Nieuwe land ~ Eva Vriend

De overheid slaagt er nu niet eens meer in om een trein naar België te laten rijden; zonder problemen, of enorme budgetoverschrijdingen. Ooit was dat anders. Toen werden uit naam van Nederland overal in de wereld havens en forten gebouwd. Toen ook is veel van het eigen land op het water veroverd.

Maar stel eens dat de Zuiderzeewerken nu nog moesten plaatsvinden. Het kost mij opvallend weinig moeite om de tegenwerpingen te bedenken van de huidige politieke partijen over dit onderwerp. Hun vluchtige interesses alleen al maakt het onmogelijk dat zij een langetermijnvisie zouden hebben.

Polders droogleggen en ontginnen om landbouwgrond te krijgen? Landbouwgrond? Met het Rijk als enige financier? En van een zee zoet water maken? Hoeveel milieuschade levert dat wel niet op?

Eva Vriend komt uit de Noordoostpolder, van een boerderij bij Luttelgeest. [Twintig kilometer op de fiets naar school, en ’s middags over dezelfde saaie rechte wegen twintig kilometer terug. Een brommer mocht ze niet]. En enigszins toevallig is het wel dat haar familie er woonde. Grootvader Vriend had daar land met gebouwen toegewezen gekregen.

Alleen was het dan weer geen toeval dat juist hij de beste landbouwgrond van Nederland mocht pachten, na de Tweede Wereldoorlog. Tienduizenden meer hadden dit ook wel gewild. Het aantal gegadigden was veel groter dan het tal beschikbare boerderijen. Dus werden deze aanvragen serieus gewikt en gewogen.

De toekomstige boeren moesten meer kunnen dan een koe melken of tarwe planten op het juiste moment. Die hele Noordoostpolder was namelijk nog niet meer dan de bodem van een drooggelegde zee, met de voormalige eilanden Urk en Schokland daarin als enige terpen. De mensen die er gingen wonen moesten ook nieuwe gemeenschappen stichten, en dus over gemeenschapszin beschikken. Dat moesten pioniers zijn, die zichzelf konden redden bij een beetje tegenslag.

Coördinatie van de droogleggingen, de ontginningen, en de latere verdelingen van het boerenland was in handen van éen dienst — die uiteindelijk de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP) ging heten. Dat was een staat binnen de staat, zoals vaker met rijksdiensten was, daar had een beperkt aantal mensen het voor het zeggen.

Een reden voor het onderzoek van Eva Vriend was dat ze wilde weten wáarom haar opa precies een boerderij had toegewezen gekregen. Er was een keurend bezoek geweest thuis bij hem, en juist in dat gesprek was hij uitgevallen tegen de inspecteur. Toch heeft dat blijkbaar niet uitgemaakt.

Antwoord op deze directe vraag kreeg de schrijver niet. De beoordelingsrapporten van de Rijksdienst bevatten zo veel gevoelige persoonlijke informatie dat ze inmiddels allemaal vernietigd zijn. [1]

Slechts door het toeval dat de geduldige onderzoeker ook weleens toelacht vond ze een paar inspectierapporten met een afwijzend oordeel. En de taxaties over mensen die daar in stonden, vond ze nogal cru geformuleerd.

De Nederlandse overheid heeft nog maar kort de plicht om beslissingen te motiveren. Indertijd gebeurde dat niet. De aanvragers die geen boerderij in de polder kregen, werden afgescheept met een nietszeggend standaardbriefje. Sommigen raakte deze botheid verkeerd. Zij voelden zich om hun hele zijn afgewezen. De vraag bleef waarom zij niet mochten en anderen wel. En de wrok daarover zit zo diep dat ze daar zestig jaar na dato nog niet over willen praatten.

Maar Eva Vriend sprak ook een paar kinderen van afgewezenen die het volstrekt eens waren met het oordeel uit zo’n toevallig bewaard gebleven inspectierapport. Knap vonden die het zelfs hoe zo’n inspecteur hun vader in een paar zinnen had weten te treffen, en dat na zo’n kort bezoek.

Het nieuwe land is een boek vol van gesprekken. Een reconstructie waarin stukje bij beetje vanuit het nu wordt geprobeerd om vast te stellen hoe het toen was. Dat maakt dit boek prettig leesbaar.

En daarom overheerst de verbazing wat in het boek, over hoe het kon dat éen dienst met een beperkt aantal mensen betrekkelijk ongestoord kolonisatiepolitiek kon bedrijven in eigen land. Mensenrechten schendend daarbij — zoals het recht op vrije vestiging. Of dat op de privacy — doordat de gemeente hele beoordelingsrapporten over een aanvrager diende op te stellen.

Wat mij betreft, heeft de uitgave daarom éen klein gebrek. Vriend hield me net te weinig rekening met die ene permanente vraag op boeklog: wat is normaal, en waarom dan wel? Pas laat in het boek, en dan ook net wat te terloops, constateert een gesprekspartner dat bij de invulling van de eerste IJsselmeerpolders geredeneerd is vanuit oude en strikte ideeën.

Het nieuwe land mocht zo nieuw niet zijn, of het oude land moest er in detail gekopieerd worden. Met tien dorpen op fietsafstand rond de hoofdplaats — alsof het onbestaanbaar was dat de mensen er ooit auto’s zouden bezitten. Met een bevolkingssamenstelling die in percentage precies voldeed aan de landelijke gemiddelden. Kamervragen werden er gesteld toen in de Noordoostpolder nog steeds niet die 33,33% katholieken bleken te wonen.

Ruimte voor verandering was nog niet ingecalculeerd.

Maar verandering zou onvermijdelijk komen. En met deze ontwikkelingen veranderden ook de inzichten in wat er goed was geweest in de aanpak van de Rijksdienst en wat niet.

Eva Vriend, Het nieuwe land
Het verhaal van een polder die perfect moest zijn
302 pagina’s
Uitgeverij Balans, 2013
  1. dat ligt waarschijnlijk iets anders, zie het commentaar van Harry Perton. []