Grote avonturen van de kleine Nicolaas ~ René Goscinny & Jean-Jacques Sempé

Na drie boeken in vertaling te hebben gelezen van het nagekomen werk, zou ik een eindoordeel kunnen vellen. Zijn de teruggevonden Histoires inédites du Petit Nicolas de moeite? Of is het slechts een zegen voor de uitgevers geweest dat een groot succes, dat wereldwijd miljoenen boeken verkocht, nog verder viel uit te melken?

Uitgevers gooien nu eenmaal elk kattebelletje van een auteur in de verkoop, op den duur, als dat de belangstelling voor zijn of haar oeuvre nieuw leven geeft.

En dan is mijn opinie niet helemaal eenduidig.

Voor de boeken spreekt dat de belangrijkste gimmick nog altijd werkt. De stem van de het kleine jongetje Nicolaas, die in alles het goede wil zien, blijft een stem die gehoord moet worden.

Ik had ook te veel de neiging om door te blijven lezen. Om vermaakt te blijven worden.

Tegen de drie boeken spreekt dat iemand anders dan de oorspronkelijke makers de verhalen heeft ingedeeld. En dat maakt de volgorde wat willekeurig — zelfs al is er nooit een verhaal waardoor er iets fundamenteel verandert, zoals eerder gememoreerd.

Als ik niet alle drie de boeken tegelijk had aangeschaft, zou ik me bijvoorbeeld ook erg bekocht hebben gevoeld door het kaft van Nieuwe avonturen van de kleine Nicolaas — omdat het verhaal waarin Nicolaas een trompetje krijgt in dat hele boek niet voorkomt; anders dan de tekening doet vermoeden. [Deze meesterlijke vertelling staat in: Meer nieuwe avonturen van de kleine Nicolaas].

Mij viel verder op dat ik weinig tijd besteedde aan de tekeningen van Sempé. Hoewel de illustraties er van het begin bij hebben gehoord, en die de kleine Nicolaas mede maakten tot wat hij is, gaat het bij deze verhalen zo om de bewoordingen, dat het beeld daar in het boek voor mij niet veel aan toevoegde; op een paar zeldzame uitzonderingen na dan. De tekening van de jongetjes in de dierentuin, bijvoorbeeld, voor wie een jong poesje van een oppasser interessanter is dan alle getoonde exoten, was wel zo’n hoogtepunt.

Net als die kafttekening van dat jongetje met zijn trompetje.

René Goscinny & Jean-Jacques Sempé
Grote avonturen van de kleine Nicolaas
251 pagina’s
Atlas, 2009
Vertaling door Marijke Koekoek van Histoires inédites du Petit Nicolas
(Hoofdstuk 7 t/m 10)

Kleine Nicolaas / Kleine Nick ~ René Goscinny & Jean-Jacques Sempé

Na alles te hebben gelezen wat over de kleine Nicolaas vertaald is in het Nederlands, deze eeuw, bleek ik toch zitten met een vraag. Had ik niet een heel ander boek gelezen, in de jaren tachtig?


Sommige verhalen uit de nieuwe uitgave waren werkelijk als het welkom met een oude vriend. Waarbij ik het onderwerp van het verhaal telkens wel onthouden had, maar de clou altijd bleek te zijn vergeten.

Mijn herinnering dat het in die eerste selectie verhalen vooral om Nicolaas op school gaat, bleek dan wel weer te kloppen. Vader en moeder zijn maar bijfiguren — in de hele reeks krijgen ze ook nooit namen.

En toen ik ter controle de Duitse versie doornam van het eerste boek, werd me nog meer duidelijk. In de Franse oeruitgave staan altijd maar een gering aantal verhalen. Zo rond de tien. Daarentegen zijn de boekjes in kleur geïllustreerd.

In vertaling moeten Sempé’s tekeningen van de kleine jongen en de zo veel grotere volwassenen het doen in zwart wit en lijn. Dit maakt dat er soms een dimensie mist.

Maar ook hebben buitenlandse uitgevers telkens een keuze gemaakt wat er in dit eerste boek kwam te staan. De selectie voor de Nederlandse uitgave wijkt af van de Duitse versie, en beide zijn anders dan het Franse origineel. Ze geven meer verhalen, en zijn dus rijker, maar tegelijk armer dan de Franse Le petit Nicolas.

Verder is Nicolaas’ ademloze taalgebruik in het Nederlands stilzwijgend verbetert. Daarmee werd toch ook wat aan leven weggehaald.

