Afscheid van Leiden ~ Karel van het Reve

Herlezen is het ware lezen. Al blijft het enige inspanning vergen om voldoende titels te houden om telkens opnieuw te kunnen bekijken. Herlezen laat ook weleens boeken slijten. Een decennium later blijken die dan minder te vertellen te hebben dan steeds werd gedacht.

Zoals ik ooit al schreef, de ideale recensie kan ook pas worden opgeschreven nadat de criticus twee keer naar hetzelfde boek heeft gekeken. Twee keer; gescheiden door een lange periode tijds.

Tegelijk lukt het me niet goed om te formuleren wat een boek dan zo herleesbaar maakt.

Zo heb ik de bundel Afscheid van Leiden nu al menigmaal gelezen. En telkens met plezier. Toch is veel makkelijker te verwoorden wat Karel van het Reve ondertussen tot een wat ouderwetse schrijver maakt — met niet uit te vlakken nare trekjes bovendien — dan tot een auteur waar ik telkens weer een soort troost vind.

Vervelend aan Van het Reve blijft een pesterig Amsterdamse gymnasiastentoontje, dat hij zich als jongen aanmat en nooit meer afleerde.

Afscheid van Leiden biedt bovendien nogal wat gelegenheidswerk, dat niet per se houdbaar is gebleven. Waarin Karel van het Reve dan inderdaad terugkeek op zijn loopbaan aan de Leidse universiteit. Begonnen toen het academische landschap er nog heel wat pastoraler bij lag.

Geef nooit meer dan twee uur college in de week, had hij als raad gekregen bij zijn aantreden.

Troost vind ik bij het herlezen van Karel van het Reve waarschijnlijk vooral in diens ‘nuttig gemaakte wantrouwen’. Bij onze gedeelde overtuiging dat te veel vrij massaal aangehangen overtuigingen in de kern al niet deugen; laat staan dat ze inhoudelijk zouden kloppen. Omdat te vaak vorm en machtsfactoren niet te vergeten meer bepalen dan inhoud.

Terwijl het enkel de inhoud is die telt. En houdbaar blijft.

Al de rest is modieus en daarmee een vooral vervelend tijdsverschijnsel.

Dus las ik onder meer voor de zoveelste maal zijn ‘Toespraak over Popper in Enschede’. En dan is het waarschijnlijk Karel van het Reve’s opgetogenheid waardoor zo’n tekst me nu nog aanspreekt. Niet wie Karl Popper was, is interessant. Nee, waar deze voor stond. Popper probeerde een methode te vinden om onzin te kunnen onderscheiden van ideeën die wel zinvol zijn. En hij slaagde daar toch een heel eind in.

En hoewel ik veel meer tegen Popper’s wetenschapsfilosofie in kan brengen dan Van het Reve deed, doet dat er op het moment van lezen dan niet toe. Opluchting mag even overheersen. Er is namelijk een behoorlijk krachtige medestander gevonden, in de onwinbare oorlog tegen alle onzin, en de bullshit die toch vrijwel iedereen telkens weer zo belangrijk vindt.

De wereld ziet er, kortom, voor even minder troosteloos uit.

Karel van het Reve, Afscheid van Leiden
255 pagina’s
G.A. van Oorschot 1991, oorspronkelijk 1984

After the Open Society ~ Karl Popper

Voor een groot deel is dit boek meer een appendix op Popper’s hoofdwerk The Open Society and Its Enemies dan wat anders. Dit kan ook heel goed, omdat zelfs de ontstaansgeschiedenis van dat boek over dictatuur en totalitarisme interessant blijkt te zijn. Het werd geschreven voor de Tweede Wereldoorlog, en daarna nog regelmatig aangepast. Bovendien schreef Popper telkens nieuwe inleidingen, als zijn boek in een nieuw land werd uitgegeven.

Het is alleen al boeiend om de Amerikaanse introductie, van vlak na de Tweede Wereldoorlog, te vergelijken met tekst die Popper schreef toen de Russische editie eindelijk mogelijk werd in de jaren negentig. De wereld veranderde in veertig jaar, en daarmee de zekerheden die deze wereld regeren.

