dit is het dossier:

Brian O’Nolan

© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

 

Best of Myles ~ Flann O'Brien

Brian O’Nolan heette hij, en hij was ambtenaar in het toen nog zeer arme Ierland. Maar niemand die dat ook maar een tel onthouden had, als O’Nolan [1911 – 1966] daarnaast niet een grote hoeveelheid teksten had geschreven. Dat gebeurde telkens onder pseudoniem trouwens, vanwege die veilige vaste betrekking in overheidsdienst.

Ik kende O’Nolan al als Flann O’Brienn: de auteur van rijk gevulde romans, die enerzijds nogal door Joyce en de klassieke Ierse literatuur beïnvloed waren, maar tegelijkertijd met werkelijk alles de spot dreven — opvallend genoeg ook waar dit zijn ambtenarenbaan had kunnen schaden. Collega’s komen er zelden goed vanaf in zijn boeken.

O’Nolan schreef vanaf het eind van de jaren dertig tot aan zijn dood ook dagelijkse columns voor The Irish Times. Zijn pseudoniem daarbij was Myles na cGopaleen; ofwel Myles van de kleine paardjes. [Niet waar, Myles van de ponies, zo beweerde hij zelf. Het imperialisme van het paard moet niet nog verder worden aangemoedigd]. Die stukken waren eerst alleen in het Iers, vervolgens om de dag in het Iers en het Engels, en later alleen nog Engelstalig.

Deze bloemlezing van de columns heet weliswaar The Best of Myles, maar die titel klopt niet. De samensteller concentreerde zich slechts op de eerste vijf jaar, van wat een werkelijk immense productie moet zijn geweest.

Maar wat een ongemeen rijk boek leverde dat niettemin op.

Myles na cGopaleen was niet iemand die zich iets van genregrenzen aantrok. Dit boek staat bijvoorbeeld vol met krankzinnige uitvindingen, en parodieën. Tegelijk vindt hij ook zichzelf steeds opnieuw uit. Het ene moment is hij telg uit een indrukwekkend geslacht, met een eerbiedwaardige vader die net overleden is. De volgende keer is hij zelf een grijsaard. Dan weer doet hij of hij een bank begonnen is, met als duidelijk doel zichzelf te verrijken.

Vaste gasten zijn er ook. Zo is er een broer, die alles beter weet, maar daarin toch wat overdrijft. En Myles na cGopaleen gaat regelmatig in discussie met ‘the Plain People of Ireland’.

Tegelijk weet hij ook weer feilloos de vele clichés in de teksten van Ierse journalisten op te sommen. Maar dat heeft dan wel als bedoeling de lezer te laten lachen.

En goed, dan zijn lang alle grappen niet geslaagd. Laat staan dat ik weet wat er eind jaren dertig speelde in Ierland, of alle parodieën als parodie kan herkennen. Maar de verzamelde anarchie in tekst van deze ene man is uiteindelijk vaak heel aanstekelijk. En een aantal fragmenten is wel degelijk tijdloos:

Chat

  • Does Proust affect you terribly? Emotionally, I mean?
  • Nao, not rahlly. His prose does have that sort of…glittering texture, rather like the feeling one gets from the best émaux Limousines. But nao…his peepul..thin, yeou knaow, thin…dull, stupeed.
  • But surely…surely Swann…?
  • Ah yes…If all his geese were Swanns….
Flann O’Brien, The Best of Myles
A selection from ‘Cruiskeen Lawn’
Edited with a Preface by Kevin O’Nolan

400 pagina’s
Grafton Books 1987, oorspronkelijk 1968

Third Policeman ~ Flann O'Brien

Ik vreesde vooraf deze roman niets aan te vinden. Het boek wordt namelijk geroemd om zijn experiment. Maar experimenten kunnen gauw te ver gaan; als een schrijver eenmaal de conventies loslaat, verdwijnt doorgaans ook snel zijn vermogen tot communicatie.

Dit boek had wel degelijk wat.

The Third Policeman was de tweede roman die Brian O’Nolan schreef onder het pseudoniem Flann O’Brien, na diens debuut At Swim-Two-Birds. Alleen weigerde zijn uitgever het, in 1939, waardoor het boek pas postuum verscheen. Toen ook had O’Nolan al enige gegevens eruit gerecycled in de roman The Dalkey Archive.

Noemenswaardig is ook dat dit boek de afgelopen jaren een onverwacht verkoopsucces had, omdat een scenarist van de populaire fantasy -serie Lost het een duidelijke inspiratiebron noemde.

En dat zadelt mij nu weer met het probleem op, dat als ik de plot van The Third Policeman verraad, ik daarmee ook een hele TV-serie verknoeien kan, voor sommigen.

Enfin. Het einde van dit boek is ook het begin weer. Daarmee vertelt de roman over een oneindige tocht over het Ierse platteland, die telkens even op een politiebureau eindigt. Waar de wachtmeester van dienst dan steevast informeert of het om een fiets is, dat er hulp wordt gezocht.

De meeste hoofdstukken eindigen als de hoofdpersoon zich ergens te slapen legt, om een volgende dag weer voort te kunnen ploeteren.

Ondertussen kan de wereld waarin hij zich beweegt niet de echte wereld zijn. Daarvoor gebeuren er te veel rare, droomachtige dingen. Maar voor een droom zijn de gebeurtenissen aan de onaangename kant.

Nog wonderbaarlijker aan The Third Policeman is dat het boek bij al dit telkens uitermate leesbaar blijft. Ondanks de onverklaarbare gebeurtenissen. Ondanks de vele verwijzingen, die de voetnoten soms tot een alternatieve verhaallijn maken.

Flann O’Brien, The Third Policeman
221 pagina’s
Harper Perennial 2007, oorspronkelijk 1967