Gentle Regrets ~ Roger Scruton

Mijn waardering voor het genre van de autobiografie wisselt nog weleens. Het gebeurt zo zelden dat een goede schrijver ook een boeiend leven heeft gehad. Want, uiteindelijk gaat het toch vooral daarom. Dat niet alleen de taal iets zegt.

Omgekeerd is ‘echt gebeurd’ nooit een excuus voor matig schrijven.

Voor een autobiografie geldt toch ook dat ik enigermate geïnteresseerd moet zijn in de hoofdpersoon van zo’n verhaal. Dat die wat te melden heeft, is een pré. Maar dan nog, had ik uit mijzelf niet gauw dit boek van Scruton uitgekozen om te lezen, als weblogs niet hier en daar interessante citaten eruit hadden gepubliceerd het afgelopen jaar.

Een conservatief filosoof, en bovendien actief gelovig. Dat waren de paar dingen die ik over Roger Scruton wist. En dat hij door Wim Kayzer geïnterviewd is, in éen van diens TV-programma’s.

Dus, een klein beetje argwaan was er wel, maar toch stond ik vrij blanco tegenover hem.

Gelukkig maar. Nieuwsgierigheid loont soms.

Wisdom is truth that consoles. There is truth without wisdom, as we know from the many mad scientists who are running loose in our world. And there is consolation without truth, as we know from the history of religion. Whatever its defects, my life has enabled me to find comfort in uncomfortable truths.

Meeste indruk maakte gek genoeg niet zo’n weloverwogen citaat als hierboven, maar Scruton’s terloopse constatering dat hij alle mogelijkheden tot een academische carrière verloor, op het moment dat hij een boek over het nut van het conservatisme publiceerde. Terwijl zijn uitleg over de filosofische achtergrond van zijn ideeën daarbij, nogal overtuigend is.

Al geldt hierbij ook: hij schrijft zo goed dat hij daarmee het kritisch vermogen van de lezer in slaap wiegt.

Overigens was dit niet zo zeer een autobiografie, alswel een reeks thematisch geordende fragmenten met een autobiografische inslag. Niet compleet, maar zeker nieuwsgierig makend naar meer.

Roger Scruton, Gentle Regrets
Thoughts from a Life

248 pagina’s
Continuum Books © 2005

I Drink Therefore I Am ~ Roger Scruton

In de Adrian Mole-reeks heet de belachelijke schooldirecteur Scruton. ‘Popeyed’ Scruton. Waarmee de schrijfster Sue Townsend, naar verluid, toen al haar goed-linkse afschuw heeft willen uiten over de ideeën van die andere Scruton. De echt bestaande filosoof.

Roger Scruton is diep-conservatief. En Christen. En zijn ideeën gaan soms behoorlijk richting ‘Blut und Boden’; alleen valt dat in het Verenigd Koninkrijk niet zo op, omdat niemand er nog een andere taal kent. Laat staan de beladen begrippen uit zo’n taal.

Dus vertrouw ik hem niet helemaal, als denker. Zelfs in een voor zijn doen luchtig boek over wijn, vind ik bijvoorbeeld al haast verdacht dat ‘terroir’ voor hem alles bepaald in de drank. Want zelfs dat de grond waar de druivenranken groeide de drank een smaak meegeeft die niet te imiteren is, neigt nu eenmaal alweer naar die ‘Boden’. Toegegeven, ‘terroir’ is ineens in, bij ook vele anderen, en niet enkel Scruton.

I Drink Therefore I Am is alleen bij vlagen meesterlijk geschreven. Scruton formuleert zo goed, ik meldde het eerder, dat hij in staat is mijn kritische vermogens in slaap te wiegen. Dronken als ik dan word van zijn taal.

Bovendien zijn nogal wat van zijn observaties raak; hoe ik het ook wend of keer.

Over de voortdurende neiging van autoriteiten om de bevolking hun roesmiddelen af te nemen en te verbieden, schrijft hij in dit boek meteen al dat dit problemen oplevert. Want je kunt mensen wel willen ontmoedigen om te vluchten in een roes, alleen moet je dan ook iets doen aan de redenen waarom die mensen willen vluchten.