Is nu slechts nog een vraag of de namen van de vriendjes die ik ooit als jongen leerde kennen niet ook afwijken van hoe ze nu luiden. Goscinny en Sempé kozen ervoor de schooljongens niet alledaagse namen van heiligen en antieke koningen te geven. In vertaling worden ook die al gauw aangepast. Net als dat in de Duitse vertaling de hele setting naar Duitsland is verplaatst, waardoor de jongens de topografie van een andere rivier leren dan die van de Seine.

Uiteindelijk telt natuurlijk maar éen ding. In welke versie ook, de oer-avonturen van Nicolas/Nicolaas/Nick blijven leuk. Ik ken ander geen boek waarbij ik al binnen twee zinnen na het begin lachen moest.

Gaat het er nog alleen maar om dat de klas op de schoolfoto gaat. Een herinnering voor heel het leven.

Zal ik die eerste vertaling op school hebben gelezen, overigens? Dat zou toch wel prettige ironie zijn. We hadden het boek niet thuis.

René Goscinny & Jean-Jacques Sempé,
De kleine Nicolaas
156 pagina’s
Atlas, 2005
Vertaling door Marijke Koekoek van Le Petit Nicolas
 
René Goscinny & Jean-Jacques Sempé,
Der kleine Nick
Achtzehn prima Geschichten vom kleinen Nick uns seinen Freunden
171 pagina’s
Diogenes, 2005
vertaling door Hans Georg Lenzen van Le Petit Nicolas &
Les vacances du petit Nicholas

Meer nieuwe avonturen van de kleine Nicolaas ~ René Goscinny & Jean-Jacques Sempé

De verhalen over de kleine Nicolaas kunnen heel goed per stuk gelezen worden. Er zit geen groter verhaal achter; niets ontwikkelt zich tot iets heel anders. Aan het einde van het verhaal is de toestand van in het begin meestal weer hersteld; want het ging om de schermutselingen die er even waren.

Dus zit de jongen op school, werkt zijn vader op kantoor, en slooft zijn moeder als huisvrouw. Daar verandert verder niets aan.

Telkens als Nicolaas’ beste vriend Alcestus in een verhaal voorkomt, wordt daarover gezegd dat die zo van eten houdt, en daarom wat dik is.

En als buurman Zwartzaad in het verhaal meedoet, krijgt deze altijd ruzie met vader.

Dus zijn er wel telkens vermeldingen van cijfers, voor huiswerk, of opdrachten bij het bord. Maar dat zijn altijd aanleidingen voor een ander verhaal. Als Nicolaas bij uitzondering eens de beste van de klas is in een dictee, gaat het erom dat zijn vader hem van alles beloofd had, mocht het ooit zo ver eens komen.

Dus gaat Nicolaas wel een paar keer op vakantie, met de trein, en gekookte eieren onderweg, maar negeren de schrijvers voor het gemak de hele vraag of Nicolaas wel over is gegaan, op school.

En dat statische aan de verhalen maakte dat ik ontdekte ze veel te snel te lezen; tuk op de humor; hongerig naar nog meer lach. Terwijl het om de zinnetjes gaat, en alleen de zinnetjes. Om de frictie die daarin ontstaat tussen wat de jongen zegt, en hoe de lezer het gedrag interpreteert van de volwassen waarover Nicolaas vertelt.

[wordt vervolgd]

René Goscinny & Jean-Jacques Sempé
Meer nieuwe avonturen van de kleine Nicolaas
186 pagina’s
Atlas, 2007
Vertaling door Marijke Koekoek van Histoires inédites du Petit Nicolas
(Hoofdstuk 4 t/m 6)

Nieuwe avonturen van de kleine Nicolaas ~ René Goscinny & Jean-Jacques Sempé

Tachtig nieuwe verhaaltjes leverde in 2004 de herontdekking op van nooit gebundeld materiaal over de kleine Nicolaas, uit het begin van de jaren zestig. En in Frankrijk werden deze vertellingen uitgegeven in vijf nieuwe boekjes.

In Duitse vertaling bestaat er een uitgave waarin alle verhaaltjes in éen dik boek gebundeld zijn.

Maar de Nederlandse vertaling van dat materiaal leverde dan weer drie boeken op; om het simpel te houden. En Nieuwe avonturen van de kleine Nicolaas is daarvan de eerste.

