dit is het dossier:

Nassim Nicholas Taleb

© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

 

Black Swan ~ Nassim Nicholas Taleb

Na een week met dit boek te hebben omgepakt, zijn mijn conclusies erover wat gemengd. Ja, ik vind het in sommige opzichten een meesterwerk, dat iedereen gelezen moet hebben om meer van onze cultuur te begrijpen. Maar komt dit nu omdat ik vind dat Taleb iets volkomen nieuws beschrijft, en daar terecht voor waarschuwt, of eerder omdat ik zijn bezwaren deel over de blindheid in geïnstitutionaliseerde kennis? De afstand tot de tekst is nu nog te klein om die laatste vraag al te kunnen beantwoorden.

Verder heeft het boek zeker zo zijn irritantheden. Het is soms ontstellend Amerikaans in zijn mix van persoonlijk verhaal en abstract betoog. Zelfs al stamt de schrijver oorspronkelijk uit de Levant, en zijn de helden van de schrijver Europees. Wat ik hier schrijf zal overigens meer een afweging van Taleb’s ideeën zijn dan van dit boek; het gaat me nu even om de inhoud, en wat minder om de presentatie.

Nassim Nicholas Taleb hield zich lang bezig met de wiskunde achter de financiële markten. Na een profijtelijke carrière op Wall Street is hij zich gaan specialiseren in de filosofie achter willekeurigheid [randomness]. Daarover heeft hij inzichten die afwijken van de meeste statistici en econometristen.

Het simpelst is dit vrij fundamentele meningsverschil te illustreren met een anekdote uit dit boek. Taleb schreef eerder een werk met de titel Randomness, en daar moest natuurlijk een omslag voor komen. De illustratoren die hiervoor werden aangezocht, leverden beide een ontwerp aan, met daarop dobbelstenen afgebeeld. In onze cultuur zijn deze nu eenmaal het icoon dat bij onvoorspelbaarheid hoort, en dit roept een grote ergernis bij Taleb op. Niemand kan met éen worp van een dobbelsteen vijftien ogen gooien. Dat sluit zo’n gesloten systeem nu net uit. Maar in onze alledaagse werkelijkheid vinden er juist weleens gebeurtenissen plaats die totaal niet te voorspellen zijn. Deze kunnen daardoor alleen al enorme gevolgen hebben.

Taleb noemt zo’n totaal niet verwachte gebeurtenis een ‘black swan’. Waarschijnlijk naar een voorbeeld van de filosoof Karl Popper, die een ideaal over wetenschap opstelde om onderzoekers overbodig dom werk te besparen.

Als een werktheorie luidt dat zwanen wit zijn, bewijs je niets door daar duizenden witte zwanen bij te zoeken, zo stelde Popper. Nuttiger is het om te kijken of er ook zwarte zwanen zijn. Het bestaan van maar éen zwarte zwaan bewijst immers al dat de theorie nooit luiden kan dat alle zwanen wit zijn.

‘Black swans’ hebben bij andere denkers overigens ook weer andere namen. En een beetje zwak aan de metafoor vind ik toch ook dat Taleb onderscheid maakt tussen negatieve zwarte zwanen, zoals een beurskrach, en positieve zwarte zwanen, als die ongeremde waardestijging van een bedrijf als Google in slechts een paar jaar tijd.

Bij voorbeelden als dat van Google speelt ook mee dat voor Taleb het begrip schaalbaarheid erg belangrijk is. Wij leven volgens hem niet meer in ‘Mediocristan’; die begrijpelijke wereld naar onze maat. Ons tijdperk is allang een ‘Extremistan’, waarin bepaalde ontwikkelingen onvoorspelbaar grote gevolgen kunnen hebben.

Maar waarom gelooft iedereen nog in een ‘Mediocristan’ te leven? Taleb verklaart dit doordat we zo veel houvast hebben aan begrijpelijke structuren, zelfs al bestaan die alleen in theorie. Hij ziet daardoor drie fouten optreden.

  1. Onze neiging om gebeurtenissen vertelbaar te maken [the narrative fallacy]. Maar door een verhaal van iets te maken, worden onzuiverheden ingebracht. Gebeurtenissen kunnen dan ineens een oorzaak krijgen, die helemaal niet zo bestaan heeft;
  2. De hiermee vergelijkbare neiging om in een model meer te willen zien dan versimpelde weergave van de werkelijkheid [the lucid fallacy]. Iets waarin structuur is aangebracht, wordt zo verward met een werkelijkheid waarin alle structuur ontbreekt;
  3. En dan is er onze eeuwige neiging om te denken dat het verleden zich herhalen zal [the statistical regress fallacy]. Ofwel het idee dat de toekomst te voorspellen is door trends uit het verleden te begrijpen, maar daarmee te overdrijven;

Dit boek blinkt voor mij uit in de uitleg van deze drie denkfouten, en van nog een paar andere, zoals onze blinde eerbied voor experts. Tegelijk zijn die veel bekender als Taleb doet voorkomen. Onder historici tenminste, waartoe ik mijzelf reken. En ook het hier eerder aanbevolen boek van Gigerenzer over risico’s gaat wel degelijk over dezelfde materie. Wel waren Taleb’s illustraties en voorbeelden van een heel andere aard dan ik gewend ben. Dat was enerzijds heel prettig, en tegelijk ging ik hierdoor ook de beperkingen van dit boek zien.

