dit is het dossier:

Pieter Steinz

© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

 

Lezen met ALS ~ Pieter Steinz

Als het bij lezen allereerst om de beleving gaat, dan hebben mij de afgelopen anderhalf jaar weinig teksten meer gedaan dan de nuchtere columns die Pieter Steinz schreef over zijn aftakeling.

En nu ik heb nagedacht over waarom dit was, dan lijkt me onder meer dat Steinz een nieuwe vorm heeft gevonden voor het bijna vergeten feuilleton. Deze lezer bleef namelijk voortdurend in spanning of er nog een nieuwe aflevering komen zou. Of de schrijver lichamelijk nog in staat zou zijn ook de volgende column weer te schrijven. En of die een even hoog niveau zou krijgen als de reeks tot dan toe had gehad.

Werd het zelfs extra spannend toen Steinz’s rubriek begin 2015 ineens elke veertien dagen begon te verschijnen, in plaats van iedere week — want het duurde even voor mij de nieuwe regelmaat duidelijk was.

De boekuitgave van Lezen met ALS heeft zo veel spankracht niet meer. De auteur leeft namelijk nog [1]. Want hij werd dezer weken nog overal binnengerold ter promotie van deze uitgave. En gelezen als boek valt bijvoorbeeld op dat Pieter Steinz sommige medische gegevens over zijn ziekte nogal eens herhaalt — als service aan de lezers van NRC Handelsblad ongetwijfeld, die vorige afleveringen konden hebben gemist.

Steinz kreeg in de zomer van 2013 te horen dat hij ALS had; een tamelijk zeldzame ongeneeslijke ziekte die iemands spieren laat verdwijnen. De levensverwachting die op dat moment uitgesproken werd, was nog twee à drie jaar. Alleen werden bij hem het eerst de spieren aangetast die nodig waren voor zijn ademhaling — dus veel eerder dood kon ook nog.

En al wie ernstig ziek wordt, krijgt vervolgens niet alleen te kampen met die kwaal. Ook de geneesmethode zal met problemen komen. Omdat artsen uitgaan van gemiddelden, en geen patiënt gemiddeld is. En doordat zo veel geneeskunde uit weinig meer bestaat dan loodgieterij met dure namen, waarbij het doorgaans meevalt als het lukt.

Bijwerkingen, zo heten de rampen die aan de medische ingrepen kleven dan ook nog eufemistisch.

Lezen met ALS biedt daarom enerzijds dat: een bijna afstandelijk verslag van Steinz over wat hij nu ook al niet meer kon, en over welke inspanningen nodig waren gewest om dit verval op te vangen. Ooit liep hij marathons, en werkte hij moeiteloos zestig uur in de week. Thans heeft hij eeuwig huisarrest, tenzij anderen de inspanning willen verrichten om hem ergens te brengen.

Maar gelukkig biedt Lezen met ALS niet alleen dit. Lucht brengt het boek door wat Pieter Steinz telkens ook nog over boeken wist te schrijven. Omdat er altijd wel weer een titel in verband te brengen was met wat hij had doorgemaakt. En omdat een lezer altijd zo veel te herlezen nog heeft.

Het boek besluit met:

Literatuur is een mood changer, een tijdmachine, een touroperator, een herinneringsactivator. Maar kan ze ook daadwerkelijk troost bieden, zoals de filosofie dat kon in het geval van Boëthius? Kunnen boeken pijn stillen of wanhoop wegnemen? Kunnen ze je verzoenen met het feit dat je gaat sterven? Misschien wel, maar ik moet zeggen dat ik niet de aangewezen persoon ben om dat te beoordelen. Op een paar dagen van aanhoudende pijn na (waar geen boek tegen opgewassen was) heb ik geen momenten van wanhoop gekend, en van begin af aan heb ik berust in het feit dat Vrouwe Fortuna me een dodelijke ziekte heeft toebedeeld. Het leven is nu eenmaal een rad van fortuin; in het licht van het leed op de wereld kun je niet verwachten dat je bakje altijd op het hoogste punt blijft.

Over de troost van het lezen heb ik dus weinig te zeggen. Daar staat tegenover dat ik me de afgelopen twee jaar niet zou kunnen voorstellen zonder mijn favoriete boeken. En als er iets is waar ik plezier aan heb beleefd, dan was dat wel het schrijven over de boeken waarvan ik hou. Dat mag met recht een vertroosting genoemd worden. [213]

En het is op zich misschien vreemd hoe ik dezer weken bewust de woorden lijk op te zoeken van lezers met een beperkte levensverwachting, om juist van hen te willen horen waarom dat lezen ondanks alles wat er verder speelt toch de moeite waard kan zijn.

