Begin van een onbekend tijdperk ~ Konstantin Paustovskij

Het derde boek uit Paustovski’s zesdelige autobiografie is voor velen zijn mooiste. De Arbeiderspers gaf het ook als eerste uit, jaren voor de delen die ervoor geschreven zijn.

En ik weet dat allemaal niet zo goed.

Begin van een onbekend tijdperk beslaat een kortere periode dan de delen hiervoor. Weliswaar gebeurde daarin veel. De ene revolutie lokte een contra-revolutie uit, en naast al de verschillende onderling strijdende partijen waren er ook nog vreemde mogendheden in Rusland aanwezig — de Duitsers hadden Kiev bezet. Maar Paustovski doet net of bijna alles hem in de jaren 1917 en later slechts overkwam. En dat nu geloof ik niet.

Ergens staat een cryptisch zinnetje, dat hij vanaf 1920 kon accepteren dat zijn volk een Sovjet-bewind wilde. Na dat moment zal Paustovski ook vast recht in de leer zijn geworden — omdat hij weinig anders kon. Alleen betekende die keuze wel dat hij nooit meer eerlijk kon zijn over wat hij echt dacht direct na de Februari-revolutie in 1917, die hij nog met jongensachtig enthousiasme begroette. Laat staan over alles wat daarop volgde, aan contra-revolutie en burgeroorlog.

Bovendien weet ik zelfs na drie boeken nog altijd heel weinig over Paustovski zelf. Behalve dan dat hij klein van stuk was.

Hij moest het verhaal wel door zichzelf als jonge man vertellen, en op hetzelfde moment lijkt het of Paustovski dat liever niet had gedaan. Of dat hij niet wil dat wij hem kunnen leren kennen.

Tijdens de Moskouse periode van dit boek dreigde hij bijvoorbeeld terloops gefusilleerd te worden. Enkel omdat hij een uniformjasje droeg dat hem identificeerde als student; en er een studentendivisie meevocht bij de verkeerde partij. En zo’n verhaal raast dan in net een pagina voorbij; totaal voorbijgaand aan wat mij intrigeert.

Maar dan doet hij op andere plekken weer zijn best om kunst te maken; dan staat alles rustig een hele pagina stil om hem de ruimte te geven voor homerische vergelijkingen.

Het is met de literatuur als met het zachte ruisen van een zeeschelp: het wekt in ons het verlangen om de onmetelijke en stille wateren te aanschouwen die blauw in de ochtendnevel schemeren, een nostalgie naar de wolken die als zilveren rook opstijgen naar het zenith, een nostalgie naar zeeën van ozon die in vochtige bossen ontstaan en verfrissend aandoen, naar een eeuwige zomer, naar een heldere kinderstem, naar een algehele stilte, metgezellin van overpeinzingen. Door een soort verre en toch ook weer heel nabije resonans brengt de literatuur ons nader tot de gouden eeuw van onze gedachten, daden en gevoelens. [177]

Enfin, zulke passages verslijten vele mensen vast voor mooi. Terwijl ik er altijd bij in slaap val.

Door de vele wisselingen van decor had dit boek inderdaad nog wel iets. Helaas gaat de vaart er behoorlijk uit naar het einde toe.

wordt vervolgd

Konstantin Paustovskij, Begin van een onbekend tijdperk
Herinneringen aan de Russische revolutie

267 pagina’s
De Arbeiderspers, 1967
privé-domein nr. 5
vertaald uit het Russisch door Wim Hartog

Boek der omzwervingen ~ Konstantin Paustovskij

Merkwaardig auteur, die Konstantin Paustovksi [1982 – 1968]. Hij schreef de zes delen van zijn autobiografie geheel hoe het hem uitkwam. Daardoor zijn die boeken in de eerste plaats verzamelingen aan fragmenten, waarin de vele losse eindjes mij op den duur weleens wat ergerden.

Zo begint dit slotdeel sterk, zij het misschien wat pathetisch, als Paustovski in 1923 voor het eerst tijden weer in Kiev komt; en daar eindelijk zijn moeder terugziet, en zijn bijna blinde zuster Galja. Dat hoofdstuk eindigt met enkele alinea’s over hun beider dood, vrijwel tegelijkertijd jaren later, en een bezoek van Konstantin Paustovski aan hun verwaarloosde gaf.

