebben van de enorme status die componisten hadden in de Duitse landen, om te kunnen begrijpen waarom nu juist een componist hoofdpersoon van deze vertelling moest worden.

Tegelijk tellen al die overwegingen voor mij niet echt. Een boek wordt memorabel om andere redenen, dan dat de auteur er zo veel mee wilde. Mij lukte het niet de afstand in tijd, of de kloof in cultuur, te overbruggen tijdens het lezen.

Ik kwam domweg niet aan het lezen.

Thomas Mann, Doktor Faustus
Das Leben des deutschen Tonsetzers
Adrian Leverkühn
erzählt von einem Freunde

672 pagina’s
Fischer 1993, oorspronkelijk 1947

Erinnerungen und Gedanken ~ Golo Mann

Anderhalf boek aan memoires liet Golo Mann achter dus. Dit tweede deel van zijn Erinnerungen und Gedanken is duidelijk een Unvollendete. Mann [1909 – 1994] werd ziek tijdens het schrijven.

Voor het boek betekent dit dat de tweede helft slechts bestaat uit aanzetten, en dagboeknotities — uit het Franse kamp waar hij geïnterneerd was in 1940 — en uit een aanvulling door de uitgever. Details over Mann’s vlucht naar Amerika, via Marseille, komen dan uit de memoires van Alma Mahler-Werfel; die dezelfde uitreis maakte met haar man.

En dus had de Arbeiderspers bij uitzondering gelijk door slechts het eerste deel van de herinneringen uit te geven in de reeks privé-domein. Het tweede deel biedt nogal wat minder leesvreugde.

Uitzonderlijk aan die anderhalve wel gelukte autobiografie is bijvoorbeeld dat Golo Mann zichzelf zo makkelijk wegcijfert uit de tekst. Hij beschrijft vaak wat er verschoof in zijn tijd — in dit boek dus vooral tussen 1933 en 1937 — en geeft ook commentaar op culturele ontwikkelingen.

Meest opmerkelijk vond ik evenwel in dit boek een roddel over Paul Valéry. Die, nogal vol van zichzelf, Thomas Mann bezocht in diens Zwitserse bannelingsoort. En daar vertelde dat hij door Goebbels was uitgenodigd om te komen speechen in Berlijn, voor een zeker honorarium. Wat Mann daar van vond?

Thomas Mann antwoordde dat dit een afweging was die Valéry zelf moest maken. Niemand kon hierin voor een ander beslissen.

Waarop bleek dat Valéry enkel iets over die beloofde vergoeding had willen weten.

Wat zoon Golo Mann over zijn vader schreef was toch al het meest memorabel. Zo werd Thomas Mann toch een tijdlang gepaaid om naar Duitsland terug te keren — wat best kon zolang hij zich niet nadrukkelijk tegen het Nazi-regime had uitgesproken. Dat zijn kinderen losgeslagen waren en daarom in het buitenland verbleven, was blijkbaar iets anders.

Het duurde toch nog twee jaar, van 1934 tot 1936, tot Thomas Mann zich in een open brief aan de Neue Zürcher Zeitung eindelijk uitspreekt dat hij Duitsland liever mijdt; waarmee terugkeer onmogelijk werd:

Die tiefe, von tausend menschlichen und moralischen und ästhetischen Einzelbeobachtungen und -eindrücken täglich gestützte und genährte Überzeugung, daß aus der gegenwärtigen deutschen Herrschaft nichts Gutes kommen kann, für Deutschland nicht und für die Welt nicht , — diese Überzeugung hat mich das Land meiden lassen, in dessen geistiger Überlieferung ich tiefer wurzele als diejenigen, die seit drei Jahren schwanken, ob sie es wagen sollen, mir vor aller Welt mein Deutschtum abzusprechen. [140]

Dat de hele familie Mann vervolgens de Duitse nationaliteit werd afgenomen, is verder wel bekend. Golo Mann biedt in dit boek wat weinig informatie over wat dit betekende, of daarop volgde.

Wel beschrijft hij luchtig dat hem ook zijn dokterstitel werd ontnomen door de Duitse universiteiten.

Maar, zoals gezegd, het tweede stuk van deze Lehrjahre in Frankreich is niet al te overzichtelijk. Laat staan compleet. Ik ontkwam er niet aan om toch Wikipedia te raadplegen om de chronologie in de persoonlijke geschiedenis van de historicus te begrijpen.