En juist dat blijft er dan bij.

Ik zou willen dat mijn boeklogje over de staatsmonopolies op gokken éen zo’n helder inzicht had opgeleverd.

I Drink Therefore I Am bestaat uit twee delen. In ‘I Drink’ geeft Scruton aan waar zijn liefde voor de wijn door is ontstaan. Ook staat daarin vrij uitgebreid beschreven wat er van Franse wijnen verwacht mag worden. Naar verhouding zijn vervolgens minder woorden gewijd aan al wat groeit en gebotteld wordt in de rest van de wereld.

Maar daar vinden ze de druif al gauw belangrijker dan de grond waar de rank in groeit, en dat is nu eenmaal Scruton’s smaak niet.

Uit dit deel zal ik vooral onthouden hoe je gratis topwijnen drinkt. Koop daartoe een dozijn flessen van een goed huis als ze pas gebotteld zijn. Bewaar ze tot het jaar dat de wijn op dronk is. Verkoop dan de helft tegen de inmiddels sterk gestegen prijs, en houd de andere zes flessen zelf.

Kost slechts enige duizenden per jaar om telkens het juiste dozijn aan te schaffen.

Het deel ‘Therefore I Am’ biedt de meeste filosofie; de auteur gaat dan in op de betekenis van wijn. Waarbij de interessantste mededeling overigens nog was dat Scruton jarenlang een debatclubje had thuis, waaraan onder meer Ian McEwan meedeed. En dat al die gesprekken, met mensen die lang altijd niet geestverwanten waren, vooral dankzij de wijn zo vruchtbaar waren gebleken.

De drank nam de scherpe randjes van de tegenstellingen weg.

Bieden de bijlagen tenslotte nog een wijngids. Waarin Roger Scruton dan onder meer adviseert welke wijn het beste smaakt bij het lezen van welke denker. Wat dan overigens nog het best illustreert dat Scruton vrijwel alle geschrijf over wijn getut acht, zo niet baarlijke nonsens.

scheiding

Heidegger. What potion to complement the philosopher who told us that ‘nothing noths’? To raise an empty glass to one’s lips, and to feel it travel down — noth, noth, noth, the whole length of the tube: this surely is an experience to delight the real connoisseur.

Roger Scruton, I Drink Therefore I Am
A Philosopher’s Guide to Wine

211 pagina’s
Continuum, 2009

Meaning of Conservatism ~ Roger Scruton

De ontvangst van dit boek is interessanter dan het boek. Maar beide tekenen een tijd. Scruton publiceerde zijn ideeën over wat conservatisme is toen hij 36 was. En prompt zou het hem niet meer lukken om verder carrière te maken in de academische wereld.

Tenminste, Scruton stelde zelf vanaf dat moment kaltgestellt te zijn. Maar, te bewijzen valt zoiets nooit.

Vergeleken met de autobiografische werken van Scruton was aan dit boek stilistisch weinig te beleven. The Meaning of Conservatism is een politiek tractaat, en dat zal de lezer weten ook. Scruton begint bij de basis, door uit te leggen wat de staat is, of het recht, en daarmee dus macht. En dat staat hem te prijzen, alleen vond ik zijn analyse van wat er mis aan het gaan is niet zo heel boeiend. Te weinig algemeen, te zeer betrokken op het Verenigd Koninrijk.

Er speelt mee dat dit boek een reactie is op een wereld die niet meer zo bestaat. Labour was aan de macht, met een zwak kabinet, eind jaren zeventig. Het land kende een diepe economische crisis. Thatcher moest nog gaan regeren. En ook niet onbelangrijk, intellectuele duiding over welke verbetering gewenst was, kwam toen vooral van Marxistisch bevlogen intellectuelen.

Ik doe Scruton tekort met de stelling dat alles wat hij voorstaat het tegenovergestelde is van wat het Socialisme wenst. Al kan ik me ook niet aan de indruk onttrekken dat hij daarin toch zijn voornaamste inspiratie vond. Maar de groeiende belangstelling voor het liberalisme binnen de Conservatieve partij stuit bij hem tegelijk ook op felle kritiek.