Triest. Maar tegelijk is dit verhaal vooral zo uitzonderlijk omdat het wordt afgerond. De meeste mensen die Paustovskij tegenkomt, mogen even een verhaal stofferen; en vervolgens verneemt de lezer nooit meer iets over hen.

Slechts Isaak Babel komt regelmatig terug in de latere boeken, maar dat is ook een naam om mee te pronken. Net als dat Michail Boelgakov weer opduikt in het Boek der omzwervingen. Deze zat in dezelfde tijd als Paustovski op het gymnasium in Kiev, en maakte later al deel uit van de redactie van de Moskouse krant weer de ander ook toe ging behoren.

Tegelijk moet ik niet weer te veel klagen over de losse eindjes. Van de zes boeken van deze autobiografie vond ik de eerste twee, en dit laatste deel het sterkst — juist door de grote afwisseling tussen de verschillende hoofdstukken. Hoe het verder gaat, is daarin interessanter dan hoe de vorige episode afliep.

Boek der omzwervingen beslaat een tijd van zeker tien jaar — het boek houdt rond zijn veertigste levensjaar op, de omslagfoto’s met zijn portret erop kloppen dus nooit met zijn leeftijd in de tekst.

En de beste delen van de memoires hebben gemeen dat ze langere perioden beslaan. Of omgekeerd, de minder boeiende delen staan te lang stil bij te weinig gebeurtenissen; en dan bezondigde Paustovski zich te makkelijk aan mooischrijverij.

Enige nadeel aan dit slotdeel is dat Konstantin Paustovski een periode uit zijn leven behandelde die ook in de oerboeken staan die hem tot een bekend schrijver zouden maken; Simpelweg omdat hij bezig was die te schrijven. En dan heeft hij geen zin daaruit passages te kopiëren, of nog eens samen te vatten.

Maar, ik vind het ook wel intelligent om telkens zo tergend naar het bestaan van ander werk te verwijzen; en zo in een laatste deel van een levensbeschrijving aan te geven dat er nog zo veel meer te lezen is.

Konstantin Paustovskij, Boek der omzwervingen
232 pagina’s
De Arbeiderspers, 1984
privé-domein nr. 103
vertaald door Wim Hartog

Gouden roos ~ Konstantin Paustovskij

Naast een geromantiseerde autobiografie in zes delen schreef Konstantin Paustovski [1892 – 1968] ook een boek met literaire herinneringen. Dat is dit deeltje privé-domein, De gouden roos, waarvan de omslagfoto de auteur voor de verandering eens terecht op leeftijd afbeeldt.

Deze uitgave pakte anders uit dan ik verwachtte. Zo schrijft Paustovski veel minder uitgebreid over het werk aan zijn boeken als ik hoopte.

Bovendien is een vraag, die ik bij al zijn werk heb, hoeveel ik precies mis. En wat me dan wel voorgeschoteld wordt, ondanks alle noodzakelijke zelfcensuur bij Paustovski.

Schrijvers hadden nu eenmaal een bijzondere positie in de Sovjet-Unie. Stalin noemde ze met reden ingenieurs van de menselijke ziel. Wie publiceren wilde, moest zich voegen naar de autoriteiten, en hun doctrines.

En al schijnt Paustovski op het laatst dappere dingen hebben gedaan voor collega’s die in ongenade waren gevallen, helemaal vertrouwen doe ik hem toch niet.

Opvallend genoeg staat het meest illustratieve verhaal over het leven van een schrijver in de Sovjet-Unie ook niet De gouden roos, maar in het zesde deel van de autobiografie. Waar Paustovski het heeft over het lot van Michail Boelgakov, van wie alle oorspronkelijke werk in 1929 verboden werd. En dit kon dan enkel nog omdat Boelgakov op het moment van schrijven, veertig later, een klein beetje gerehabiliteerd was.

In De gouden roos behandelde Paustovski dus vooral veilige schrijvers. Zo staat er zelfs een portretje in van Multatuli.

En hij heeft veel woorden nodig om het schrijverschap als een soort roeping te beschrijven. Paustovski heeft het ook telkens over de pracht van het Russisch, als taal om te gebruiken, en zulk tandeloos gemummel meer.

Want daar gáat het niet om…

Konstantin Paustovskij, De gouden roos
Literaire herinneringen

303 pagina’s
De Arbeiderspers, 1987
privé-domein nr. 137
vertaald uit het Russisch door Wim Hartog

Ingenieurs van de ziel ~ Frank Westerman

Ik had dit boek voor driekwart uit, toen de nieuwste van John McPhee binnenkwam. Daardoor verdween mijn leesplezier hieraan. Merkwaardig hoe in een directe vergelijking de ene schrijver de andere volkomen overvleugelen kan. Door McPhee vond ik bijvoorbeeld ineens dat Westerman veel te veel woorden nodig heeft om iets te vertellen. Hij staat me ook wat te vaak in zijn eigen beeld.