Golo Mann had de tijd niet meer om zijn memoires verder uit te werken dan tot hij zevenentwintig, achtentwintig was. Toen het met dit boek niet verder ging, merkte hij berustend op dat een man op zijn dertigste toch ook wel af hoort te zijn; dat er daarna niets meer verandert.

Bij het denkbeeldige rijtje boeken dat ik graag geschreven had zien worden, en dat nooit verschijnen zal, komt daarom dus nu toch de autobiografie van Golo Mann, minstens tot en met zijn terugkeer in Duitsland in 1959.

[ zie ook In de schaduw van de tovenaar ]

Golo Mann, Erinnerungen und Gedanken
Lehrjare in Frankreich

288 pagina’s
S. Fischer Verlag; Auflage: 2 1999

Fahrende Haus ~ Monika Mann

Lezen om meer te leren over een ander boek is een merkwaardige vorm van lezen. Omdat het allereerst om de informatie gaat. Uitgangpunt is al niet eens dat zo’n aanvullend boek een prettige leeservaring op moet leveren.

Das las ik Monika Mann [1910 – 1992], om meer te weten te komen over haar broer Golo Mann , en daarmee het gezin waaruit zij stamden. Om daarbij van twee mogelijkheden eigenlijk niets te krijgen. Veel extra informatie bood het niet.

Bovendien bleek Das fahrende Haus een postuum bij elkaar geraapt allegaartje te zijn, dat daarmee geen moment een aardig leesboek werd. De samensteller heeft werkelijk alles opgenomen wat er aan autobiografisch materiaal lag. Van brieven tot gedichten en aforismen. Van ongepubliceerde memoires tot columns die wel ergens eerder verschenen.

Belangrijkste zaak voor de Mann-vorsers zal vast zijn geweest hoe Monika reageerde op de dagboek-kwestie. Vader Thomas Mann sprak daarin namelijk openlijk zijn voorkeuren uit over zijn zes kinderen. En dit kwam uit toen de dagboeken gepubliceerd werden. Monika en Golo stonden op het tweede plan. Zorgenkinderen waren dat. Vader had meer op met Klaus en Erika, en het nakomertje Elisabeth.

In Das fahrende Haus reageert Monika Mann zich slechts zijdelings op deze kwestie. Mooi is wel de ironische opmerking dat het opvallend is dat buitenstaanders door de dagboeken nu precies menen te weten hoe het toeging bij de familie Mann.

Terecht stelt ze ook vraagtekens bij de status die dagboeken van beroemdheden krijgen — alsof die meer dan de waarheid van een moment kunnen bieden en nooit iets anders dan de waarheid spreken.

Monika Mann schijnt de meest introverte en dromerige te zijn geweest van alle Mann-kinderen. In een boek waaraan zij de hele tijd aan het woord is, valt zo’n aspect natuurlijk niet op.

Verder maakte zij het meest dramatische moment door van alle Mann’s tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen het schip waarmee zij naar de VS voer getorpedeerd werd, en verging; waarbij haar Hongaarse man stierf.

Dit boek biedt niets over dat verhaal, waarmee ik dus waarschijnlijk de verkeerde koos van de twee uitgaven van haar hand die nog in de handel zijn.

Meest intrigerende wat zij over broer Golo schreef, en wat dus wel mijn lezing van diens Erinnerungen und Gedanken aanvulde, ging over zijn tijd in Tsjecho-Slowakije.

Nadat de Nazi’s de Mann’s hun nationaliteit had afgenomen, wist vader Thomas Mann namelijk via een Boheemse connectie te regelen dat allen een Tsjechische pas kregen. Op dochter Erika na dan; die was al Brits door haar huwelijk met W.H. Auden. Schijnt Golo Mann toch ook nog even die taal erbij geleerd te hebben tussendoor, en zich in het land nog duchtig geweerd te hebben in de kranten.

Eerder was zijn Frans al goed genoeg gebleken om in Frankrijk leraar te kunnen worden op een lycée.

Monika Mann, Das fahrende Haus
Aus dem Leben einer Weltbürgerin

365 pagina’s
Rowohlt, 2007

Golo Mann ~ Tilmann Lahme

Van lezen komt lezen. Wat het ene boek niet biedt, is misschien te vinden in het volgende. Waarbij het helemaal mooi is als dat volgende met enige kennis gelezen kan worden.

