Faraway Nearby ~ Rebecca Solnit

Van moppen wordt doorgaans gezegd dat die als kikkers zijn. Wie die probeert te ontleden, maakt ze daarbij domweg dood.

Literatuur ontleden, om te zien wat maakt dat een boek werkt, heeft niet per se dat fatale effect. Sterker nog, enige kennis van wat goede boeken tot goede boeken maakt, helpt vervolgens ook bij het lezen van andere teksten.

Maar schrijf op waarom een boek goed is, en dat proza wordt al gauw dodelijk saai, en nietszeggend. Weten iets goeds te lezen, komt zo vaak op weinig anders neer dan een gevoel dat tegen zekerheid aanleunt.

Rebecca Solnit’s recente The Faraway Nearby is een erg goed boek. Tegelijk schrijft Solnit nogal experimentele werken. En voor mij zit de waarde niet in dat experiment — al toont de schrijver daarmee ook vrij makkelijk aan dat enige anarchie wel degelijk levende en sprekende teksten kan opleveren, in plaats van materiaal dat enkel voor ingewijden interessant is.

Wat dit boek onder meer zo memorabel maakt, is dat Solnit telkens een lopende verhaallijn loslaat, om een andere te verkennen. Daardoor spelen er halverwege het boek zeker zes mogelijke boeken door elkaar heen. Vervolgens worden deze verhaallijnen in omgekeerde volgorde min of meer afgerond. Want sommige verhalen houden een open einde.

Ze gaf mij als lezer, kortom, wel wat te doen; ik had heel wat te onthouden. Alleen maakte mij dit niet uit.

The Faraway Nearby is een sterk autobiografisch boek. Waarbij een belangrijke lijn de aftakeling van haar moeder vormt. Die lijdt aan dementie. Als extra complicatie bij de zorg die deze vrouw daardoor ineens eist, weegt dan dat Rebacca Solnit haar nogal egoïstische moeder eigenlijk nooit zo erg gemogen heeft; door haar opvallende gebrek aan empathie. En dat is dan vanzelfsprekend weer een gedachte die niet gedacht hoort te worden.

Vervolgens kreeg Solnit zelf ook gezondheidsproblemen; die fataal hadden kunnen zijn.

Tegelijk werd The Faraway Nearby daarmee ook een boek over wat wij over vertellen over onszelf, en de kracht van levensverhalen — zij het dat ook hier weer een voorbehoud speelt. Want wat is dat precies dan? Vertellen? Of een autobiografisch boek?

The object we call a book is not the real book, but ist potential, like a musical score or a seed. It exist fully in the act of being read; and its real home is inside the head of the reader, where symphony resounds, the seed germinates. A book is a heart that only beats in the chest of another. The child I once was read constantly and hardly spoke, because she was ambivalent about the merits of communication, about the risks of being mocked or punished or exposed. The idea of being understood and encouraged, of recognizing herself in another, of affirmation, had hardly occurred to her and neither had the idea that she had something to give others. So she read, taking in words in huge quantities, […] [63]

Want wat het ene moment een medicijn kan zijn, hoeft dat daarop niet te blijven. In het o zo persoonlijk lijkende The Faraway Nearby komt Rebecca Solnit uiteindelijk tot de conclusie dat het autobiografische van haar verhalen het minst interessante aspect daarvan is.

Waarmee de voornaamste waarde van dit boek voor mij in de belevenis zat; en daarmee het moment — iets maakte me gretig om verder te lezen, iets anders remde me juist af om zo goed mogelijk in te nemen wat er stond, en dus vooral geen haast te hebben — wat maakt dat er na afloop nauwelijks iets is na te vertellen.

Paradoxen kunnen nog net geconstateerd worden — ze verklaren is al iets heel anders.

Rebecca Solnit, The Faraway Nearby
259 pagina’s
Viking, 2013

Field Guide to Getting Lost ~ Rebecca Solnit

Hoe ga je op zoek naar iets waarvan je niet eens weet dat het bestaat?

Dit filosofische probleem werd al door een oude Griek verwoord. En veel dichter bij een antwoord zijn we sindsdien niet gekomen. Ook al omdat zo velen van ons liever aan zekerheden vasthouden — hoe antiek of troebel ook — dan onzekerheden durven te gaan verkennen.

Want hoe verstandig is het eigenlijk om te willen zoeken?

Rebecca Solnit schreef een boek over vasthouden en loslaten. A Field Guide to Getting Lost. En dat leverde een wonderbaarlijke mengeling op aan persoonlijke memoires, geschiedenis in het algemeen, natuurverkenning, en filosofische speculatie — en daarmee dus ook cultuurkritiek.

Zelden las ik een boek dat zo onmogelijk is samen te vatten in een paar zinnen — wat dan weer veel zegt over waaraan ik me vasthoud, waarschijnlijk.

