dit is het dossier:

Joubert Pignon

© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden

 

Er gebeurde o.a. niets ~ Joubert Pignon

De schlemiel, Nederlandse schrijvers zijn nogal dol op hem. Vaste stijlfiguur voor menige columnist is om een verhaaltje te schrijven waarin hij of zij dan voor even te dom is voor iets. Doorgaans wat hedendaags. Of anders iets met moeilijke technologie. Want dat roept dan sympathie op bij de lezer; of op zijn minst basale herkenning. De schrijver toont zich immers voor even ook een gewoon wat dommig mens.

En geen idee exact hoeveel Nederlandse romans een schlemiel als hoofdpersoon hebben, het kunnen er nooit weinig zijn. Dat zijn er vast onuitstaanbaar veel.

Er gebeurde o.a. niets van Joubert Pignon is ook een boek over een schlemiel, alleen las ik nooit eerder een uitgave als deze. Zo werd me niet eens duidelijk of dit een verhalenbundel is of een roman.

Tegen het idee dat dit een roman zou zijn, spreken tal van losse en compleet afgeronde passages in het boek, die er ineens staan, en waar verder niets mee gebeurt. Zoals bijvoorbeeld deze:

Een man slaat zijn vrouw. Ze valt op de grond. Hij schopt haar in haar gezicht. Haar gezicht is opgezwollen. Haar neus is rood van het bloed. Ze lijkt wel een clown. Werd het toch nog een leuke avond

Slaan

Tegen het idee dat dit een bundel is van zo’n 180 korte tot zeer korte verhalen spreekt dan weer dat nogal wat daarvan eenzelfde hoofdpersoon hebben, genaamd Joubert Pignon. Dat is een jonge man die in een dierenwinkel werkt, een vriendin heeft, en een konijn op leeftijd, die iets met literatuur wil. Of misschien zelfs wel moet.

[…] Ik wil weinig dingen. Ik wil tekeningen maken, verhalen schrijven, drinken, roken, films kijken, boeken lezen, muziek luisteren, met blote vrouwen in bed liggen en heel soms met mensen die ik al ken, praten. Dat is het wel. Al het andere stoot ik af, negeer ik of besteed ik uit. […]

Kleine dingen

En al die losse verhalen over die Joubert Pignon maken toch ook tezamen éen groot verhaal, over een man voor wie het allemaal eigenlijk nog beginnen moet, dat leven. En een roman kan ook best uit een mozaïek van losse scherven bestaan.

Bovendien ligt er ook Bob den Uyl’s ware uitspraak nog:

Een verhalenbundel is een roman waaruit de vervelende stukken zijn weggelaten […]

Wat dit boek ook samenhang geeft, is de toon. Al zullen sommige lezers Pignon’s manier van schrijven misschien eerder geringschattend als een toontje karakteriseren.

Toevallig was ik wel gevoelig voor de humor die daardoor kon ontstaan — niet in het minst omdat de schrijver het absurdisme niet schuwt. Ik had bij het lezen ook eerder een associatie met Britse deadpan humoristen dan dat ik zo enig andere Nederlandse literaire voorganger zag.

Hoogstens is als kritiek te geven dat de hoofdpersoon opvallend weinig verbazing toont over wat er zoal voorvalt in zijn leven. Al draagt die ijzerenheinigheid ook bij aan het surreële karakter van het boek.

En, op zich is het al knap dat een boek waarin vrijwel niets gebeurt — een verhuizing om weg te komen van een schreeuwende buurman is zo’n beetje de meest ingrijpende verandering — toch alle pagina’s boeien bleef.

Joubert Pignon voert overigens A.L. Snijders een paar keer op in dit boek, net als hij inmiddels in diens werk voorkomt; mede omdat ze weleens samen hebben opgetreden; in afgesloten zeecontainers zelfs. En was mijn belangstelling voor deze schrijver gewekt als Snijders niet over hem geschreven had? Dat denk ik niet.

Al zijn deze auteurs het er over eens dat ze weliswaar beide zeer korte verhalen schrijven, maar dat dit ook meteen de enige overeenkomst is tussen hen.

[…] Omdat ik zo kort mogelijke verhalen schrijf, heb ik een werkweek van nog geen vijfentwintig minuten. De rest van de tijd droom ik van een leven ergens alleen, een veld vol courgettes (tot zo ver mijn oude ogen kunnen zien) onder mijn voeten, een strikt dieet van drank & filtersigaretten & muziek van Counting Crows en op een dag het verlossende schot in mijn mond. […]

Kunstenaarschap
scheiding
Joubert Pignon, Er gebeurde o.a. niets
192 pagina’s
Augustus, 2012

Huil maar, ik wens je uitstel toe ~ Joubert Pignon

Het eerste boek van een schrijver wordt vergeleken met de hele wereldliteratuur. Het tweede hoogstens nog met het debuut. Ik heb niet onthouden wie deze opmerking ooit maakte, of wanneer. De waarheid van de uitspraak is alleen zo groot, dat die me een bewezen wetmatigheid lijkt.

