Hoed u voor mensen die iets zeker weten ~ Jan Terlouw

Peter Buwalda’s succesroman Bonita Avenue vond ik ongeloofwaardig, simpelweg omdat de hoofdpersoon niet kon bestaan. De schrijver heeft namelijk onverenigbare grootheden in dat personage verzameld. Want iemand die een briljant wiskundige is, houdt het domweg nog geen half uur vol in de typisch Nederlandse vergadering. Laat staan dat die carrière kan maken, karakterologisch gezien, in een politieke cultuur die aaneen hangt van polderen, en waarin zwart ook ineens wit kan zijn; als dat toevallig beter uitkomt.

Maar Jan Terlouw dan? Zo werd mij vervolgens aangewreven. Verzamelde Terlouw niet de oncombineerbare eigenschappen in zich om én natuurkundige te zijn, én schrijver, én politicus van D66 — de partij die zo vaak een regeringscoalitie aan een meerderheid hielp?

En ik geef toe dat Jan Terlouw voor mij een raadsel is. Al ken ik verder niemand die hem een briljant natuurkundige heeft genoemd — want dat iemand een exact wetenschappelijke achtergrond heeft, zegt daarmee niet per se iets over zijn capaciteiten op dat gebied.

Bovendien kan voor Terlouw heel goed hetzelfde hebben gegolden als voor een Ronald Plasterk; een Nederlands politicus die eveneens uit de harde wetenschap komt. Zij waren actief in een discipline die in gezamenlijkheid plaatsvindt, waarin al het onderzoek tegenwoordig uit een teamprestatie bestaat. Sociale vaardigheden om carrière in dat métier te maken, zijn vervolgens broodnodig.

Pure wiskunde daarentegen moet iemand in zijn eentje doen, zonder daarbij meer nodig te hebben dan potlood en papier.

Had Buwalda dus een natuurkundige gemaakt van zijn romanpersonage — wat volgens mij simpel had gekund, was zijn boek aanzienlijk beter geworden. De geloofwaardigheid van romans schuilt hem altijd in de details. Auteurs die gaan fantaseren, negeren me te makkelijk dat ze zich daarmee ook kunnen begeven op terreinen waar anderen wel expertise hebben.

Van Jan Terlouw las ik enkele jeugdboeken ooit, waarschijnlijk zonder te weten dat deze behoorlijk moralistisch zijn. Later publiceerde hij onder meer politieke herinneringen, en thrillers, die hij samen met zijn dochter schrijft.

Hoed u voor mensen die iets zeker weten las daarmee eigenlijk als een eerste kennismaking met deze auteur. En vooraf aan het lezen van deze bundel waren mijn vooroordelen groot. Politici zijn al de grootste misdadigers in het gebruik van het woord — ik geloof nooit iets van wat ze zeggen. Laat staan dat ik een politicus zou kunnen vertrouwen die zich ook heeft bewezen als auteur.

Toen viel een aardig deel van de inhoud me niet eens tegen. De portretjes die Terlouw bijvoorbeeld gaf van de politici waarmee hij samen had gewerkt, als Joop den Uyl en Dries van Agt, maakten duidelijk dat ook zijn politieke memoires interessant kunnen zijn om nog eens te lezen.

En Jan Terlouw heeft zich als politiek bestuurder met terreinen beziggehouden — zoals het milieu, en het verkeer — waarover hij ook nog weleens een inhoudelijke mededeling deed die nieuw voor mij was. Verder maakte hij nuttige observaties over leiderschap.

Dus, op het moment dat ook deze auteur zich uitspreekt over zaken die hij uit eigen ervaring kent, geloof ik hem, en boeit hij. Terlouw is daarin niet anders dan een Buwalda in zijn debuutroman.

Blijft alleen staan dat de schrijver niet kan verbloemen een domineeszoon te zijn, en dat deze bundel toch wel veel gelegenheidsteksten bevat die op preken lijken. Alleen rust op preken wel nog de zekerheid dat er een God zou zijn, die bedoelingen heeft. Jan Terlouw komt doorgaans niet verder dan het signaleren van problemen in algemene zin, en het geven van hints naar mogelijke oplossingen.

Terwijl hij toch jarenlang in het kamp heeft gewerkt die oplossingen mogelijk moet maken. Zelfs al noemt ook hij politiek de kunst van het haalbare.

Het boek is daarom te dik.

Jan Terlouw, Hoed u voor mensen die iets zeker weten
376 pagina’s
Lemniscaat, 2011