En verder is er nog een ander probleem met het conservatisme. Scruton doet voorkomen alsof hij geen beginselprogramma schetst — alsof al wat hij zegt puur pragmatisch is, en logisch voor iedereen die nadenkt. Maar dat lijkt me erg onwaarschijnlijk.

De voornaamste verdienste van dit boek is daarom, dat het toen heeft aangetoond dat er wel degelijk conservatieve denkers zijn, met respectabele werken op hun naam. Het bestaan van deze mannen was indertijd weggezakt uit het collectieve besef, maar Scruton citeerde ze met graagte. En vergeten zijn ze inmiddels allang niet meer.

Roger Scruton, The Meaning of Conservatism
206 pagina’s
Palgrave 2001, oospronkelijk 1980

News from Somewhere ~ Roger Scruton

Door dit boek is me ineens duidelijker waarom Geert Mak van een kneuterig soort nostalgie beschuldigd kan worden. Omdat Mak uiteindelijk een buitenstaander bleef toen hij beschreef dat het boerenleven verdwijnt, en uitlegde hoe dit zijn weerslag heeft op het leven in het Friese dorp Jorwerd.

Roger Scruton volstond het niet een oud boerderijtje te kopen om daarin te wonen. Na enkele jaren nam hij ook een aangrenzend boerenbedrijf over, en betaalde hij uit eigen zak een zaakwaarnemer om de boel daar draaiende te houden. Scruton had het ervoor over daartoe de juwelen van zijn vrouw te verpanden.

Scruton’s conservatieve inslag blijkt in dit boek richting ‘bloed en bodem’ te neigen. Maar, opmerkelijk genoeg werkt dat wel. Juist door de tradities van het landleven te verheerlijken, wordt wel duidelijk wat er al verloren is gegaan, door alle gedwongen schaalvergroting. Door de regels uit dat onzichtbare Brussel. Door de invloed van ideeën over wat dierenliefde is, die vooral afkomstig zijn van stadsmensen die hoogstens een kat of wat hebben.

Dit boek is opgezet in verschillende delen, waarin Scruton achtereenvolgens onder meer het land, de mensen, de dieren, en zijn huis beschrijft. En, zoals eerder opgemerkt, zijn schrijven is daarbij vaak overrompelend mooi. Het vraagt afstand om te begrijpen wat op zijn argumentatie aan te merken zou zijn.

Ik heb op details ook wel wat aan te merken. Scruton vergeet mij wat al te makkelijk hoe geestdodend en klein het plattelandsleven altijd was, voor het normaal werd verder te reizen dan het dorp verderop.

Maar toch.

In de kern laat hij wel zien wat het betekent als mensen niet meer kunnen beslissen over hun eigen leven. Wat het inhoudt als het normale ophoudt normaal te zijn, of zelfs verboden wordt.

Als veranderingen opgelegd worden vanuit abstracte ideeën, bepaald door anderen. Buitenstaanders.

En hoewel hij precies dezelfde teloorgang beschrijft als Geert Mak, is dit boek sterker door Scruton’s engagement. Mak biedt veel meer feiten. Maar hij staat daar wat bij, en treurt. En dat voelt ineens als te week.

Roger Scruton, News from Somewhere
On Settling

177 pagina’s
Continuum © 2004

Nut van pessimisme ~ Roger Scruton

Ik ben het waarschijnlijk vaker oneens met Scruton dan dat ik hem gelijk vind hebben. Hij is me vaak net te stellig in zijn voor- en afkeuren. Maar juist daarom heeft het nut om hem te blijven lezen.

Zij het, dat ik zijn politieke traktaten maar niet meer in het Engels moet lezen. Er is namelijk iets aan de toon en het ritme van zijn taal dat bij mij dan de kritische vermogens wat in slaap wiegt.

