Area of Darkness ~ V.S. Naipaul

Ik stond op het punt een geautoriseerde biografie over Naipaul te lezen, die volgens de critici niets van de man overlaat. Als mens dan. Als schrijver staan zijn kwaliteiten buiten kijf. Daardoor moest ik er dus rekening mee houden na die biografie misschien nooit meer een boek van Naipaul te kunnen lezen.

Daarom las ik dit reisboek, dat dateert van voor hij breder bekend werd, en hem tot staatsvijand maakte in het land dat hij beschreef.

Begin jaren zestig bezocht V.S. Naipaul India, voor een jaar. Het was zijn eerste reis naar het land, waarop nog meer zouden volgen. An Area of Darkness is daarmee ook meteen te zien als het eerste boek uit een reeks; en misschien niet toevallig het meest sombere daarbij.

Naipaul’s grootouders emigreerden indertijd vanuit éen van India’s armste gedeelten naar Trinidad, waar ze tot de minderheid aan gastarbeiders gingen behoren. Naipaul zelf kwam als emigrant in het nog erg blanke Groot-Brittannië terecht. Dus éen emotie bracht zijn reis naar India direct: voor het eerst in zijn leven viel hij uiterlijk niet op, in een menigte op straat. Maar hij hoefde zijn mond maar te openen, of hij werd meteen als Britse toerist herkend; die daarmee straffeloos uit te buiten was.

Dit reisboek krijgt daardoor spanning. Enerzijds groeide Naipaul op met het idee dat India het land van herkomst is; waardoor het heilig werd. Anderzijds kreeg hij veel meer Britse normen en waarden mee dan in India, als voormalige kolonie, gebruik waren geworden. Dus klinkt er nogal wat teleurstelling door in Naipaul’s waarnemingen. India is veel armer, viezer, luier, voller, arroganter, en corrupter dan hij had verwacht.

Tegelijk betekent deze ontdekking ook dat hij zich nu nergens meer thuis kan voelen.

Merkwaardig aan dit boek is onder meer dat Naipaul door het land reisde met zijn vrouw Pat, maar dat zij nergens in het boek voorkomt. Behalve dan dat Naipaul het af en toe over ‘wij’ heeft, als het om een blijkbaar gedeelde ervaring gaat, en hij in de inleiding rept van een ‘reisgezel’.

Moeilijker in te schatten voor mij is de waarde van dit boek. Patrick French prijst in zijn biografie titels als An Area of Darkness omdat Naipaul al zo vroeg zag wat er mis was; ruim voor anderen kritiek durfden te hebben op de moeilijkheden in post-koloniale landen. Maar om dat oordeel te kunnen onderschrijven, heb ik de kennis niet.

wordt morgen vervolgd

V.S. Naipaul, An Area of Darkness
267 pagina’s
Penguin Books zonder jaar, oorspronkelijk 1964

Bend in the River ~ V.S. Naipaul

Deze roman vereiste wat discipline om uit te krijgen. Ik zag de grote kwaliteit namelijk wel, maar tegelijk gaf Naipaul me geen aanleiding tot emotionele betrokkenheid bij het verhaal. Uit het boek kwamen lang geen redenen voort om door te willen lezen. Dus ging het met een verplicht hoofdstukje per dag, tot haast op het einde. Toen wilde ik ineens wel dolgraag weten hoe het verder met de hoofdpersoon zou gaan.

A Bend in the River is Naipaul’s boek over Afrika. Dat is een denkbeeldig Afrika, al heeft het naamloze land in de roman veel weg van de voormalige Belgische Kongo. Zijn hoofdpersoon heet Salim. Die is wel Afrikaan van geboorte, maar geen landsman, want een moslim van een etnisch Indische oorsprong. Bovendien komt hij van de kust — waar ze de dingen toch al anders doen — om een handel over te nemen in het binnenland, in de stad aan de rivier.

Maar dan breekt er een oorlog uit, waarna de veranderingen snel op elkaar volgen.

Misschien is mijn probleem met dit boek dat de hoofdpersoon zo lang een in alle opzichten toekijkende buitenstaander blijft. Misschien maakt dat de eigenlijke hoofdpersoon dan wel het land — of desnoods het continent — waarover Naipaul indirect vertelt wat er verandert, en wat toch in de kern gelijk blijft. De vraag is dan wel wat de fictie aan het essay toevoegt.

Het hoorbaar maken van de verschillende stemmen misschien.

