Avonturen van Hillebillie Veen ~ Nanne Tepper

Dit boek verscheen oorspronkelijk in 1997 in kleine oplage; alleen bedoeld voor in Groningen. En ik heb het toen in handen gehad. In mijn herinnering had het toen een grijze omslag en was het fraai vormgegeven. Maar het boek zat in dichtgeseald plastic, net als alle overgebleven exemplaren op de plank. En dat ik het niet even kon inkijken, weerhield me van de aanschaf.

Dat ik dit allemaal zo goed onthouden heb, illustreert wat. Ik verwachtte toen nog iets van deze schrijver.

Ik was onder de indruk van Tepper’s debuutroman De eeuwige jachtvelden. Niet omdat die volmaakt zou zijn, maar omdat daaruit een belofte sprak. Maar zijn tweede roman uit 1998 – De vaders van de gedachte – zei me al veel minder. De laatste jaren las ik zijn columns over de muziekindustrie bij 3voor12 nog weleens, al was dat niet meer van harte.

Mijn verwachtingen waren daarom niet hoog toen het me uiteindelijk toch lukte De avonturen van Hillebillie Veen in handen te krijgen. Ook al was die Veen dan een interessante bijfiguur in de eerste roman, die voor mij zijn waarde blijft houden.

Misschien is dat de beste manier om een boek te benaderen — door alvast vooruit te lopen op de teleurstelling. Valt het altijd mee.

Maar dit boek is een bijna volmaakte novelle over een tienertijd in een provinciestadje, dat geheel doods is en desondanks onstuimig groeit. Over een eerste liefde gaat het, en opgroeien in de jaren zeventig. En de onvermijdelijke vlucht uiteindelijk naar een echte stad.

Het is een oerverhaal, en nog eens zo herkenbaar omdat het me zelf zo overkwam, bij wijze van spreken. Maar dat vind ik nu net eerder tegen een boek spreken dan voor. Andermans beschrijvingen over wat ik ook heb meegemaakt, zijn altijd net mis.

Nee, een paar maal weet Tepper heel goed die stille wanhoop van een middelbare schooltijd op te roepen door het daar juist niet over te hebben. Onder andere.

Nanne Tepper, De avonturen van Hillebillie Veen
112 pagina’s
Uitgeverij Contact, 2002

Eeuwige jachtvelden ~ Nanne Tepper

Tepper’s debuut De eeuwige jachtvelden stond al een tijd op de nominatie om te worden herlezen. Alleen was daar niet direct haast bij, tot nu toe.

De kwestie was niet alleen dat ik dit een goed boek vond, mee telde ook dat ik indertijd waarschijnlijk wilde dat het een goed boek was. Tepper raakte iets in de roman, waarvan ik inmiddels zie dat het makkelijk te vergeten is.

Nu iedereen online binnen een paar tellen geestverwanten vindt, of de hele wereldcultuur met twee muisclicken thuis kan laten bezorgen, lijkt het isolement van een jeugd op het platteland iets uit een peilloos ver verleden. Toch was die nog niet zo lang terug de schurende realiteit.

Nanne Tepper [1962 — 2012] scheen bij zijn debuut misschien wel te zeer ineens een geestverwant om objectief beoordeeld te kunnen worden. Hij had een vergelijkbare middelbareschooltijd doorstaan in de provincie. Hield van dezelfde muziek — zelfs al was dat misschien slechts om zich af te zetten tegen zijn omgeving. Las en bewonderde dezelfde schrijvers. En hij zocht in een vlucht naar de Stad een verlossing.

Want daar moesten ze zijn, de mensen waar wel mee te praten was.

Bij geen enkele schrijver voor of na hem heb ik ooit zo sterk het gevoel gehad dat hij mij als het ware vertegenwoordigde.

Alleen daarom al kwam het bericht vorige week van zijn zelfgekozen dood als een schok.

Vanzelfsprekend is al dit niet meer dan interpretatie. Maar schrijver en lezer maken nog altijd samen het boek. En bij zijn debuut viel op dat ik zo veel aan achtergrond en andere aankleding kende. Vooral in wat hij niet beschreef.

