Age and Guile
P.J. O'Rourke

Iedereen moet zijn vak leren. Maar sommigen van ons groeien op in het openbaar. Dit maakt het dan later mogelijk overzichtstentoonstellingen samen te voegen van hun werk. Of, zoals in het geval van een journalist als P.J. O’Rourke, een verzameling samen te stellen van niet eerder gebundelde artikelen.

Nu begon O’Rourke zijn carrière niet als journalist. Hij was eerst en vooral een humorist. Schreef hij eerst voor een underground-blaadje, klom hij later langzaam op tot de hoofdredacteur van de National Lampoon.

Er is ook vrij veel te zeggen voor zo’n carrièreopbouw. Wie een parodie schrijft, is wel verplicht te onderzoeken aan welke wetten het te parodiëren onderwerp of artikel voldoet. Journalisten bestuderen tijdens hun opleiding net zo goed welke afspraken er zijn bij het schrijven van stukken, maar spelen veel minder met stijl.

O’Rourke kreeg ondertussen wel het idee dat de wereld grappiger in elkaar steekt dan hij het bedenken kon. Dit inzicht brak helemaal door op een trieste Wolga-reis met linkse Amerikanen, die niets dan blind complimenten spuiden over alle Sovjet-Russische treurigheid onderweg.

I had an epiphany. I realized that, for the rest of my life, I’d never lack things to write about. All I had to do was put myself in foolish situations (easy for me) and keep my eyes and ears open. Since then I have visited eight wars, two revolutions, half a dozen or so of local uprisings, a number of third-world campaigns […], plus any number of places exhibiting garden variety hatred and oppression (the New Hampshire presidential primaries, for instance). I have found them all hilarious. Humor has nothing to do with the charming or the cheerful. Humor is how we cope with violated taboos and rising anxieties (rising gorges, too). Humor is our response to the void of absurdity. […] [240]

Dit boek is vanaf deze openbaring trouwens aanmerkelijk beter leesbaar, voor mij. Als journalist reageert O’Rourke op de wereld, die ik een klein beetje ken. Als humorist schreef hij over tijd- en cultuurbepaalde verschijnselen, die mij grotendeels ontgaan zijn.

Al geven zijn hilarische autotests wel reden om eens te kijken of daar misschien toch nog niet ergens meer van gebundeld zijn.

P.J. O’Rourke, Age and Guile
Beat Youth, Innocence, and a Bad Hair Cut
Twenty-Five Years of P.J. O’Rourke

341 pagina’s
The Atlantic Monthly Press, 1995

All the Trouble in the World
P.J. O'Rourke

Van de vier boeken van P.J. O’Rourke die ik de afgelopen weken las, was dit de beste. En dat wil wel wat zeggen. Er zijn weinig schrijvers die blijven verrassen als zo veel van hun werk betrekkelijk snel achter elkaar gelezen wordt. Maar O’Rourke verveelt me niet. Het wordt zelfs steeds bewonderenswaardiger wat hij doet.

Wat dit boek nog beter maakt dan Peace Kills, of Give War a Chance, is dat de auteur ditmaal iets toevoegt aan de reizen die hij beschrijft. Een bezoek aan Bangladesh is niet alleen een beschrijving van het land, O’Rourke gebruikt zijn observaties ook om een beschouwing aan overbevolking in het algemeen te wijden. Bijvoorbeeld. Maar die keuze is ook weer geen keurslijf voor zijn verhaal, dat maakt het zo knap.

Daarnaast lukt het O’Rourke niet om saai te schrijven.

Sterker nog, voor een boek dat gaat over hongersnood, overbevolking, ecologische rampen, etnische haat, besmettelijke ziekten, en armoede is er onbehoorlijk om te lachen. Maar die humor wordt dan ook weer gebed in wijsheid.

