Schuim en asch ~ J. Slauerhoff

Het werk van Slauerhoff behoort voor mij sterk bij een bepaalde tijd in mijn leven. Een emotioneel geladen periode die zo niet meer terugkomen zal. Ik las zijn werk als tiener. En erger nog, ik moest het toen helemaal per se bezitten ook, zonder daar eigenlijk het budget voor te hebben.

Mede daarom hoeven al die boeken nog niet weg. Tegelijk wist ik vrij zeker de hele Slauerhoff nooit meer te zullen herlezen. De herinneringen aan enkele romans en veel gedichten waren goed; en waarom zou ik die nog eens op de proef stellen? Als er nu twijfel is of die positieve emotie dan wel houdbaar blijft?

Opvallend genoeg staan me zo weinig regels bij die hij geschreven heeft; ondanks die hevige belangstelling voor deze schrijver uit Leeuwarden — die in Friesland overigens niet als een Fries schrijver geldt, omdat hij nooit in de tweede landstaal schreef; een typerend xenofoob trekje.

Hoogstens prevel ik nog weleens:

Geniet van schoone strophen,
Maar schuw het leeg gezelschap van hun dichters.

Want dat is een waar woord gebleken.

En er was een sterke herinnering aan het verhaal ‘Larios’, over een man die een vrouw zo erg mist dat hij haar overal ter wereld terugziet. Dat staat in de vroege bundel Schuim en As.

Die herinnering aan ‘Larios’ wilde ik dit jaar desnoods wel offeren, als dat enige zekerheid kon geven of Slauerhoff’s proza me nog iets te bieden hebben zou. Dus herlas ik deze verhalenbundel toch eens. Om daar vervolgens gemengde gevoelens aan over te houden.

De kwaliteit van de vijf verhalen wisselt nogal. Als Slauerhoff iets verzon, dan las dat voor mij ook meteen als verzonnen. Ik merkte een vrij groot verschil op tussen de passages die hij tenminste deels op eigen ervaringen gebaseerd kan hebben, en alles wat me pure fictie lijkt. Dat eerste verhaal uit het boek bijvoorbeeld, getiteld ‘De erfgenaam’, leest als een moderne bewerking van iets uit Duizend-en-éen-nacht.

Het enige dat als waarachtig voelde in die vertelling is dat de hoofdpersoon al zijn geld kwijt raakt aan een vrouw waarmee hij even iets had, aan boord van het schip waarmee ze reisden.

Slauerhoff werkte onder meer als scheepsarts. In alle vijf verhalen uit Schuim en As wordt gevaren; wat niet vreemd is als reisverhalen spelen in een tijd van ver voor de betaalbare luchtvaart.

En de twee verhalen die grotendeels aan boord van een schip spelen, zijn het best. Vooral het lange slotverhaal ‘Such is life in China’ bood genoeg aanknopingspunten om later dit jaar tenminste éen van Slauerhoff’s romans nog eens te willen proberen. Een schrijver moet beoordeeld worden aan het beste van wat hij of zij vermocht. En dat slotverhaal bevat opvallend sterke passages. Onder meer omdat er bijvoorbeeld nogal wat meer tussen de regels gezegd wordt over de schofterige omgang met arme vrouwen door zeelui dan indertijd direct kon worden vermeld.

Die aardse kant van Jan Slauerhoff was me toch eerder nooit zo opgevallen.

‘Larios’ bijvoorbeeld is allereerst een sterk romantisch verhaal, waarin het erom gaat de ideale vrouw terug te vinden. En niet om wat er vervolgens passeert eenmaal man en ideale vrouw weer samen zijn. De droom is daarin zo veel sterker dan de daad. En ooit was dat wat. Inmiddels niet meer.

J. Slauerhoff, Schuim en As
pagina’s 6 – 148
in: J. Slauerhoff, Verzameld proza 1
436 pagina’s
Nijgh & Van Ditmar, 1984