Dit pamflet, Het nut van pessimisme, heeft alleen al een titel die bij mij tegenspraak oproept. Eén van de weinige principes die ik heb, luidt namelijk dat het de morele plicht is voor elk denkend mens om optimistisch te blijven. Dit komt bij Popper weg, die daarmee reageerde op de bloei van de tirannieën overal in de eerste helft van de twintigste eeuw. En deze zei dat ook niet zomaar; millennia eerder was dit idee ook al geformuleerd. Bovendien werkt de menselijke geest zo, bij gezonde mensen. Iemand met een overmatig realisme krijgt al gauw de diagnose depressie opgeplakt.

Tegelijk wordt Popper’s uitspraak tegenwoordig door jan en alleman misbruikt; totaal van zijn achtergrond losgezongen. De huidige premier van Nederland is ook al zo’n optimistje, die Popper daarbij aanroept.

Dus is het ook niet vreselijk moeilijk om het met Scruton eens te zijn, dat bepaalde soorten politiek optimisme, en de bijbehorende maakbaarheidsideeën, wel al te makkelijk tot een verkeerd soort daadkracht leidt.

Zo gaat éen van de hoofdstukken uitgebreid in op de Europese Unie, en wat voor monstrum dat is geworden. Roger Scruton lijkt me daarin alleen zijn feitelijke informatie iets te zeer ontleend te hebben aan de Britse tabloids; die niet vies van zijn leugens en bizarre overdrijvingen.

Maar, enfin, een boek als dit zal niemand lezen om nieuwe feiten te leren.

Ik lees deze pamfletten ook om te zien hoe Scruton zijn diepste persoonlijke opvattingen, zoals dat hij toch wel behoorlijk gelovig is, vermomt en in zijn betoog betrekt. Ditmaal gebeurt dat dan bijvoorbeeld door te ontkennen dat het Christelijk geloof optimistisch is. In elk geval leidt geloven niet tot de verkeerde daadkracht, waar Scruton zo van gruwt.

Je zou zelfs kunnen zeggen dat het een van de functies is om optimisme te neutraliseren. Doordat het onze speculatieve vormen van hoop uit de arena van het wereld handelen overbrengt naar een sfeer waar we geen invloed op hebben, bevrijdt een transcendent geloof ons van de noodzaak om te geloven dat radicale veranderingen binnen onze macht liggen. [44-45]

En hup, twee millennia aan schanddaden, die allemaal in de naam van een God verricht werden, zijn gemakshalve door Scruton genegeerd. Even vergeten dat vrijwel alle varianten van het Christendom de waarheid in pacht hebben, en voorheen ook niet aarzelden deze aan anderen op te dringen.

Zo is er meer, veel meer, wat maakt dat ik telkens moet nadenken over wat hij zo stellig poneert. Waarbij hij ook zeker weleens gelijk heeft, of dat dan krijgt van mij, maar waardoor zo’n boek als dit niet altijd even makkelijk weg te kauwen is.

Roger Scruton, Het nut van pessimisme
en de gevaren van valse hoop
240 pagina’s
Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2010
Vertaling door Jabik Veenbaas van The Uses of Pessimism

Schoonheid ~ Roger Scruton

Dit boek heet over schoonheid te gaan, maar het kernidee is tegelijk, vanzelfsprekend, dat Roger Scruton eerder vindt dat er nogal wat lelijk en verfoeilijk is in onze maatschappij. De conservatieve Britse filosoof beschrijft namelijk veel van wat er nu bestaat op zo’n manier dat het beschimpingen worden.

Bij hem is zelfs het woord pornografie al vies.

Hier tegenover zet Scruton dan wel vier soorten schoonheid. Die allemaal op hun eigen manier van betekenis zijn.

De eerste is menselijke schoonheid, als object van begeerte. Dan is er de schoonheid van de natuur, als object van contemplatie. De alledaagse schoonheid mag niet vergeten worden, als object van praktische rede. En tenslotte is er de artistieke schoonheid, als vorm van betekenis

en object van smaak.

Vervolgens worden twee of meer van deze soorten met elkaar gecombineerd, wat dan nog weer enkele beschouwingen oplevert.

Scruton weigert alleen telkens om te zeggen wat schoonheid ís.

Wel blijft hij wat hangen in het Platoonse ideaal, waarin het schone ook maar meteen het goede is, zo niet het volmaakte. En dat zal.