Voor wie eenmaal een hamer bezit, wordt alles een spijker. Economen zien alles in termen van economie. Een expert van ontwikkelingen achter de financiële markten, zoals Taleb, kijkt vooral naar hoe geld stroomt, of waarom die stroom ineens stokt. En nu ben ik de laatste om de betekenis van geld te minachten, maar kapitaal is niet helemaal hetzelfde als politieke macht. Bijvoorbeeld.

De grote vraag die dit boek oproept is daarom, zijn er andere echt diep ingrijpende ‘black swans’ dan alleen in financiële zin, en dus met culturele oorzaken?

Niet dat Taleb geen vreselijke voorbeelden geeft. Zo dreigden alle banken in de VS in éen keer failliet te gaan in 1984, nadat het ene na het andere Latijns-Amerikaanse land zijn leningen niet afbetaalde.

Maar toch.

Daarom vind ik hem het minst overtuigend in het tweede deel van het boek, als hij probeert uit te leggen hoe ‘zwarte zwanen’ dan wel te herkennen zijn. Of beter, hoe het negatieve effect van een onverwachte gebeurtenis bij voorbaat gedempt kan worden, door voorzorgsmaatregelen te nemen.

Enfin, mijn kanttekeningen verpesten voor u bij voorbaat de waarde van dit boek misschien. Uit de ongebruikelijk grote hoeveelheid woorden die ik daarvoor nodig heb, blijkt hopelijk wel dat Taleb indruk heeft gemaakt. De schrijver is een razend intelligent man. Zelfs de bijzinnetjes zijn goed voor menige stekelige observatie, en alleen om die zijdelingse observaties al mag dit een geslaagd boek heten.

Nassim Nicholas Taleb, The Black Swan
The Impact of the Highly Improbable

366 pagina’s
Penguin / Allen Lane, 2007


Denken over geld en waarde ~ Karim Benammar sam.

Ergens aan de rand van het auteursrecht; daar waar de boekuitgevers nog altijd geld willen zien, maar leerkrachten en docenten dat domweg niet hebben, strekt zich een wat omstreden gebied uit. Een gedoogzone zo u wilt, waar onderwijsinstellingen doorgaans verblijven door slechts een generieke kopieerbelasting te betalen aan éen van die vele vage inningsorganisaties die in Nederland actief zijn.

Voor mijn studie geschiedenis werden nogal wat teksten gebruikt die in kopie met andere teksten in een bandje waren gestopt. Readers heten deze bloemlezingen bij ons. Klappers, zo heten ze elders. En dan zijn er vast nog meer benamingen voor ook — want zulke bundels met altijd wat onwelriekende en grijze kopietjes komen overal in het onderwijs voor.

En zelden zal de opgenomen auteurs om toestemming zijn gevraagd.

Des te meer valt het op dat serieuze uitgevers zich eigenlijk zo zelden aan dit genre wagen — dat ik eenmaal afgestudeerd vrijwel geen reader meer zag.

En geven ze toch een klapper uit, dan wordt veel moeite gedaan om de schijn op te houden dat er een eenheid in de opgenomen teksten zit. Dus staat er een essaytje vooraf in van de samensteller, die de inhoud alvast zo’n beetje samenvat. Of de lezer aangeeft waarop te letten.

Denken over geld en waarde is voor de verandering een als boek uitgegeven reader. Dus, hoera, alle opgenomen teksten zien er grafisch hetzelfde uit. 23 sleutelteksten met een wat afstandelijker kijk op economie dan normaal bevat het boek, volgens samensteller Karim Benammar.

De samenstelling op zichzelf is al een statement over economie en recht, zo lijkt me.

En de opgenomen teksten zijn nogal kort — enkele pagina’s op zijn hoogst. Bovendien heeft Benammar daar dan ook nog weleens in gesnoeid.

Kort is weliswaar goed om leuk even een harde paukenslag te krijgen, maar doet vervolgens toch verlangen naar wat meer context — die een docent dan had gegeven.

Vervelender voor mij nog was dat ik een vrij groot deel van de opgenomen teksten al gelezen had. Want waren de passages niet bekend, dan op zijn minst hun schrijvers wel. Dus had ik het boek niet gelezen waaruit de samensteller een gedeelte had gekozen, dan kende ik wel een vergelijkbaar boek van dezelfde gebloemleesde auteur, of waren hun ideeën me opgevallen door alle media-aandacht daarvoor. En Krugman, Taleb, of Adam Smith? Die komen zelfs al op boeklog voor.

Dus bleef er vrij weinig over dat nieuw was, en, belangrijker nog, dat mij nieuwsgierig maakte naar een onbekende auteur. Want, weliswaar is bijvoorbeeld nuttig dat Muhammad Yunus het microkrediet heeft bedacht, eenmaal met het verschijnsel bekend valt daar toch vrij weinig meer over te zeggen.

Econoom Jan Pen moest ik nodig eens lezen, zo maakte een column van zijn hand over ‘het genoeg’ me duidelijk. Alleen zou dat altijd al.

[ wordt vervolgd ]

Karim Benammar sam., Denken over geld en waarde
23 sleutelteksten
175 pagina’s
Parrèsia, 2013