Blauwe muze ~ Manon Uphoff

Meermaals kwam de conclusie al op boeklog voor: verhalen kunnen, vakmatig, inmiddels vlot en vrijwel volmaakt verteld worden in TV-series, of films. Waardoor mijn vraag is óf romanschrijvers zich daar iets van aantrekken, en zo ja wát.

En dat blijkt dan nogal tegen te vallen, zoals een hele reeks navelstaarderige essays over de roman me de laatste jaren leerde. Terwijl lange fictiewerken toch allemaal minstens éen probleem hebben. Ze zijn nooit perfect. Zo ligt er alleen al de moeilijkheid dat het tijd kost om een roman te schrijven, en dat geen schrijver in zo’n periode op dezelfde toon blijft.

Mijn probleem met de romans blijft dat me doorgaans binnen vijftig pagina’s duidelijk is hoeveel reikwijdte de schrijver heeft. Verrassingen volgen daarop zelden nog. En dan valt op dat vooral de Nederlandse roman me al gauw te klein van bestek of ambitie is om daar verheugd in verder te willen lezen.

Hebben TV-series overigens ook enorme problemen. Meest hinderlijke blijft wel de totale dominantie van het beeld — of dat onze hersenen zo veel processorcapaciteit besteden aan enkel dat domme zien. Vrijwel geen fictie op televisie slaagt voor de simpele lakmoesproef om er van te genieten met de ogen dicht. Want dan val ineens op hoe onnatuurlijk de acteurs allemaal praten.

Is er ook nog het probleem dat zo veel vulling is, in films of in TV-drama, omdat alles zich in real-time afspeelt. Of dat scenaristen telkens weer cliffhangers inzetten om de kijker tot doorkijken te bewegen; wat dan vaak nogal bedachte conflicten zijn; die er iets later in de tijd daarom niet meer toe doen.

Ofwel, ik heb weleens nagedacht over wat me bevalt en wat me tegenstaat in de manieren die er zijn om verhalen te vertellen; via welk medium ook. En waarschijnlijk daarom viel het pamflet De blauwe muze van Manon Uphoff mij inhoudelijk nogal tegen.

Kan ze daarin nog zo zeer pleiten dat Amerikaanse TV-series, als The Sopranos of Mad Men, literatuur brengen.

Het punt is dat Manon Uphoff waarschijnlijk meende dat ze al een enorm risico nam door als gelauwerd fictieschrijver te gaan verkondigen dat TV-drama soms heel erg goed in elkaar steekt; nee, dan zelfs iets kan dat vrijwel geen roman lukt. Want veel meer dan dit ene statement brengt De blauwe muze niet.

Zelfs als de schrijver blij verheugd de serie The Sopranos ontleedt, is wat ze opmerkt eerder anekdotisch dan een werkelijke analyse. En om mij te overtuigen van je inzicht is er domweg meer nodig.

Zo is het voor mij al een behoorlijk zwaktebod dat Manon Uphoff het enkel over recente TV-series heeft. Die weliswaar op dit moment geweldig kunnen lijken, maar waarover een vraag is hoe ze over twee, drie decennia zullen worden bekeken. Want er is weinig dat zo snel veroudert als film, en dus ook TV-drama.

En waar ligt dat dan aan?

Menige roman uit de jaren 1930 lijkt te zijn geschreven door een hedendaags mens; mede om de toon. Films uit die tijd zijn nauwelijks meer te bekijken; tenzij een lachfilm of wat, een canonische klassieker, of eens een enkele vroege Hitchcock.

Tuurlijk, het woord is abstract en vergt daarmee interpratie, terwijl beelden figuratief zijn en daardoor meteen verwerkt kunnen worden. Maar bij deze constatering hoort het denken te beginnen over wat de roman kan hebben aan wat TV-drama biedt, en niet al op te houden, zoals Manon Uphoff in haar pamflet presteerde.

Manon Uphoff, De blauwe muze
Waarom de beste literatuur op tv te zien is

72 pagina’s
De Bezige Bij, 2014