Debet ~ Saskia Noort

Saskia Noort’s ‘everseller’ De eetclub was me lang niet strak genoeg om een thriller op te leveren die ook ik spannend vond om te lezen. Dat boek had bijvoorbeeld best met éen echtpaar minder afgekund dan de vijf stellen die de schrijver direct al introduceerde.

Alleen werd deze roman wel erg massaal verkocht. En dan is het wat makkelijk, en toch ook wat viezig zelf-feliciteerderig om mijn smaak dan voor zaligmakend te houden.

Daarom las ik ook het vervolg op De eetclub, dat tien jaar later verscheen, nadat Saskia Noort ondertussen nog een stuk of drie, vier andere thrillers had geschreven. Waarover dan meteen geconcludeerd kan worden dat Debet veel strakker in elkaar zit dan het eerste deel. De timing van de schrijver is zeker beter geworden. Oefening loont.

Directe problemen genoeg telkens, voor de hoofdpersoon om op te lossen. En nog veel grotere raadsels bovendien die nieuwsgierig naar de ontknoping zouden kunnen maken.

Wel komt deze Karen van der Maden pas heel laat in het boek in echt fysiek gevaar — wat voor mij als een anti-climax werkte, mede omdat het lineaire verhaal daar dan eindigt. Wat in het boek dan nog resteert is enkel afwikkeling.

Was ook niet heel sterk dat de kwade genius achter alles wel heel laat wordt geïntroduceerd.

Bovendien geloofde ik het plotelement al niet echt dat een schaduwboekhouding met een reeks dubieuze transacties de mensen achter deze foute bedrijven zo zenuwachtig zou kunnen maken. Hoe lang sleept die bouwfraude in Nederland wel niet aan, bijvoorbeeld, voordat het Openbaar Ministerie eens mensen ging aanklagen? En dan enkel de verkeerde ook nog, volgens sommigen. Daar was het idee immers zelfs bij dat bouwbedrijven de samenleving voor honderden miljoenen benadeeld hadden.

Oftewel: als ik de schrijver al tijdens het lezen aan het verbeteren of aanvullen ben, betekent dit dat een boek me niet meeslepend genoeg is.

En geef dan toch eens precies aan wat er dan schort aan Debet.

Er komt geen sympathiek mens voor in het boek, dat lijkt me al éen probleem. Want het helpt in plotgedreven boeken nogal om tenminste van éen iemand te hopen dat het hem of haar goed zal gaan.

Zelfs de hoofdpersoon, die Karen van der Maden, is bijvoorbeeld nogal sexistisch: in hoe ze oordeelt over andere vrouwen. Bij een mannelijke auteur zou het me enorm storen als hij van elk vrouwelijk personage de borsten beschreef, of hoe die er bij stonden in een jurk, en bij de mannelijke personages nooit iets vergelijkbaars doet. Waarom zou ik dat Saskia Noort zulks dan niet ook mogen verwijten?

Goed, Karen van der Maden heeft meteen al te maken met een verongelukte echtgenoot, die geheimen voor haar had; zoals dat zijn bedrijf praktisch failliet was. Dwingt diens dood haar bovendien om terug te kijken op een huwelijk dat misliep. Vervolgens keert de verzekeraar niets uit aan levensverzekering, treft ze een dubieuze notaris, die haar verkeerd voorlicht, en opzadelt met een schuld van drie ton, en wordt ze geholpen door oude vrienden van De eetclub die op éen na allemaal hun vrouw blijken te hebben ingeruild voor een jonger exemplaar.

Je zou voor minder bij elke vrouw die je ontmoet gaan oordelen in hoeverre zij een hoer is of niet.

En dan moest het eigenlijke boek nog beginnen.

Punt is dat de malversaties waar het echt om gaat buiten het verhaal worden gehouden — waardoor die niet meer dan gerommel in de verte zijn. Het plot draait er enkel om dat de fraudeurs niet ontdekt willen worden; wat eerder een zwak soort afgeleide is dan echt spannende misdaad.

Debet werd veel te laat in de tekst pas een thriller. Dat zal mijn voornaamste probleem zijn. Snapte ik die moord ook al niet.

