dit is het dossier:

Robert M. Pirsig

© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

 

Lila ~ Robert M. Pirsig

Meest opvallend aan de roman Lila van Robert Pirsig is dat dit boek als een receptiegeschiedenis leest van zijn debuut: Zen and the Art of Motorcycle Maintenance. Het bestaan van die eerdere uitgave wordt namelijk gewoon bekend verondersteld bij de lezer — zelfs al komt de titel nooit langs. En de hoofdpersoon in beide boeken is ook precies dezelfde op de schrijver lijkende man. Al is deze inmiddels ouder, en grijzer, en reist hij nu per boot in plaats van op een motorfiets.

Het cultboek Zen and the Art of Motorcycle Maintenance bracht Pirsig faam, en geld, en daarmee bewegingsvrijheid. En hij kon weinig met die beroemdheid die hem dat opleverde, of de opdringerigheid van sommige fans.

Al waren niet de minsten die iets in de debuutroman zagen. In Lila onderhandelt de hoofdpersoon met Robert Redford over de filmrechten op Zen and the Art of Motorcycle Maintenance.

Beide boeken leverden hem ook sterk negatieve reacties op. Vaak als Pirsig door een filosoof geïnterviewd werd, was diens benadering uitgesproken vijandig. Enige jalousie de métier zal daar niet vreemd aan zijn geweest. Een buitenstaander had wel bestsellers gescoord met boeken die over zoiets onmogelijks als filosofie leken te gaan. Romans die hun lezers met tal van abstracte ideeën confronteerden. Terwijl deze Robert Pirsig nooit ergens een graad had behaald in dit vakgebied.

Poneerde deze auteur in Lila zelfs de stelling dat zo’n opleiding in de wijsbegeerte het eigen denken behoorlijk in de weg kan zitten. Want hoeveelheid eigenheid zal er overeind blijven als je geacht wordt om eerst eeuwen aan filosofieboeken te lezen, van vaak nogal meeslepend formulerende denkers?

Filosofie zoals die aan de universiteiten bedreven wordt, is daarom ook te vaak niet meer dan filosofologie; de studie en uitleg van wat grote denkers vroeger ooit beweerd kunnen hebben. Dat verwijt staat in Lila te lezen. En ik neem voor het gemak even aan dat hoofdpersoon en schrijver daarbij eenzelfde mening hanteren.

Toch zal Pirsig mede door de negatieve reacties op Zen and the Art of Motorcycle Maintenance beseft hebben nog niet sterk genoeg te staan als het aankwam op de verdediging van zijn ideeën over kwaliteit.

Alleen al de stelling uit de debuutroman dat het begrip kwaliteit zich onttrekt aan een definitie gaat rechtstreeks in tegen millennia aan filosofie; waarin dat definiëren en daarmee vastpinnen nu net zo belangrijk werd geacht.

Lila is daarmee dus onder meer ook te zien als een verslag van de denkslagen die Pirsig heeft gemaakt om zich tegen critici te harnassen. De hoofdpersoon probeert in het boek tot een metafysica van kwaliteit te komen — die uiteindelijk mogelijk zelfs tot een afgeleide catechismus van kwaliteit kan leiden, met daarin dan de pasklare antwoorden op die eeuwig vijandige aanvallen.

En ik moet toegeven de filosofie in deze roman opnieuw niet met de meeste belangstelling gelezen te hebben. Ook diagonaal bekeken, was namelijk vrij goed in te schatten waar de auteur heen wilde met zijn betoog. En om te zien dat hij er dan nooit helemaal uit kwam. De voornaamste intellectuele vondst in deze roman lijkt bijvoorbeeld te zijn dat kwaliteit een dynamische component hoort te hebben — als de omstandigheden veranderen, hoeft de kwaliteit van iets of iemand immers niet gelijk te blijven.

Misschien is mijn onverschilligheid voor ‘de moeilijke passages’ dan als een soort intellectueel valsspelen te zien. Alleen maakt toevallig ook de lezer een boek.

