Bonk ~ Mary Roach

Bonk is prachtig. Zelden heb ik een boek onder ogen gehad waarin ik tijdens de meest onaangename scènes denkbaar – Roach schuwt geen enkel detail bij het beschrijven van ingrijpende operaties aan de penis – tevreden grijnzend door bleef lezen.

Mary Roach verricht dan ook het vrijwel onmogelijke, door telkens redelijk complexe informatie toch luchtig te brengen. Door steeds het juiste detail te kiezen om een situatie humoristisch te maken. Door van een met taboes beladen onderwerp als de menselijke sexualiteit te laten zien waarom het onzin is daar moeilijk over te doen.

Neem alleen al het verschil in beleving van sex tussen man en vrouw. Vanzelfsprekend behandelt dit boek uitgebreid de clitoris — god, wat liggen er bij dit onderwerp veel onbedoelde woordgrappen op de loer — en had het zo voor mij alleen als nut als prettig tegenwicht voor het fallocentrische boek A Mind of its Own. Maar dan voert Roach toch ook vrouwen op die zich tot een orgasme kunnen denken, terwijl bij de man er juist zo’n koppeling tussen wens en daad ontbreekt; omdat het zenuwgestel bij hen daar niet op ingericht is.

En om de overige verschillen tussen de geslachten te onderstrepen, volgt er dan vaak een prachtig terzijde. Zoals:

If it’s any solace, even female rats have trouble focussing. I give you a sentence, my favorite sentence in the entire oeuvre of Alfred Kinsey, from Sexual Behaviour in the Human Female: “Cheese crumbs spread in front of a copulating pair of rats may distract the female, but not the male”. [252]

Dit boek behandelt niet alleen de wetenschappelijke inzichten over sexualiteit, maar vooral ook de problemen die onderzoekers hebben om zulke projecten gefinancierd te krijgen. De steelsheid waarmee getest moest worden. En de vooroordelen bij de onderzoekers zelf.

Dus komt ook Pek van Andel even langs, met zijn straatacrobaten in de MRI-Scan, en de Ignobelprijs die hem dat opleverde. Dus moet de auteur zelf, met haar man, op een participerende studiereis naar Londen om te zien wat voor beelden de daad oplevert bij een scan; omdat ethische commissies grote restricties stellen aan het gebruik van menselijke proefpersonen.

Of dan is ze in Denemarken. Waar varkensfokkers ontdekt hebben dat zeugen meer biggen werpen, als ze een orgasme hadden bij inseminatie. Waardoor het economisch gezien interessant wordt dat de inseminatoren leren het varken te verwennen. Waarvoor dan weer cursussen zijn, met wandplaten.

En dus weet Bonk zelfs in de treurigste momenten harde wetenschap te brengen op een manier die onmiddellijk bijblijft. Meer is er nauwelijks te wensen van een boek.

Mary Roach, Bonk
The Curious Coupling of Sex and Science

319 pagina’s
Canongate, 2008

Enkele hoogtepunten, toegelicht op TED:


Grunt ~ Mary Roach

Oorlog is goed voor de wetenschap. Nu ja, sommige wetenschap. Al zijn er altijd onverwachte doorsijpeleffecten. En daardoor is zelfs te beargumenteren dat oorlog de mensheid vooruit helpt. Al vind ik deze gedachte dan weer te vreselijk om ooit zelf te gebruiken.

Door oorlog komt er namelijk ineens veel geld vrij om acute problemen op te lossen. En zo’n injectie, met de bijbehorende prestatiedruk, kan de wetenschap plots behoorlijk vooruit helpen. Tot de oorlog uiteindelijk afloopt, en de gulle geldstroom ineens opdroogt, en alles weer stagneert.

Meest cynische voorbeeld dat ik ken, is dat er in de jaren zestig plots heel veel geld ging naar het onderzoek tegen malaria; omdat de Amerikanen indertijd meenden in de Vietnamese jungle te moeten vechten. Die research leverde het middel op dat uiteindelijk Lariam ging heten. Daarna zou het decennia duren voor er nieuwe geneesmiddelen werden bedacht tegen de ziekte. Terwijl toch hele werelddelen onder malaria lijden.