Na de machtswisseling, en de komst van een Marxistisch geïnspireerd dictatorschap, worden bedrijven oneigend. Zoals uiteindelijk ook de handel van de hoofdpersoon. En pas op dat moment wordt dit boek even meeslepend. Als die man zich realiseert hoe weinig geld hij heeft, en dat hij dit zo snel mogelijk vermeerderen moet, om weg te kunnen.

Want weggaan uit de corrupte rotzooi, is noodzaak. Zo moet de eindconclusie wel luiden.

V.S. Naipaul, A Bend in the River
287 pagina’s
Penguin Books 1985, oorspronkelijk 1979

Paris Review Interviews, IV ~ Salman Rushdie (intr.)

De bundels met interviews uit het tijdschrift Paris Review zullen voor elke lezer verschillend zijn. Want, er staan altijd gesprekken in met auteurs van wie alleen de naam misschien wat zegt, maar het werk onbekend is. En andersom. Er kunnen ook heel goed schrijvers in staan van wie het oeuvre geliefd is; waarbij elk woord daarover een welkome aanvulling biedt. Maar bij iedereen zullen deze auteurs weer andere namen hebben.

Ik merk uit deze boeken altijd eerst de interviews te kiezen met de auteurs die ik het liefste lees. En misschien is dat onnozel. Dit zijn namelijk nooit de verrassendste gesprekken. Bekendheid maakt blind voor waarom iemand uitzonderlijk is.

Bovendien is zelfs niet uit te sluiten dat ik zo’n interview al ken. Paris Review heeft in het verleden ruimhartig vele gesprekken gratis online gezet. Dus vertelden E.B. White, noch P.G. Wodehouse me iets nieuws in deze bundel. Het interview met Ezra Pound bleek ik eveneens al digitaal te hebben, maar waarschijnlijk nooit gelezen.

En toch koop ik zo’n boek als dit blind. Omdat het als bezit een waar bezit is. Zelfs al valt de inhoud me tijdens het lezen lang niet altijd mee, dan nog blijft zo’n interviewbundel na afloop een rijk goed. Iets om vele malen te herlezen. Interviewer en gesprekspartner hebben namelijk hun best gedaan. Beter konden ze niet. De gesprekken zijn vrijwel nooit in een uurtje afgeraffeld, maar vonden meestal in verschillende sessies plaats, en werden later nog eens met geduld bijgeschaafd.

Nu goed, bij het interview met Jack Kerouac in deze bundel geloof ik dat dan niet. Dat is bij uitzondering een ongefilterde weergave van wat een bandopname opleverde aan gesprek met een niet geheel nuchtere auteur.

In deel IV van de Paris Review Interviews staan voornamelijk interviews met de auteurs van fictie, het gesprek met E.B. White kreeg als titel ‘The Art of the Essay’, Stephen Sondheim schrijft musicals, en er komen ook nog drie dichters in voor. Ik tekende van hun uitspraken onder meer aan:

scheiding

INTERVIEWER
[…] Can a man of a wrong party use language efficiently?

POUND
Yes. That’s the whole trouble! A gun is just as good, no matter who shoots it.

scheiding

WHITE
I admire anyone who has the guts to write anything at all.

scheiding

WHITE
A writer must reflect and interpret his society, his world. He must also provide inspiration and guidance and challenge. Much writing today strikes me as deprecating, destructive, and angry. There are good reasons for anger, and I have nothing against anger. But I think some writers have lost their sense of proportion, their sense of humor, and their sense of appreciation.

scheiding

INTERVIEWER
[…] What do you mean by Ashberyisms?

ASHBERY
Wel, there are certain stock words that I have found myself using a great deal. When I become aware of them, it is an alarm signal meaning I am falling back on something that has served in the past—it is a sign of not thinking at the present moment, not that there is anything intrinsically bad about certain words or phrases. The word climate occurs in my poetry a great deal, for instance.

scheiding

AUSTER
I can’t imagine anyone becoming a writer who wasn’t a veracious reader as an adolescent. A true reader understands that books are a world unto themselves–and that that world is richer and more interesting than any one we’ve travelled in before.

scheiding

AUSTER
The ‘entertainment-industrial complex,’ as the art critic Robert Hughes once put it. The media presents us with little else but celebrities, gossip, and scandal, and the way we depict ourselves on television and in the movies has become so distorted, so debased, that real life has been forgotten. What we’re given are violent shocks and dim-witted escapist fantasies, and the driving force behind it all is money. People are treated as morons.

scheiding

MURAKAMI
I think the world itself is a kind of comedy, this urban life. TVs with fifty channels, those stupid people in the government—it’s a comedy. So I try to be serious, but the harder I try, the more comical I get.

scheiding

PAMUK
[…] a novelist is essentially a person who covers distance through his patience, slowly, like an ant.

scheiding

GROSSMAN
[…] if the language we use is dull and flat, then our reality will become flat.