Maar. Nadat Golo Mann’s autobiografie Erinnerungen und Gedanken nog niet eens het halve verhaal bleek te brengen, had ik er ook meteen voor kunnen kiezen om een recente biografie over hem te lezen.

Er is namelijk meer dan éen. Golo Mann [1909 — 1994] was behalve de zoon van Thomas Mann ook nog de best verkopende Duitse historicus van de twintigste eeuw — hij kon zelf wel wat.

Het leek me alleen beter om eerst nog iets om het onderwerp heen te lezen. En daarvoor autobiografisch werk van de andere kinderen Mann te gebruiken. Want, al Thomas Mann’s nakomelingen lijken op een eigen manier verknipt. Maar hoe, dat kan geen biograaf exact overbrengen.

En dat beetje extra inspanning was niet verkeerd.

Tilmann Lahme’s recente biografie is niet alleen dik, de pagina’s zijn overvol door de kleine letter en de grote informatiedichtheid. Op het oog wordt Golo Mann’s jeugd er daarom in een beperkt tal bladzijden doorgejast. Toch miste ik niets. Terwijl er daarbij wel het prettige gevoel was alle informatie te kunnen plaatsen, en zelfs te zien waar de biograaf had samengevat, en waar niet.

Vanzelfsprekend biedt Lahme aanvullingen op de autobiografie. Golo Mann is daarin namelijk nogal discreet over direct persoonlijke zaken. Zijn homosexualiteit ontbreekt geheel in dat boek — eerdere biografen vermoeden zelfs dat Mann helemaal geen liefdes gekend had in zijn leven.

Ook is er plots een afhankelijkheid van kalmerende middelen.

De meest tekenende opmerking uit het boek kwam voor mij opvallend genoeg uit een Amerikaans interview, van tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als Thomas Mann in Californië verblijft, en zoon Golo uit geldnood regelmatig bij zijn ouders is.

Golo Mann wordt dan bij de Amerikaanse lezers geïntroduceerd als degene die als jongetje al wist historicus te zullen worden, omdat zijn vader geen enkel ambitie had op dat terrein.

De biografie valt opvallend uiteen in twee delen — mede omdat het leven van Golo Mann uit twee bedrijven lijkt te hebben bestaan. Pas na de dood van Thomas Mann [1875 — 1955] kwam er het succes voor Golo Mann als auteur.

Misschien was dit ook omdat hij voortaan een aardig inkomen had uit de geërfde royalties over het werk van zijn vader. De vijf nog levende kinderen krijgen elk 20% van die inkomsten. En dit maakte dat geen van hen ooit nog geldzorgen had.

De biograaf noemt dit dan een aardig smartengeld, voor wat Thomas Mann zijn zoon had aangedaan. En ik weet het niet of zulke oordelen nu nodig waren. Of waarop die dan gebaseerd zijn; anders dan gesputter van die kinderen.

Golo Mann schijnt er overigens eer in te hebben gesteld minstens zo veel te verdienen per jaar als de erfenis van zijn oude man hem opleverde. En deels gebeurde dit met schrijven. Waarbij hij met regelmaat stevig stelling nam.

Het tweede deel van de biografie bevat daarom veel aandacht voor enkele affaires die hoog opliepen in het West-Duitsland van die tijd. En die mij nu niet het meeste interesseerden — ook al omdat ik hooguit flarden ken van de contemporaine geschiedenis van Duitsland. Meningen verkondigen en posities innemen, betekende voor de oorlog bovendien heel iets anders dan daarna.

Meer aandacht had ik wel graag gezien voor de aftakeling van Golo Mann. Zijn biograaf heeft het slechts eenmaal terloops over diens ‘Demenz’; maar in het boek is daar verder niets over terug te vinden. Evenmin brengt het boek meer duidelijkheid over zijn adoptief-kinderen. Blijkbaar is er nogal wat dat de lezer al behoorde te weten — naast die vaak zo politieke affaires.

Bij de uitgave van het tweede deel van Golo Mann’s Erinnerungen und Gedanken heette het nog eufemistisch dat het boek half af was vanwege ziekte.

Tilmann Lahme, Golo Mann
Biographie
553 pagina’s
S. Fischer, 2009

In de schaduw van de tovenaar ~ Golo Mann

Door het domme toeval dat hun beider dood in dezelfde krant stond is Golo Mann voor mij voor altijd gekoppeld aan Kurt Cobain. Want ooit ging ik een weekend weg, en was het ochtendblad van een zaterdag in april voor de verandering wel een bron van nieuws.

