dit is het dossier:

Ischa Meijer

© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

 

Interviewer en de schrijvers ~ Ischa Meijer

Boeken kunnen tijdscapsules zijn. Tenminste, als er nog herinneringen leven bij de lezer aan toen.

Ik las een bundel met vijftig schrijversinterviews. Alleen is de man die deze gesprekken afnam ondertussen al ruim twintig jaar dood. Van zijn gesprekspartners leven er slechts nog tien; en die zijn als schrijver grotendeels uitgedoofd. Enkel Maarten ’t Hart komt nog weleens in de aandacht als hij een nieuw boek uitbrengt.

Een aantal namen ook lijkt me inmiddels in de vergetelheid te zijn verdwenen, met hun oeuvres daarbij. Of leest er nog weleens iemand een gedicht van Jan Elburg? Blij verrast? [1]

Ischa Meijer kon wel wat als interviewer. Hij verleidde zijn gesprekspartners met regelmaat tot bijzondere uitspraken. Ook in die zin bracht deze bundel een reis terug in de tijd. Het soortelijk gewicht van de gesprekken was opvallend hoog. Het vraaggesprek als geschreven journalistiek genre lijkt me sindsdien ernstig in waarde gedevalueerd. Schoongewassen verkooppraatjes zijn het doorgaans inmiddels. Of anders tandeloos mummelende human interest. Omdat er te vaak iemand geïnterviewd wordt die volstrekt niets te melden heeft. De bekende Nederlander; strak in de lak.

Interviews gaan tegenwoordig ook altijd allereerst over iemands leven, zelden enkel nog over ideeën.

Hoewel De interviewer en de schrijvers claimt dat er vooral werk is opgenomen dat niet eerder verzameld werd, bleek ik toch een vrij groot aantal gesprekken al te kennen. Soms zullen die in andere boeken zijn opgenomen — want ook schrijvers publiceren weleens bundels met hun verzamelde interviews; zij het dat ze daarin zelf de hele tijd het woord hebben.

Van de zeventien interviews uit de jaren negentig is vrij zeker dat ik die al in de oerversies las; toen ze in krant of tijdschrift verschenen.

En mijn totale indruk over dit boek is: zo was het dus ooit. Zo lag het land er vroeger bij. Hier kom ik uit vandaan. Dit was ooit het normaal, zoals die terloopse en minder terloopse aandacht op de oorlog in zo veel gesprekken. Dit waren allemaal schrijvers ooit die me belangrijk leken. Waarschijnlijk omdat ik hun werk onvoldoende kende; vrijwel zeker omdat ik vijfentwintig, dertig jaar terug minder van over de grens had gelezen dan op het moment.

Want geen van de vijftig opgenomen interviews, portretten, en reportages maakten dat ik nog eens een boektitel aantekende, om snel te gaan lezen.

Naast die trip down memory lane had ik de meeste aardigheid aan een paar interviews die een schrijver op een vroeg moment in hun loopbaan vatten. Gerrit Komrij op het schrijven te zien reflecteren, terwijl hij net Papieren tijgers heeft gepubliceerd, is interessant.

Het hilarische in de stijl is voornamelijk bedoeld voor de schrijver zelf?
Komrij: ‘Natuurlijk. Het is bedoeld om mezelf voortdurend te reguleren en in de gaten te houden — anders zou ik voor mijn tijd een of andere weerzinwekkende kwezel worden. Dat is een gevaar dat heel veel mensen bedreigt, vooral in een land dat voor 90 procent bestaat uit weerzinwekkende kwezels. 95 procent.

De mensen hier nemen zich altijd op een pijnlijke manier serieus.

Zo raak je in een dilemma: ik wil niet serieus zijn en toch au sérieux genomen worden. […] [198-199]

Ook was het verrassend dat Meijer buitenlandse auteurs heeft geïnterviewd, als een Gore Vidal, Georges Simenon, of een toen piepjonge Ian McEwan.

En toch… Tijdreizen blijkt dus niet per se altijd een boeiende ervaring te zijn. Hoe prettig het lezen van De interviewer en de schrijvers tijdens het lezen ook was.

Ischa Meijer, De interviewer en de schrijvers
50 literaire interviews van 1966 tot 1993

343 pagina’s
Prometheus, 2003
  1. * update januari 2017. Ikzelf dus. Niet blij verrast. []

Ischa ~ Gijs Groenteman

Ik heb wat gewacht met het lezen van dit boek. Er was even zo’n stuwing van aandacht voor Ischa Meijer rond Valentijnsdag, toen het tien jaar geleden was dat hij stierf. Op dat moment had ik wel weer genoeg van die man.

cover ischa

Waarschijnlijk werkt dat toch nog mee in mijn oordeel over dit boek.