Het welzijn van Amerikaanse soldaten was voor de farmaceutische industrie alleen een stuk belangrijker dan dat van die talloze veel miljarden mensen elders. Want die soldaten hadden tenminste een regering die even geld in hun welzijn investeerde.

In Grunt van Mary Roach ontbreekt het grote verhaal over oorlog en vindingrijkheid helaas. Roach koos voor een praktische blik.

Van oorlog slijten je mensen nogal. En de econoom Joseph Stiglitz heeft daarom vrij overtuigend becijfers hoe duur en onnozel het daarom is om oorlog te voeren. Maar Mary Roach negeert in haar boek nu net ook dat oud-soldaten met enorme geestelijke problemen te kampen kunnen krijgen.

Online worden nogal eens staatjes gebruikt, waarin het tal tijdens hun dienst gesneuvelde Amerikaanse soldaten is afgezet tegen het veel grotere tal veteranen dat later zelfmoord zal plegen. En daaruit blijkt dan op zijn minst dat soldaat zijn niet vreselijk goed is voor de geestelijke gezondheid.

Negeert Mary Roach ook nog de ontwikkeling van wapentuig in haar boek — en van de weeromstuit wordt een uitgave als Grunt dan dus relatief onschuldig en daarmee bij tijden zelfs grappig.

Ze hield het klein. En keek daarom onder meer wat de legerautoriteiten hebben gedaan tegen gehoorbeschadiging. Geweren gaan nogal van boem. Of welke ontwikkeling de kleding van soldaten zoal heeft doorgemaakt. Want ook de uniformen zijn tegenwoordig high-tec. Of hoe militairen tegen de hitte strijden.

Over penisreconstructies gaat het, want die hele plastisch chirurgie komt voort uit de wens beschadigde soldaten weer wat toonbaarder te maken.

En de laatste hoofdstukken van dit boek behandelen de specifieke problemen van het bestaan in een onderzeeër. Hoe slaap je daar?

Vanzelfsprekend bevat dit boek dan hilarische hoogtepunten, want Mary Roach schrijft nu eenmaal altijd luchtig tussen alle informatie door. Grunt heeft bijvoorbeeld een heerlijk gesprek met een stoer bebaarde superman van ‘special ops’, die niet goed begrijpt waarom de vrouw die hem interviewt het per se over diarree wil hebben. En wat die dan met je doet ver weg in vijandelijk gebied.

Dus heb ik me zeker vermaakt met dit boek. Behalve dan dat er altijd de wetenschap was dat er nog zo veel meer onderwerpen waren geweest om over te schrijven, die nu zo tergend buiten deze uitgave zijn gebleven.

Heroïne bijvoorbeeld, kijk naar de naam, of speed, zijn toch middelen ooit bedacht om mensen tot betere soldaten te maken. Daar had ik ook graag over willen lezen. De externe skeletten die op het moment ontwikkeld worden om mensen meer te laten tillen, of langer te laten lopen… Etc., etc..

En die Terahertz-scanners waarmee de Letterenfaculteiten straks oude papyri kunnen lezen, of boeken zonder die te openen, kwamen er toch allereerst omdat met zulke scanners snel te bekijken was of mensen een wapen op zich droegen. Het onderwerp wetenschap en oorlog, of wetenschap en veiligheid, is domweg erg groot.

Mary Roach, Grunt
The Curious Science of Humans at War

285 pagina’s
W.W. Norton & Company, 2016

Gulp ~ Mary Roach

Een boek als Gulp heeft slechts éen nadeel. Het is waarschijnlijk niet eeuwig te herlezen. Er komt een moment waarop de kennis die Mary Roach biedt te zeer verouderd is.