Saskia Noort, Debet
253 pagina’s
Ambo | Anthos, 2013

Eetclub ~ Saskia Noort

Een spannend boek hoeft slechts éen ding te hebben. Zo’n boek moet met een opening komen die staat. Waarin dan een probleem ontvouwd wordt dat dadelijk intrigeert, en daarmee de lezer direct zo’n tekst in sleept.

Geen betere reden om ook de volgende bladzijde weer om te slaan dan brandende nieuwsgierigheid naar hoe het verder gaat. Zo lang die vraag leven blijft, wordt door gelezen. Mogen de passages met back-story nog zo veel ruimte innemen.

Mede daarom viel De eetclub van Saskia Noort me tegen. Deze roman was mij lang niet strak genoeg. Het boek begint bijvoorbeeld al met te veel personages ineens. De lezer ziet zich meteen geconfronteerd met vijf verschillende echtparen, heeft daarmee direct tien namen te onthouden, en dat is domweg een wel erg grote menigte. Tenzij de schrijver al deze mensen vlot in een paar pagina’s memorabel weet te maken.

Dat gebeurde niet. Als er ook iets opvalt aan Saskia Noort’s tekst is dat ze wel benoemt, maar zelden beschrijft. Echt tekende details missen nogal eens.

En zo’n duidelijk tekening kon waarschijnlijk niet eens gegeven worden in het begin, want die vijf echtparen vormde nu net een eetclub om wat ze gemeenschappelijk hadden met elkaar. Alle vijf import van buiten in een rustig dorp, waardoor ze er nooit echt bij hoorden. Alle vijf op dat moment op hun manier succes aan het oogsten. Financieel.

Maakt dan zelfs niet uit dat er al meteen éen man dood is. Zo’n man moet nog een geschiedenis krijgen in het boek. Motieven gaan er komen om te verklaren waarom die dood zo niet kan. Dus is zelfs de dode nog een personage van belang.

De eetclub is éen van de best verkochte Nederlandse boeken van deze eeuw. De roman beleefde inmiddels 63 drukken, en verkocht ruim 500.000 exemplaren. En zo veel publiek enthousiasme moet wel ergens op stoelen.

Ik kwam dit boek nooit echt in — vond het zelfs duidelijk een vroeg boek, van een niet altijd even handig opererende auteur; het was ook pas haar tweede roman — en had daarom ruimte genoeg in mijn hoofd over om me af te vragen wat al die kopers dan wel in De eetclub hebben gezien.

En dat kan dan best de tijdsgeest zijn geweest, zoals de schrijver Kluun suggereert in het voorwoord. Rond de eeuwwisseling was er in Nederland even sprake van hoogconjunctuur. Nogal wat mensen kochten grote huizen, en reden rond in overdreven grote auto’s. En dan is het altijd fijn dat een schrijver laat zien dat zulke mensen daar helemaal niet gelukkig van hoeven te worden. Dat ook de nieuwe rijkaards problemen hebben; zoals beroerde huwelijken; waarin naar buiten de schijn wordt opgehouden.

Inmiddels bestaat er een vervolg op De eetclub, getiteld Debet. Dat boek verscheen in 2013. Het volgt grotendeels dezelfde cast op het moment dat hun financiële voorspoed in een crisis is omgeslagen. En Debet zou dus onder meer de bevestiging kunnen geven van mijn veronderstelling dat De eetclub een vroeg boek is.

Timing aanleren kost tijd. Zelfs de enige auteur van wie ik moeiteloos alle thrillers herlezen kan, Dick Francis, had meerdere boeken nodig voor dat schrijven van hem echt wat werd.

[is vervolgd]

Saskia Noort, De eetclub
251 pagina’s
Anthos 2013, oorspronkelijk 2004

Literatuur ~ Gillis Dorleijn, Dirk de Geest, Pieter Verstraeten

Lees een paar boeken van Saskia Noort, en mensen gaan oprecht bezorgd informeren of het wel goed met je gaat. Of je niet ziek bent geweest. Dat vind ik dan grappig. En toch ook: tekenend.

