over de auteur: Vries. Nyk de

© Boeklog 2005-2010. Alle rechten voorbehouden

 

Flessepost

De Portugees-Nederlandse auteur José Rentes de Carvalho schreef al in 1999 in zijn dagboek dat hij graag een eigen website wilde. Hij wilde daarop signalen op te zetten, met de intentie

waarmee men vroeger flessen in zee wierp

Het zou nog jaren duren, en toen had ook hij een weblog. Helaas voor mij is dat in het Portugees. Maar daar gaat het mij nu niet om. Ik gebruik dit voorbeeld van Rentes de Carvalho om aan te geven dat het idee flessenpost te verspreiden ooit een heel bruikbare metafoor was voor degenen die iets op het wereldwijde web publiceerden. Hij was toen namelijk lang de enige niet die dit zo zag.

Begin deze eeuw was er zelfs een dienst die ‘Flessenpost’ heette. Wie zich daarvoor opgaf, kon dan een e-mail opsturen die dan aanspoelde bij zo maar een andere abonnee. Lang heeft deze ‘Flessenpost’ overigens niet bestaan. Schrijven aan een onbekende is nu eenmaal moeilijk. En wie er al werk van maakt, en dan alleen kattebelletjes terugkrijgt, wordt ook niet aangemoedigd. Bovendien blijken internetgebruikers doorgaans helemaal niet zo heel veel prijs te stellen op anonieme toenaderingen. Sociale netwerken, als Hyves, schoolbank.nl, of Facebook, zijn tegenwoordig een groot succes — maar dan wel om bestaande contacten te versterken, of om verloren vrienden van vroeger weer terug te vinden.

Zelf heb ik via mijn beide weblogs toch wel zo veel leuke en onverwachte contacten opgedaan dat voor mij dat oude romantische idee wel bestaan blijft. Iets online publiceren, is een vorm van flessenpost. Al geef ik toe dat dit misschien voor alle vormen van publiceren geldt. Het blijft altijd afwachten wie je leest, en of er ooit een reactie terugkomt op je werk.

Tegelijk geldt ook dat wie schrijft misschien blijft.

De Amerikaanse auteur John Updike gebruikte het woord flessenpost niet toen hij aangaf wat voor hem het hoogste was dat hij met zijn schrijven kon bereiken. Toch had hij dit zo als metafoor kunnen gebruiken. Updike hoopt alleen van zijn werk dat ergens een tiener, of wie dan ook, ooit een boek van hem van een plank zou pakken, en dat die tekst dan net zo inslaat als hoe goede boeken hem ooit hebben weten te raken.

In de bundel Flessepost wordt dit romantische idee omgedraaid. Niet de kwaliteit van wat is aangespoeld telt allereerst, van belang is vooral de reactie daarop. Negentien Friese schrijvers en schrijfsters kregen iets verrassends voorgelegd dat Leendert Ferwerda ooit in een fles had gevonden, ergens op het Wad tussen Zwarte Haan en Holwert in. Aan hen de taak om daar een antwoord op te geven; op welke manier dan ook.

En in die omkering ging het wat mis voor mij. Dit is een fraai vormgegeven boekje, en ook aan de reacties van de schrijvers mankeert het op zich niet. Maar mij interesseerde de vondsten gewoon niet zo veel. Er waren nauwelijks bij die mij iets deden. Mijn fantasie werd niet in werking gezet. Terwijl ik daar toch op gehoopt had.

Wie voor het eerst iets bijzonders ziet, in een boekje als dit, of op een tentoonstelling, of desnoods op televisie, krijgt daar zo zijn gedachten over. Tenminste, zo werkt dat bij mij. Op zo’n moment is er weinig mooier om te lezen dan wat een schrijver nog meer gedaan heeft met datzelfde uitgangspunt.

Het interessants vond ik nog de echte flessenbrieven van kinderen. Omdat daarvan vermoed mag worden dat die met enige hoop in zee zijn gegooid. Zo’n briefje is er bij van het Amerikaanse jongetje Ryan, die een dollar had bijgesloten voor antwoord.

Van weer andere briefjes vermoed ik enkel dat die overboord zijn geworpen in een dronken of een baldadige bui. Uit verveling. Eerder omdat het te ver lopen was om de lege fles in de vuilnisbak te gooien, dan om een ander reden.

Goed, er is éen heel opvallend flessenbriefje bij, uit 1943. Overboord gezet vanaf de Duitse onderzeeër U72, varend voor de Nederlandse kust. Er was net een bemanningslid standrechtelijk geëxecuteerd aan boord om muiterij, en een kanonier moest daar blijkbaar toch zijn emoties over kwijt, op éen of andere manier. Maar dat karige briefje is weer zo sterk dat het voor mij wel zonder antwoord had mogen blijven.