Zelfs al maakt dit boek over de menselijke spijsvertering ook duidelijk dat heel weinig wetenschappers zich geroepen voelen om daar onderzoek naar te doen. Er spelen te veel taboes. Wie interesseert het wat speeksel doet? Wie durft het aan om over poep te schrijven? De vorming van gas in de darmen? Of hoe veel materiaal mensen rectaal ergens naar binnen kunnen smokkelen?

Mary Roach bekommert zich zelden om zulke taboes. Haar boeken laten telkens een prettige nieuwsgierigheid zien naar zaken waar de meeste mensen liever aan voorbij gaan.

Misschien was het daarom enkel een kwestie van tijd voor ze zich ook met poep ging bezighouden.

Tegelijk is het veel te simpel om haar boeken samen te vatten als verkenningen van culturele taboes. Wat haar werk zo goed maakt, voor mij, is dat ze vele meters aan wetenschappelijke rapporten samenbalt tot de nuttige inzichten daarin. En deze dan vaak ook nog zo humoristisch verwoordt dat ze me bijblijven. [1]

Op een gegeven moment ben ik boeken als deze beter gaan vinden dan welke roman ook. Omdat ze me naar iets bekend laten kijken, en dan tonen hoeveel daaraan nog onbekend is. Omdat ze dus tot verwondering aanzetten, en daarmee automatisch tot doorlezen dwingen.

En omdat ze dus bij uitstek voldoen aan het allerbelangrijkste boekengebod: geef me iets te lezen dat ik nog niet kende.

Gulp is opgezet als een reisverslag door het spijsverteringskanaal. Het boek begint met de reuk — omdat die zo veel aan smaak bepaalt. Het boek eindigt bij de kringspier onderaan; en wat daar zoal passeert.

Of niet.

Roach onthult onder meer dat Elvis ‘The King’ Presley zijn leven lang aan ernstige verstopping leed — wat zijn liedjes ineens toch anders maakt. Misschien is het daarom goed dat hij zo weinig blues zong.

Die eeuwige constipatie maakte ook dat zijn dikke darm abnormaal vergroot was.

Zo ik nog iets aan moest merken op dit boek, dan toch dat de laatste hoofdstukken te veel over hetzelfde gaan. En dat er juist het laatste jaar opvallend veel over de invloed van de darmflora op ons welbevinden is gepubliceerd aan medische vondsten, waar zij niet aan refereert.

Maar, Mary Roach is alleen al boven deze detailkritiek verheven omdat ze participerend onderzoek brengt. Ze deed reuktesten voor dit boek. Ze ging naar Wageningen om op tampons te kauwen voor speekselonderzoek. Ze ondervroeg een moordenaar in de gevangenis over hoe dat nu ging, met dat smokkelen via het kontgat. Ze deed nog zo veel meer.

En Gulp maakte bovenal weer eens duidelijk hoe zeer lezen een plezier kan zijn.

Mary Roach, Gulp
Adventures on the Alimentary Canal

341 pagina’s
Oneworld, 2013
  1. al zijn haar voetnoten misschien nog wel beter []

Packing for Mars ~ Mary Roach

Ruimevaart is indrukwekkend, ruimtevaart is technisch hoogstaand, met ruimtevaart kan veel. Alleen heeft om éen of andere reden de opinie postgevat dat er liefst ook mensen in zo’n raket of shuttle mee moeten. Hun aanwezigheid maakt alles nog wat indrukwekkender, hoogstaander, en meer.

En helaas is die mens geëvolueerd op aarde; en volledig aangepast om te leven op vaste grond.

Packing for Mars gaat over de talrijke moeilijkheden die overwonnen moeten worden om mensen mee de ruimte in te sturen. En Mary Roach gidst de lezers, als te doen gebruikelijk, prettig laconiek langs al deze problemen. Heel goed aan haar boeken is alleen al dat ze geen taboe daarbij negeert.