Het gezelschap waarin ik verkeerde was geschokt door Cobain’s dood, vooral omdat zelfmoord vermoed werd. De naam Golo Mann [1909 – 1994] zei hen niets; zelfs niet dat hij een vooraanstaand Duits historicus was.

Bij mij was er weinig verschil in reactie op het overlijden van de twee. Ik had weliswaar het werk van beide mannen leren kennen, en daarin van alles bewonderd, alleen had me dit nu niet direct een kritiekloos fan gemaakt.

En terugredenerend lijkt me daarmee dat ik indertijd In de schaduw van de tovenaar al gelezen moet hebben — zoals de Nederlandse titel luidt van Mann’s eerste deel met Erinneringen und Gedanken.

Er is nog een tweede deel aan memoires dat nooit vertaald werd. Want In de schaduw van de tovenaar houdt al op als Golo Mann amper 24 is, in 1933, en hij noodgedwongen Duitsland verlaat. De Nazi’s kwamen aan de macht, en werden meteen vervelend.

Zijn vader, Thomas Mann, en moeder waren op dat moment al in Zwitserland. Ook broer Klaus en zus Erika verbleven elders. Het was aan Golo om het familiekapitaal veilig te stellen, door het geld van de bank te halen; wat de banken dan ineens niet meer toestonden. Ook ontpopte de chauffeur van de familie zich plots tot Nazi, en werden de auto’s van de Mann’s simpelweg door de politie geconfisqueerd.

Even ook leek het of de dagboeken van Thomas Mann in verkeerde handen zouden vallen, maar dat wist een vriend van de familie te voorkomen.

Dus wil ik nu weten hoe het verder gaat. Liefst in Golo Mann’s eigen woorden — want de grote lijnen staan natuurlijk wel op Wikipedia. Maar als deze memoires ergens in uitblinken, danwel in hoe Mann zich af en toe terugtrekt uit zijn autobiografie om grotere ontwikkelingen te schetsen.

Hij zou hierna nog geïnterneerd worden in Frankrijk, en ontsnappen via Spanje en Portugal. En nog dienst nemen in het Amerikaanse leger.

In dit deel van de Erinneringen und Gedanken geeft Golo Mann slechts een enkele maal commentaar op het verleden vanuit het veilige heden. Zo probeert hij aan te geven waarom een Hitler kon opkomen — en stelt hij onder meer dat de Nazi-tijd eenmalig is vanwege de bijzondere onrust na de Eerste Wereldoorlog. Toen er nog geen buitenlandse soldaat op Duitse bodem stond, en het land desondanks toestond dat het enorme herstelbetalingen zou ophoesten vanwege de rol als agressor eerder.

Ook het portret van zijn ‘Doktorvater’, de christen-existentialist Karl Jaspers, loopt door tot buiten het eigenlijke bestek van het boek. Golo Mann promoveerde bij Jaspers op een dissertatie over Hegel. Maar na de oorlog was Mann behoorlijk kritisch over het werk van Hannah Arendt — een andere promovendus van Jaspers. Daarop trad verwijdering op tussen de mannen.

Ik vroeg me hierdoor wel af hoe ik dit boek las begin jaren negentig. Zeker zal hebben meegespeeld dat mijn studie geschiedenis nieuwsgierig maakte naar wat oudere historici te zeggen hadden over de beoefening van het ambacht.

Maar wist ik toen iets over Hannah Arendt? Terwijl gefundeerde kritiek op haar werk inmiddels vrijwel automatisch de criticaster sympathiek maakt?

In de schaduw van de tovenaar bestaat uit een mix aan boeken. En een soms zelfs merkwaardig krachtige mengelmoes. Er is die levensgeschiedenis van de jonge man tot deze vierentwintig wordt. Er is die beroemde vader, waar eigenlijk niet mee samen te leven viel — alles thuis draaide om dat schrijversschap. Thomas Mann ontspande zich pas iets toen veel later Der Zauberberg flink wat royalties opleverde, en hij de Nobelprijs won.

Interessanter dan verwacht was zelfs wat Golo Mann vertelde over zijn scholing, en ‘Bildung’ — al had hij minder pagina’s mogen besteden aan zijn tijd op kostschool.