Voor Huil maar, ik wens je uitstel toe geldt dan ook weer dat dit geen wezenlijk ander boek is dan Er gebeurde o.a. niets; het boek dat Joubert Pignon hiervoor heeft uitgebracht. Het boeklogje over dat debuut zou hier zelfs bijna volledig gerecycled kunnen worden, met enkel wat andere citaten.

En dus is het een probleem, voor mij nu hier, om nog eens andere invalshoek te vinden om te laten zien wat Joubert Pignon aan het doen is.

Tuurlijk, omdat beide boeken ook een soort kroniek bieden over het leven van het personage Joubert Pignon zijn er wel wat verschillen. Er is zelfs enig drama. Zo neemt Pignon in een persoonlijk gesprek ontslag bij de dierenwinkel die hem het zo noodzakelijke inkomen verschafte dat het schrijven hem nog altijd niet bracht.

Blijkt later alleen dat zijn baas andere ideeën had over zijn arbeidscontract.

Ook wordt er weer verhuisd.

Ging het konijn op leeftijd ondertussen een keer dood.

De vriendin, die nooit een naam krijgt, is er nog wel.

En zijn oma, die in Er gebeurde o.a. niets nog een archetypische oma-monoloog had van vele pagina’s, raakte sindsdien in haar eigen geest verdwaald. Tijden hebben wel degelijk tijden.

Moeilijkheid bij schrijvers die hun eigen leven als feuilleton in boeken vertellen, kan worden dat dit de lezer onmogelijk maakt om te onthouden in welke passage ook weer in welk boek staat. Dat probleem heb ik bijvoorbeeld bij Bob den Uyl. Al ging die schrijver nog weleens op reis; wat al iets meer aanwijzingen geeft over weer een gebeurtenis gespeeld kon hebben.

Bij Joubert Pignon viel opnieuw de indolentie op; en de kleinheid van zijn wereldje. Hij werd toch ook al 36 in dit boek, en is inmiddels dikker dan gepast. Toch lijkt hij in woord en geest decennia jonger — wat mede komt omdat de verhalen die wel enige actie hebben gauw eens herinneringen zijn uit zijn jeugd in nieuwbouwdorp.

In Huil maar, ik wens je uitstel toe worstelt hij nog steeds met dat schrijverschap, bovendien.

Nu vind ik boeken waarin auteurs het leed beklagen auteur te zijn gauw eens naar, en veel te geposeerd. De wereld is hen werkelijk niets verschuldigd, kunnen zij het nog zo draaien alsof dit wel zo zou zijn. Bovendien kent Nederland genoeg regelingen waarmee zelfs onpopulaire kunstenaars in leven kunnen blijven. Zeur dus alstublieft niet zo over dat zelfgekozen lot.

Van Pignon geloof ik opvallend genoeg wel dat hij móet schrijven, en kan ik het bijbehorende geklaag zelfs hebben. Wat bijvoorbeeld is door een opvallend eerlijk trekje. Zo staat in de colofons van zijn eerste twee boeken dat de uitgave tot stand kwam dankzij de bemiddeling van een literair agent. En deze agent komt ook in de boekteksten voor, op een niet heel sympathieke manier.

In het debuut dringt hij er bij het personage Joubert Pignon nogal op aan om de potentiële uitgever te zeggen dat hij een roman aan het schrijven is; terwijl deze daar het uithoudingsvermogen helemaal niet voor heeft. En in dit boek signaleert Pignon dat de zaken van de agent opvallend goed gaan, anders dan voor hem geldt. De winsten zijn weer verdubbeld. Daarom is er een receptie.

[…] Niet alle auteurs zijn aanwezig. Niet iedereen mocht vrij nemen van zijn baas. Niemand kan het zich veroorloven fulltime schrijver te zijn.

Ik kijk naar de glazen wijn die op tafel staan. Van mijn jaarlijkse royalty’s zou ik niet eens de voorste twee rijen kunnen kopen. […]

[Literair agent]

En klagen zonder daarbij larmoyant te worden, bijvoorbeeld door het flegmatiek te houden, of door in droge humor te vluchten, is wel degelijk een zeer bewonderenswaardige kunst.

Joubert Pignon, Huil maar, ik wens je uitstel toe
192 pagina’s
Atlas Contact, 2015