Want, als er dan een raket naar Mars gaat, wat gebeurt er dan onderweg met de poep van de astronauten? En wat eten ze op de terugreis? Hun eigen uitwerpselen, maar dan natuurlijk wel netjes gerecycled? Of kan die poep toch beter op de buitenkant van het ruimteschip geplakt worden; om schadelijke straling uit te ruimte te absorberen?

Roach laat na om de ideale astronaut te beschrijven. Maar waarschijnlijk zou deze doofstom zijn — door hun oorproblemen hebben zij als enige geen last van de bewegingsziekte die andere ruimtereizigers zo plaagt; zeker op de eerste dagen na de lancering. En verder zijn vrouwen gemiddeld genomen dan weer geschikter als mannen, vanwege hun lagere gewicht, omdat ze minder lang uitvallen, en dus minder eten en drinken nodig hebben.

Desondanks is de gemiddelde ruimtevaarder een stevige man, van minstens veertig, met een normaal gehoor.

Maar het is niet mis wat het opheffen van de zwaartekracht, buiten de aarde, allemaal doet met zo’n stoere vent.

Zo vallen normale prikkels weg; zoals de aandrang om te plassen bij het vol zijn van de blaas. Evenmin werkt het darmstelsel nog normaal. Dus moeten astronauten op les om onderweg ook te kunnen wat ze als kleuter al hebben geleerd. Beheersing te krijgen over hun plassen en poepen.

En in een cabine zonder zwaartekracht is er geen vloer, en geen plafond. Alleen maakt het voor de communicatie wel degelijk uit in welke positie iemand zich bevindt. Wat iemand zegt, die op het oog ondersteboven hangt, is heel moeilijk te begrijpen, omdat liplezen zo veel bijdraagt aan ons begrip.

Ondertussen atrofiëren de spieren, omdat die amper gebruikt hoeven te worden, en neemt de sterkte af van het skelet.

Goed aan Roach is bijvoorbeeld dat ze dan gaat praten met mensen die ergens maanden alleen maar liggen, in een proef om te meten hoe het bewegingsapparaat aangetast wordt zonder zwaartekracht. Want een reis naar Mars is op aarde het best te simuleren in verplichte bedrust, helemaal plat.

Net zo eet ze astronautenvoedsel, drinkt ze gerecyclede urine, van haarzelf, en leert ze poepen op een astronautentoilet. Dat heeft een heel klein gaatje, omdat voorkomen moet worden dat de boel gaat rondzweven.

Een van de weinig zaken die ze niet uitprobeert, is hoe ze ruikt na veertien dagen zonder water en zeep. Of, hoe het is om weken in hetzelfde ondergoed te lopen.

Voor de rest zit het er allemaal in. Van paraboolvlucht tot het doorstaan van enorme G-krachten. Van de niet altijd frisse praktijk van het astronautenleven, tot de geweldige batterij aan onderzoek die nodig is om een mens in de ruimte te laten functioneren.

Hoogstens worden me sommige conclusies iets te vaak herhaald in het boek; zoals dat het duizenden dollars kost om elke pond gewicht extra de ruimte in te brengen.

Mary Roach, Packing for Mars
The Curious Science of Life in Space

295 pagina’s
Oneworld Publications, 2010

Six Feet Over ~ Mary Roach

Na in Stiff te hebben onderzocht hoe veel nut het menselijk lichaam nog heeft na iemands dood, lag een vervolg voor de hand. Er is nog iets anders dat de mens tot mens maakt dan diens lichaam. En heel veel mensen weten zeker dat dit iets verder leeft na het overlijden.

Gelukkig is Mary Roach sceptisch, en zoekt ze bij haar verklaringen toch liefst het eerst naar een wetenschappelijk aanvaardbare oorzaak.

Bovendien heeft ze humor.