The Paris Review Interviews, IV
with an introduction by Salman Rushdie

478 pagina’s
Picador, 2009

* in volume iv zijn de gesprekken opgenomen met:
[gelinkte namen verwijzen naar auteurs die al eens geboeklogd zijn]

  • William Stryon [1954]
  • Marianne Moore [1960]
  • Ezra Pound [1962]
  • Jack Kerouac [1968]
  • E. B. White [1969]
  • P.G. Wodehouse [1975]
  • John Ashbury [1983]
  • Philip Roth [1984]
  • Maya Angelou [1990]
  • Stephen Sondheim [1997]
  • V.S. Naipaul [1998]
  • Paul Auster [2003]
  • Haruki Murakami [2004]
  • Orhan Pamuk [2005]
  • David Grossman [2007]
  • Marilynne Robinson [2008]

 


Sir Vidia’s Shadow ~ Paul Theroux

In zijn recente biografie van V.S. Naipaul doet Patrick French nogal wat moeite om aan te tonen dat Theroux weleens liegt in diens portret van de schrijver uit ’98. Sommige ontmoetingen in het boek hebben nooit zo plaatsgehad, een aantal mensen is niet goed gerepresenteerd, en Theroux maakte het vaak allemaal mooier dan het was.


Dat zal.

En het zal ongetwijfeld een taak zijn van een biograaf om eerdere interpretaties over diens hoofdpersoon te prijzen, of juist te ontkrachten. Maar mij interesseert eerlijk gezegd van vrijwel elk boek slechts of ik het een goed boek vind, of niet.

Theroux’s biografie, over Naipaul en hemzelf, is goed. En een echt boek. Niet alleen een dubbelportret. French’ biografie is daarentegen maakwerk, dat van mij honderden pagina’s dunner had gemogen.

Enfin, dan eindigt Theroux met een scène die zo bedacht lijkt, dat die wel echt gebeurd moet zijn. Als hij zijn oude vriend in Londen op straat tegenkomt, en deze hem eigenlijk niet meer wil kennen. Maar dat einde had zich al afgetekend in de hoofdstukken daarvoor. Omdat wel heel veel in de vriendschap tussen de beide schrijvers van Theroux’s kant begon te komen. Op zijn brieven kwam hoogstens een telefoontje als antwoord. En in een catalogus van een antiquariaat ontdekte hij boeken, die hij met een persoonlijke opdracht aan Naipaul en zijn vrouw had geschonken.

Misschien trad de verwijdering al veel eerder op. Misschien was de vriendschap er wel alleen toen beide schrijvers nog redelijk onbekend waren; en ze nog woekeren moesten met hun geld. Maar toen ging Theroux die treinreis maken, beschreven in de Great Railway Bazaar, en overtrof de leerling de meester opeens wel zeer in publiekelijke waardering.

Theroux en Naipaul leerden elkaar in Afrika kennen, waar de éen voor het Amerikaanse Peace Corps actief was — om niet naar Vietnam te hoeven — en de ander als gastschrijver werkte. Van grote betekenis daarbij was hoe de oudere schrijver zijn jongere collega stimuleerde; al was het alleen maar door hem meteen als collega te aanvaarden.

Zowiezo zijn vrijwel alle opmerkingen interessant die Naipaul over het schrijven maakt in dit boek. Zelfs al plaatst hij veel daarvan om te shockeren; om te laten zien dat hij niet onder de indruk is van wat bij anderen wel een heel hoge reputatie heeft.

Ik ben blij dat Patrick French’ boek me ertoe heeft aangezet deze biografie toch eens te herlezen. Mede omdat ik er al na éen hoofdstuk toe kwam toch ook de originele versie maar te kopen – Naipaul’s bitsheid klinkt beter in het Engels – en zo voor slechts éen dollar een exemplaar verkreeg met de handtekening van de auteur daarin.

Paul Theroux, Sir Vidia’s Shadow
A Friendship Across Five Continents

358 pagina’s
Houghton Mifflin Company, 1998
 
Paul Theroux, De geschiedenis van een vriendschap
431 pagina’s
Uitgeverij Atlas, 1999
vertaling door Tinke Davids van: Sir Vidia’s Shadow
A Friendship Across Five Continents
, 1998

Turn in the South ~ V.S. Naipaul

Naipaul kan een zeer hoffelijke man zijn; als hij dat wil. Anders is van de meeste gesprekken in A Turn in the South niet te verklaren dat ze zo beleefd verliepen als in dit boek staat opgetekend. Ook omdat hij nogal wat uit zijn gesprekspartners weet los te krijgen.