Als het om mijn persoonlijke beleving gaat van dit boek, is het oordeel overigens simpel. De schrijver deugt. Maar als ik moet formuleren waarom, wordt het al lastiger. Hoe kort geleden ik dit boek ook dichtsloeg. De herinnering is allereerst goed. Zoals een avond in prettig gezelschap als in een roes voorbij kan gaan, zonder dat de volgende ochtend nog precies duidelijk is waarover het gesprek dan ging de hele tijd.

Een klein element uit het boek geldt wel ook voor boeklog.

Rebecca Solnit vertelt onder meer hoe schrijven vernietigen kan zijn. Toen zij begon met schrijven, was ze jong. En relatief dicht nog bij jaar jeugdherinneringen. Maar door dat materiaal te gebruiken, vervormde ze het ook. En in plaats die herinneringen te onthouden, kwamen daar langzamerhand de gestileerde versies voor in de plaats die ze op papier had gezet.

Zo ook vormt zich het oordeel over wat ik las gauw eens pas tijdens het schrijven van een boeklogje. Ineens blijk ik dan een veel geprononceerdere mening te bezitten dan gedacht. Waarop het oordeel uit dat boeklogje vrij snel in de plaats inneemt van het vage amalgaam aan indrukken dat er was over een boek, vlak na het lezen.

Oordelen zijn dus alleen al verdacht omdat de vertelvorm waarin ze gegoten worden de kritiek te zeer een bepaalde kant op kan duwen.

Dus moet het mogelijk blijven om een volgende keer een heel andere mening te hebben over datzelfde boek.

Maar, ik ben dan ook geen autoriteit, die een status heeft op te houden, door standvastig te zijn.

En als ik herlezen het ware lezen noem, speelt daarin wel degelijk mee wat Rebecca Solnit verkende in haar boek. Ons spiegelbeeld lijkt niet of nauwelijks te veranderen van dag tot dag. Omdat het innerlijke beeld van onszelf zo vaak ververst wordt. Toch kan niemand ontkennen — tenzij dure chirurgische hulp werd ingekocht — er jaren terug jonger te hebben uitgezien dan nu.

Het herlezen van een boek, of een eigen tekst, confronteert me ook telkens weer even met wie ik ooit was.

Soms is dat een onverwacht aangename kennismaking; als blijkt dat ik lang geleden al wist wat ik echt meende pas ontdekt te hebben. Soms helaas is die blik terug een confrontatie. Punt is dan dat ook de kans op een teleurstelling je niet zou mogen afschrikken.

Rebecca Solnit, A Field Guide to Getting Lost
209 pagina’s
Penguin Books 2006, oorspronkelijk 2005

Paradise Built in Hell ~ Rebecca Solnit

Het nieuws blijft ons dagelijks vertellen hoe ellendig het is in de wereld. Politici zien daar dan bovendien te vaak aanleiding in om hun macht over ons nog een tikje te vergroten. Allemaal vanzelfsprekend in het landsbelang. En ondanks deze vreemde zekerheden is er toch sprake van enige vooruitgang.

We zijn nu veel minder gewelddadig dan eerder in de geschiedenis. Vergeet de propaganda van al de oorlogvoerende partijen nu even, die de nieuwsmedia o zo gretig en onkritisch doorbrieven. Hoe vaak ik het verder ook met Steven Pinker oneens ben, de these die hij oppert in Ons betere ik geloof ik in grote lijnen wel.

Bovendien is de mens de mens lang altijd niet gelijk een wolf. Rebecca Solnit schreef met A Paradise Built in Hell een boek dat over rampen gaat, en toch vaak zeer optimistisch is van toon.

Die rampen betroffen dan meestal wel natuurgeweld. In de VS, en in Mexico. Al gaat ook een deel van het boek over de solidariteit op 9/11; toen onder meer de passagiers van United Flight 93 dat vliegtuig lieten crashen op het platteland, zodat het niet ook als kerosinebom gebruikt kon worden tegen een groter doelwit.

Zij wisten dat dit met andere gekaapte toestellen was gebeurd.

De andere uitzondering in het boek gaat over de nasleep van ‘hurricane Katrina’, de orkaan die New Orleans trof; en daarbij liet zien hoe slecht deze stad beschermd was tegen al het omringende water.

Katrina legde namelijk ook het vanzelfsprekende racisme bloot dat er nog altijd is in het Zuiden van de VS. Vijftig jaar na de gelijkberechtiging van de gekleurde bevolking, op papier, zijn dat er nog altijd tweederangsburgers.

Nadat de orkaan gepasseerd was, hebben zwaar-bewapende blanke mannen er even het recht in eigen handen genomen. Die hebben toen straffeloos moorden kunnen plegen, gedekt door de leugen dat ze hun bezittingen verdedigden, waar later niet eens onderzoek naar is gedaan. De nieuwsmedia hadden ook wel erg gretig meegeholpen om paniek te zaaien; door bijvoorbeeld opnieuw oeroude leugens te verspreiden over rovende en verkrachtende negerbendes.