People with a mission to save the earth want the earth to seem worse than it is so their mission will look more important. In fact, there’s some evidence that these people want the earth to be worse than it is. [171]

undefined

When government does, occasionally, work, it works in an elitist fashion. That is, government is most easily manipulated by people who have money and power already. This is why government benefits usually go to people who don’t need benefits from the government. [199]

undefined

Government is not in the business of producing results. Government is in the business of producing government: passing laws, changing rules, setting up bureaucracies. This is why government is always more interested in problems than solutions. [ibid.]

Het vraagt talent, om de waan en de waas van de analyse te vermijden, en toch de belangrijkste problemen van de mens overtuigend te kunnen duiden. En al helemaal door hiervoor naar de grootste probleemgebieden in de wereld te reizen, daar rond te kijken, en dan toch te blijven lachen.

P.J. O’Rourke, All the Trouble in the World
The Lighter Side of Overpopulation,
Famine, Ecological Disaster,
Ethnic Hatred, Plague, and Poverty

341 pagina’s
The Atlantic Montly Press, 1994


Bachelor Home Companion
P.J. O'Rourke

Foto’s. Dit boek is geïllustreerd met foto’s. Normaal werkt dat niet, om een grappig bedoelde tekst ook nog eens te illustreren met foto’s. Maar in dit geval wel. Alleen al omdat we een nog jonge en slanke P.J. O’Rourke zien die, gekleed in maatpak, net doet of hij in het huishouden bezig is. Daarnaast werd ik gefascineerd door het vrijgezellenappartement dat hij zogenaamd bewoont, ook al staat daar niets in. Het is zo Amerikaans, zelfs in zijn leegte.

Verder heb ik zelden een boek gelezen met zo’n hoge grapdichtheid als dit. Professionele komieken noemen zoiets geloof ik een “blanket bombardment”. Ga maar door en door en door, en op een gegeven moment slaat er vanzelf iets over. Of de lezer nu wil of niet.

Nu heeft dit boekje een goed uitgangspunt. Mannen en huishouden is traditioneel al geen gelukkige combinatie. Maar vrijgezelle mannen en huishouden passen al helemaal niet bij elkaar. Dit gegeven biedt oneindig veel ruimte voor overdrijving, en dan nog is de werkelijkheid soms eigenaardiger.

Dus ja, dit boek is werkelijk vreselijk flauw, maar in al die samengebrachte flauwheid toch ook soms weer aanstekelijk leuk.

meer P.J. O’Rourke op boeklog

P.J. O’Rourke, The Bachelor Home Companion
A Practical Guide to Keeping House Like a Pig

147 pagina’s
Atlantic Monthly Press 1993, oorspronkelijk 1987


Driving Like Crazy
P.J. O'Rourke

Eerder verzuchtte ik eens graag een boek te lezen waarin O’Rourke al zijn stukken over autorijden zou verzamelen. Deze bundel is er nu. En waarschijnlijk omdat ik er wat van verwachtte, viel die iets tegen.

Waar ik op hoopte, waren unieke en verhelderende observaties. In een eerder artikel schreef P.J. O’Rourke bijvoorbeeld dat de Rolls Royce waarin hij reed het weggedrag had van een oude Buick. Zo’n vergelijking is heel illustratief. Zelfs al heb ik geen van beide auto’s ooit gereden.

Evenmin werden me tekende technische details gegund. Weliswaar maken die het praten over auto’s gauw erg vervelend. En toch ontberen autoverhalen voor mij diepte als zulke informatie helemaal wordt weggelaten.

Deze bundel biedt artikelen in twee varianten. De meeste verhalen gaan over een reis — waarbij de auto, of in éen geval een serie motorfietsen, het voertuig is om die reis mee te kunnen maken.

Daarnaast neem O’Rourke in dit boek afscheid van de Amerikaanse auto, en de bijbehorende cultuur. Alle gepraat over het milieu, en het failliet van nationale auto-industrie, zijn twee redenen waarom hij vreest dat een manier van leven ophoudt. Terwijl Amerikaanse auto’s toch zo heerlijk simpel te repareren waren, en zo’n V8-motor een ideale krachtbron was.