Daarbij gaat het natuurlijk om de decors, en de sfeer van een tijd. De roman en de verhalen daarin zijn verder Teppers’ eigen schepping. Ook al heeft hij daarbij behoorlijk wat elementen bij de groten gebietst. De overeenkomsten met Nabokov’s roman Ada in thematiek en handeling zijn niet toevallig zo gekomen. [1]

Ook in De eeuwige jachtvelden voelen een broer en een zus zich noodlottig veel tot elkaar aangetrokken.

Deze Victor en Lisa Prins wonen te Oude Huizen, een bijna dood dorp ergens in een straal van twaalf kilometer nabij Veendam. Hun vader is arts. En alcoholist. Hun moeder wil eigenlijk wel weg uit dat huwelijk, en heeft op niemand greep. Ook is er nog een jonger zusje: Anna.

De roman bestaat uit vier delen; waarin Tepper volgens de inhoudsopgave nadrukkelijk de opbouw van de Eerste Symfonie van Mahler kopieerde.

In de praktijk betekent dit dat in het eerste deel alle motieven al eens langs komen die verder in het boek een rol spelen, maar er feitelijk niet al te veel gebeurt. De adolescentie van Victor en Lisa wordt beschreven. En toch ook al de vlucht van Victor — als hij al 27 is. De chronologie van dit boek klopt niet helemaal, lijkt me.

In het tweede deel ontwikkelt het verhaal zich in alle broeierigheid. Lisa is zestien aan het begin en jong volwassen aan het eind. Dan woont ze samen bij haar broer in de Stad. Dus is mijn vraag anno 2012, wat gebeurde er dan tussen dat moment en Victor’s vlucht? Vijf of zes jaar later? Tijdens de meest vormende jaren in menig mensenleven?

Maar, tot zo ver was ik gegrepen, en geraakt. En toen diende het derde deel zich aan, en daaruit bleek me ook met een debuut van doen te hebben. De toon van de delen ervoor is losgelaten. En in plaats daarvan krijgt de lezer enkel brieven voorgezet. Waarbij Tepper telkens heel knap vaak register wisselde, en iedere briefschrijver een eigen toontje en vocabulair wist te geven.

Toch irriteerde dit mozaïek aan losse scherven me.

In het verhaal zit Victor dan in Parijs, en heeft Lisa hun huis in Groningen de Stad opgegeven. Zij is verhuisd naar Ameland. En vanuit de verte doen ze bokkig tegen elkaar. Waarbij ook hun moeder nog even meepraat, en zus Anna, en vooral niet te vergeten schoolvriend Hille Veen — de latere novelle De avonturen van Hillebillie Veen staat met titel en al aangekondigd in De eeuwige jachtvelden. Zelfs het hele plot van dat boek wordt terloops verteld.

Het slotdeel biedt dan ineens een nieuwe stem — van de bankdirecteur die naast de familie Prins woonde, en daarbij meer was dan enkel hun buurman. Deze kijkt vanuit de hoogte toe hoe het dorp hem begraaft. En ineens is de toon van het boek dan ongeremd sentimenteel. Wat ooit overigens opvallend goed werkte. Mij zat nu de irritatie over deel drie nog dwars.

Opvallend vaak werden zinnen uit dit laatste boekdeel geciteerd in de publieke herdenkingen van Tepper online, zo viel me op.

Dus ja, De eeuwige jachtvelden bleek ook bij herlezing bij momenten nog altijd een goed boek te zijn. En dan niet eens alleen om de belofte; het schrijversschap dat zich daarin leek aan te kondigen.

Deze roman kan ik zelfs rustig nog eens herlezen. Alleen is het wel een jong boek van een jonge schrijver over jonge mensen. En er komt vast een ogenblik dat ik eerder met de ouders sympathiseer dan met hun vreselijke kinderen; die te veel in elkaar blijven opgaan. Een moment waarop de tekst zich van mij zal hebben afgesloten.

Tijden hebben namelijk tijden. Vrijwel alle boeken zijn niet meer dan de opnames van een moment. En aan buitenstaanders die niet begrijpen waarom er ooit zo veel drukte over was, is dan zo weinig anders te zeggen dan: je had er toen bij moeten zijn geweest.