Staan er ook nog enige korte briefwisselingen in, tussen Popper en Carnap bijvoorbeeld. Of met Hayek. Die meer duidelijk maken over de wisselwerking op de ideeën van deze geleerden onderling.

En toch is deze bundel voor mij een boek van de laatste vijftig, zestig pagina’s. Omdat daarin enkele essays en lezingen staan waarin de soms zo abstracte ideeën uit The Open Society en Popper’s andere werk toegespitst worden op enkele concrete voorbeelden. Die stukken intrigeren, en prikkelen dus. Zonder dat ik het nu altijd met Karl Popper eens ben.

Tegelijk maakt de reikwijdte van zijn visie indruk. Hij redeneert altijd van het algemene naar het bijzondere; en kijkt dus op een heel andere manier naar problemen dan gewoon is.

Zo stelt hij in het slotartikel ‘The Power of Television’ voor om alle programmamakers te verplichten tot a] een cursus educatie, en b] hen onderling erop te laten toezien of hun uitzendingen wel opvoedend en informatief genoeg zijn. Niets is fouter dan een omroepsysteem dat de kijkers alleen wil bieden waar deze om zouden vragen. Alleen om de denkfout tegen de logica dat TV-bazen niet kunnen weten wat hun publiek aan nieuwigheden wil — zij zijn slechts bekend met wat al succes heeft. Maar geen democratie kan zonder beschaving, en televisie is een te belangrijk opvoedend medium om er alleen maar verstrooiing op uit te zenden.

Een tweede bedreiging volgens Popper van de open democratie, is de bureaucratie. Omdat het functioneren van een overheid in de eerste plaats afhangt van het fatsoen van niet verkozen ambtenaren, die gezamenlijk over nogal wat hindermacht bezitten; zelfs als ze niet corrupt zijn.

Popper laakt daarom ook de instelling van de Europese Unie, opvallend genoeg. Omdat de EU alleen maar een extra laag bureaucratie aan het bestuur heeft toegevoegd — een laag dan nog waarop geen enkele normaal parlementaire controle mogelijk is; een laag die zich daarmee onttrekt aan open correctie.

Ook interessant vond ik Popper’s afwegingen welke vorm van parlementaire democratie dan het meest succesvol waren voor hem. Die waarin enkel coalities kunnen regeren, zoals bij ons, omdat geen politieke partij ooit alleen een meerderheid haalt? Of die van met tweepartijenstelsel, waarin dan de éen, en dan de ander de macht krijgt? Nu goed, gezien Karl Popper’s voorkeur voor openheid, was voorspelbaar dat hij een tweepartijenstelsel ideaal acht. Omdat een nieuw kabinet dan tenminste een echt alternatief biedt voor het vorige.

En zie, dat is meteen ook waardoor ik zie dat Popper slechts ideaaltypen beschrijft. Want, hoewel er bijvoorbeeld verschil was tussen de regering Blair, en die van de Conservatieven voor hem, bleef veel beleid toch gewoon hetzelfde. Net als dat Obama wel wat van de ergste uitwassen wegkapte die er onder Bush jr. aan beleidskeuzen gegroeid waren, maar toch ook heel veel gehandhaafd bleef.

Tegelijk laat Popper me telkens merken dat het soms goed is om vanuit ideaaltypen te redeneren. Omdat de dagelijkse praktijk van de politiek zo vaak te modderig is om de hoofdlijnen te kunnen blijven onderscheiden.

Karl Popper, After the Open Society
Selected Social and Political Writings
Edited by Jeremy Shearmur and Piers Norris Turner

493 pagina’s
Routledge, 2008

All Life Is Problem Solving ~ Karl Popper

Een nadeel aan boeklog is dat het op 1 januari 2005 begon, en dit betrekkelijk laat was in mijn lezende leven. Aan canon is voor die tijd al veel gepasseerd. En hoewel het ware lezen voor mij uit herlezen bestaat, zijn er toch nogal wat grote werken die ik niet opnieuw hoef in te zien. Of wil bekijken. Die boeken zijn van nut geweest. Hebben meegeholpen om me te vormen, en dat was dat.