O’Rourke illustreert met dit boek dus onbedoeld éen aspect dat voor mij vrijwel altijd met het autobezit samenvalt. Enerzijds biedt de auto de totale vrijheid. Stap in, en de hele wereld is binnen bereik, voor wie maar lang genoeg doorrijdt. Tegelijk dient die auto zelden voor meer dan ritjes van A naar B. Voor vervoer naar het werk dan vooral, waar het geld verdiend moet worden om die auto te kunnen betalen.

Dus is het logisch dat in dit boek vele avonturen beleefd worden, en geen enkel verhaal gaat over het dagelijkse verblijf in de file naar huis.

En natuurlijk zijn die avonturen humoristisch beschreven, en heb ik dit boek met veel plezier gelezen. Ik had alleen op wat meer auto gehoopt, en op wat minder O’Rourke.

P.J. O’Rourke, Driving Like Crazy
Thirty Years of Vehicular Hell-bending, Celebrating
America the Way It’s Supposed To Be — With an
Oil Well in Every Backyard, a Cadillac Escalade in
Every Carport, and the Chairman of the Federal
Reserve Mowing Our Lawn

258 pagina’s
Atlantic Monthly Press, 2009

Give War a Chance
P.J. O'Rourke

Dankzij dit boek is het onmogelijke gebeurd. Ik moest er een paar keer zo hard om lachen, dat ik alle aandacht van de overige treinreizigers trok in mijn coupé. Was het nota bene nog een boekbespreking ook, die mij even een ontstellend goed humeur bezorgde. Dat zou me te denken moeten geven.

P.J. O’Rourke publiceerde drie boekrecensies in deze bundel, en helaas zijn dat er maar drie. Twee daarvan gaan over memoires, de ander behandelt een monografie over de Kennedy-clan. Steeds geeft hem dat gelegenheid een paar zeer venijnige oneliners te schrijven over de betrokken personen.

Al is dit ook weer niet helemaal waar. Vooral in de memoires roepen de auteurs het leed zelf over zich af. Het boek Everything to Gain van ex-president Jimmy Carter en zijn vrouw Rosalynn is zo slecht, dat O’Rourke er een nieuw gezelschapsspel aan overhoudt. Het werkje maakt het mogelijk wedstrijden te organiseren over wie de meest onnozele passage vindt. En dat is nog dan een hele toer ook, omdat op elke pagina opvallend domme formuleringen staan.

Zo citeert hij Rosalynn:

I have worked with the problems of the mentally afflicted for years, ever since I first came aware of the needs while campaigning for Jimmy for Governor.

De meeste artikelen in O’Rourke’s boek geven minder aanleiding tot cabaret. Zo is het laatste deel gevuld met reportages over de eerste Golfoorlog. Maar zelfs daar levert zijn stekeligheid, en zijn vermogen tot waarnemen, nog opvallende passages op. Humor is er ook dan nog, al wordt die zwarter. En ik kan heel lang kijken naar sommige zinnetjes van hem, die op zich een neutrale mededeling doen, en alleen door de keuze van éen bijvoeglijk naamwoord maar een heel grappige draai meekrijgen.

O’Rourke was toen hij de artikelen in dit boek schreef nog verbonden aan het blad Rolling Stone, als buitenlandcorrespondent, en als de op elke redactie verplichte reactionair. Toch is het merkwaardig dat hij zo vaak een rechtse schrijver wordt genoemd, terwijl de man nu juist overal het belachelijke van weet in te zien. Hoogstens is op dit boek aan te merken dat O’Rourke vooral verslag geeft van de gebeurtenissen waar hij bij was, en die niet echt in het grote schema der dingen duidt.