Die zijn er nooit geweest.

Rebecca Solnit vond ik het sterkst in de reportages, en de achtergrondverhalen van A Paradise Built in Hell. Maar, deze uitgave laat veel minder indruk na de meer persoonlijk getinte boeken die ze schreef.

Misschien komt dit door de wat weeë boodschap uiteindelijk van A Paradise Built in Hell. Na een natuurramp zijn de meeste overlevenden sterk geneigd om elkaar te helpen, en het weinige dat nog heel is, en werkt, met elkaar te delen.

Chaos en alle bijbehorende onregelmatigheden ontstaan pas als de bureaucratie opnieuw zijn intrede doet, en mensen andere mensen menen regels op te kunnen leggen. Die in de VS dan ook nog vaak afgedwongen worden vanachter de loop van een geweer.

Ik meende die kennis al uit geschiedenisboeken te hebben opgedaan.

En, voor dit boek geldt vanzelfsprekend de gruwelijke paradox waar alle nieuwsmedia van profiteren. Dat de verhalen over de uitwassen, als enkelingen het recht van de sterkste konden botvieren, meer indruk maakten dan de verhalen over altruïsme en grote solidariteit.

Rebecca Solnit, A Paradise Built in Hell
The Extraordinary Communities that Arise in Disaster

353 pagina’s
Penguin Books 2010, oorspronkelijk 2009

Wanderlust ~ Rebecca Solnit

Eerst werd er gewandeld, en daarna pas begon de mensheid met denken. Aan fossielen van de eerste homoniden is af te lezen dat die al veel vroeger tweebenig waren dan voor er noemenswaardig grote hersenen ontstonden.

En dit is dan zo’n feitje dat gemakkelijk genegeerd kan worden. Behalve dan dat mijn lijf op zijn kantoorstoel me er zo vaak aan herinnert eigenlijk beweging te verlangen — geëvolueerd als het is uit een lopende savannebewoner met een behoorlijk uithoudingsvermogen.

Rebecca Solnit zag het nog groter, en schreef een hele geschiedenis van het wandelen; zo dat niet een hele filosofie werd van het op twee benen in beweging zijn. Want het verbaasde haar dat zo’n overzicht nog niet bestond — al heeft zij dan weer weinig aandacht voor het gegeven dat lopen zo lang voor ons mensen een relatief snelle en zekere manier van voortbewegen was; gerekend naar de alternatieven.

In haar boek Wanderlust staat de persoonlijke beleving voorop van dat op twee benen in beweging zijn — en de weerslag op de cultuur van dat gegeven.

Of iemand nu in zijn of haar eentje wandelt, of dat er een menigte aan gelijkgestemden wordt opgezocht om gezamenlijk een groot protest te tonen.

Solnit was lang demonstrant van beroep. Danwel uit roeping.

Het aardigst vond ik Wanderlust in de soms wat speculatieve terzijdes. Zoals dat Rebecca Solnit de vele revoluties in Frankrijk wijt aan het gegeven dat er in Parijs zo prettig in een menigte gedemonstreerd kan worden, vanwege de brede boulevards.

In de Britse en Amerikaanse salons was wandelen dan soms weer de enige manier om je aan een gezelschap te kunnen onttrekken. Omdat de gewoonte eiste dat je binnen altijd bij elkaar zat.

Minder geslaagd is het compleet ontbreken van informatie uit andere culturen dan de Anglosaksische. Dat er in het Duits een tijdsaanduiding bestaat als ‘Wanderjahre’ wordt er in anderhalve pagina doorgejast — en daarbij niet eens uitgelegd.

Als het niet om Amerikanen of Britten gaat, blijft dit boek hangen in de gekende clichés. Petrarca mag Mont Ventoux weer eens op. Rousseaux ging ook weleens te voet.

Toch heb ik me wel degelijk met Wanderlust vermaakt.

Goed is het boek bijvoorbeeld waar het de zorgen toont van de auteur. De gouden jaren van het wandelen liggen al even achter ons, schrijft ze. Die eindigden met de opkomst van de auto als belangrijkste vervoermiddel — waardoor afstand los kwam te staan van de inspanning om er te komen. Amerikanen nemen de auto nog als ze een avondje naar de buren gaan, zo meldde Bill Bryson — maar dat is minder vreemd in het besef dat overheden vaak ook helemaal geen infrastructuur meer aanleggen voor andere manieren om ergens te komen dan gemotoriseerd.

En zijn er wel trottoirs, met degelijke verlichting ’s nachts, is bijna overal in de wereld een probleem dat vrouwen zich dan niet te voet buiten durven te wagen.

Rebecca Solnit, Wanderlust
A History of Walking
326 pagina’s
Verso 2002, oorspronkelijk 2001