Van de drie boeken die ik de afgelopen weken las van Westerman, was dit overigens wel de beste. Al komt dat misschien vooral omdat het onderwerp de auteur tot een menselijke maat dwong, waar hij in De graanrepubliek of El Negro en ik met abstracter waarden worstelde.

De titel Ingenieurs van de ziel is ontleend aan een benaming die Stalin had, voor schrijvers. Boeken moesten meehelpen aan de vervolmaking van de Sovjet-Unie. Ook al leidde dit dan in praktijk vaak tot proza van het genre ‘jongen komt leuke tractor tegen’.

Westerman vertelt in dit boek over een aantal schrijvers die in dit systeem meedraaiden. En hij probeert na te gaan wat de invloed van het staatsbeleid was op hun werk. Dat zij moesten schipperen vanwege de censuur, is duidelijk. Dit maakt ze ook interessant.

Maar zoals mij inmiddels opvalt: Westerman lijkt in zijn boeken steeds éen favoriet te kiezen, en die nogal uitgebreid te behandelen. Waardoor anderen opvallend veel minder aandacht krijgen.

In dit boek is Westerman’s held de schrijver Konstantin Paustovski. Wat ook weer komt omdat hij door die man het verhaal kan vertellen over het enorme meer dat helemaal verdween, en pas na het einde van de Sovjet-Unie weer terugkwam. Paustovski schreef namelijk over deze verboden streek, in het boek De baai van Kara Bogaz.

Westerman wil er per se gaan kijken, wat na veel moeite ook lukt.

Alleen om de kennis die dat verhaal biedt, ben ik blij dit werk gelezen te hebben. Maar over het lot van Russische schrijvers heb ik toch echt al betere boeken gelezen.

wordt vervolgd

Frank Westerman, Ingenieurs van de ziel
288 pagina’s
Uitgeverij Atlas, 2002

Onrustige jeugd ~ Konstantin Paustovskij

Dit tweede deel van Paustovski’s autobiografie, Onrustige jeugd, speelt zich af tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het boek eindigt in 1917, als Rusland een nieuw, revolutionair bestuur krijgt — op sommige plaatsen tenminste. In deze periode ontwikkelde Paustovski zich van student tot een beginnend journalist.

Eerst studeerde hij nog in Kiev; waar hij zijn tijd vooral besteedde aan het lezen van boeken. Daarna liet hij zich overschrijven naar Moskou; zodat hij weer bij zijn moeder kon wonen.

Toen belandde hij op de tram, als conducteur; wat amusante verhalen oplevert. Maar na drie officiële berispingen was die carrière voorbij, en werd Paustovski ziekenoppasser op een hospitaaltrein.

In dienst hoefde hij niet. Eerst omdat hij student was. En ook om zijn bijziendheid. Later omdat zijn beide oudere broers al in het leger zaten, en hij vrijgesteld werd vanwege broederdienst.

Die beide mannen sneuvelden, op vrijwel dezelfde dag. Paustovski vernam dit verlies uit een oude krant, waarin voedsel verpakt had gezeten; toen hij zelf in het ziekenhuis lag, met een relatief onschuldige beenwond. Wat ik zo’n onwaarschijnlijk verhaalelement vind dat het wel haast waar gebeurd moet zijn.

Konstantin Paustovski liet de normale chronologie van de ontwikkelingen bijna niet los in dit boek. Bovendien wordt er vrij goed uit duidelijk dat oorlog bij tijden ook een erg vervelende periode kan zijn; omdat er dan niets gebeurt.

Maar waar ik dit enerzijds een knap geschreven boek vond, viel me ditmaal ook iets anders op. De auteur hield heel veel afstand tot bepaalde zaken, als dat hem beter uitkwam.

Zo beschreef hij wel hoe blij iedereen was in 1917 dat de Februari-revolutie in eerste instantie geslaagd leek. Alleen is de lezer voordien niet te weten gekomen waarom die blijheid zo vanzelf sprak. Wat was er dan allemaal zo ellendig geweest aan het vorige bewind?