Ik had vooraf enige vrees of die drie boeken wel de moeite waard zouden zijn. Dat ene boek over kleine Nicolaas dat ik goed kende, was namelijk heel leuk. Dat kleine jongetje dat overal zo enthousiast over vertelde een held. Alleen is leuk van vroeger, later vaak gauw eens vervelend.

En, als die verhalen indertijd niet de moeite van het uitgeven waard waren geweest, zouden daar dan niet ook goede redenen voor hebben bestaan?

Maar, bij het lezen trad een ander effect op. De verhalen verdiepten mijn kennis soms omdat er details werden ingevuld die ik nog niet kende.

Zo is Nicolaas stiekem nogal verliefd op zijn buurmeisjes Marie-Hedwig. Pas in het boek Meer nieuwe avonturen van de kleine Nicolaas wordt verteld hoe haar familie naast de zijne kwam wonen; en dat er meteen nieuwsgierigheid was, naar elkaar.

Voor de rest zijn het natuurlijk voorvallen van niets, die plaatsvinden. In het leven van een kleine jongen wordt de kleinste gebeurtenis al een avontuur.

Dit boek gaat vooral over de belevenissen op school. Waarbij de klas onder meer een middagje naar het circus gaat, en de leeuwentemmer na afloop aan de juffrouw komt zeggen dat hij haar beroep niet zou aandurven.

[wordt vervolgd]

René Goscinny & Jean-Jacques Sempé
Nieuwe avonturen van de kleine Nicolaas
183 pagina’s
Atlas, 2006
Vertaling door Marijke Koekoek van Histoires inédites du Petit Nicolas
(Hoofdstuk 1 t/m 3)

Vakanties van de kleine Nicolaas ~ René Goscinny & Jean-Jacques Sempé

Lang, lang, geleden, toen ik zelf nog een jongetje was — maar vond van niet — las ik de avonturen al van de petit Nicolas. Niemand had me over dat boek verteld. Mijn ontdekking berustte er enkel op dat ik was opgegroeid van de strip Asterix.

Dat maakte het interessant om alles te bekijken wat de makers van Asterix verder nog hadden gedaan. Hoewel het tegelijk raar was dát ze nog andere verhalen hadden gemaakt. Laat staan dat ze apart van elkaar boeken maakten.

Dat Goscinny verhalen voor de strip Lucky Luke schreef, die door een andere tekenaar gemaakt werden, was al niet heel goed te bevatten.

Wat later leerde ik dat de verhalen over de kleine Nicolaas oorspronkelijk ook als strip verschenen is, maar dat tekenaar Sempé al snel niet genoeg met dat formaat aankon.

En relatief kort geleden leerde ik pas dat er meer dan éen boek bestond over de kleine jongen — wat in het nieuws kwam doordat de dochter van Goscinny ontdekte dat er heel veel verhalen wel in de krant waren gepubliceerd, maar nooit gebundeld waren.

Dit deel uit de serie is in de jaren jaren zestig uitgebracht, maar misschien niet in het Nederlands. Ik ontdekte het boek dan pas weer toen het verramsjt werd. En, De vakanties van de kleine Nicolaas zal niet het hoogtepunt uit de reeks zijn. Daarvoor herinner ik me te goed alle verhalen met alle klasgenootjes van de jongen. Want, natuurlijk is de wereld van een zevenjarige voorspelbaar, met vader en moeder thuis, en al die dagen op school. Vakanties zijn dan net de uitzondering die te veel afwijken van wat het stramien zo prettig maakte. Zelfs al gaat het er in die vakanties ook om met wie Nicolaas speelt; maar die tijdelijke vriendjes worden nooit de ronde personages die zijn schoolkameraadjes wel zijn.

Het hele punt van de verhalen van kleine Nicolaas is dat hij het is die ons vertelt wat hij meemaakt zo’n dag. Tegelijk zijn wij wat ouder en wijzer als hem en zien we het werkelijke verhaal.

Dus gaat het om de zinnetjes, altijd weer die zinnetjes; zo vaak ademloos gegeven, als een zevenjarige praat.

scheiding

Gisteren kregen we een nieuwe gymnastiekmeester.

‘Ik heet Hector van Dalen’, zei hij tegen ons, ‘en jullie?’

‘Wij niet’, zei Fabricius, en daar moesten we verschrikkelijk om lachen.

‘Gym’, [37]

[wordt vervolgd]

René Goscinny & Jean-Jacques Sempé
De vakanties van de kleine Nicolaas
149 pagina’s
Atlas, 2006
vertaling door Marijke Koekoek van Les vacances du petit Nicolas, 1962