Zen and the Art of Motorcycle Maintenance ~ Robert M. Pirsig

Herlezen is weliswaar het ware lezen. Alleen kan de tweede kennismaking met een boek knap confronterend zijn. Want, waar ligt het precies aan als een vroegere favoriet dan ineens mee- of tegenvalt?

Zo kan een boek aantonen hoe onnozel de lezer ooit was. Wat nu gold bij herlezing van de roman Zen and the Art of Motorcycle Maintenance; het cultbook uit 1974 van de Amerikaan Robert Pirsig.

Ik was domweg te dom bij eerste lezing om dit boek toen eer aan te doen. Met als excuus hoogstens dat ik ook nogal jong was. Mijn oordeel indertijd dat dit een te lang en soms verwarrend zwaar boek zou zijn, ondanks dat het wel indruk had gemaakt, zei meer over mij dan over de roman.

Aan veel van de vragen waar de schrijver zijn hoofdpersoon mee laat worstelen, was ik toen gewoon nog niet toegekomen. In detail. Uit mijzelf.

Evenmin bood de tijdgeest me op dat moment houvast. Tegenwoordig geeft ieder wijkcentrum cursussen ‘mindfulness’ — is het deze winter niet, dan komend jaar wel. Indertijd heerste er eerder een doffe algemene onverschilligheid. Zo kwam de autobenzine nog gewoon met lood erin, wat slechts alle leven beschadigde.

Mede om die eerdere leeservaring leek me een projectje van enige weken nodig om Zen and the Art of Motorcycle Maintenance door te werken. Alleen had dit waarschijnlijk niet gehoeven. Van de vier delen die het boek telt, lazen het eerste, het tweede, en het slotdeel vlot. Enkel het derde deel, dat dan ook evenveel pagina’s telt als de rest van de roman, sleepte wat aan.

Zen and the Art of Motorcycle Maintenance beschrijft twee reizen. Er is een fysieke tocht vanuit het midden van de VS naar de westkust, van een man op een motor met zijn zoon Chris van elf achterop. Op het eerste deel van die tocht rijdt nog een echtpaar mee, elk op eigen motoren.

Pirsig maakte zelf zo’n reis, in 1968. En wie wil kan die rit tegenwoordig over doen. Er staan verschillende kaartjes met de mogelijke route online.

De motor waarop de hoofdpersoon rijdt in het boek is naar hedendaagse normen nogal licht, en redelijk primitief. Dagelijks onderhoud was daarmee wel verplicht om het ding op de weg te houden.

Tegelijk blijkt uit de roman ook dat de bekering van de hoofdpersoon tot aandachtig monteur, en zijn obsessie daarover, relatief recent is. Een paar jaar eerder strandde hij nog onderweg, door zijn eigen onbenul, op een vergelijkbare reis met zijn zoon achterop.

En dat maakt de verwijten aan zijn reisgenoten wat hypocriet dat zij geen enkele belangstelling hebben voor hoe hun motor werkt. Dat ze domweg op de goede reputatie vertrouwen van het merk, BMW, waarvan de naam zou garanderen dat er geen problemen zullen optreden onderweg. Of dat ze enkel de buitenkant poetsen, en angst lijken te hebben om te sleutelen.

De tweede reis in de roman gaat daarom over de zoektocht van de hoofdpersoon naar kwaliteit.

Quality . . . you know what it is, yet you don’t know what it is. But that’s self-contradictory. But some things are better than others, that is, they have more quality. But when you try to say what the quality is, apart from the things that have it, it all goes poof! There’s nothing to talk about. But if you can’t say what Quality is, how do you know what it is, or how do you know that it even exists? If no one knows what it is, then for all practical purposes it doesn’t exist at all. But for all practical purposes it really does exist.

Alleen is dat ook een queeste die de man al eens gedaan heeft. Jaren daarvoor. In een schijnbaar eerder leven, waarvan de details vaak ontbreken. Want de hoofdpersoon werd gek van die zoektocht, is zelfs opgenomen geweest, en kreeg daarbij onvrijwillig elektroshocks toegediend waardoor hele delen van zijn geheugen gewist lijken te zijn.

De reconstructie van die eerdere zoektocht vindt vooral plaats in het derde deel van de roman, waarbij de schrijver er de halve geschiedenis van de Westerse filosofie bijhaalt om te laten zien dat het begrip kwaliteit daar in ontbreekt, en hem toch noodzakelijk lijkt.

Bij eerste lezing van het boek indertijd begreep ik waarschijnlijk niet precies waar Pirsig daar mee heen wilde. Herlezing gebeurde evenwel met een heel andere bagage, omdat ik in de tussentijd filosofie studeerde. Nu stond me er juist te veel aan uitleg in. Een boek kan dus om heel verschillende redenen als te lang aanvoelen.

Alleen durfde ik het inmiddels wel aan om de uitleggerige stukken diagonaal te lezen; niet bevreesd daarmee iets cruciaals te missen.

Anders bij het lezen nu dan toen was ook dat mijn identificatie met de hoofdpersoon groter bleek te zijn. Mede omdat elk leven met teleurstellingen komt; al heb je nog zo’n groot gelijk gehad. En ook omdat ik inmiddels zelf ontdekte wat er fijn is aan Zen en de kunst van het fietsonderhoud.

Er is bijvoorbeeld weinig meer ontspannen mentaal dan om in een uurtje van een stapeltje spaken, een velg, en een naaf, even een strak en licht nieuw fietswiel te vlechten. De daartoe benodigde handelingen vragen weliswaar alle concentratie. Alleen is het ook zo prettig om voor dat moment in die handenarbeid te verdwijnen.

Dus was het geen straf om deze roman te herlezen. Behalve dan dat ik me nu hierdoor heb opgezadeld met de plicht om ook snel kennis te nemen van het vervolg. Lila. Mede omdat er sinds het verschijnen van Zen and the Art of Motorcycle Maintenance werk is gemaakt om tot een Metafysica van kwaliteit [MOQ] te komen, en die tweede roman daar over zou gaan.

[ wordt daarom vervolgd ]

Robert M. Pirsig, Zen and the Art of Motorcycle Maintenance
An Inquiry into Values

540 pagina’s
HarperTorch 2006, oorspronkelijk 1974