Inhoud:
Trinus Riemersma · Argewaasje fûn - Argewaasje jûn
zondag 27 februari 2005
Trinus Riemersma (bes.) · Hoe binne de helten fallen
vrijdag 15 juni 2007
Trinus Riemersma (bes.) · Kul oer it skouder
zaterdag 3 november 2007
Trinus Riemersma · Argewaasje fûn - Argewaasje jûn
zondag 27 februari 2005
Trinus Riemersma (bes.) · Hoe binne de helten fallen
vrijdag 15 juni 2007
Trinus Riemersma (bes.) · Kul oer it skouder
zaterdag 3 november 2007
zondag 27 februari 2005

Trinus Riemersma is gjin dichter, derfoar ha syn fersen te min poëzy. Ritme ûntbrekt en rym alhielendal, útsein yn’e titel dan. Wat er wol oernommen hat is de kompaktheid fan poëzy en de emosjonele krêft. En dy beide eleminten brûkt er by tiden prachtich. Dat, hoewol’t alle hûndert gedichten yn dizze sammelbondel ek as proaza te lêzen binne, helpet de keazen foarm al harren boadskip better oer te bringen as proaza oait kind hie.
Fansels fûn ik de skeldstikken it aardichst. Nocht oan ûnnocht mei ik no ienkear wol oer.
in: a-z, poëzie, fryske boeken
[+] zie de gerelateerde titels
vrijdag 15 juni 2007
Wat gebeurde er met Bauke de Jong nádat hij aanleiding was tot het grootste conflict in de na-oorlogse Friese literatuur? Volgens Lolle Nauta werd er nauwelijks meer iets van hem vernomen. Maar dat vind ik niet echt een antwoord.

Bezorger Trinus Riemersma gaat evenmin op die vraag in, in deze bundel met bronmateriaal uit de jaren zestig. En dit is werkelijk het enige dat ik op dit boek heb aan te merken. Omdat de voorgeschiedenis en het conflict ruim aandacht krijgen, maar het vervolg blijkbaar bekend wordt geacht.
Voor de rest had ik geen beter boek kunnen lezen over wat mij intrigeerde over deze kwestie, die hier eerder al terloops langs kwam in boeklogjes over Nauta en Douwe Tamminga. Dat conflict met zijn vele lagen. Omdat ik alle artikelen te lezen kreeg die er toen over verschenen.
Zo speelde er een voorgenomen fusie tussen Friese literaire tijdschriften. Maar niet alleen hadden de betrokken redacteuren verschillende opvattingen over literatuur, er was ook sprake van een gapende generatiekloof. Dat verschil was niet alleen merkbaar in hoe er over boeken werd gedacht, maar onder meer ook in de ideeën over wat er nu moest met dat Fries.
Kristallisatiepunt in deze meningsverschillen werd in 1965 een aanval van voornoemde Bauke de Jong in het blad Asyl, op éen van de grootheden in het Friese wereldje. Deze Eeltsje Boates Folkertsma had namelijk volgens De Jong in 1939 nog opmerkelijk anti-semitische frasen gepubliceerd, en ook wel erg benadrukt hoe uniek Germaans het Friese volk niet was.
Niemand die daar toen iets van vond. En ook na de oorlog bleef Folkertsma onverstoord doorpubliceren.
Er ontspon zich daarom een felle discussie over De Jong’s aanval. Waarin voor de ouderen vooral de boodschapper het gedaan had. Posities werden ingenomen, en harde taal gebruikt.
Maar ruim een jaar later kwam Bauke de Jong met nog een aanval op een Friese grootheid; de hoofdredacteur van de grootste dagblad: de Leeuwarder Courant. Na het dodelijke ongeval van deze Jan Piebenga sprak De Jong een kritisch in memoriam uit voor de regionale radio.
Als Piebenga en Folkertsma over het Fries-zijn spraken, was het of zij klaarkwamen. En nadenken kon Piebenga ook al niet, zonder in de geopenbaarde kennis te vervallen van de Christelijke retoriek, zo klonk het.
En ik ben blij deze woorden nu eens integraal te hebben kunnen lezen. Riemersma zij voor zijn vele speurwerk bedankt. Zo kan ik nu bijvoorbeeld beter begrijpen waarom Lolle Nauta met het Friese wereldje brak. Hij was het die Bauke de Jong voor de radio had gehaald, en redactielid maakte van het literaire blad De Tsjerne.
Dat die generatiestrijd even zo fel oplaaide, illustreert ook wel een aantal andere zaken voor mij. Bijvoorbeeld hoe geïnstitutionaliseerd het denken over de Friese taal is geworden.
Nu heeft dat zo zijn gevolgen. Ik kan bijvoorbeeld sinds december 2004 gewoon over Friese zaken schrijven, zonder meteen een politie-inval te hoeven verwachten. Dit is een hele opluchting, dat begrijpt u. Nee, dat er geen discussie is geweest over de onzinnige wet dat alle bepalingen uit het Europese handvest voor minderheden onverkort voor elke Fries opgaan, laat zien dat er ook van alles uitstierf sinds de jaren 60.
Zelfs al was toen ook niet te zeggen wie nu die Friezen zijn.
in: boeken over schrijven, a-z, geschiedenis, essays, fryske boeken
[+] zie de gerelateerde titels
zaterdag 3 november 2007
Voor schrijvers als Hemingway was het een vertrouwd literair gereedschap. Laat belangrijke zaken of gebeurtenissen uit het verhaal weg, en het wordt daar sterker door, zo schreef hij in ‘The Art of the Short Story’. Lezers gaan dan nadenken.