Maar wat een verslagen zijn het. En wat een geluk dat Rolling Stone hem bijvoorbeeld naar Berlijn stuurde, toen de muur daar viel. Onder meer.

wordt vervolgd

P.J. O’Rourke, Give War a Chance
Eyewitness Accounts of
Mankind’s Struggle
Against Tyranny, Injustice
and Alcohol-Free Beer

233 pagina’s
Grove Press, 1992

Holidays in Hell
P.J. O'Rourke

Van sommige boeken begrijp ik inmiddels niet meer waarom ik ze ooit in het Nederlands heb gekocht. Goed, deze kostte 2,50 gulden indertijd. Maar het werk van O’Rourke kende ik toen al. En hij is op zijn manier een zeer humoristische schrijver. Dus, hoe goed de vertaling ook mag zijn, het origineel wordt altijd onrecht ongedaan. Veel meer dan met een zakelijke tekst zou zijn gebeurd.

Daarom ben ik aan het vervangen gegaan.

Dat de Nederlandse vertaling hier ook vermeld wordt, komt omdat ik er nog vrij veel in gelezen heb, tot de originele versie binnen was. O’Rourke schrijft zo goed. En dan neem ik maar even op de koop toe bij sommige zinnen soms te gaan ontleden hoe die in het Engels klinken.

In dit boek staan reportages die O’Rourke midden jaren tachtig schreef nadat hij als buitenlandcorrespondent van ‘Rolling Stone’ enkele brandhaarden in de wereld bezocht. Toegegeven, er staat ook stukken in over reizen naar de Euroweenies. En een reportage over de zeilwedstrijd om de America’s Cup. Of éen over een griezelig weekend in een diepchristelijk vakantiecentrum annex pretpark, thuis in de US of A.

I’ve always figured that if God wanted us to go to church a lot He’d have given us bigger behinds to sit on and smaller heads to think with.

En wat O’Rourke vooral bij die reizen naar rampgebieden uniek maakt, is zijn regelmatig diepzwarte humor. Ineens valt daardoor ook op hoe droog zakelijk het TV-journaal of buitenlandse correspondenten opstanden en oorlogen verslaan. En dus hoe abstract alles daardoor blijft.

O’Rourke maakt met een paar ontregelende zinnetjes meer duidelijk over hoe het is om een zo’n gebied te zijn, dan maanden aan TV-nieuws bij elkaar.

Dat stelt niet alleen de leunstoeltoerist in mij tevreden, maar maakt ook duidelijk wat goed kijken is.

P.J. O’Rourke, Vakanties in de hel
340 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker © 1990
 
P.J. O’Rourke, Holidays in Hell
272 pagina’s
Grove/Atlantic © 2004, oorspronkelijk 1988


Parliament of Whores
P.J. O'Rourke

Er is iets aan de organisatie van de Amerikaanse overheid dat de politici gevoelig maakt voor invloed van buiten. Hun verkiezing kost nogal wat geld, omdat de verkiezingscampagne zo kostbaar is. Ook wie eenmaal ergens voor verkozen wordt, moet vrijwel meteen beginnen fondsen te werven voor de herverkiezing. En dat geld komt voornamelijk bij organisaties weg die daarvoor iets in ruil willen.

Merkwaardig aan een boek dat Parliament of Whores heet, is dat de auteur er nauwelijks op in gaat wat de senatoren en afgevaardigden zo makkelijk te corrumperen maakt. O’Rourke wijdt er een aantal snijdende oneliners aan, maar trekt nooit conclusies uit zijn eigen woorden.

Al biedt een quote als die hierna volgt, inmiddels al gevleugelde woorden:

When buying and selling are controlled by legislation, the first things to be bought and sold are legislators [210].

Dus blijft dit een boek van iemand een buitenstaander, en dan bovendien eentje die er vanuit gaat dat de lezer allang weet hoe het bestuur in de VS is opgezet. Met al die staten, en dat federale bestuur. Al gaat dit boek alleen over het landsbestuur.