Tegelijk hield ik bij alles toch vast aan het beeld dat oprees uit de geautoriseerde biografie die over hem verscheen. Van dat Naipaul een enorme snob is; al helemaal op cultureel gebied.

Onbedoeld werd daarmee bijvoorbeeld de scène zeer komisch als Naipaul in Memphis beleefd met een platenproducent wat country-muziek zit te beluisteren; ook al vanwege de kitscherige songteksten. Of als hij met zijn gesprekspartners de verdiensten van Elvis Presley moet bespreken.

Voor A Turn in the South bezocht V.S. Naipaul de Verenigde Staten — en dan alleen het zuidelijke deel, omdat hij meende dat dit de grootste gelijkenissen zou vertonen met Trinidad; het Caraïbische eiland van zijn geboorte. Beide hadden ooit economieën die enkel dreven op het werk van slaven.

Fundamenteel verschil is alleen wel dat dit slavenverleden in de VS nog leeft.

Op Trinidad werd slavenarbeid verboden in 1834. Bovendien had zich inmiddels een industrie ontwikkeld in het Verenigd Koninkrijk waar de energie voor arbeid geleverd werd door steenkool. Het land verwaarloosde daarop de oude kolonies zoals Trinidad; want het kon dat zich ook makkelijk veroorloven.

In de VS duurde het toen nog enkele decennia voor de slavenarbeid werd afgeschaft. Daar was eerst nog een burgeroorlog voor nodig. Bovendien veranderde in de kern de economie in de Zuidelijke staten er daarna niet of nauwelijks; het geld moest er nog steeds door landbouw worden opgebracht.

En, hoewel de segregatie officieel werd afgeschaft in de jaren vijftig van de 20e eeuw, zijn grote delen van de blanke Amerikaanse bevolking nog altijd onbekommerd racistisch. Naipaul merkt daarover op: ze hebben ook nog maar dertig jaar gehad om aan het idee gewoon te raken dat iedereen gelijk is.

Over A Turn in the South was me verteld dat het boek onder meer een studie zou bieden naar de Redneck; die daarbij door Naipaul bekeken zou zijn als was het een aparte stam, met eigen gewoonten. Maar opvallend aan dit boek is nu juist dat de schrijver enkel een hele stoet anderen aan het woord laat, van geheel verschillende kleur en politieke voorkeur, om de lokale gewoonten te beschrijven.

Hijzelf blijft bijna overal buiten.

Behalve dan, en dat is zowel het knappe als het merkwaardige aan dit boek, dat Naipaul door het geheel aan stemmen een panorama biedt van de zuidelijke Amerikaanse staten wat nogal pessimistisch maakt. Het land daar is verslagen.

Toch is dat een conclusie die de lezer zelf trekken moet. De auteur geeft vrijwel nooit rechtstreeks kritiek — of het moest heel terloops zijn, bijvoorbeeld als hij een hedendaagse tabakplantage beschrijft, en over dat product opmerkt dat de populariteit daalt. Wat daarmee dus weinig goeds betekent voor de lokale tabakboeren.

V.S. Naipaul, A Turn in the South
308 pagina’s
Vintage International 1990, oorspronkelijk 1989

World Is What It Is ~ Patrick French

De boekenmarkt werkt soms raar. In het voorjaar van 2008 was er nogal wat rumoer om dit boek in Groot-Brittannië; recensenten konden niet goed begrijpen waarom Naipaul deze biografie had geautoriseerd. Hij kwam er namelijk uit naar voren als een dikwijls stuitend egoïstische man. Een half jaar later was er weer een hausse van artikelen met precies dezelfde strekking. De Amerikaanse editie van het boek was uit, en leverde vergelijkbare reacties van afschuw op.

Maar is het werkelijk zo erg?

Ik weet dat niet. Mij was bijvoorbeeld het boek van Theroux over Naipaul bekend, waardoor ik al veel wist. Punt is ook dat ik me niet druk kon maken om wat in de media overdreven nadruk kreeg; doordat Naipaul’s wangedrag nu enigszins context kreeg, viel hij bijna mee. Hij leeft voor zijn werk, en de status van groot auteur. En daarover is te zeggen dat al die grote werken van hem er nooit waren gekomen, was dit anders geweest.

Een aardige man is Naipaul natuurlijk niet, eufemistisch uitgedrukt. En wordt vooral geen echtgenoot of minnares van hem, want trouw lijkt hij niet te kennen.

