dit is het dossier:

Arjen van Veelen

© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden

 

En hier een plaatje van een kat ~ Arjen van Veelen

Aan het woord ‘modern’ kleeft iets ouderwets. ‘Modern’ is voor mij een begrip uit de jaren 1920, of nog net iets later. Ongetwijfeld door de tijdsaanduidingen die in de bestudering van de kunstgeschiedenis worden gebruikt. Al weegt om mij ook mee dat de oude en sjofele bioscoop hier ter plaatse ‘Cinema Modern’ heette.

Wie het over iets wil hebben dat speelt op dit moment, gelieve daarom in mijn gezelschap het woord ‘hedendaags’ te gebruiken, of desnoods ‘contemporain’. Modern is te oudbakken.

Arjen van Veelen heeft het evenwel nog onbekommerd over ‘ongerijmdheden van het moderne leven’ in zijn bundel En hier een plaatje van een kat. En is dat dan erg? Aan dit boek verbaasde me vooral dat de essays daarin eerst in een dagblad hebben gestaan. Ze lijken ogenschijnlijk in niets op de gebruikelijke krantenstukken. Daarvoor bieden ze te veel verwondering; de gegeven antwoorden zijn doorgaans niet heel stellig.

Luiheid belet me nu alleen om nog eens in detail te gaan wegen welke verschijnselen die Van Veelen benoemde inmiddels al tot het verleden behoren — en hoogstens actueel waren op het moment van schrijven.

Toch, het bewust vervagen tot polaroid-kwaliteit van foto’s die je met een smartphone maakt, doet nu toch haast niemand meer, anders dan in 2012?

Het is wel een vraag hoeveel van de opgenomen teksten daarom zeker houdbaar blijven tot na 2022.

Zo’n snelle veroudering zou de teksten dan wel weer typische krantenstukken maken.

Arjen van Veelen volgde voor zijn essays Roland Barthes‘ werkwijze na, uit diens Mythologieën, door het schijnbaar onbetekenende in onze consumptiemaatschappij nader te onderzoeken. Gebruikscultuur werd zo eens bekeken met methoden normaal enkel gebruikt om hoge cultuur te wegen.

Over de tientallen teksten die deze exercitie opleverde, lukt het me niet iets helder en samenvattends te concluderen, behalve dan dat ik het boek met plezier las. Een verzameling essays over heel verschillende onderwerpen komt met dat probleem.

Niettemin. Het best vond ik Van Veelen in dit boek als hij inzoomde op een overbekend verschijnsel waaraan ik zelf nooit eerder een gedachte had gewijd. Zo beschrijft hij de aanwezigheid alom van biepjes en piepjes ineens; en hoe zulke elektronische geluidjes plots deel zijn geworden van het geluidsbehang in ons dagelijkse leven.

Het minst goed is deze schrijver als hij wel denkt iets te beschrijven, en dan naar mijn smaak toch te ver op afstand blijft. Zoals in zijn beschouwing over de vouwfiets, waarin nieuwsgierigheid vooral wordt afgewisseld met het onbegrip van de totale buitenstaander.

Was hij zelf eens een dagje met een plooifiets op stap geweest, dan had hij tenminste nuttige waarnemingen over het onderwerp kunnen doen. Zo rijden ze niet heel anders dan gewone fietsen — al stuiteren de kleine wielen van Bromptons nogal naar als een weg met klinkers is bestraat.

Verder klopt er iets niet aan het essay dat zijn titel leende aan uiteindelijk het hele boek. Daarin haalt Van Veelen vrijwel direct een Amerikaan aan, die internet een geraffineerd kattenplaatjesdistributiesysteem noemde. Waarop het verschijnsel kattenplaatjes online nader wordt bekeken. Toevallig een onderwerp waarin ik me nooit verdiept had, en waarover de schrijver me toch geen nieuws kon vertellen.

Ook staan er meer plaatjes en filmpjes van honden online dan van katten — Van Veelen verkeerde dus zonder het beseffen in een bubble van kattenliefhebbers. Wat niet vreemd mag heten. Hoger opgeleiden, zoals de auteur, hebben een grotere kattenliefde, gemiddeld genomen en generaliserend gesproken, dan daar aan hondenliefde is. Bij lager opgeleiden is dit krekt andersom. En online leeft iedereen allereerst in zijn of haar eigen wereldje.

Had er dus iets in deze bundel gestaan over dat, over hoe het ‘moderne leven’ niet voor iedereen uit dezelfde elementen bestaat, zelfs niet in een rijk geïndustrialiseerd land, dan ware dit een rijker boek geweest. Nu komt deze bundel enkel impliciet met de lading: dit zijn allereerst strikt persoonlijke impressies van iemand uit een maatschappelijk elite; nogal eens gebonden aan een tijdelijk verschijnsel even uit 2012.

En doelgroepproza is toch wel weer iets typisch voor kranten.

