Hun hebben de taal verkwanseld ~ Jan Stroop

De enige klacht waarvoor bezoekers de moeite nemen om te reageren op boeklog, is dat ik weleens een vergelijking maak met ‘als’. De scribenten weten namelijk zeker dat ik daar ‘dan’ had moeten gebruiken.

Dit hebben zij zo geleerd — dus komen ze deze wijsheid opdringen aan mij.

Nu heeft iedereen met enige scholing ontstellend veel geleerd wat domweg niet of niet helemaal klopt. En als boeklog iets doet, dan toch illustreren hoe veel van wat wij menen te weten uit een toevallige theorie bestaat, en fout is.

Ik vergelijk makkelijker met als dan met dan, omdat mijn innerlijk oor daar geen enkel probleem mee heeft. En dit blijkt voor de meeste Nederlanders zo te zijn — al sinds de zestiende eeuw. Vondel vergeleek al met als. Alleen was er die vervelende jurist Balthasar Huydecoper, die in de achttiende eeuw de schrijftaal onherstelbaar verbeterde, door allerlei eigen regels in te voeren. Waaronder het verschil tussen hen en hun. Waaronder de schoolfrikkenregel dat vergelijken met dan goed is, en als gebruiken fout.

Taalkundige Jan Stroop signaleert ondertussen dat het woord ‘dan’ langzaam aan het verdwijnen is. Zeker in de spreektaal.

De bundel Hun hebben de taal verkwanseld raakt aan iets waar velen hooglopende ruzie over willen maken. Hun taal. Waarbij Stroop dan ook nog probeert te objectiveren. Zolang een taal leeft, verandert deze. En hij kijkt allereerst wat die veranderingen zijn, en waarom die kunnen plaatsvinden. Zijn persoonlijke mening of een verandering goed is of fout speelt daarbij niet mee — tot irritatie van alle dogmatici, die hun schoolkennis heilig maken.

Ik mag dat dan weer graag zien, zo’n onderzoek naar wat normaal is, en waarom toch wel.

Stroop ontdekte begin jaren negentig dat vooral jonge vrouwen de ij-klank als een ‘aai’ begonnen uit te spreken. Hij noemde deze verandering Poldernederlands — en veel van deze bundel is aan dit verschijnsel gewijd.

Ik vond dat niet de interessantste wijsheid uit dit boek. Eenmaal op het verschijnsel gewezen, is het meeste daar wel over gezegd.

Boeiender was al dat Stroop en andere taalkundigen verschijnselen in de tijd kunnen plaatsen. Zo is de Gooise ‘r’ waarschijnlijk al voor de oorlog in Amsterdam-zuid aan zijn opmars begonnen.

Nog nuttiger vond ik Stroop’s gedachten over de verschillen tussen spreektaal en schrijftaal. Waarbij hij bijvoorbeeld signaleert dat de fout van het verschijnsel ‘spellingsuitspraak’ nauwelijks nog bekend schijnt te zijn. Met als gevolg dat radio en televisie bevolkt worden door lieden die het Nederlands hypercorrect uitspreken; ofwel zoals verder niemand het spreekt.

Jan Stroop, Hun hebben de taal verkwanseld
Over Poldernederlands, ‘fout’ Nederlands en ABN

232 pagina’s
Atheneaum–Polak en Van Gennep, 2010