Het is een gevaar van iedere biografie dat de besproken hoofdpersoon te onsympathiek wordt om het nog de moeite waard te maken verder te lezen. En dat gevaar bestaat helemaal in een biografie waarin alleen over de mens gesproken wordt, en de inhoud van zijn werk er grotendeels buiten blijft.

Gijs Groenteman heeft op zich een prachtige vorm gevonden om de herinnering aan Ischa Meijer op te roepen. Stemmen van bekenden van hem wisselen elkaar af, zonder tussenkomst van de interviewer. De meester van het geschreven interview in monoloogvorm wordt als ware het een extra eerbetoon geportretteerd in stukjes monoloog van anderen.

Alleen dat mannetje zelf — met zijn hoerenloperij, zijn eeuwige vreemdgaan, zijn hunkeren naar erkenning — dat mannetje werd mee steeds onsympathieker.

Ik ging me ineens afvragen wat er dan werkelijk nog beklijft van zijn werk tien jaar later. En dan moet toch gezegd worden dat wie uitblinkt in het interview vooral zijn best doet onmiddellijk spraakmakend te zijn. Dat alleen al bekort de houdbaarheid van het werk met grote mate.

Gijs Groenteman, Ischa
Verhalen van verwanten, vrienden en vrouwen

221 pagina’s
Uitgeverij Promotheus, 2005

Prettig gesprek ~ Theo van Gogh

Hoe zal Theo van Gogh herinnerd worden? Afgezien van de brute manier waarop hij vermoord is… Zal ook maar iets van zijn eigen werk houdbaar blijken te zijn?

Theo van Gogh was een begenadigd interviewer. Maar dat was hij dan wel op televisie. Waar het positief opviel dat hij luisterde, en oprechte belangstelling voor zijn gasten had. Die twee eigenschappen alleen al onderscheidden zijn optredens enorm van het doorsnee stukgeproduceerde toneelstukje, dat zo vaak voor interview moet doorgaan op TV.

En, de gesprekken die hij voerde, mochten even duren. Wat indertijd ook bijzonder was.

In dit boek zijn een aantal opvallende interviews verzameld die Van Gogh voor de Amsterdamse kabeltelevisie afnam tussen 1989 en 1992. Wel zijn deze gesprekken voor publicatie bewerkt; gestileerd en ingekort.

Al die gesprekken waren met bekende Nederlanders, waaronder aardig wat schrijvers. Auteurs zelfs ruim op boeklog vertegenwoordigd, als Boudewijn Büch, Maarten ’t Hart, Theodor Holman, Kees van Kooten, Hein de Kort, Jan Mulder, en Joost Zwagerman.

Daarvan viel bijvoorbeeld bij Van Kooten op, dat Van Gogh prettig sceptisch is over diens bescheidenheid. Ook vond ik opmerkelijk dat Van Kooten toen al een voorzetje gaf naar wat tijden later op DVD zou verschijnen; een verzameling met onvergetelijk komische scènes van hem en Wim de Bie.

De sterkste gesprekken vond ik evenwel de interviews met mensen waar iets triests aan is. Of was. Zoals Dolf Brouwers.

Tegelijk is dat interviewen wel een bedenkelijke vaardigheid, zoals Ischa Meijer aangeeft in het interview dat Van Gogh met hem had:

TvG:Wanneer werd je goed?
IMMet interviewen? Het valt me achteraf altijd ontzettend tegen.
TvGLees je ze weleens terug?
IMStiekem weleens een keer. Zo’n bundeltje.
TvGEn dat valt dan niet mee?
IMNee dat valt niet mee. En waar ben je dan het beste in, hè? Het is ook heel treurig om daar het beste in te zijn. Lijkt me. In het weergeven van andermans woorden.

Ik miste het bewegende beeld niet, bij het lezen van deze bundel. En het boek had van mij rustig dubbel zo dik mogen zijn. Tegelijk geloof ik niet dat me iets van de inhoud zal bijblijven.

Maar dat geldt nu eenmaal voor de meeste gesprekken, hoe prettig ook.

Theo van Gogh, Een prettig gesprek
183 pagina’s
L.J. Veen, 1992