En hier een plaatje van een kat ~ Arjen van Veelen

Aan het woord ‘modern’ kleeft iets ouderwets. ‘Modern’ is voor mij een begrip uit de jaren 1920, of nog net iets later. Ongetwijfeld door de tijdsaanduidingen die in de bestudering van de kunstgeschiedenis worden gebruikt. Al weegt om mij ook mee dat de oude en sjofele bioscoop hier ter plaatse ‘Cinema Modern’ heette.

Wie het over iets wil hebben dat speelt op dit moment, gelieve daarom in mijn gezelschap het woord ‘hedendaags’ te gebruiken, of desnoods ‘contemporain’. Modern is te oudbakken.

Arjen van Veelen heeft het evenwel nog onbekommerd over ‘ongerijmdheden van het moderne leven’ in zijn bundel En hier een plaatje van een kat. En is dat dan erg? Aan dit boek verbaasde me vooral dat de essays daarin eerst in een dagblad hebben gestaan. Ze lijken ogenschijnlijk in niets op de gebruikelijke krantenstukken. Daarvoor bieden ze te veel verwondering; de gegeven antwoorden zijn doorgaans niet heel stellig.

Luiheid belet me nu alleen om nog eens in detail te gaan wegen welke verschijnselen die Van Veelen benoemde inmiddels al tot het verleden behoren — en hoogstens actueel waren op het moment van schrijven.

Toch, het bewust vervagen tot polaroid-kwaliteit van foto’s die je met een smartphone maakt, doet nu toch haast niemand meer, anders dan in 2012?

Het is wel een vraag hoeveel van de opgenomen teksten daarom zeker houdbaar blijven tot na 2022.

Zo’n snelle veroudering zou de teksten dan wel weer typische krantenstukken maken.

Arjen van Veelen volgde voor zijn essays Roland Barthes‘ werkwijze na, uit diens Mythologieën, door het schijnbaar onbetekenende in onze consumptiemaatschappij nader te onderzoeken. Gebruikscultuur werd zo eens bekeken met methoden normaal enkel gebruikt om hoge cultuur te wegen.

Over de tientallen teksten die deze exercitie opleverde, lukt het me niet iets helder en samenvattends te concluderen, behalve dan dat ik het boek met plezier las. Een verzameling essays over heel verschillende onderwerpen komt met dat probleem.

Niettemin. Het best vond ik Van Veelen in dit boek als hij inzoomde op een overbekend verschijnsel waaraan ik zelf nooit eerder een gedachte had gewijd. Zo beschrijft hij de aanwezigheid alom van biepjes en piepjes ineens; en hoe zulke elektronische geluidjes plots deel zijn geworden van het geluidsbehang in ons dagelijkse leven.

Het minst goed is deze schrijver als hij wel denkt iets te beschrijven, en dan naar mijn smaak toch te ver op afstand blijft. Zoals in zijn beschouwing over de vouwfiets, waarin nieuwsgierigheid vooral wordt afgewisseld met het onbegrip van de totale buitenstaander.

Was hij zelf eens een dagje met een plooifiets op stap geweest, dan had hij tenminste nuttige waarnemingen over het onderwerp kunnen doen. Zo rijden ze niet heel anders dan gewone fietsen — al stuiteren de kleine wielen van Bromptons nogal naar als een weg met klinkers is bestraat.

Verder klopt er iets niet aan het essay dat zijn titel leende aan uiteindelijk het hele boek. Daarin haalt Van Veelen vrijwel direct een Amerikaan aan, die internet een geraffineerd kattenplaatjesdistributiesysteem noemde. Waarop het verschijnsel kattenplaatjes online nader wordt bekeken. Toevallig een onderwerp waarin ik me nooit verdiept had, en waarover de schrijver me toch geen nieuws kon vertellen.

Ook staan er meer plaatjes en filmpjes van honden online dan van katten — Van Veelen verkeerde dus zonder het beseffen in een bubble van kattenliefhebbers. Wat niet vreemd mag heten. Hoger opgeleiden, zoals de auteur, hebben een grotere kattenliefde, gemiddeld genomen en generaliserend gesproken, dan daar aan hondenliefde is. Bij lager opgeleiden is dit krekt andersom. En online leeft iedereen allereerst in zijn of haar eigen wereldje.

Had er dus iets in deze bundel gestaan over dat, over hoe het ‘moderne leven’ niet voor iedereen uit dezelfde elementen bestaat, zelfs niet in een rijk geïndustrialiseerd land, dan ware dit een rijker boek geweest. Nu komt deze bundel enkel impliciet met de lading: dit zijn allereerst strikt persoonlijke impressies van iemand uit een maatschappelijk elite; nogal eens gebonden aan een tijdelijk verschijnsel even uit 2012.

En doelgroepproza is toch wel weer iets typisch voor kranten.

Arjen van Veelen, En hier een plaatje van een kat
& andere ongerijmdheden van het moderne leven

160 pagina’s
Augustus, 2013