dit is het dossier:

Stephan Sanders

© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden

 

19 boeken die ons boos maakten ~ Joost de Vries sam.

Het heugt me niet ooit boos te zijn geworden om een boek. Misschien doordat het schrift toch een laag aan abstractie inbrengt. Tussen de woorden van een schrijver en mijn begrip moet eerst nog een decodering plaatsvinden.

Boos kan ik namelijk wel worden om de toneelstukjes op televisie die dan doorgaan voor interviews met een politicus. Jan Peter Balkenende, de lul met vingers, riep soms zo veel afkeer op dat ik naar het TV-scherm ging schelden — al gold mijn woede misschien nog meer de journalisten van dienst die Balkenende altijd weer weg liet glibberen op diens immer onwelriekende vloed aan taaldiarree.

Dat mensen echt boos kunnen worden om boeken lijkt me uitzonderlijk — tenzij ze daarin persoonlijk rechtstreeks beledigd worden door de auteur.

Eigenlijk schiet me enkel Rushdie’s Satanic Verses als voorbeeld te binnen als voorbeeld van een boek dat nogal wat gerichte woede losmaakte. Al is de standaard ook wel absurd hoog misschien, nu enkel het tekenen van een cartoon, of het publiceren van een zwartgallig satirisch weekblad al tot moord en doodslag leiden kan.

Maar Rushdie’s vertaler naar het Japans werd doodgestoken. Zijn Noorse uitgever neergeschoten.

Aan de bundel Negentien boeken die ons boos maakten, dat werd samengesteld door de redactie van De Groene Amsterdammer, viel dus wat mij betreft op dat Rushdie’s beruchte roman daarin ontbreekt. Terwijl er onder die negentien essays toch nogal wat gaan over titels die de funeste invloed behandelen die immigratie zou hebben op landen in West-Europa.

Houellebecq komt langs, met Plateforme en Soumission. En zijn voorganger in provocatie Jean Raspail, met Le camps des saints uit 1973.

Thilo Sarrazin’s Deutschland schafft sich ab wordt behandeld. Eric Zemmour’s Le suicide français. Waar dan als tegengeluid enkel een Pleidooi voor radicalisering tegenover staat van Dyab Abou Jahjah — al lijkt me dat die tekst allereerst een luidkeels protest opriep van schrijvers die bij dezelfde uitgever zaten, en ineens hun fonds hadden te delen met ‘de pooier van de profeet’.[1]

Jahjah’s pamflet lijkt me ook geen boek dat we zullen blijven lezen — wat volgens samensteller Joost de Vries toch éen van de criteria was om opgenomen te worden in deze bundel.

En zou iemand echt nog al die tijdsgebonden uitgaven lezen waarvan de schrijver wilde dat we eens met een andere blik naar de Tweede Wereldoorlog keken, waar toen misschien even rumoer om was? Goldhagen’s Hitler’s Willing Executioners, of Van der Heijden’s Grijs verleden?

Er kleeft kortom wat willekeurigs aan de titels die behandeld werden in deze uitgave. Waar dan weer tegenover staat dat het altijd prettig is om essays te lezen die geschreven zijn zonder de hijgerige en gemaakte opwinding van de actualiteit, die menige boekenbijlage zo kwelt, omdat ook de ontvangst van een boek in de tijd eens kan worden meegenomen; en er daarmee relativering ontstaat. De Groene stelde eerder twee vergelijkbare bundels samen; die zouden mede daarom de moeite waard kunnen zijn.

Aan de in dit boek besproken titels die leesbaar zijn gebleven, zoals Eenzaam avontuur of Lolita, kleeft immers enkel nog de zweem van een herinnering aan een schandaal ooit eerder.

En het essay van Marja Pruis over Mijn beter ik, van Renate Rubinstein, bijvoorbeeld, was gewoon als tekst al goed. Al confronteert zo’n essay mij er ook weer mee wat mogelijk zou zijn als ik eens wat tijd zou steken in mijn boeklogjes. Ook ik besprak immers dat boek.