Bovendien voel ik me bedrogen door Pirsig. Want ik omarmde Zen and the Art of Motorcycle Maintenance indertijd onder meer omdat er eindelijk eens een serieuze schrijver iets behoorlijks te melden had gehad over onze omgang met techniek. Begreep ik weliswaar bij eerste lezing van die debuutroman niet precies hoe technisch onderhoud en kwaliteit filosofisch gezien exact gekoppeld waren; dat er een verband was, moest alleen haast wel.

Lila werd alleen geen moment een Zen en de kunst van het scheepsonderhoud, ook al speelt de reis in het boek zich af op een schip. Terwijl er toch weinig zaken zijn die zo veel en zoveel kostbaar onderhoud nodig hebben als een boot. Een gezegde daarover is zelfs dat de eigenaar van een boot er slechts twee dagen plezier van heeft. Direct bij de aankoop. En nogmaals bij de verkoop.

Pirsig verduidelijkt zijn ideeën in deze tweede roman door ditmaal te kijken naar kwaliteit en mensen.

Kernvraag van het boek is simpelweg of Lila, een verloren gelopen vrouw die bij de hoofdpersoon aan boord komt, kwaliteit heeft.

Belangrijkste aanwijzingen hoe die vraag benaderd moet worden, staan ook al vroeg in de tekst. De hoofdpersoon wordt er dan door een ander op aangevallen een cafésnol mee te hebben genomen naar zijn boot. Waarop hij rechtstreeks de vraag moet beantwoorden of hij echt meent dat deze Lila kwaliteit bezit.

Ja, is dan zijn antwoord. En aan het einde van de roman zal blijken dat hij deze vrouw daarmee redt. Tot dan overheerst alleen enorme spijt bij de hoofdpersoon dat hij zich tot een antwoord heeft laten dwingen. Want wie oordeelt, en dit dan ook nog uitspreekt tegenover een ander, verliest nu net zelf meteen aan kwaliteit.

Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld worde — zo staat trouwens gewoon in de Bijbel; nog zo’n verzameling van verzamelde kennis die overal vandaan werd gegaard, waarvan tallozen later net hebben gedaan of die geheel uniek was.

En met die paradox heeft Pirsig zich bij voorbaat dus ook handig ingedekt tegen kritiek. Want wie ben ik dan ineens wel om me een oordeel aan te matigen over deze roman?

Dus, in het volle besef me hiermee enorm te verlagen: Lila viel mij behoorlijk tegen. Het raamverhaal is me domweg te onnozel.[1] En de boodschap die het boek brengt pakt me ook veel te zwart-wit uit. Want zeker, mensen, zelfs de op het oog allergrootste losers, kunnen nog veranderen, waar systemen — zoals de wetenschap, zoals de filosofie — verkalken of tot machtsstructuren worden en daarmee nu net alle flexibiliteit verliezen.

Zelfs de filosofie in het boek is minder origineel of bijzonder dan Pirsig doet voorkomen. Want de oude Grieken dachten al na over het goede, of het voortreffelijke — zoals de schrijver trouwens terloops ook in beide boeken heeft toegegeven. Wat me het meest stoorde evenwel, is dat Robert Pirsig niet de einduitkomst van zijn gedachten presenteert, en daar vervolgens de consequenties dan van heeft uitgewerkt. Nee, het boek gaat nog steeds zo vervelend over het moeizame denken van deze gedachten.[2] Watertrappen blijft dat, waar de toch al niet heldere woordenpoel enkel troebeler van wordt.

En ooit zou ik misschien de welwillendheid hebben gehad om met hem mee te gaan in dat geploeter. Die flexibiliteit was er nu alleen niet meer.