Want had ik niet alles gelezen wat er te lezen was, pulp net zo goed als de canon, dan ware het onmogelijk geweest om de lezer te worden die ik nu ben. En dat is er éen die plezier voorop stelt. Als ik een boek weg leg, om nooit meer in te kijken, zal dat allereerst zijn omdat er geen aardigheid aan te beleven was.

Alleen zit dat plezier hem soms in het getoonde intellect van een schrijver, dan weer in de vertelkracht, en weer een volgende keer in het briljante plot.

Als dat recente boek van Saskia Noort niet zulke merkwaardige gaten had gehad in het verhaal, die me tijdens het lezen al op waren gevallen, had ik er misschien wel een schrijver bij ontdekt om meer van te gaan lezen. Nu waren haar romans me te zwak, ook als ik ze enkel afzet tegen wat er verder beschikbaar is aan spannende boeken.

Kan er nog zo groot op elk kaft staan dat het literaire thrillers zijn.

Belezenheid, zo heet de eigenschap die me in staat stelt om elk boek opnieuw vrijwel direct op waarde te beoordelen. Ik las nu eenmaal al vele duizenden titels meer [1].

Maar belezenheid is geen kwaliteit waar ik per se trots op ben. Vrijwel al dat lezen ging nu eenmaal vanzelf. En vlug ook. Bovendien kon ik er rustig bij blijven zitten.

Alleen leef ik een samenleving waar door sommigen iets anders over dat lezen wordt gedacht. Waar mensen trots zijn inmiddels zo veel leesbagage te hebben dat ze zonder te lezen al zeker weten dat een Saskia Noort niets kan zijn. Of hoogstens een ‘guilty pleasure’; een stiekeme leesuitspatting waarover eigenlijk schaamte past.

Zulke mensen weten doorgaans ook vrij zeker wat tot de literatuur gerekend worden moet, en wat niet.

En ik mis die rotsvaste zekerheid nu net.

Wel is me zo ongeveer bekend, door al mijn lezen, wanneer een tekst een zekere literaire kwaliteit heeft. Vraag me alleen niet om even snel op een rij te zetten aan welke eisen het geschrevene dan zoal voldoet.

Mede daarom las ik Literatuur, van Gillis Dorleijn, Dirk de Geest, en Pieter Verstraeten. Want dat boek zou me een degelijke inleiding in het onderwerp kunnen bieden, leek me. De reeks ‘elementaire deeltjes’ van de AUP belooft nu eenmaal zulks. Om al snel te merken dat deze auteurs alle intieme nabijheid tot hun onderwerp schuwden, en dit enkel omsingelend, van een afstandje, hebben bekeken.

Van de vraag wat literatuur is, en dus aan welke eisen zo’n tekst dan voldoet, wordt weliswaar nog net gesignaleerd dat die bestaat. Daarop is de hele kwestie zorgvuldig ontweken. Dorleijn en de zijnen beschrijven namelijk wat er in de loop van de Westerse geschiedenis zoal gedaan werd met verhalen, en liederen, en uiteindelijk met dat lezen.

Helaas vertelden ze me daar weinig nieuws mee.

Alleen leidt hun betoog uiteindelijk wel tot de slotsom dat het onnozel is om te spreken over de ‘dood van de literatuur’ in deze tijden van massa-amusement. Eén kenmerk van literatuur is nu net dat de vorm daarvan, en daarmee ook de inhoud, zich telkens heeft aangepast aan nieuwe maatschappelijke werkelijkheden. Wat nu tot de literatuur gerekend wordt, kan in de toekomst heel goed ineens erbuiten vallen.

Wie de dood van de literatuur aankondigt, meent dus eigenlijk dat zijn of haar opvattingen over literatuur ondermijnt worden, volgens deze auteurs. En dat is toch iets heel anders.

Gillis Dorleijn, Dirk de Geest, Pieter Verstraeten, Literatuur
176 pagina’s
Amsterdam University Press, 2017
  1. Boeklog toont op het moment van schrijven dat ik in ruim 12½ jaar een kleine 3300 titels heb doorgenomen. Maar in de jaren tachtig en negentig las ik aanzienlijk meer boeken per jaar dan in deze eeuw. []