En er was vooral dat tijdsbeeld, met al zijn veel te principiële standpunten naast elkaar. Met zijn ideeën over hoe Hitler onderschat werd bijvoorbeeld, maar dat Golo Mann dan toch een redevoering bijwonen wilde. Om zelf te kunnen zien.

[ is vervolgd ]

Golo Mann, In de schaduw van de tovenaar
Een jeugd in de Duitse storm

474 pagina’s
De Arbeiderspers, 1993
privé-domein nr. 190
vertaling door Paul Beers en Thomas Graftdijk van Erinnerungen und Gedanken, 1986

Keerpunt ~ Klaus Mann

Meest geraakt werd ik in deze autobiografie door een datum achterin. Klaus Mann rondde het manuscript van Der Wendepunkt af in april 1949, met een nawoord dat hij dus dateerde. De maand daarop maakte hij eind aan zijn leven.

Daarmee had dit boek makkelijk kunnen lezen als éen lange zelfmoordbrief. Toch deed het dat niet. De tekst eindigt weliswaar met een brief, in 1945. Maar voor mij houdt het boek op als Klaus Mann in mei dat jaar zijn ouderlijk huis bezoekt nabij München, en dan de inrichting niet herkent. Na de confiscatie door de Nazi’s in 1933 is de villa dan ook verbouwd, om later nog dienst te doen als ‘Lebensborn’; een plek waar edel-Germanen van de SS blonde kindjes fokten bij geronselde vrouwen.

Der Wendepunkt [Het keerpunt] is door zulke details opvallend genoeg verhalend het beste boek dat ik las van de kinderen Mann — in het leesserietje dat spontaan ontstond toen de autobiografie van Golo Mann ergens in 1937 bleek op te houden.

Tegelijk zijn er tal van voorbehouden te maken. Afstand tot wat er gebeurd is tussen 1914 en 1945 ontbreekt; anders dan in de veel beschouwender autobiografie van Golo Mann.

En had ik deze autobiografie apart van die andere boeken gelezen, dan was mijn reactie waarschijnlijk minder enthousiast geweest. Maar doordat zo veel details over het gezin Thomas Mann me nog zo bij stonden, verrijkte het mijn lezen nogal om vergelijkbare verhalen door verschillende stemmen te horen vertellen. Ook al omdat de gegeven details niet altijd overeenkwamen.

Details uit het ene boek kunnen zelfs beschrijvingen in een ander boek nog onverwacht aanvullen. Of eerder gelezen passages met terugwerkende kracht ineens begrijpelijk maken.

Was er ook nog het dagboek dat ik al las van Klaus Mann [1906 — 1949], met de kennis over zijn drugsgebruik die dat opleverde. Of hoe hij telkens verlossing zocht in vluchtige sex met mannen.

Die openheid ontbreekt in een boek uit 1949. Het taboe op de openlijk beleden homosexualiteit ten tijde van publicatie maakt dat Der Wendepunkt weleens vreemd leest. Bij iedere vriend waar Klaus Mann enthousiast over schreef, was er dat vraagteken.

Andere passages lezen evenwel verrassend open, met de ogen van nu — dus voor wie weet dat ook André Gide homosueel was.

Zo deed Gide voor mij, wat Freud, Nietzsche, Dostojevsski, X en Y, volgens zijn eigen uitspraak eens voor hem hadden gedaan: hij gaf mij de moed mij zelf te zijn. Ik doel daarbij niet op het erotische, zoals ik om ieder misverstand te voorkomen duidelijk wil benadrukken; juist op dat gebied had ik nauwelijks aanmoediging nodig… [252]

Waar ik van tevoren graag meer over had willen lezen in Der Wendepunkt viel wat tegen in het boek.

Klaus maakte met zijn oudere zus Erika Mann een wereldreis in de jaren 1927-1928. Daarbij ontbrak het hen telkens aan geld. Niet zelden duurde het daarom weken voor ze weer verder konden. Thomas Mann betaalde later ook met het geld dat hij voor de Nobelprijs kreeg de schulden af die zijn oudste kinderen hadden gemaakt op die reis.

Het hoofdstuk over die periode van zwerven, en wat die tijd hen gebracht had, was vlak. Nu goed, er bestaat ook een apart boek over de wereldreis; het werk van een lezer is nooit af.