Verder zitten er ook briefjes tussen die helemaal geen briefjes zijn, zoals twee uitgeprinte lijsten met bemanningsleden, of de lapelpas van een veiligheidsbeambte.

Tezamen is al dat aangespoelde goed allemaal mij wat te weinig dwingend om iets bij me op te roepen waar ik meer over zou willen horen. Terwijl ik het nu net altijd wel interessant vind wat schrijvers presteren, onder strikte dwang. Flessepost wordt daarmee eerder een staalkaart van wie op dit moment in Friesland korte literaire teksten schrijft dan iets anders. Dat is ook aardig, daar niet van, maar misschien ging het dus met dit boek al mis bij het idee. Het uitgangspunt versterkt het resultaat niet, en andersom. Ik zag ook niet zo veel van mijn idee terug dat het nu net schrijvers zijn die weten hoe het is om iets in alle onzekerheid met de stroming mee te geven.

Waarschijnlijk is actie wel per definitie veel spannender om te lezen dan reactie.

diverse auteurs, Flessepost
96 pagina’s
Friese Pers Boekerij, 2007
isbn 978 90 330 0628 9
priis: € 17,50

Nyk de Vries
Motorman

Prozagedichten, staat er om het omslag. En de Friese Pers Boekerij geeft dit boek uit als poëzie. Toch las ik verhalen. Erg korte verhalen weliswaar, van rond de honderd woorden. Maar wat Nyk de Vries schrijft, voldoet voor mij aan alle definities van het korte verhaal, zoals de beste auteurs daarvan die hanteerden.

Zo meldde Anton Tsjechow in een brief aan kranteneigenaar Aleksej Soeworin uit 1890:

Als ik schrijf, reken ik helemaal op de lezer om zelf de subjectieve elementen toe te voegen die ontbreken in het verhaal.

En Raymond Carver schreef in het essay ‘A Storyteller’s Shoptalk’:

What creates tension in a piece of fiction is partly the way the concrete words are linked together to make up the visible action of the story. But it’s also the things that are left out, that are implied, the landscape just under the smooth (but sometimes broken and unsettled) surface of things.

Ook Nyk de Vries geeft de lezer steeds net genoeg mee, om een idee te krijgen over het drama achter het verhaal dat er te lezen is. En telkens net als er begrip dreigt te ontstaan, is er tot slot ineens een draai.

Daardoor noemen sommigen deze prozagedichten allereerst grappig. Maar door alleen op dit twist aan het eind te letten, wordt de schrijver toch tekort gedaan.

Eén goed gedicht, of een uitmuntend kort verhaal, kan genoeg zijn voor een dag. Meer is niet nodig om toch voldoende te hebben gelezen. En sommige van De Vries zijn prozagedichten halen dit hoge niveau. Maar het is ook makkelijk om je eraan te overeten. Wie enkel op het absurdisme of de clou let, onderschat de schrijver. Dan wordt een bundel als deze makkelijk een doos bonbons die te haastig opgegeten is, waardoor er op het laatst niets meer wordt geproefd; omdat het alleen nog om de beloning van zoetheid gaat.

Een deel van deze prozagedichten is eerder al eens elders gepubliceerd. De Vries heeft ze ook bij optredens voorgelezen. Dat kan verklaren dat een groot aantal zinnen helemaal klaar lijkt; uitgebeend en wel, zijn ze toch immens rijk. Veel zinnen stralen uit op die plek al ervaring te hebben.

Wel bestaat er voor soms mij een verschil tussen de Friestalige versie van deze bundel, en de Nederlandstalige. Waar het Fries geheimzinniger kan lijken, komt het Nederlands juist onbarmhartiger over:

BELGIE

Met veel bravoure verliet ik familie en vrienden
om het helemaal te gaan maken in België, samen
met mijn lieve Wendelien. Dat viel eerlijk gezegd
nogal tegen en binnen korte tijd verloor onze
liefde al haar glans. Op het laatst kwamen we
terecht op een kartonfabriek waar onze chef
het duidelijk had voorzien op mijn Wendelien.
Ik was niet meer mezelf daar in België en
tijdens een pauze sloeg ik hem keihard met een
hooivork op zijn rug. Sommige collega’s kwamen
later naar me toe en zeiden: ‘Die hooivork
had daar ook helemaal niet mogen staan.’

scheiding

BELGIE

Mei in protte bravoer ferliet ik famylje en kunde
om it hielendal te meitsjen yn België, tegearre
mei myn leave Wendelien. Dat foel earlik sein
wat ôf en fluch ferlear ús leafde al har glâns. Op
it lêst kamen we telâne op in kartonfabryk dêr’t
ús sjef it dúdlik foarsjoen hie op myn Wendelien.
Ik wie net mear mysels dêr yn België en ûnder it
skoftsjen sloech ik him bonkehurd mei in gripe
op ‘e rêch. Sommige kollega’s kamen letter nei
my ta en seinen: ‘Dy gripe hie dêr ek hielendal
net stean mocht.’

scheiding

Tegelijk wordt een mens er niet wijzer van om beide versies te vergelijken. Door analyse lost de betovering op.