Joost de Vries sam., Negentien boeken die ons boos maakten
Samengesteld door de Groene Amsterdammer

172 pagina’s
Amsterdam University Press, 2017
  1. dixit wijlen Theo van Gogh. []

Iets meer dan een seizoen ~ Stephan Sanders

Kan de zelfmoord van een vriend ook een schrijversgelukje zijn?

Cru gesteld is dat toch de voornaamste vraag die bij mij rees na het lezen van Iets meer dan een seizoen, van mediapersoonlijkheid Stephan Sanders.

Sanders kreeg een schijversbeurs van de gemeente Almere, en ter plaatse een riante flat, om eens iets over deze nieuwe stad in de polder te schrijven.

Iets positief liefst, om bestaande vooroordelen te ontkrachten. Maar Almere wilde vanzelfsprekend niets opdringen.

De stad heeft alleen een behoorlijk fundamenteel probleem. Waar de steden elders, op het oude land, in de loop van lange tijd ontstaan zijn — doordat mensen er wilden wonen — is Almere op de tekentafel bedacht, hoogstens enkele decennia terug. Zonder dat er daarbij veel van dat aanwezig is waarom men er van elders naartoe zou willen trekken.

Voornaamste aantrekkingskracht van Almere lijkt me dat er betaalbare huizen staan; waar dat in het redelijk nabijgelegen Amsterdam en Utrecht al heel lang niet meer zo is. Belangrijkste voorziening van Almere is dan ook de infrastructuur aan snelwegen en rails die de stad met nabije grote steden verbindt.

En Stephan Sanders lukte het niet om mij van deze vooroordelen te verlossen. Deze uitgave, die betaald werd door Almere, heeft de stad hoogstens zijdelings weleens als een decor. Mede daardoor, wellicht, kan ik me bijna niet voorstellen dat Sanders er zonder die ene dode nog iets interessants over had kunnen schrijven.

Wat hij nu deed met dit boek, is om een gestorven vriend te eren. Anil Ramdas. Die, geboren in 1958, in 2012 op zijn verjaardag zelfmoord pleegde.

En die anders naar een stad als Almere zou hebben gekeken dan hem. Want Ramdas kwam uit Suriname. Waar de zaken anders gaan. Waar er zo veel wanorde was, en is, dat iemand er makkelijk lyrisch worden kan over hoe goed alles geregeld is elders. Wat dan nut heeft in een vriendschap met iemand die zo veel in Nederland als vanzelfsprekend beschouwt, en daardoor domweg niet waarneemt.

Ramdas en Sanders waren niet alleen vrienden. Ze kwamen ook tegelijkertijd op in de Nederlandse media; en gingen zelfs samenwerken daar bij. Daardoor gaan deze memoires over meer dan persoonlijke zaken alleen. Er is het element dat jonge jongens nog kunnen menen de wereld te zullen veroveren. En dat er vervolgens praktische bezwaren zijn.

Speelde er ook nog een persoonlijke verwijdering uiteindelijk. De vanzelfsprekendheid in de vriendschap verdween.

Bovendien roepen deze herinneringen de wezenlijke vraag op óf we iemand ooit kunnen kennen, hoe dicht hij of zij ook bij ons lijkt te hebben gestaan.

En tegelijkertijd is Iets meer dan een seizoen een opvallend klein boek. Toen het net uit was, hoorde ik Sanders erover praten in een radio-interview [mp3]. En deze uitgave voegde aan dat gesprek geheel niets toe. Op wat details na over Almere dan; de stad die ik nog altijd allereerst zie als de wensdroom van beleidsmakers dat maakbaarheid bestaat. Dat radio-interview had een directheid die ik miste in het boek.

Stephan Sanders, Iets meer dan een seizoen
Memoir

126 pagina’s
De Bezige Bij, 2013