Tot de boeken die ik de eerstkomende jaren, en misschien wel decennia, niet herlezen zal, ondanks het vele wat ze me eerder brachten, horen de grote werken van Karl Popper [1902 – 1994]. Of dat nu Logik der Forschung (The Logic of Scientific Discovery) is, of het tweeluik The Open Society and Its Enemies en The Poverty of Historicism. De kernen van wat Popper daarin betoogt, horen tot mijn intellectuele bagage. Zonder dat ik daarmee zeggen wil diens ideeën altijd goed te representeren.

Bestaan er gelukkig vaak ook nog bijboeken in zo’n oeuvre. En dan heeft de bundel All Life Is Problem Solving zeker aantrekkelijke kanten om te lezen. Dit boek biedt een verzameling van gelegenheidswerk uit de jaren tachtig en negentig. En Popper was bijvoorbeeld éen van de vroege criticasters van het communisme die na 1989 nogal eens gevraagd werd om zijn mening over de val van deze heilsleer.

Er staan essays in, lezingen, feestredes van als Popper weer eens ergens eredokter was geworden, en éen interview. Voor de helft gaan deze stukken over geschiedenis en politiek, en voor de andere helft over wetenschapsfilosofie. Al gebruikt Karl Popper tegelijk die laatste term niet voor zijn werk. De slotlezing in het boek is amusant getiteld: ‘How I became a philosopher without trying’. Veel van de onderzoeksvragen die hem al vroeg interesseerden, bleken namelijk tot de filosofie te worden gerekend. En dat was nieuws voor de man.

Omdat de opgenomen stukken meestal voor een algemeen publiek bedoeld waren, boden ze mij strikt geredeneerd inhoudelijk niet veel nieuws. Als inleiding in het werk zijn ze evenwel prima geschikt, vanwege de toegankelijkheid. Maar dan nog bleef er ook voor mij genoeg te genieten, aan gedachten en formuleringen. Ik tekende onder meer aan:

Over de natuurwetenschappen:

We know nothing — that is the first point.

Therefore we should be very modest — that is the second.

That we should not claim to know what we do not know — that is the third.

This is more or less the approach I should like to popularize. It does not have good prospects. [56]

scheiding

Over zijn politieke ideeën en idealen:

I say: Kant told us, ‘Dare to be wise!’ I may perhaps, more modestly, tell you: Dare to despise fashions, and be a little more responsible each day. This is, perhaps, the best you can do for freedom. [138]

scheiding

En omdat het zo mooi het verschil toont tussen een journalist en iemand die wel eens nadenkt:

SpiegelAre economic conflicts nowadays the continuation of war by other means? Europe and the USA are afraid they are losing the microchip war against the Japanese.

PopperThese problems should not be taken seriously, and they should not be discussed in this way. It is what I have called the cynical view of history: intellectuals want to be clever instead of offering help. The Japanese are really civilized. You can talk to them. But time and again we are up against stupidity, both here and of course in Japan too.

SpiegelStupidity? Do you mean strategies of economic consequences?

PopperYes. Japan has big problems: it is overpopulated. But that can be discussed later. Unfortunately there are always journalists who misunderstand these things and are looking for a sensation. We have enough sensations already.

SpiegelBut it has simply not been invented by journalists. The current ‘Don’t buy Japanese goods!’ campaign in the USA suggests a deep sense of confrontation.

PopperSuch a confrontations is nonsense. The whole thing is unimportant. At present Japan is not at all imperialistic. True, it has the industry and the potential to manufacture nuclear weapons at any time. But the Japanese know what this would mean.
 In my view, theoretical economics has ground to a kind of intellectual halt; it has become bogged down in current problems. But the problems can all be solved. No millionaire has yet died of riches. And compared to the prewar world, you in Germany are all millionaires now.

Karl Popper, All Life Is Problem Solving
171 pagina’s
Routledge, 1999
vertaling uit het Duits van: Alles Leben ist Problemlösen