Maar misschien kwam die vlakheid ook omdat er nog zo veel gezworven moest worden daarna. En dan niet om de lol. Toen de Nazi’s opkwamen, en Klaus Mann bij de eersten was die het Duitse staatsburgerschap werd ontnomen; vanwege zijn polemische geschriften.

Wat Mann schrijft over die exil-jaren en de tijd in de VS vond ik het interessantst. Mede om de tijdschriften die hij opzette — in Nederland en Amerika — de grote namen die daarin publiceerden, en het simpele gegeven dat de bladen toch al gauw ophielden te bestaan; omdat ze financieel nooit uit konden.

Toch is dit boek vooral sterk in de details en de terzijdes. Als Mann midden jaren dertig terloops opmerkt in tijden van zelfmoord te leven, bijvoorbeeld. En dan naar aanleiding van de zelfgekozen dood van een vriend even nagaat wie zich recent nog meer tekort hadden gedaan.

Klaus Mann, Het keerpunt
Een autobiografie
Met een nawoord van Frido Mann

603 pagina’s
De Arbeiderspers, 1985
privé-domein nr. 87
vertaling door van Willem van Toorn van: Der Wendepunkt, 1949

Mijn vader, de tovenaar ~ Erika Mann

Voornaamste conclusie over de briefwisseling tussen Erika Mann en haar ouders? Dat Thomas Mann dus niet altijd krullendraaiend schreef. De schrijfstijl van zijn romans was een bewust zo gekozen stijl.

Dit betekent daarmee dat Mann nooit tot mijn favoriete schrijvers zal kunnen behoren. Hij had domweg te veel woorden nodig. En daarmee blies hij voor mij valse lucht in zijn zinnen.

Tegelijk is er soms niets mooiers dan hoorbaar valse lucht om woorden. Het is mijn gebrek alleen dat ik zo zelden in de stemming ben om daar van te genieten.

Mijn vader, de tovenaar is verder een autobiografisch allegaartje. Het boek bevat een uitgeschreven radio-interview van veertig pagina’s. Er is een essay van Erika Mann [1905 — 1969] over het laatste levensjaar van haar vader van ongeveer dezelfde lengte — na de oorlog was zij vaak zijn persoonlijke secretaris. En de rest van deze uitgave bevat dus een selectie uit de briefwisseling tussen dochter en ouders.

De vertaler Paul Beers meldt over deze brieven dat ze nogal wat ironisch hoogdravende thuistaal bevatten, en daarmee tot de moeilijkste klussen hoorden die hij ooit had. Erika Mann was zeker na de oorlog ook de hofnar van Thomas Mann.

Uit die brieven kwam helaas het best over wat mij al bekend was uit de levensgeschiedenis van de familie Mann, maar waar de precieze details nog ontbraken. Zoals bij het dramatische telegram dat Erika vanuit Londen verstuurde, om te melden dat het schip waarmee zus Monika en haar man naar de VS zouden varen vergaan was. De echtgenoot stierf. Maar Monika is op dat moment veilig in een Schots ziekenhuis.

SHIP SUNK MONI SAVED LANYI LOST LEAVING TUESDAY FOR SMITHTON HOSPITAL GREENOCK SCOTLAND TO FETCH MONI PLEASE CABLE SEVENTYFIVE POUNDS MATFAIR LOVE
ERIKA AUDEN

Voornaamste reden om me in deze mensen te verdiepen, was nu eenmaal dat de autobiografie van Golo Mann onbevredigend eindigde; omdat hij ziek werd tijdens het schrijven van dat boek. Doordat hij me onvoldoende informeerde, werd van de weeromstuit interessant wat zijn hele familie onderging tussen 1933 en 1945. En daar blijkt dan nogal wat materiaal over te zijn — waarbij egodocumenten me meer interesseren dan de interpretatie van al deze verhalen door een biograaf.

Een uitgave als Mijn vader, de tovenaar is alleen wel een bijboek. Nuttig om het beeld aan te vullen dat er al is, over een schrijver of kunstenaar. Maar volstrekt ontoereikend om de kwaliteiten van zo iemand te verduidelijken.

Erika Mann, Mijn vader, de tovenaar
Herinneringen en brieven
Bezorgd door Irmela von der Lühe en Uwe Naumann
347 pagina’s
De Arbeiderspers, 2001
privé-domein nr. 243
vertaling door Paul Beers van: Mein Vater, der Zauberer, 1996