Maar wat een boek als dit uiteindelijk het meest genietbaar maakt is Roach haar grote empathie. Want ik vind de grote mannelijke ontmaskeraars vaak onuitstaanbaar — of dit nu om Richard Dawkins gaat over religie, of biologen tegenover al die gelovigen in God de schepper — omdat de toon waarop zij hun waarheden verkondigen me te triomfantelijk is. Mary Roach ontmaskert evenzeer, maar zij verricht daarbij bovendien nog de krachttoer om de lezer sympathie te laten houden voor al de mensen die toch in onzin willen geloven.

Haar verhaal over reïncarnatie is veel meer een zedenschets over Hindoes in India, die vaak een groot verlies hebben meegemaakt, dan iets anders.

Als zij op cursus gaat om haar gaven als medium te ontdekken, merkt ze dat de meest ‘talentvolle’ medeleerlingen niets anders doen dan hun alledaagse sociale ervaring gebruiken om een ander te plaatsen. Vervolgens is het niet heel moeilijk om allerlei waarheden over zo iemand te verkondigen. De meeste mensen zijn vrij voorspelbaar; die gedragen zich als iedereen in hun sociale klasse. En als mensen willen geloven dat een medium contact heeft met de doden, dan dient alles eerst ter bevestiging van dit geloof.

Dus is dit boek bovenal een boek over het gemak waarmee mensen alles willen aannemen. Helemaal als ze verdrietig zijn.

Mary Roach, Six Feet over
Adventures in the Afterlife

293 pagina’s
Canongate Books 2008, oorspronkelijk 2005

Stiff ~ Mary Roach

Mary Roach liet me opnieuw nadenken over de cultuur waarin wij leven. Zo vind ik het ineens nogal merkwaardig hoe miljarden mensen ter ontspanning elke avond op TV bekijken hoe andere mensen worden vermoord. Waarop kloeke polities onvervaard hun best doen de snode dader binnen vijftig minuten op te pakken, en te laten bekennen.

Het werk van de patholoog-anatoom en de technisch rechercheur krijgt doorgaans alleen aandacht verpakt in licht amusement.

Ook aan begrafenisondernemers is tegenwoordig een succesvolle TV-serie gewijd.

Maar verder gaat het nooit over dat onderwerp. Wat gebeurt er met iemand na diens dood? Mary Roach schreef als haar eerste boek een heel werk waarin het nut van kadavers voor de rest van de mensheid besproken wordt. Daarbij kijkt ze onder meer hoe lijken van nut zijn als oefenmateriaal voor plastisch chirurgen, of om veiliger auto’s te krijgen. Ze bezoekt een griezeltuin, waar menselijke kadavers liggen te ontbinden; zodat onderzoekers meer informatie kunnen geven aan politieagenten, over hoe lang een aangetroffen lijk al dood is.

En ondertussen schept ze er een vrij sadistisch genoegen in om de lezer mee te geven wat ze ziet. Of ruikt. Mensen bestaan deels uit vet, dat niet in het grondwater oplost, maar zich op andere wijze verspreid. Na het bezoek aan die griezeltuin stonken haar schoenen nogal een tijd.

Zoiets zou morbide kunnen heten. Net als dat dit hele boek makkelijk als luguber is af te doen.

Toch vond ik haar poging interessant. Stiff is alleen wel duidelijk een eerste boek. Er mist nog een evenwicht in wat ze brengt, waar bijvoorbeeld Bonk dit wel heeft. Nu dwaalde Roach me soms wat al te makkelijk af in de krochten van de medische geschiedenis, waarin bijvoorbeeld poep zo vaak als geneesmiddel blijkt te zijn voorgeschreven. Hoe interessant zulke feitjes ook zijn, ze doen in groter verband niet terzake.

Stiff is daarmee een eminente poging om een met taboes bekleed onderwerp enigszins van zijn van huiveringwekkende kantjes te ontdoen. Daarbij helpt Roach’ licht verbaasde blik zeer. De dood hoort bij het leven; en dat wordt misschien wel te zeer alleen in genrefictie weggestopt, denk ik.

Mary Roach, Stiff
The Curious Life of Cadavers

304 pagina’s
Penguin Books 2004, oorspronkelijk 2003