Want 2015 is een vreemd jaar voor boeklog — nadat ik eind vorig jaar de website min of meer voor afgerond verklaarde. Veel van mijn lezen nu blijkt domweg minder interessant te zijn als voorheen. Wat kan komen omdat ik verder nooit meer iets hoef te doen met het gelezene.

Stukkies schrijven kan daarom helpen.

Tonen Steinz of een Clive James verder aan dat de enige boeiende teksten over boeken uit persoonlijk gekleurde beschouwingen bestaan.

En dan is het logisch dat iemand aan het eind van zijn krachten teruggrijpt op routines die baat hadden ooit — waardoor lezers dus gaan lezen. Dan nog is er iets speciaals aan boeken. Voor mij. Al kan een boek me ook doen beseffen dat de oorspronkelijk reeks columns in de krant beter was, door de tijd tussen de afleveringen, en daarmee de aanzienlijk grotere lading.

Pieter Steinz, Lezen met ALS
Literatuur als levensbehoefte

224 pagina’s
Nieuw Amsterdam, 2015
  1. Steinz zou op 29 augustus 2016 overlijden []

Waanzin in de wereldliteratuur ~ Pieter Steinz

Je kunt geen goede schrijver van serieuze fictie zijn als je niet depressief bent. Dat schreef Kurt Vonnegut [1922 — 2007]. Die in zijn hele leven na 1945 met een behoorlijk oorlogstrauma had af te rekenen.

En ik denk dat er veel waars zit in die ene uitspraak van hem. Gedreven schrijven komt doorgaans voort uit een gebrek. Al hoeft dat gebrek niet per se een te grote zin te zijn voor realiteit.

Ik meen zelfs dat de doorsnee hedendaagse Nederlandse roman zo matig is omdat de schrijvers hier te weinig strijd moeten leveren; door een schrijnend gebrek aan ellende. Onze samenleving is daar de samenleving niet naar. Leed is hier allereerst persoonlijk leed. Dat mag heel prettig zijn voor iedereen, maar het is funest voor een beetje literatuur als de auteurs werkelijk niets hebben te melden dan dat er pluis in hun navel zit. Als aan hun boeken niet af te lezen is waarom die er ondanks alles moesten komen.

Tegelijk moet dit principe ook weer niet omgedraaid worden. Een goed kunstwerk is altijd goed ondanks alle kwalen van de maker.

De Boekenweek van 2015 heeft ‘Waanzin’ als thema, en het motto luidt ‘te gek voor woorden’. En Pieter Steinz schreef ditmaal het bijbehorende Boekenweek-essay.

Dat deed hij overigens vlot. Alleen was deze tekst niet voor mij bedoeld. Steinz noemde bijvoorbeeld geen enkele titel of schrijver die ik nog niet kende — waar hij in zijn andere overzichtswerken toch vaak nog weleens een verrassing had.

Het leest domweg raar, om iemand meer te bewonderen om de soepelheid waarmee hij zich van de ene auteur naar de andere schrijft, dan om de inhoud van wat hij mee te delen had.

Ik vroeg me ook af of er beperkingen waren opgelegd aan Steinz. Mocht hij het enkel over schrijvers hebben van wie er nog boeken in de handel zijn? Was hem te verstaan gegeven dat de Boekenweek voor het grote publiek is bedoeld, en niet voor de mensen die altijd al boeken lazen?

Dit boek bevestigt namelijk ook de canon wat te zeer. Boudewijn Büch? J.M.A. Biesheuvel? Jan Arends? Sylvia Plath? Virginia Woolf? Edgar Allan Poe?

Pas helemaal aan het eind van Waanzin in de wereldliteratuur staat iets dat ik mijzelf nog niet bedacht had. Dat waanzin zich ook kan uiten in de vorm van een boek:

De meeste goede boeken hebben op z’n minst een beetje gekte nodig — is het niet in het verhaal, dan toch zeker in de taal (denk aan James Joyce’ Ulysses of Georges Perecs roman zonder e’s ’t Manco). Wat dat betreft is het veelzeggend dat de eerste moderne roman uit de westerse literatuur, Don Quichote, over een gestoorde persoonlijkheid ging. [57]

Biedt het boek achterin ook nog enkele interessante lijstjes. Zoals éen met de vraag welke diagnose bekende personages uit de literatuur nu zouden krijgen.

Pieter Steinz, Waanzin in de wereldliteratuur
64 pagina’s
Stichting CPNB, 2015