Of noem een toneelstuk Wachten op Godot, en duidelijk is dat Godot er in een grote rol in speelt. Daarvoor hoeft die niet eens te zien te zijn.
Literaire voorbeelden genoeg om te verdedigen waarom in een boek of tekst nogal wat feitelijke informatie mag ontbreken. En toch vind ik zoiets een nogal elementair gebrek dat bij de uitgave van wat toch een bronnenboek is over literatuurgeschiedenis. De kul oer it skouder is zo’n verzameling bronnen.
Riemersma draait merkwaardig om de hete brei heen met dit boek. De ruimte in zijn inleiding gebruikt hij helaas vooral om vooruit te lopen op de inhoud. En die inhoud bestaat uit wat anderen schreven over het Friese literaire tijdschrift Quatrebras [1953-1968], het tijdschrift voor experimenten. Wat die anderen schreven was doorgaans weinig vleiend.
Maar het is heel simpel, alles wat in dit boek staat, geschiedde voor mijn geboorte. Dus heb ik context nodig om de inhoud te kunnen begrijpen. Ook al omdat Riemersma nog weleens aanvoert dat er in de jaren zestig tenminste nog belangstelling was voor Friese literatuur. Dus vraag ik me gewoon een paar heel elementaire dingen af. Hoeveel mensen lazen Quatrebras? Hoe vaak kwam het uit? Hoeveel nummers zijn er in totaal van verschenen? Wie waren de redacteuren, en wat werd er van hen? Waren de openbare bibliotheken erop geabonneerd, of deden die bijvoorbeeld niet aan Fries?
Waren er wel openbare bibliotheken zoals we die nu kennen?
Nu mist de samensteller zelfs de voorkomendheid om lezers te verwijzen naar andere boeken, waar wel iets feitelijks over Quatrebras is te vinden. Met plaatjes van het uiterlijk bijvoorbeeld. Of met fascimiles van een colofon.
Ik vind het jammer de schaarse feitjes die vermeld staan, nu moeten worden ontleend aan meningen van anderen. Dat is toch of je een schouwburgvoorstelling beoordelen moet aan wat je aan gebabbel in de pauze opvangt, zonder verder iets te kunnen zien.
Of — om de vaak zo zure toon van dit boek aan te houden — het is of ik als lezer een ongeluk moet reconstrueren door wat getuigenverklaringen van mensen die een klap vernamen en sirenes langs hoorden gieren.
Wat zich nu ook wreekt, is dat Riemersma’s eerdere bronnenboek, Hoe binne de helten fallen, zo aardig compleet was. Dat boek had namelijk wel een duidelijke kern. De twee teksten die Bauke de Jong in de jaren zestig schreef, en uitsprak, tegen alle gedweep met het Fries-eigene stonden er beide in zijn geheel in. Dit maakte het juist zo aardig om te kijken hoe diens woorden door anderen ontvangen werden.
Ook de bundel Op ‘e barrikaden en der by del uit 2005 toont wel een min of meer afgerond geheel. Dit bevat een verzameling aan tijdschriftartikelen die Riemersma zelf schreef, tot 1972. Wat hij daar deze eeuw aan toevoegde als commentaar, verrijkte het geheel.
In De kul oer it skouder mist mij daarom te veel. En door die twee eerdere boeken, die voor mij wel zeer geslaagd waren, begrijp ik niet goed waarom er zo veel moet missen.
Tenzij ik aan het interpreteren ga. Tenzij ik me dan bedenk dat geloven altijd weglaten. Een fundamentele eigenschap van menig religie bestaat eruit de kwaliteiten of eigenschappen van het allerhoogste juist niet te beschrijven. Of dit zelfs te verbieden.
Misschien is dit boek daarom nog het meest te beschouwen als een late eredienst van Trinus Riemersma persoonlijk. Een eredienst aan het experiment in de literatuur, dat ook voor hem zo belangrijk zou worden. Alleen zag hij dat toentertijd nog niet. Riemersma werd in 1964 redactielid van De Tsjerne, en niet van Quatrebras. Terwijl bij De Tsjerne de grootste kritikasters tegen het experiment bleken te zitten. Toen.
in: a-z, geschiedenis, bundels, fryske boeken
[+] zie de gerelateerde titels
© 2005-2008 boeklog | aanbevolen | 1121 titels, gelezen sinds 1.i.2005