Nanne Tepper, De eeuwige jachtvelden
263 pagina’s
Contact, 1995
  1. Ook de melancholie uit Visconti’s film Ludwig II heeft zeker invloed gehad; hoewel dat element nooit genoemd wordt; ondanks alle aanwijzingen in de tekst. []

Kunst is mijn slagveld ~ Nanne Tepper

Geen grovere belediging van een dode schrijver dan om veel later te gaan zeggen dat je zijn werk nu zo goed begrijpt. Nanne Tepper poneerde deze stelling toen ‘Basje Heintje’ [Bas Heijne] zich in zijn ogen te glibberig schuldig maakte aan retro-aanbidding voor Frans Kellendonk. En dit is slechts éen uit een grote reeks stellige oordelen die Tepper [1962 – 2012] vastlegde in zijn brieven.

Alleen stierf Nanne Tepper inmiddels zelf ook. Door eigen hand.

Kwam er bovendien een vuistdik boek uit met deze brieven, die bovenal gaan over zijn tijd in de letteren. Omdat samensteller Nick ter Wal daarin de nadruk heeft gelegd op de periode voor de publicatie van Tepper’s eerste roman — De eeuwige jachtvelden — en de goede ontvangst hiervan. Waardoor nogal eens passeert wat de schrijver wilde met dat boek.  [1].

Dus begrijp ik die debuutroman nu inderdaad beter. Vooral de vaagheden, zoals de gaten in de chronologie.

Vond Tepper alleen wel het derde gedeelte van De eeuwige jachtvelden het meest geslaagd aan het hele boek. Dit bestaat uit brieven die de personages elkaar sturen. Maar mij irriteerde bij herlezing dat mozaïek aan stemmen nu net. Omdat dit te zeer als een stijlbreuk kwam.

Verder was ik het overigens opvallend vaak met Nanne Tepper eens. Zo vaak kwamen onze oordelen over Nederlanders schrijvers overeen zelfs dat De kunst is mijn slagveld alleen daarom al heerlijk om te lezen was — want Tepper’s opinies waren altijd spottend verwoord. Van al die krabbelaars, op Arnon Grunberg na, werd op zijn minst de naam vervormd.

Alleen heb ik ook moeite met deze verzameling brieven. Ter Wal pikt de correspondentie op in 1993, als Nanne Tepper dertig is. Toch leek hij me toen jonger dan hij was. Zijn toon, en dan vooral de stelligheid daarin, herkende ik absoluut. Alleen dacht ik zo toen ik nog twintig moest worden, bij wijze van spreken. Tien jaar later was er absoluut al meer realiteitszin gekomen.

Tepper wist op zijn vijftiende, zestiende al dat hij schrijver moest worden, vertrok op zijn achttiende vanuit de veenkoloniën naar Stad, en mislukte daar op de lerarenopleiding Nederlands en Huishoudkunde. Volgde een decennium van drank en drugs, waarin hij dat schrijven wel probeerde, en daarin dan toch niet doorzette.

Zo bezien begint de brievenbundel op het juiste moment in het leven van de schrijver Nanne Tepper.

In de portretten die vlak na zijn dood verschenen, werd geopperd dat hij op dat moment voor het eerst goede medicatie kreeg. Ik weet dat niet, en wil daar ook niet over speculeren. Feit is wel dat er angsten speelden, en dat Tepper een psychiater bezocht — daar schreef hij ook over in zijn brieven. Tegelijk liep hij gewoon bij de sociale dienst en was hij dus niet afgekeurd; wat had gekund als zijn geestesziekten als zwaar genoeg waren bevonden.

Uit de laatste pagina’s van het boek blijkt dat ADHD bij hem is gediagnosticeerd.

En normaal zou ik niet zo diep op de biografie van een auteur ingaan, als die niet ook zo zwaar had meegewogen bij het lezen van dit boek. Want ja, ik kan een heel eind meegaan met alle juichende kritieken elders dat Tepper lange prachtbrieven schreef. Hij deed er ook behoorlijk moeite voor; waarbij de correspondenties van Flaubert of Reve lichtende voorbeelden waren.

Dat hij twintig brieven verstuurde per maand en hoogstens vijf terug kreeg, verminderde zijn schrijfdrang niet.