Paustovski schreef deze boeken na de Tweede Wereldoorlog, en zal om de censuur ongetwijfeld verplicht zijn geweest om de omverwerping van het Tsaren-bewind als grootste gebeurtenis uit de vaderlandsche geschiedenis te behandelen. En toch viel door zo’n passage op dat de auteur veel verzwegen heeft; wat met terugwerkende kracht ook voor de passages tijdens de oorlog gold.

wordt vervolgd

Konstantin Paustovskij, Onrustige jeugd
Prelude op de Russische revolutie

293 pagina’s
De Arbeiderspers, 1976
privé-domein nr. 32

Sprong naar het Zuiden ~ Konstantin Paustovskij

In het voorwoord van dit vijfde deel van zijn autobiografie trekt Paustovski een vergelijking tussen de boeken en de opbouw van een drama. Want waren zijn memoires als de zes bedrijven van een toneelstuk, dan was De sprong naar het Zuiden het deel waarin de spanning even afneemt. Omdat geen auteur zijn publiek de hele tijd onder druk kan houden.

Ik weet niet of het slim van Paustovski was te schrijven dat het volgende boek weer geweldig spannend wordt, en dit wat minder is. Maar er gebeurde inderdaad weinig memorabels in de beschreven periode. De verhaaltjes zijn ditmaal klein. En ontwikkelingen in de grote boze buitenwereld blijft ditmaal buiten het boek.

Nu ja, hij liep malaria op. En overleefde daar enkele aanvallen van.

Maar verder waren er al niet eens verschillen tussen de seizoenen.

Konstantin Paustovski [1892 – 1968] belandde begin jaren twintig in dat zuidelijke deel van Rusland dat nu weer de staat Georgië is. Ook die regio kreeg in deze tijd een Sovjet-bewind. Over zulke details gaat het alleen zelden in de boeken. Ditmaal is de voornaamste observatie bijvoorbeeld dat Sovjet-geld toen nog zo zeldzaam was, waardoor Turkse Lira-biljetten het voornaamste betaalmiddel waren.

Zo belandde hij onder meer in de havenstad Batoem. Aanvankelijk weer zonder enig geld. Tot hij er een eigen krant begon, in navolging van het blad Morjak, waar hij eerder zo veel aan gehad had. En waar me bijzonder geïnteresseerd had hoe hij zo’n uitgave dan op poten zette, bleef die informatie uit, helaas.

Meer nog dan de andere delen van de autobiografie bevat dit boek nogal wat lege beschrijvingskunst. Als Paustovski het ergens zwaar naar bloemen kan laten geuren, laat hij dit niet na. Is de verrassing hoogstens nog naar welke bloem dit zal zijn. Daarnaast weet hij veertig jaar later ook perfect weersomstandigheden uit zijn hoofd te reproduceren, en andere details van de atmosfeer ergens te geven.

Het is die manier van schrijven die deze boeken iets ouderwets geven, zo niet gedateerds. Ik merk daardoor ook deze memoires meer te lezen om het grote verhaal, van hoe de Sovjet-Unie vorm kreeg na de revolutie, en hoe éen mens zich daar doorheen bewoog, dan dat Paustovski als schrijver me nu vreselijk interesseert.

Hem kennen leren, kan ook niet trouwens. Daarvoor heeft hij zichzelf te zeer tot een soort neutrale romanfiguur gemaakt.

wordt nog éen maal vervolgd

Konstantin Paustovskij, De sprong naar het Zuiden
234 pagina’s
De Arbeiderspers, 1983
privé-domein nr. 83

Tijd van grote verwachtingen ~ Konstantin Paustovskij

Een ironische titel draagt dit vierde deel van de autobiografie van Konstantin Paustovski [1892 – 1968]. Misschien dat de verwachtingen groot waren in de jaren 1920, 1921, en 1922. Verder was er niets, behalve een gebrek aan alles; en dus was er vaak grote honger.

Tekenend is bijvoorbeeld een herhaald zinnetje dat Paustovski een hekel aan stelen had, maar er die ene winter niet aan ontkwam om vier keer brandhout te jatten.

Paustovski schreef dit boek in het midden van de jaren vijftig. Hij geeft ergens toe zo uit zijn hoofd geen bijzondere herinneringen te heben gehad aan de jaren die beschreven worden in De tijd van grote verwachtingen. Die brachten op zich toch ook relatieve rust, tussen veel hectischer perioden.

