Pensioenmythe ~ Martin Pikaart

Iedereen die in Nederland 65 wordt, en geruime tijd in het land gewoond heeft, krijgt er van de Staat AOW. Een uitkering om van te leven. Deze pensioenregeling is niet anders dan de meeste democratieën hebben sinds het midden van de 20e eeuw. Alleen is het bedrag aan AOW in Nederland laag, vergeleken met wat 65-plussers elders krijgen.

Dit komt omdat naast het AOW-stelsel nog een heel ander pensioenstelsel bestaat, waar de werkenden na hun actieve loopbaan een beroep op kunnen doen. Nu nog wel tenminste. Daarin sparen werknemers elke maand voor hun oude dag door een extra belasting op hun loon te betalen. [1] En dat geld komt via allerlei ingewikkelde constructies terecht bij een hele reeks sectorspecifieke pensioenfondsen — die daarmee dan investeren. En speculeren ook.

Dus toen in 2008 uitkwam dat banken en financiële instellingen gigantische hoeveelheden geld gecreëerd hadden waar geen enkele dekking voor was, bleken ook die pensioenfondsen veel minder waard te zijn dan altijd gedacht. Daarmee werd een vraag hoe het met de dekking van de fondsen zat. Waren alle pensioenen nog wel te uit te keren? En zo ja, voor hoe lang?

Volgens politici is er nauwelijks iets aan de hand, en heeft Nederland nog altijd het beste pensioenstelsel in de wereld.

Alleen weet je doorgaans meteen dat er rampen dreigen als Nederlandse politici eenstemmig verklaren dat een stelsel fantastisch is.

Dat de huizen in het land onbetaalbaar zijn voor een nieuwkomer op de woningmarkt komt nu eenmaal ook omdat de politici hier de volkshuisvesting zo goed hebben geregeld. Omdat de absurd royale hypotheekrenteaftrek toch echt geen villasubsidie genoemd mag worden van dezelfde politici. Hoe zeer economen van de OESO/OECD ook altijd waarschuwden tegen de lasten van dat systeem.

Ik las De pensioenmythe van Martin Pikaart om informatie te krijgen over hoe ‘het pensioengebouw’ erbij staat.

En Pikaart is in dit boek prettig partijdig. Niet zo vreemd, want hij was ooit de mede-oprichter van het AVV, het Alternatief voor Vakbond — een initiatief dat wilde opkomen voor de groepen die de traditionele vakbonden negeren. Zoals het legertje aan zelfstandigen, waartoe ook ik behoor.

Kern van De pensioenmythe lijkt me de vraag waarom de jongere generaties nog solidair zouden zijn met de 50-plussers. Want iedereen die nu tussen de vijftig en zeventig is, kan nog gebruik maken van de meest riante pensioenvoorzieningen ooit in de geschiedenis bedacht. Naast die voor de samenleving allang onbetaalbare hypotheekaftrek.

Al deze regelingen worden ondertussen bekostigd door de werkende dertigers en veertigers. Maar voor hen wacht er straks geen pensioen. Terwijl ze ook al de hoofdprijs betalen voor de huizen waar ze in wonen; terwijl die woningen dat niet waard zijn.

Zwijg ik nog over de hoge zorgpremies maandelijks, die door de jongere generaties ook in solidariteit worden opgebracht met al die ouderen; degenen die de meeste gezondheidszorg nodig hebben.

Prettig aan De pensioenmythe was bijvoorbeeld alleen al de gekleurde blik van Pikaart als hij de kwalijke rol bespreekt van de vakbonden bij al dit. Die hebben door de decennia tal van riante regelingen veroverd voor de oudere werknemer – hun ledenbestand. Die hebben alle jongeren daarmee schijnbaar voor eeuwig benadeeld.

Hadden ze maar lid moeten zijn, zeiden de vakbonden.

Maar wie wordt er op de kleuterschool al lid van een vakbond? Wie weet er als tiener al welk beroep die later zal hebben?

Pikaart is bovendien politicus genoeg om een alternatief pensioenstelsel te schetsen, dat wel bekostigd kan worden. Want dat het grandioos fout loopt met de huidige pensioenvoorzieningen lijkt volgens hem wel duidelijk. De boel klapt op zo’n vijftien à twintig jaar van nu.

Ik moet eerlijk zeggen niet alle passages in het boek met evenveel aandacht gevolgd te hebben. De regelingen die bedacht zijn en worden voor het in loondienst tam gehouden volk zijn nooit eens regelingen die voor mij gelden.

Moeilijk is het niet om je een vreemde in eigen land te voelen.

Martin Pikaart, De pensioenmythe
240 pagina’s
Contact, 2011
  1. Er bestaat nog een derde stelsel, waarin individuen zelf lijfrentes en dergelijke kopen. Daarover gaat het hier niet. Ondanks het belang voor mij. []