Ik besef namelijk steeds in prozagedichten als die hierboven meer te lezen dan me aangeboden is. Hele films aan gebeurtenissen trekken in een paar seconden op de achtergrond voorbij, enkel door die zes zinnetjes. Ik word gemanipuleerd — en weet dat — maar de laatste zin vergoedt toch de schaamte gemanipuleerd te zijn. Dus is die twist meer dan een grappige ontknoping, er ontstaat ook opluchting door.

Hoogstens heb ik op de deze bundel aan te merken dat er van mij niet altijd een twist precies aan het eind hoeft te komen, en dat sommige prozagedichten wat lijden onder de dwang dat alles steeds in die honderd woorden moet. De prettige onvoorspelbaarheid van de inhoud wordt teniet gedaan als de vorm tot voorspelbaarheid leidt. En dat vind ik jammer.

Daarom hoop ik dat De Vries, tussen het schrijven van romans door, en zijn optredens met Meindert Talma, verder blijft gaan met deze teksten. De dunste boekjes zijn vaak het dikst, dat is maar weer eens gebleken.

Nyk de Vries, Motorman
en 39 oare proazagedichten
59 pagina’s
Friese Pers Boekerij, 2007
isbn 978 90 330 0622 7
Nyk de Vries, Motorman
en 39 andere prozagedichten
59 pagina’s
Friese Pers Boekerij, 2007

Nyk de Vries
Prospero

In 2007 bracht de Friese Pers Boekerij drie Nederlandse versies uit van oorspronkelijk Friestalige romans. Dat initiatief ging bovendien gepaard met een waar media-offensief. Waarop de boekhandels in de provincie meestal reageerden door deze boeken toch ook maar in hun Friese hoekje te leggen.

Eerder kwam van deze drie op boeklog al eens Koos Tiemersma’s eigen bewerking langs, van diens debuut De ladder/De ljedder. Dat verloor bij de vertaling. Dus was ik benieuwd of Nyk de Vries’ tweede roman op eigen kracht overeind kon blijven; zonder daar de Friese versie naast te lezen.

Over Nyk de Vries leerde ik in de tussentijd dat hij in het Nederlands schrijft, en zijn teksten voor publicatie verfriest. Daar is op zich niets mis mee is; dat doe ik ook wel bij stukken waar het eerst om de inhoud gaat. Mijn meest intensieve schrijfervaring bestaat nu eenmaal uit het schrijven in het Nederlands; door die taal te gebruiken, kan ik me in een eerste versie het best op de kern alleen concentreren. Het gebruik van dat andere idioom komt dan wel aan bod in het vervolg. Zoiets zou ook voor De Vries kunnen gelden, meende ik.

Maar dat viel me wat tegen. Dit boek lijkt meer op een eerste versie, dan op een roman die al eens in een andere taal verschenen is. Als me éen ding irriteerde aan Prospero, dan wel de grote hoeveelheid zinnetjes waar iets aan mankeerde. Meestal zat hem dat in ritme of timing. Dan weer stond er een lang woord waar een kort had gemoeten. Of omgekeerd. Dan weer was een zin in een dialoog onhandig.

Prospero lijkt me een archetypisch coming-of-age boek, al is de hoofdpersoon in dit geval al dertig. Maar deze Marco Vandaan aarzelt nog altijd om volwassen te worden. Na zijn studie geschiedenis heeft hij zich vooral geconcentreerd op zijn band, maar die carrière ligt inmiddels op zijn gat.

De Vries laat zijn hoofdpersoon dan een baan aannemen in Spanje, bij het waterbouwkundige project Prospero. Vrijwel alle personeel daar komt uit Nederland, en het grootste deel van de roman gaat over de verwikkelingen tussen hen, en wat Marco Vandaan hier uit leert.

Mij bleef — als zoon van een wegen- en waterbouwer — geheel onduidelijk wat al dat ongeschoolde personeel daar nu precies voor nut had; al is dit een detail dat voor de beoordeling van dit boek niet uitmaakt. Erger vond ik dat De Vries vaak tot in de treurige details uitspelde wat er gebeurde; en dat terwijl hij in ander werk juist zo uitblonk in het suggereren van wat er speelt.

Nyk de Vries, Prospero
160 pagina’s
Friese Pers Boekerij, 2007
Oorspronkelijke Friese uitgave: Prospero, 2006