Toch heb ik absoluut kennis aan O’Rourke’s weinig eerbiedige boek over de Amerikaanse politiek overgehouden. Zijn snijdende kritiek op het landbouwbeleid, met zijn miljardensubsidies, vulde heel nuttig aan wat ik over de EU weet — en maakt daarmee duidelijk waarom beide van die hoge tariefmuren hanteren voor goederen van buiten.

Ook was het O’Rourke die me in dit boek uit 1991 vertelde waarom de hypotheekcrisis in de VS van het moment zo ernstig uitpakt. Dat is omdat de banken maar 6% van al hun kapitaal voorhanden hoeven te hebben. Bij andere financiële instellingen is dat slechts 3%, en de gebouwen en kantoren tellen in dat percentage mee. Op het moment dat er iets tegenzit voor deze bedrijven, en zij hun eigen verplichtingen niet meer kunnen afbetalen, gaan ze dus onverwacht makkelijk onderuit.

Blijft staan dat ik weer eens vaststel dat de grappen van deze schrijver vaak meer inzicht vertonen dan hij zelf door lijkt te hebben. Vaak vind ik het jammer dat hij niet meer doet met een zo waar klinkende uitspraak als:

Many reporters, when they go to work in the nation’s capital, begin thinking of themselves as participants in the political process instead of glorified stenographers.

meer O’Rourke op boeklog

P.J. O’Rourke, Parliament of Whores
A Lone Humorist Attempt
to Explain the Entire
U.S. Government

235 pagina’s
Vintage Books 1992, oorspronkelijk 1991


Peace Kills
P.J. O'Rourke

O’Rourke vertrok op een gegeven moment bij Rolling Stone. En ik weet niet of dit de reden is dat Peace Kills mij minder boeide dan Give War A Chance. Het kan goed zijn dat z’n nieuwe opdrachtgevers hem niet zo veel ruimte meer geven om te geiten. O’Rourke wordt bovendien ouder. Maar, ook de wereld veranderde. Alle optimisme dat er was na het einde van de Koude Oorlog verdween abrupt na 9/11. En dit boek gaat nu net over de periode erna.

Enfin, O’Rourke keek ook in Israël en Egypte in de maanden daarop. En zijn verslagen over die reizen in die landen zijn alleen al bijzonder omdat hoe vrijwel overal de enige buitenlander was. Geen toerist die zich er nog waagde.

Maar een groot deel van dit boek is gewijd aan de Tweede Golfoorlog. De oorlog die onder valse voorwendselen werd opgezet om het gevaar Saddam Hussein definitief uit te schakelen. Alleen werd het laatste stuk in Peace Kills geschreven in juli 2003, en dat is toch wat te vroeg vanuit 2007 bekeken. Niet te lang daarvoor nog, kondigde George W. Bush nog het ‘Mission Accomplished’ af, tijdens een propagandastunt op het vliegdekschip de USS Abraham Lincoln. Vier jaar later weten wij beter.

O’Rourke is na te geven dat hij zeker zijn twijfels had over de rechtvaardiging van die oorlog:

[…] claims that Saddam Hussein was cooperating with Osama bin Laden smelled of something found on the Internet late at night along with the proof that the Jews and the Rotary Club control the World Bank. [139]

Alleen maakte de kennis van dit moment, over de corruptie en incompetentie van de regering Bush, of over de burgeroorlog in Irak, dat ik dit boek niet onbevangen kon lezen. O’Rourke’s relativeringen gaan over de verkeerde onderwerpen. Weliswaar is O’Rourke’s eeuwige bewondering voor Jan Soldaat, die ook maar gestuurd wordt, heel goed na te voelen. Maar in Irak zitten niet alleen die gewone soldaten, de meeste Amerikanen daar werken als huursoldaten voor private onderneminkjes.

