dit is het dossier:

Tim Moore

© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden

 

Cyclist Who Went Out in the Cold ~ Tim Moore

Er zijn avonturen en avonturen. En op deze schaal waardeer ik het zelfgezochte ongeluk niet erg hoog. De moeilijkheden opzoeken door met te weinig geld op pad te gaan, of in het verkeerde seizoen, of met ondeugdelijk materiaal is allereerst dom. En ik moet daarover dan enkel zuchten. Leedvermaak is me doorgaans vreemd. Ergernis over een doorzichtige pose bestaat er wel.

Zie daar mijn aanvankelijk bijna onoverkomelijke probleem met The Cyclist Who Went Out in the Cold van de Britse auteur Tim Moore. Diens gimmick is het inmiddels om iets problematisch te gaan doen, en daar dan een boek over te schrijven. Zo wandelde hij met een ezel door Spanje, reed hij zonder behoorlijke fietservaring een hele Tour de France na, en in 2017 toerde hij met een antieke T-Ford door Trump’s Verenigde Staten.

The Cyclist Who Went Out in the Cold beschrijft een reis in 2015, langs het vroegere IJzeren Gordijn, van de poolkou in het noorden tot de zomerhitte in het zuiden — die deels de herhaling is van een autoreis die hij en zijn vrouw maakten in 1990; toen het Communisme op imploderen stond.

Extra truc deze maal is dat hij deze tocht op een fiets deed die niemand anders daartoe zou hebben uitgekozen. Een MIFA 904, met boodschappenrekken voor en achter. Een Oostduits mirakel op kleine 20 inch wielen. De meest geproduceerde fiets in een Communistische heilstaat ooit — reken China voor het gemak even niet mee.

Moore’s MIFA was alleen zo instabiel dat een bevriende framebouwer het scharnier verwijderde dat er ooit een vouwfiets van had gemaakt, en een extra bovenbuis monteerde; om het ding toch nog enigszins betrouwbaar te maken heuveltje-af.

Van de 8600 kilometer die Moore reed, werd evenwel slechts een enkele beschreven. Boeken over een fietsreis gaan ook nooit over het fietsen; of hoe het is om onderweg te zijn. Maar dit eeuwige probleem bij fietsreizigers, dat zij de voornaamste handeling elke dag doorgaans weglaten uit hun verhalen, redde nu eens een boek voor mij. Tim Moore moest het wel hebben over de recente geschiedenis van de twintig landen waar hij doorheen trok. En dat boeide wel. En daarbij maakte het wel uit dat hij een zin kan schrijven, en in alles de humor kan laten zien.

Moore begeleidde zijn tocht indertijd met toen actuele berichten in de sociale media. Wat dan weer zijn weerslag had op ontmoetingen onderweg. Er waren er die even kwamen kijken of die vent echt op zijn boodschappenfiets van het Finland ver boven poolcirkel naar de Zwarte Zee aan het rijden was.

Meest memorabele scène in het boek wat mij betreft, evenwel, was het mediamoment dat de Mitteldeutsche Fahrradwerke (MIFA) dacht te creëren door Tim Moore uit te nodigen voor een bezoek. Deze fabriek maakt allang zelf geen fietsen meer, zoals bij vrijwel alle oude fietsmerken in Europa vindt er hoogstens assemblage plaats van in het Verre Oosten ingekochte onderdelen.

Niettemin meende de directeur dat het een goed idee zou zijn om Moore van een nieuwe fiets te voorzien. Een hedendaagse MIFA. Niet begrijpend waar het Tim Moore nu echt om te doen was met diens Communistische product.

En dat is ook heel slecht uit te leggen, voor wie Tim Moore en diens inmiddels gevestigde werkwijze niet kent.

Tim Moore, The Cyclist Who Went Out in the Cold
Adventures Along the Iron Curtain

342 pagina’s
Yellow Jersey Press, 2016


French Revolutions ~ Tim Moore

Eén van de oudste trucs uit het humoristische genre moet dit zijn. Man gaat iets doen wat hij niet kan. En beschrijft vervolgens wat er zoal misging.

Vrijwel elke columnist die zichzelf in zijn of haar stukken opvoert, heeft dit typetje in petto.

Al te dol ben ik dan ook niet op deze kunstgreep. Die is al zo vaak uitgevoerd.

French Revolutions van de Britse reisschrijver Tim Moore heeft als variant dat een niet-fietser alle etappes van de Tour de France uit het jaar 2000 gaat afleggen. Waarbij hij, anders dan professionele coureurs, een groot deel van de tijd fietstassen meezeult op een bagagedrager.

En dan viel dit boek me mee, omdat Moore leuk formuleert. Maar ook omdat French Revolutions zo’n aardige variatie was op het genre fietsreisboeken; waarvan ik in 2011 nogal wat las.

Moore is tenminste onverbloemd eerlijk dat fietsen bij tijden gewoon een vervelend langdurige bezigheid kan zijn.

Moore snijdt, zeker in het begin, hele stukken van zijn route af, om al te overdreven inspanningen te ontlopen.

Maar dan krijgt het fietsvirus ook hem te pakken. Bij de beklimming van de Mont Ventoux, waar hij net de top niet haalt. Zijn experiment met doping pakte niet helemaal goed uit. Zelfs een algemeen verkrijgbaar pepmiddel als Efedrine komt een bijsluiter, die wel gelezen moet worden.

De laatste etappes rijdt hij wel helemaal serieus. Misschien omdat zijn vrouw en kinderen hem zijn komen aanmoedigen. In elk geval doorbreekt hun komst ook even heel prettig het stramien waaraan de meeste fietsreisboeken niet ontkomen.

In al zulke verslagen is een standaardprobleem dat er steeds nog een plaats moet worden gevonden om de nacht door te brengen. Moore neemt al een deel van die moeilijkheid weg door in hotels te slapen. Evenmin gaan primus of pannen mee. Waardoor de echte fietsreiziger Moore’s trip zal afdoen als een makkelijke checkboekvakantie.

Maar juist doordat Tim Moore zo prettig afweek van het standaard reisboek, liet hij ook zien waar dat genre doorgaans in tekortschiet. Moore leek na thuiskomst ook geen enkele reden te zien om verder te blijven fietsen.

Tim Moore, French Revolutions
277 pagina’s
Vintage 2002, oorspronkelijk 2011