Paginainhoud: [click om te navigeren]

© Boeklog 2005-2009. Alle rechten voorbehouden

 

Gore Vidal
Droomoorlog

Vidal in het Engels lezen, ben ik mans genoeg voor. Maar dit boekje kwam toevallig op mijn weg, op die al vaker vermelde braderie. En ik zou het ook nooit gekocht hebben, als het niet éen euro was geweest.

Mijn terughoudendheid heeft twee redenen. Gore Vidal schrijft de laatste jaren veel pamfletten over de Amerikaanse politiek zoals in dit boek zijn opgenomen. Die zijn ook stuk voor stuk de moeite waard. Er staat altijd wel een sterke oneliner in. En ik lees ze al jaren meestal snel nadat ze ergens online zijn verschenen. Ik vreesde daarom de inhoud van dit boekje al te kennen, zonder het ooit gelezen te hebben. Dat bleek zo te zijn.

En verzameld zijn de essays een ongekende klaagzang samen. Vidal is veel beter te genieten als hij met mate, over een lange spanne tijds genuttigd wordt. Zoals zout, denk ik. Of een sterk kruid dat al te gauw te dominant wordt in een onbescheiden dosis.

Het boek opent met een essay uit 2000, en dat staat al sinds publicatie op mijn harde schijf opgeslagen. In die zin was het toch wel goed om de treffende voorspelling terug te lezen die Gore Vidal indertijd deed over het toen nog komende presidentschap van George Bush Jr.

Omdat dit stuk ook online staat, citeer ik de Engelstalige versie hier:

What will the next four years bring? With luck, total gridlock. The two houses of Congress are evenly split. Presidential adventurism will be at a minimum. With bad luck (and adventures), Chancellor Cheney will rule. A former Secretary of Defense, he has said that too little money now goes to the Pentagon even though last year it received 51 percent of the discretionary budget. Expect a small war or two in order to keep military appropriations flowing. There will also be tax relief for the very rich. But bad scenario or good scenario, we shall see very little of the charmingly simian George W. Bush. The military–Cheney, Powell et al.–will be calling the tune, and the whole nation will be on constant alert, for, James Baker has already warned us, Terrorism is everywhere on the march. We cannot be too vigilant. [...]

Gore Vidal, Droomoorlog
Bloed voor olie en de Cheney-Bushjunta
172 pagina’s
Uitgeverij Arbeidspers © 2003
Vertaling van: Dreaming War © 2002


Gore Vidal
State of the Art

Er is op het moment een nieuwe selectie uit van Gore Vidal’s artikelen. Dat boek heeft de toepasselijke titel The Selected Essays. En ik was even verheugd. Maar mij viel vervolgens op dat recensenten heel ruim citeerden uit stukken die ik allang kende.

In 1993 kwam namelijk deze turf uit; een boek bijna even dik als breed. Een bundel artikelen in drie gedeelten, die gaan over literatuur, politiek, en Vidal — ‘State of the Art’, ‘State of the Union’, en ‘State of Being’.

Slimmer dan om die nieuwe Selected Essays te kopen, was het dus om te herlezen wat al in de kast prijkte. Al stond het me tegen om alle 1.300 pagina’s opnieuw door te nemen. Niet per se om de inhoud. Maar gewoon om de tijd die ik met zo’n enorme pil bezig zou zijn.

Vidal moet met mate gelezen worden, met hoogstens een paar essays per dag. Meer roept namelijk makkelijk ergernis op over de verkeerde dingen. Hij is nu eenmaal onfeilbaar, hij is een snob, door zijn goede afkomst, en hij houdt er erg van om terloops namen van beroemdheden te droppen.

Maar tegelijk kan Gore Vidal wel schrijven, en lezen. En in zijn literaire recensies weegt nog weer andere kennis mee ook. Vidal heeft ook tal van filmscenario’s geschreven — waarvan Ben Hur wel de bekendste zal zijn.

Dus herlas ik zijn kritieken, mede om het boek over fictie van criticus James Wood, die ik van eensluidende voorkeuren verdenk.

Iedere essaybundel van Vidal is trouwens alleen de aankoop al waard, als er het stuk ‘The Top Ten Best Sellers’ in staat. Dat gaat erover welke boeken er begin januari 1973 het best verkocht werden in de VS, volgens de New York Times. Omdat hij daarin onder meer pijnlijk duidelijk aantoont welke cliché’s uit de filmkunst het tot vertelelement hebben gebracht in boeken van matige schrijvers.

Ha, daar is de spiegelscene weer, waarin de hoofdpersoon zich eens kritisch bekijkt, en de schrijver de gelegenheid neemt de ontwikkelingen tot dusver samen te vatten.

Kritisch is Vidal ook over de funeste invloed van de nouveau roman. Niet omdat hij vormexperimenten zou schuwen, maar vooral omdat die experimenten zo vaak met slecht schrijven gepaard gaan.

In alle essays over literatuur is taal de constante. En Gore Vidal spaart weinigen daarbij. W. Somerset Maugham moet het bijvoorbeeld ontgelden, omdat diens dialogen zo banaal zijn. Het is of alsof die nooit los kwam van het succes met zijn toneelstukken — waar de dialoog niet hoeft te spreken, omdat de acteurs er nog van alles mee kunnen doen.

En zo levert elk stuk — de essays bestrijken een breed terrein, van boekbespreking, tot overzichtsverhaal, en in memoriams — altijd wel éen of twee messcherpe oordelen op. Waarvan het verleidelijk is om die te citeren, maar nog beter is om die te zien schitteren in de setting van Vidal’s betoog.