Blijft toch de vraag over of dit iets uitmaakt voor de waardering van zijn werk. En dan speelt mee dat ik Naipaul zeker waardeer, maar wel wat op afstand. Zijn essays, en zijn reisboeken, hebben me veel aan informatie gebracht. Maar zijn romans hebben me bijvoorbeeld nooit echt kunnen raken; op het heel vroege werk na. Dus is mijn belangstelling voor hem als schrijver bijna zuiver intellectueel; waardoor het me eigenlijk niets uitmaakt wat voor mens hij is.

Bij het lezen van deze biografie speelde nog weer wat anders mee. Ik houd niet zo van secundaire literatuur over schrijvers. Die mensen leer je uiteindelijk toch het beste kennen uit hun werk. En bij Naipaul lag mijn mening hierover zoals gezegd al redelijk vast.

En dan gaat deze biografie van French vooral over het leven van Naipaul, tot 1996. De boeken die hij in deze periode schreef komen wel voor in dat verhaal, maar veel summierder dan mij lief was. Een pagina aandacht is soms al veel. Eigenlijk leerde ik er vooral uit dat Naipaul nooit alleen reisde, maar het in zijn reisboeken wel lijkt alsof.

Dus zei dit boek me weinig.

Toch past absoluut bewondering voor French, om de voorwaarden die hij afdwong om dit boek te kunnen schrijven. Naipaul stemde toe in een serie lange interviews. French mocht alle normaal gesloten archiefstukken inzien; waaronder de dagboeken van Pat Hale; de betreurde eerste mevrouw Naipaul.

Ik bleek me daar niet vreselijk voor te kunnen interesseren.

wordt morgen vervolgd

Patrick French, The World Is What It Is
The Authorized Biography of V.S. Naipaul

556 pagina’s
Picador, 2008

Writer’s People ~ V.S. Naipaul

Ik stond op het punt een geautoriseerde biografie over Naipaul te lezen, die volgens de critici niets van de man overlaat. Als mens dan. Als schrijver staan zijn kwaliteiten buiten kijf. Daardoor moest ik er dus rekening mee houden na die biografie misschien nooit meer een boek van Naipaul te kunnen lezen.

Dus las ik eerst nog deze heel recente bundel, met schrijversportretten, en reflecties over hun werk. Van de vijf stukken gaan er twee voornamelijk over Indiase literatuur, en de problemen daarvan. Eén reflecteert op Flaubert, de moderne roman, en de klassieke vertelkunst. De overige staan dichter bij Naipaul zelf, en zijn daarmee autobiografischer.

Naipaul is daarin regelmatig op een vreemde manier eerlijk, zoals vaker in zijn werk. Aan zijn vader kan hij liefdevol terugdenken, om twee zinnen later diens schrijversschap volkomen onderuit te halen. Te beperkt van opzet, te nauw van blik. Als Naipaul in zijn positie was geweest, had hij dit en dat helemaal anders gedaan.

Na zijn emigratie naar Engeland had Naipaul lang weinig succes, als schrijver. Toch waren er medeauteurs die veel in hem zagen, en hem zo goed mogelijk hielpen. Onder hen was Anthony Powell, schrijver van de maar doorslepende romancyclus A Dance to the Music of Time.

Naipaul meldt nooit echt een boek van Powell te hebben gelezen, en spijt te hebben dit alsnog te hebben gedaan:

There was none of the shape I had expected to find in the longer book. There was less and less care in the writing: everything was over-explained; the matter became more nakedly autobiographical; and there was a strange new vanity in the writer, as of a man who felt he had made it, and could do me no wrong, could now like a practised magician pull his old comic characters out of his hat and feel he had to do no more. [37]

Wel waardeerde Naipaul Powell dan weer als literair criticus.

Ik vond dit boek het interessantst in de puur autobiografische gedeelten. Als Naipaul ingaat op de mechanismen achter zijn waardering voor boeken, en hun schrijvers. Over waarom hij Derek Walcott eerst diep kon bewonderen, en later niet meer. Over waarom sommige meesterwerken dit later toch niet bleken. Over waarom hij tussendoor ooit makkelijk boekrecensies in een paar uur kon schrijven, in het begin, voor het geld, maar later dagen nodig had voor éen.

Maar Naipaul hield ook met recenseren op omdat hij jaloers was op elk nieuw boek dat verscheen…

wordt morgen vervolgd

V.S. Naipaul, A Writer’s People
Ways of Looking and Feeling

194 pagina’s
Picador, 2007