Ondertussen heb ik aardig wat meer Scruton gelezen, en dit moest voorlopig maar niet meer. Aan Schoonheid bevielen me alleen de passages waarin Scruton met kennis over muziek schreef; al was het maar omdat hij dan ineens enthousiast is, voor de verandering.

Ik zie de boodschap in dit boek te goed; hoe eloquent die ook verpakt werden. En hoewel delen van die boodschap mijn sympathie zeker hebben, leiden zijn boeken me inmiddels wat te veel aan voorspelbaarheid. En een Scruton die helemaal over lelijkheid was gegaan had vast leuker uitgepakt.

Roger Scruton, Schoonheid
240 pagina’s
Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2010
vertaling door Frans van Zetten van Beauty 2009

Waarom cultuur belangrijk is ~ Roger Scruton

Ongepland las ik in vertaling twee boeken vol cultuurpessimisme na elkaar. Het ene was van de socioloog Furedi, die een linkse tot zelfs extreem-linkse achtergrond heeft. Dat bespreek ik hier morgen. Het andere is dit boek van Roger Scruton, een erkend conservatief filosoof.

Er viel me op dat beide het in de kern van hun betoog opvallend met elkaar eens zijn. De verschillen tussen beide boeken zitten dan ook meer in de manier waarop beide schrijvers wetenschappelijk hebben leren denken. Furedi probeert te inventariseren wat er allemaal mis is, terwijl Scruton een diepe cultuurcrisis als gegeven ziet, waarmee zijn boek leest als een pleidooi het goede toch vooral te behouden.

Bovendien valt bij Scruton op dat in de Nederlandse vertaling de subtitel van het origineel verdwenen is. Blijkbaar mag de koper hier niet weten dat Scruton het heeft over Geloof en gevoel in een belegerde wereld.

Toegegeven, het is dat ik meer van Scruton gelezen heb, en zijn ideeën beter ken. Daarom vallen me bepaalde details op. Dit boek is bijvoorbeeld absoluut geen religieus tractaat, maar er wordt op een paar plaatsen wel de lof gezongen van wat een georganiseerd geloofsleven te bieden heeft.

Rationalisten menen nogal eens dat het bij religieuze opvoeding gaat om het overdragen van leerstukken over God, men en schepping — leerstukken die volgens hen niet bestand zijn tegen wetenschappelijk onderzoek, en die de mensen die ze aanvaarden eigenlijk ongeschikt maken voor het lidmaatschap van de moderne, sceptische gemeenschap. Maar in feite heeft de religieuze opvoeding zich door de eeuwen maar heel weinig met leerstukken beziggehouden. Haar voornaamste boodschap lag in rituelen, voorschriften en verhalen, en die richten zich alle drie op de morele opvoeding — op het leren wat je moet doen, en, belangrijker nog, wat je moet voelen, in de gewone situaties van het menselijke leven.

[56-57]

Maar zo’n duidelijke aanwijzing als hierboven over waar hij de verlossing ziet, is zeldzaam in dit boek. Hoewel Scruton het bijvoorbeeld verder wel over de schandalig slechte kwaliteit heeft het openbaar onderwijs in Groot-Brittannië; of dat het grootste genot voor het gemene volk instantgenot lijkt te zijn geworden.

Merkwaardig aan dit boek is dus dat ik hem elders eerlijker stukken heb zien schrijven, over waar de uitwassen van de massacultuur toe leiden. Losse artikelen vooral waarin hij veel uitgesprokener was.

Dit boek lijkt daarom het meest op een oppervlakkige inleiding in de cultuurkritiek, waarmee Scruton een groter publiek zocht dan hij normaal bereikt — zodat hij zijn toon gematigd heeft.

Al kan het ook zijn dat ik boek zo veel minder vond dan dat van Furedi, dat dit mijn oordeel kleurt.

wordt zondag vervolgd.

Roger Scruton, Waarom cultuur belangrijk is
144 pagina’s
Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2007
vertaling door Jabik Veenbaas van Culture Counts
Faith and Feeling in a World Besieged
, 2007