Arjen van Veelen, En hier een plaatje van een kat
& andere ongerijmdheden van het moderne leven

160 pagina’s
Augustus, 2013

Over rusteloosheid ~ Arjen van Veelen

Elders op boeklog staat vastgelegd, in verschillende afleveringen, hoe ik er langzamerhand mee ben opgehouden om kranten te lezen. Dat proces begon toen al mijn abonnementen éen voor éen werden opgezegd. Later zijn ook de losse aankopen in het weekend gestaakt.

Wat ik nooit heb bijgehouden, is hoe mijn aandacht in de loop der jaren langzaam verschoof naar het volgen van het nieuws online; en wat daarin dan zoal veranderde.

Aan dagelijkse gewoonten kan ook iets vreemd kleven. Mijn dagen zijn niet ineens veel langer nu ik geen papieren ochtendblad of avondkrant meer heb door te nemen.

En voorheen had elke dag die twee zo duidelijk afgebakende momenten waarop ik het nieuws tot mij nam. ’s Ochtends bij het ontbijt. En tegen de avond, voor het eten. Tegenwoordig graas ik de actualiteit de hele dag af online — zelfs met het filter ingeschakeld liever niet nog wat te hoeven horen over Donald Trump.

En dit maakt het onmogelijk om ooit nog een afgerond verhaal te kunnen schrijven over mijn nieuwsconsumptie op het moment. Ik weet al niet eens hoeveel tijd daar per dag aan op gaat gemiddeld. Omdat zelfs al onduidelijk is of er wel een gemiddelde kan bestaan.

Een lang essay van Arjen van Veelen, in de bundel Over rusteloosheid, wees me bovendien op nog iets anders. Ik ga al zo lang online, dat ik vrijwel alles wat op internet gebeurt als een mode blijk te zien die wel weer over zal waaien.

Bovendien was internet in den beginne gemeenschappelijke grond, lang voor bedrijven er allemaal prikkeldraad spanden, en barrières opwierpen, om zo hun eigen omwalde tuinen te kunnen inrichten — alles met als doel om bezoekers er tot leden te maken, dankbaar voor het voorrecht een account te hebben. Om deze lidmaten daarop zo lang mogelijk binnen te houden; vanwege de centen. Willige kopers genoeg immers voor de data over al het gedrag dat al die vrijwillige slaven gingen vertonen in de tuin.

Mij willoos overleveren over wat éen grootbedrijf toevallig nu even doet online, is daarmee niet eens mogelijk. Uit principe al niet.

Van Veelen bekeek evenwel in 61 overwegingen hoe éen sociaal netwerk zijn gedrag beïnvloedde, in het essay ‘Een fantastisch Facebookleven’. En zo’n tekst leest dan raar. Voor mij dan. Misschien zelfs wel voor mij alleen; omdat er zo weinig herkenbaars aan is. Deze schrijver lijkt me in een overduidelijke val getrapt, en dat maakt zo’n auteur daarmee dom. Of naïef. Of gewoon jong. Terwijl hij verder zeker niet onnozel is.

Niettemin is er niets op tegen om zo’n plaatsbepaling in de tijd op te schrijven. Om te verkennen welke invloed dat Facebook ooit had op iemands handel en wandel. Mede omdat het nadenken over dit gedrag vervolgens daar wat aan veranderde.

Had Van Veelen bovendien het geluk over Facebook te schrijven. Want dat netwerk werd sindsdien enkel populairder. Een tekst over de invloed op zijn leven van het netwerk Hyves, of MySpace, had waarschijnlijk precies dezelfde observaties opgeleverd, maar zulke woorden had geen lezer op dit moment nog serieus kunnen nemen.

Moge dit essay dus toch vooral ook spoedig verouderen.

Over rusteloosheid is duidelijk een eerste boek, van een jong auteur. Die misschien daardoor weleens iets beetpakte om te beschrijven dat inmiddels is achtergebleven in de tijd. Verder schommelt het niveau van het opgenomen materiaal vrij opvallend, er staan maakstukken voor de krant in naast echte essays, en ook meent de auteur er nog mee te moeten koketteren dat hij een opleiding heeft gehad.

Tegenover al die kritiek staat alleen wel dat Arjen van Veelen kan kijken, en daarbij dan zo zijn eigen waarnemingen doet.

Interessantste teksten uit deze bundel gingen voor mij over zijn zoektocht in Algerije naar Albert Camus, zelfs al hield ook hij daarbij aan de vage omschrijving ‘witte huizen’ vast , en de korte beschouwing over het begrip kudos; dat domweg millennialang niet gebruikt werd tot het ineens online weer opdook.

Is het overigens ook onzinnig om iemand te verwijten dat een tekst die toevallig gaat over iets online, van misschien wel tien jaar terug, wel erg klein bier biedt. Want schrijven is zo vaak ook, voor mij tenminste, het kijken wat er precies over iets te zeggen valt. En wie in zo’n proces meteen al mee laat wegen of woorden wel een eeuwigheidswaarde hebben of niet, schrijft waarschijnlijk nooit meer een regel.

Arjen van Veelen, Over rusteloosheid
203 pagina’s
Atlas Contact, 2011