Want misschien begreep ik Zen and the Art of Motorcycle Maintenance dan niet goed, lang geleden, bij die eerste lezing. Mijn idee was bij die roman in elk geval iets aangereikt te krijgen dat van belang was. De gedachten van de hoofdpersoon over het onderhoud van een motorfiets waren ook te lezen als ideeën over hoeveel er wel niet is waaraan wij te onopgemerkt voorbij gaan. Ideeën zelfs over wat nuttige kennis is ook; een kwestie waar veel te weinig romans zich mee bezig houden. En daarmee hintte Pirsig uiteindelijk met de vraag bezig te zijn wat een goede manier van leven is — eveneens een oeroud filosofisch probleem.

Was het zelfs een pré dat hij wat Oosterse ideeën en tradities van de Indianen verwerkte in zijn roman.

Zen and the Art of Motorcycle Maintenance las de eerste keer nog als een zinvolle aanval op de cultuur van dat moment, al was dat effect er bij herlezing minder. Lila las helaas als een onnoemelijk veel kleiner boek; als een bijboek hoogstens.

Robert M. Pirsig, Lila
An Inquiry into Morals

420 pagina’s
Bantam 1992, oorspronkelijk 1991
  1. Man pikt vrouw op in een bar, en neemt haar mee voor de nacht naar zijn boot. Daarop vaart zij een dag mee. Vervolgens krijgen beide ruzie, waarop ze hun eigen weg weer gaan, alleen ontspoort de toch al labiele vrouw daardoor. Zij keert terug naar de boot, is dan volstrekt onbenaderbaar, maar net als de man zich grote zorgen begint te maken over hoe hij van haar af kan komen, in deze toestand, lost dit probleem zich op. []
  2. Nietzsche. []

Zen and the Art of Motorcycle Maintenance ~ Robert M. Pirsig

Herlezen is weliswaar het ware lezen. Alleen kan de tweede kennismaking met een boek knap confronterend zijn. Want, waar ligt het precies aan als een vroegere favoriet dan ineens mee- of tegenvalt?

Zo kan een boek aantonen hoe onnozel de lezer ooit was. Wat nu gold bij herlezing van de roman Zen and the Art of Motorcycle Maintenance; het cultbook uit 1974 van de Amerikaan Robert Pirsig.

Ik was domweg te dom bij eerste lezing om dit boek toen eer aan te doen. Met als excuus hoogstens dat ik ook nogal jong was. Mijn oordeel indertijd dat dit een te lang en soms verwarrend zwaar boek zou zijn, ondanks dat het wel indruk had gemaakt, zei meer over mij dan over de roman.

Aan veel van de vragen waar de schrijver zijn hoofdpersoon mee laat worstelen, was ik toen gewoon nog niet toegekomen. In detail. Uit mijzelf.

Evenmin bood de tijdgeest me op dat moment houvast. Tegenwoordig geeft ieder wijkcentrum cursussen ‘mindfulness’ — is het deze winter niet, dan komend jaar wel. Indertijd heerste er eerder een doffe algemene onverschilligheid. Zo kwam de autobenzine nog gewoon met lood erin, wat slechts alle leven beschadigde.

Mede om die eerdere leeservaring leek me een projectje van enige weken nodig om Zen and the Art of Motorcycle Maintenance door te werken. Alleen had dit waarschijnlijk niet gehoeven. Van de vier delen die het boek telt, lazen het eerste, het tweede, en het slotdeel vlot. Enkel het derde deel, dat dan ook evenveel pagina’s telt als de rest van de roman, sleepte wat aan.

Zen and the Art of Motorcycle Maintenance beschrijft twee reizen. Er is een fysieke tocht vanuit het midden van de VS naar de westkust, van een man op een motor met zijn zoon Chris van elf achterop. Op het eerste deel van die tocht rijdt nog een echtpaar mee, elk op eigen motoren.

Pirsig maakte zelf zo’n reis, in 1968. En wie wil kan die rit tegenwoordig over doen. Er staan verschillende kaartjes met de mogelijke route online.