Nu ja, even dan:

I have often chided my Soviet friends on the naïeveté of their country’s censorship. Newly literate and still awed by the printed word, the Russians governors are terrified by ideas. If only they knew what our governors know: that in a huge egalitarian society no idea which runs counter to the prevailing superstitions can successfully penetrate the national carapace. [1958]

[…] books are no longer read, while pieces about writers are. [1970]

During the last fifty years, the main line of the Serious American Novel has been almost exclusively concerned with the doings and feelings, often erotic, of white middle-class Americans, often schoolteachers, as they confront what they take to be life. It should be noted hat these problems seldom have anything to do with politics, with theories of education, with the nature of the good. [1980]

The century that began with a golden age in all the arts (or at least the golden twilight of one) is ending not so much without arts as without the idea of art, while the written culture that was the core of every educational system since the fifth century B.C. is now begin replaced by sounds and images electronically transmitted. [1984]

Uiteindelijk is elk essay van Vidal over literatuur dus ook een verhaal over een wereld die op het punt van verdwijnen staat. Hij verklaarde in de jaren vijftig de roman al een bedreigde kunstsoort. Niet eens om de inhoud, maar door het verdwijnen van de geïnteresseerde lezer.

Er zijn wel jongens die alles over film weten, die zo veel plattere soort van vermaak. Kennis over literatuur is geen sociaal kapitaal meer. Behalve op de universiteiten dan. Maar dat is helemaal een verkeerde ontwikkeling, volgens Vidal.

Gore Vidal, ‘State of the Art’
520 pagina’s
in:
Gore Vidal, United States
Essays 1952 – 1992
1295 pagina’s
Abacus 1999, oorspronkelijk 1993

Gore Vidal
State of the Union

In deze dagen, nu de media enkel oor hebben voor die al eeuwig lopende en o zo vervelende verkiezing in de VS, is het goed om vooral naar tegenstemmen te luisteren. En het krachtigste, en helderste geluid is dan dat van Gore Vidal. Deze auteur weet alleen al waarover hij schrijft, omdat hij opgroeide in de schaduw van het politieke bedrijf in Washington.

Grootste nadeel aan het lezen van Vidal is wel dat deze de mechanismen achter de macht in Amerika zo weet bloot te leggen, dat alle reportages in de media oppervlakkig en hopeloos ongeïnformeerd overkomen. Want doet het er iets toe wie president wordt?

Nee. Al helpt het natuurlijk niet mee om een totaal incompetent zootje als Bush cs aan de macht te bengen.

Uit deze turf met honderden verzamelde essays zijn er twee in het bijzonder de moeite waard. Beide heten ‘State of the Union’, naar de speech die de president elk jaar houdt over de toestand van het land. Vidal schreef er éen in 1975, en éen in 1980. En hij zou trouwens ook na 1992 dit procédé nog een paar keer herhalen — maar nooit meer zo goed.

De ‘State of the Union: 1975′ is alleen al uniek omdat Gore Vidal ermee begint om uit te leggen hoe hij zijn lezingen houdt. Zo aanvaardde hij alleen uitnodigingen van organisaties van het meest patriottische, kleinburgerlijke soort. Het heeft geen zin om te preken voor een publiek van al bekeerden, was daarbij zijn devies. En naast dat Vidal vervolgens uitlegt wat hij in zijn lezing dan zei, neemt hij ook de geschokte reacties van zijn toehoorders mee.

De ‘State of the Union: 1980′ is dan weer klassieke polemiek. Die tekst boeit me alleen al door de luciditeit en schrijfkracht. Het is nogal wat als iemand niet alleen helder uitlegt waarom het allemaal anders zit dan iedereen altijd zegt, maar dat dit dan ook nog met onderkoelde en toch bijtende humor gebeurt.

Waar Vidal in andere stukken de Amerikaanse president een stroman van het bedrijfsleven noemde, heeft hij daar ditmaal een nog kortere aanduiding voor. De Bank. Wie het kapitaal heeft, bepaalt alles in de VS. Tot het ergens mis gaat, zoals ook al in 1980 gebeurde:

Plainly, there is panic in the boardroom of the Bank. A number of things have started to go wrong all at once. Since energy will soon be in short supply to all the world, the third republic will be particularly hard hit, because the Bank is not capable of creating alternatives to the conventional unrenewable (and so highly profitable) sources of energy, any more than the Bank was able to anticipate the current crisis of small car versus gas-guzzler, something that consumer-depositors had figured out some time ago when they demonstrated a preference for small economic models by buying foreign cars.

The empire is cracking up because the Banksmen have never had a very clear world view. One the one hand, they are supreme pragmatists. They will do business with Mao, Stalin, Franco, the Devil, if profits can be made that way. On the other hand, simultaneously, they must continue to milk this great cow of a republic; and the only way they know to get their hands on our tax dollars is to frighten us with the menace of godless communism, not easily done when you’re seen to be doing business quite happily with these godless predators.

[947 – 948]

De verzameling United States: Essays 1952 – 1992 is opgebouwd uit drie delen. Eerder kwam op boeklog al de sectie met Vidal’s beschouwingen over literatuur langs. Want deze omvangrijke verzameling heeft éen groot bezwaar: er staat te veel aan goed materiaal in. Een boek als dit is niet in éen keer te lezen. Terwijl het een oneindig rijk tonicum kan zijn, op het goede moment. Zoals dezer dagen.

Gore Vidal, ‘State of the Union’
524 pagina’s
in:
Gore Vidal, United States
Essays 1952 – 1992
1295 pagina’s
Abacus 1999, oorspronkelijk 1993