Eenmaal overwonnen ellende is achteraf alleen wel makkelijk te romantiseren. Dat gebeurt gelukkig verder niet in dit boek.

En zo rustig was het ook niet. Lang nog niet alle gebieden in Rusland hadden al een Sovjet-regering. Bovendien werd het land telkens nog door buitenlandse mogendheden aangevallen.

Konstantin Paustovski verbond zich in deze periode als journalist aan het tijdschrift Morjak; een blad voor matrozen. Veel van dit boek speelt zich daarom ook in de zuidelijke havens af van Rusland, aan de Zwarte Zee.

Het interessantst aan deze hele periode vond ik dan weer Paustovski’s kennismaking met de schrijver Isaak Babel; die ook behoorlijk veel ruimte inneemt in het boek.

Zo komen beide heren te spreken over een manuscript van Babel, dat zeker honderdvijftig bladzijden bevat. Paustovksi is verheugd dat de man die hij al meteen om zijn schrijfkracht bewonderde zich nu blijkbaar toch aan het schrijven van een novelle heeft gewaagd.

Alleen bevat het manuscript tot zijn schrik slechts een al bekend kort verhaal, plus alle varianten op dat verhaal, die Babel geprobeerd had, voor hij tevreden was.

Dat is inderdaad dwangarbeid,’ zei ik. ‘Je moet je wel twintig keer bedenken voor je besluit schrijver te worden.’

Maar het belangrijkste is toch,’ zei Babel, ‘tijdens die dwangarbeid de fut niet uit de tekst te halen. Anders is je hele werk naar de haaien, gaat het naar de bliksem! Het is net alsof je voortdurend op het steile koord danst. Ja, dat is het precies…’ onderbrak hij zich zelf. ‘Men zou ons allen moeten laten zweren nooit kladwerk af te leveren.’

Ik liet hem alleen maar kon de slaap niet vatten [158]

wordt vervolgd

Konstantin Paustovskij, De tijd van grote verwachtingen
Herinneringen

239 pagina’s
De Arbeiderspers, 1981
privé-domein nr. 61

Verre jaren ~ Konstantin Paustovskij

Zes boeken. De persoonlijke herinneringen van Konstantin Paustovski [1892 – 1968] zijn gevat in zes boeken. En alle zes delen verschenen als deeltje privé-domein; zij het niet precies in de juiste volgorde.

En hoewel ik ooit werk van Paustovski gelezen heb, was de autobiografie daar nooit bij. Omdat er aan het lezen van éen deeltje voor mijn gevoel de verplichting kleefde om ze alle zes te lezen; als de eerste kennismaking tenminste uitnodigde tot meer. Terwijl het alleen al inspanning zou kosten die deeltjes überhaupt nog ergens te pakken te krijgen.

Dus ben ik pas aan het karwei begonnen op het moment dat ik alle boeken thuis had.

Dit eerste deel, met de titel Verre jaren , gaat over de jeugd van Konstantin Paustovski, en dan vooral over zijn tijd op het gymnasium in Kiev [in het boek nog Kijev geheten]. In die tijd veranderde de status van zijn ouders nogal. Vader nam ontslag uit een goede betrekking bij de Spoorwegen. Er was daarmee binnen korte tijd al geen geld meer. Dit boek begint er zelfs mee dat zijn vader overlijdt.

De omstandigheden dwongen de jonge Paustovski dus vroeg tot zelfstandigheid. Al hielp het gymnasium door hem het lesgeld kwijt te schelden, en hem bijles te laten verzorgen.

En tegelijk gaat dit boek slechts zijdelings over dat proces. Verre jaren is een verzameling losstaande verhalen. Aan de chronologie houdt Paustovski zich daarbij niet altijd. En wat me het meest opviel aan deze episoden, was de lichtheid en de levendige toon; meer nog dan de inhoud van de verhalen.

De autobiografie is dan ook geschreven als een roman; Paustovski was nooit van plan om alles in zijn memoires te behandelen.

Inhoudelijk viel me vooral op wat anders was dan wij nu kennen. De status van de gymnasiast bijvoorbeeld. Zijn uniform. En dat deze zijn opleiding, en daarmee zijn burgerrechten, kon verliezen, als hij ergens dronken wordt aangetroffen.

wordt vervolgd

Konstantin Paustovskij, Verre jaren
Herinneringen aan het tsaristische Rusland

332 pagina’s
De Arbeiderspers, 1970
privé-domein nr. 16
uit het Russisch vertaald door Wim Hartog