De motor waarop de hoofdpersoon rijdt in het boek is naar hedendaagse normen nogal licht, en redelijk primitief. Dagelijks onderhoud was daarmee wel verplicht om het ding op de weg te houden.

Tegelijk blijkt uit de roman ook dat de bekering van de hoofdpersoon tot aandachtig monteur, en zijn obsessie daarover, relatief recent is. Een paar jaar eerder strandde hij nog onderweg, door zijn eigen onbenul, op een vergelijkbare reis met zijn zoon achterop.

En dat maakt de verwijten aan zijn reisgenoten wat hypocriet dat zij geen enkele belangstelling hebben voor hoe hun motor werkt. Dat ze domweg op de goede reputatie vertrouwen van het merk, BMW, waarvan de naam zou garanderen dat er geen problemen zullen optreden onderweg. Of dat ze enkel de buitenkant poetsen, en angst lijken te hebben om te sleutelen.

De tweede reis in de roman gaat daarom over de zoektocht van de hoofdpersoon naar kwaliteit.

Quality . . . you know what it is, yet you don’t know what it is. But that’s self-contradictory. But some things are better than others, that is, they have more quality. But when you try to say what the quality is, apart from the things that have it, it all goes poof! There’s nothing to talk about. But if you can’t say what Quality is, how do you know what it is, or how do you know that it even exists? If no one knows what it is, then for all practical purposes it doesn’t exist at all. But for all practical purposes it really does exist.

Alleen is dat ook een queeste die de man al eens gedaan heeft. Jaren daarvoor. In een schijnbaar eerder leven, waarvan de details vaak ontbreken. Want de hoofdpersoon werd gek van die zoektocht, is zelfs opgenomen geweest, en kreeg daarbij onvrijwillig elektroshocks toegediend waardoor hele delen van zijn geheugen gewist lijken te zijn.

De reconstructie van die eerdere zoektocht vindt vooral plaats in het derde deel van de roman, waarbij de schrijver er de halve geschiedenis van de Westerse filosofie bijhaalt om te laten zien dat het begrip kwaliteit daar in ontbreekt, en hem toch noodzakelijk lijkt.

Bij eerste lezing van het boek indertijd begreep ik waarschijnlijk niet precies waar Pirsig daar mee heen wilde. Herlezing gebeurde evenwel met een heel andere bagage, omdat ik in de tussentijd filosofie studeerde. Nu stond me er juist te veel aan uitleg in. Een boek kan dus om heel verschillende redenen als te lang aanvoelen.

Alleen durfde ik het inmiddels wel aan om de uitleggerige stukken diagonaal te lezen; niet bevreesd daarmee iets cruciaals te missen.

Anders bij het lezen nu dan toen was ook dat mijn identificatie met de hoofdpersoon groter bleek te zijn. Mede omdat elk leven met teleurstellingen komt; al heb je nog zo’n groot gelijk gehad. En ook omdat ik inmiddels zelf ontdekte wat er fijn is aan Zen en de kunst van het fietsonderhoud.

Er is bijvoorbeeld weinig meer ontspannen mentaal dan om in een uurtje van een stapeltje spaken, een velg, en een naaf, even een strak en licht nieuw fietswiel te vlechten. De daartoe benodigde handelingen vragen weliswaar alle concentratie. Alleen is het ook zo prettig om voor dat moment in die handenarbeid te verdwijnen.

Dus was het geen straf om deze roman te herlezen. Behalve dan dat ik me nu hierdoor heb opgezadeld met de plicht om ook snel kennis te nemen van het vervolg. Lila. Mede omdat er sinds het verschijnen van Zen and the Art of Motorcycle Maintenance werk is gemaakt om tot een Metafysica van kwaliteit [MOQ] te komen, en die tweede roman daar over zou gaan.

[ wordt daarom vervolgd ]

Robert M. Pirsig, Zen and the Art of Motorcycle Maintenance
An Inquiry into Values

540 pagina’s
HarperTorch 2006, oorspronkelijk 1974