Ik kon die kennis niet uitschakelen, en dat kleurde mijn waardering.

P.J. O’Rourke, Peace Kills
197 pagina’s
Grove Press, 2004

Writers on Writing Volume II

Een vervolg dwingt altijd tot directe vergelijking met het origineel. En dan moet gezegd dat deel éen van de bundel Writers on Writing meer interessante essays bevat dan deel twee.

Deels ligt dit aan de kwaliteit van de opgenomen auteurs. In deel twee staan wat minder grote namen dan de eerste oogst opleverde.

Deels komt dat ook omdat aardig wat auteurs ervoor kozen direct op de actualiteit van dat moment te reageren — ofwel een opinie over 9/11 te poneren — in plaats iets van een meer tijdloze aard te schrijven.

Maar misschien kwamen zulke verschuivingen gewoon omdat de essayreeks op een gegeven moment al geruime tijd bestond, en sommige deelnemers het idee moeten hebben gehad dat alles al eens eerder gezegd was over het vak.

Het succes van een reeks kan ook het einde van zo’n serie bespoedigen.

Citaten die ik desondanks bij het lezen aantekende zijn onder meer:

The unsuccessful novel reminds of a top that has been spinning for a while. One can see the chapters begin to wander in loose, uneven circles. Pacing grows shaky. Events are rushed through, so that they are a mere catalog of plot happenings, or scenes lose momentum as the narration gets snagged on an idea. Characterization becomes wobbly. Motives do not convince. Actions no longer reveal new dimensions of personality. Language falters. And finally the novel topples over into a contrives or commonplace ending and comes to a skittery halt.

Chitra Divakaruni
undefined

(I’m reminded of Randal Jarrell’s wry, nifty definition of a novel as “a prose narrative of some length that has something wrong with it”)

Brad Leithauser
undefined

Chekhov removed the plot. Pinter, elaborating, removed the history, the narration. Beckett, the characterization. We hear it anyway.

David Mamet
zie ook
undefined

All writers know how hard it is to practice tough love on the children of our verbiage. Kick the silly, labored metaphor out of the house. But with a computer, that metaphor is back by dinner time, claiming a rightful place in the family of the final draft.

P.J. O’Rourke
undefined

Poetry is the great schoolhouse of fiction…

Red Warren
undefined

The most common shortcoming in good novels nowadays is excess; many of them should be fifty pages shorter than they are.

Anna Quindlen
undefined
Writers on Writing Volume II
More Collected Essays from The New York Times
Introduction by Jane Smiley

267 pagina’s
Henry Holt and Company, 2003

** in dit boek zijn de essays opgenomen van:
[gelinkte namen verwijzen naar auteurs die al eens boeklogd zijn]

  • Diana Ackerman
  • Margaret Atwood
  • Ann Beattie
  • Geraldine Brooks
  • Alan Cheuse
  • Frank Conroy
  • Chitra Divakaruni
  • Leslie Epstein
  • Stephen Fry
  • Alan Furst
  • Dorothy Gallagher
  • Herbert Gold
  • Allegra Goodman
  • Vivian Gornick
  • Andrew Greeley
  • Kathryn Harrison
  • Michael Holroyd
  • A.M. Homes
  • A.E. Hotchner
  • Susan Isaacs
  • Mary Karr
  • William Kennedy
  • Beth Kephart
  • Brad Leithauser
  • Elmore Leonard
  • Elinor Lipman
  • David Mamet
  • Patrick McGrath
  • Arthur Miller
  • Honor Moore
  • Marcia Muller
  • P.J. O’Rourke
  • Jay Parini
  • Ann Patchett
  • Anna Quindlen
  • Jonathan Rosen
  • James Sallis
  • John Sedgwick
  • David Shields
  • Susan Richards Shreve
  • Richard Stern
  • Amy Tan
  • Shashi Tharoor
  • Frederic Tuten
  • Donald E. Westlake
  • Edmund White