Alleen is er verder zo weinig anders in dat leven dan dit schrijven, of de literatuur, en daarmee zo lang de verwachtingen over de publicatie van een eerste eigen boek. De stad kwam hij bijvoorbeeld nauwelijks uit. [2]

Was het nog redelijk toevallig ook dat Atte Jongstra uiteindelijk een manuscript van De eeuwige jachtvelden oppikte, en hem zo geholpen heeft om dat boek gepubliceerd te krijgen. Vanaf toen pas kon Tepper ineens overal terecht met zijn teksten; en werd hij onder meer recensent bij NRC-Handelsblad over Amerikaanse literatuur.

Daarom heb ik onder meer nu nog moeite gedaan om online te kijken wat Nanne Tepper indertijd schreef over Infinite Jest. [Ook omdat ik mijn eigen ideeën heb over dit boek].

Ik ben blij dat De kunst is mijn slagveld niet leest als éen lange zelfmoordbrief — wat zo vaak onontkomelijk is als een auteur zichzelf tekort heeft gedaan. Dat Ter Wal de correspondentie laat ophouden in 2001.

En toch zit er door de hoogdravendheid van Tepper, en de absoluutheid in zijn voor- en afkeuren, wel heel veel in dit boek wat preludeert op de onvermijdelijkheid dat teleurstelling over het leven niet kón uitblijven. Dit maakte mij tijdens het lezen al triest.

Nanne Tepper, De kunst is mijn slagveld
Brieven 1993 – 2001
samengesteld en ingeleid door Nick ter Wal

752 pagina’s
Atlas Contact, 2016
  1. Over de totstandkoming van de andere twee boeken aanzienlijk minder. Al was aardig om te lezen dat Vaders van de gedachte eerst Om de dooie dood niet heette. En dat Tepper daarvan verwachtte dat het alle goodwill over zijn debuut in éen keer zou vernietigen. []
  2. Nu goed ja, de muziek. Ongetwijfeld is er ook een boek samen te stellen over Tepper en de muziek. Dan nog geldt daarvoor dat hij zelden Stad verliet om bijvoorbeeld ergens een concert te zien. []

Vaders van de gedachte ~ Nanne Tepper

Nanne Tepper heeft nu al zo lang gezwegen na de uitgave van dit boek, dat ik ertoe neig de teleurstelling van de hoofdpersoon aan die van de schrijver gelijk te stellen. Dit was het dus. Meer moeten we van Tepper niet verwachten. Eén veelbelovend debuut gaf hij ons, een later gepubliceerde novelle die eigenlijk eerder geschreven was, en deze tweede roman.

Ik had De vaders van de gedachte meteen toen het uitkwam al eens gelezen, en vond het toen een interessante mislukking.

Dat oordeel blijft ongewijzigd staan, ook een kleine tien jaar later weer, na herlezing.

Er staat me te veel dialoog in dit boek die enkel dient als vulling. En de hoofdpersoon is een pijnlijk ongrappige cabaretier; een uitgangspunt dat zelfs op metaniveau niet voor mij werkt. Ik kan begrijpen waarom iemand een boek zou schrijven tegen de wat al te makkelijke lol in het Nederlandse cabaret. Kritiek heb zelfs ik genoeg op het niveau van al wat hier doorgaans de volle zalen trekt. Maar daar tegen ageren, dwingt daarmee ook om iets te zeggen over onze cultuur. En zo’n boek is dit niet.

En dan is er nog dat makkelijke trucje van die zieke dochter, die met pappa op reis mag. Voor het laatst. Waarbij in het midden gelaten wordt of dit om haar ziekte is, of om zijn walging over zijn beroep.

Begrijp me niet verkeerd. Tepper kan schrijven. Althans, dat kon hij toen. Op zinsniveau is er niets met dit boek mis. Ook staan er zeer geslaagde scènes in, zeker als het broeierig wordt. Maar een boek is dit geen moment. Daarvoor mist er te veel. Daarvoor is bijvoorbeeld het verschil te groot tussen de soms wat aanmatigende toon van de schrijver zelf in zijn beschrijvingen, en die van de dialogen.

Nanne Tepper, De vaders van de gedachte
143 pagina’s
Uitgeverij Contact, 1998