Paginainhoud: [click om te navigeren]

© Boeklog 2005-2010. Alle rechten voorbehouden

 

Douwe Draaisma
Heimweefabriek

Voor sommige boeken ben ik inmiddels te oud. Romans genoeg die je wel als tiener moet lezen, willen die impact hebben.

Douwe Draaisma, de hoogleraar in de geschiedenis van de psychologie, lukte het om een bundel met artikelen te schrijven waar ik de eerste vijfentwintig jaar nog te jong voor ben. Al zal ik het boek ook dan waarschijnlijk stomvervelend vinden. Toch heeft hij me onbedoeld wel overtuigd dat het wijs is om boeklog bij te houden. Deze periode in mijn leven — en alles wat ik daarin lees — wordt makkelijk vergeten. Waarschijnlijk. In elk geval vond Draaisma dat bij oudere mensen vooral de herinneringen aan hun kindertijd en tienerjaren opmerkelijk helder waren. Dit in tegenstelling tot de decennia die daarop volgden. Zulks heet dan het reminiscentie-effect.

Goed aan dit boek is de uitleg hoe weinig wij weten over het menselijke geheugen. Draaisma heeft het erover dat wetenschappers wel honderden verschillende soorten geheugen onderscheiden — wat meestal betekent dat er maar wat gedaan wordt, en niemand het weet.

En juist omdat er zo weinig bekend is over het onderwerp, gaat Draaisma over tot wat ik voor het gemak nu maar de Sacks-aanpak doop. [Oliver Sacks wordt overigens ook geïnterviewd in deze bundel].

De Sacks-aanpak bestaat eruit dat je door ziektegevallen te beschrijven impliciet ook aangeeft wat nu gezondheid is. En voor mij zit daar strikt logisch geredeneerd een wat tergende paradox in.

In De heimweefabriek doet Draaisma dus moeite om te laten zien wat er overblijft aan geheugen bij mensen die gezien hun leeftijd al aardig wat geheugen kwijt zijn. Onder meer. Verder probeert hij uit te leggen wat het verschil is tussen normaal geheugenverlies bij ouderen, en beginnende dementie. Ook toont hij aan dat al die software om het geheugen te trainen alleen leert om beter met die software om te gaan. Dus staat er ook weer wijze raad genoeg in. Maar dat is allemaal wijsheid voortkomend uit een vrij beperkte ervaring. Meer niet.

Douwe Draaisma, De heimweefabriek
Geheugen, tijd & ouderdom

142 pagina’s
Historische Uitgeverij, 2008

Oliver Sacks
Island of the Colorblind

Had ik dit boek eerder ingekeken, en toen al snel weggelegd? Het kan ook zijn dat me de TV-beelden over Sacks’ reis me eerder bereikten dan dit boek. Waardoor het onderwerp misschien wel afdoende behandeld was. Ik kan me in elk geval niet herinneren dit boek eerder gelezen te hebben, en toch was een groot deel van de inhoud me wel bekend.

Kleurenblindheid fascineert me ook, vanwege mijn eigen mutatie. Maar mijn afwijking is hoogstens dat de kegeltjes in mijn oog het licht iets anders verwerken dan bij de gemiddelde mens gebeurt. Dus moet u mij nooit kleding voor u laten kopen. Tegelijk is mijn zicht in de schemering weer zo veel beter dan normaal dat ik dit een aardige compensatie vind.

De kleurenblinden in het boek van Sacks kunnen slechts kijken met de staafjes in hun netvlies, die wij vooral gebruiken om in het halfdonker ook nog iets te kunnen zien. Dit maakt hen ernstig bijziend, en bovendien overmatig gevoelig voor licht. Deze afwijking is bijzonder, want treedt heel zelden op. Maar omdat de genen er een belangrijke rol in hebben, wil die nog weleens voorkomen binnen gesloten gemeenschappen. Sacks is te beleefd om voor dit verschijnsel het woord inteelt te gebruiken, maar daar komt het natuurlijk wel op neer.

Het eiland van de kleurenblinden ligt in Micronesië, dus had de neuroloog Sacks ook leuk wat te vertellen over de reis erheen, en de rijke, maar afwijkende tropische natuur daar.

Een tweede opstel in dit boek gaat ook al over een reis naar een eiland in die Grote Oceaan, maar dan éen waarop opvallend veel patiënten zijn met een aparte variant op de Ziekte van Parkinson. Ook groeien er veel palmvarens; oerbomen die er al waren toen de dinosauriërs nog op de aarde rondliepen.

Beide delen van het boek zijn daarom een curieuze mengeling van reisverslag, botanisch dagboek, en medische verhandeling.

Nu blijft het altijd beschaafd zielige mensjes kijken met Sacks, want hij is natuurlijk een aardige dokter, met een lieve kerstmannenbaard. Maar ik merk dat mijn belangstelling voor dit genre boeken verdwijnt. Ja, misschien kunnen we meer leren of wat ons mens maakt door naar de meest afwijkenden onder ons te kijken. Mijn nieuwsgierigheid in deze bestaat alleen niet meer.

Oliver Sacks, The Island of the Colorblind
and Cycad Island

302 pagina’s
Alfred A. Knopf, 1997


Oliver Sacks
Musicofilia

Goed dat er eens een boek verschijnt over wat muziek met ons doet. Maar jammer dan weer dat het van de neuroloog Oliver Sacks is. Niet dat ik iets tegen Sacks heb. Ik vind alleen dat zijn methode wat beperkingen heeft.

En ja, daarmee zeg ik waarschijnlijk ook wat over de manier waarop wetenschappelijk onderzoek bedreven wordt naar menselijke vermogens.

Er komen weer tal van patiënten langs in dit boek, die vaak niet eens meer normaal functioneren, maar voor wie geldt dat muziek, en muziek alleen, hen tot opvallende daden aanzet. Elk boek van Sacks is zo’n verzameling ziektebeelden. En elke keer houd ik daar het gevoel over dat Sacks meent iets veelzeggends te kunnen melden over het algemene door vervolgens alleen het bijzondere te beschrijven.

Misschien kan dit moeilijk anders, maar zelfs dan zou een opmerking over de beperkingen van die methode toch ook voor de hand liggen. Sacks geeft overigens wel aan dat er betrekkelijk weinig onderzoek is gedaan, naar hoe wij muziek verwerken.

Ik blijf vaak iets van plaatsvervangende schaamte houden, als de optocht aan stakkers voorbijtrekt. Geweldig dat er in Alzheimer-patiënten nog een vonkje geheugen oplicht als er liedjes gezongen worden. En dan?

Het is opvallend dat muziek zo veel kan oproepen; dat muziek van alle kunsten het meest direct mijn emoties kan raken. Goed, dan kan ik zeggen, laat dat wonder dan een wonder blijven. Maar zo werkt wetenschap niet, of kennisvermeerdering voor mij persoonlijk. En ik geloof ook niet dat een verklaring van het mirakel het wonder minder groot zou maken. Integendeel.

Het interessantst vind ik dit boek daarom als het ingaat op wat bijna iedereen gemeen heeft in de beleving van muziek. Als Sacks verkent wat er gebeurt bij het luisteren, of het zingen, of het bespelen van een instrument. Maar daar is het weer veel te oppervlakkig over.

Oliver Sacks, Musicofilia
Verhalen over muziek en het brein

381 pagina’s
Meulenhoff, 2007
Vertaling van: Musicophilia. Tales of Music and the Brain