Kunst is mijn slagveld ~ Nanne Tepper

Geen grovere belediging van een dode schrijver dan om veel later te gaan zeggen dat je zijn werk nu zo goed begrijpt. Nanne Tepper poneerde deze stelling toen ‘Basje Heintje’ [Bas Heijne] zich in zijn ogen te glibberig schuldig maakte aan retro-aanbidding voor Frans Kellendonk. En dit is slechts éen uit een grote reeks stellige oordelen die Tepper [1962 – 2012] vastlegde in zijn brieven.

Alleen stierf Nanne Tepper inmiddels zelf ook. Door eigen hand.

Kwam er bovendien een vuistdik boek uit met deze brieven, die bovenal gaan over zijn tijd in de letteren. Omdat samensteller Nick ter Wal daarin de nadruk heeft gelegd op de periode voor de publicatie van Tepper’s eerste roman — De eeuwige jachtvelden — en de goede ontvangst hiervan. Waardoor nogal eens passeert wat de schrijver wilde met dat boek.  [1].

Dus begrijp ik die debuutroman nu inderdaad beter. Vooral de vaagheden, zoals de gaten in de chronologie.

Vond Tepper alleen wel het derde gedeelte van De eeuwige jachtvelden het meest geslaagd aan het hele boek. Dit bestaat uit brieven die de personages elkaar sturen. Maar mij irriteerde bij herlezing dat mozaïek aan stemmen nu net. Omdat dit te zeer als een stijlbreuk kwam.

Verder was ik het overigens opvallend vaak met Nanne Tepper eens. Zo vaak kwamen onze oordelen over Nederlanders schrijvers overeen zelfs dat De kunst is mijn slagveld alleen daarom al heerlijk om te lezen was — want Tepper’s opinies waren altijd spottend verwoord. Van al die krabbelaars, op Arnon Grunberg na, werd op zijn minst de naam vervormd.

Alleen heb ik ook moeite met deze verzameling brieven. Ter Wal pikt de correspondentie op in 1993, als Nanne Tepper dertig is. Toch leek hij me toen jonger dan hij was. Zijn toon, en dan vooral de stelligheid daarin, herkende ik absoluut. Alleen dacht ik zo toen ik nog twintig moest worden, bij wijze van spreken. Tien jaar later was er absoluut al meer realiteitszin gekomen.

Tepper wist op zijn vijftiende, zestiende al dat hij schrijver moest worden, vertrok op zijn achttiende vanuit de veenkoloniën naar Stad, en mislukte daar op de lerarenopleiding Nederlands en Huishoudkunde. Volgde een decennium van drank en drugs, waarin hij dat schrijven wel probeerde, en daarin dan toch niet doorzette.

Zo bezien begint de brievenbundel op het juiste moment in het leven van de schrijver Nanne Tepper.

In de portretten die vlak na zijn dood verschenen, werd geopperd dat hij op dat moment voor het eerst goede medicatie kreeg. Ik weet dat niet, en wil daar ook niet over speculeren. Feit is wel dat er angsten speelden, en dat Tepper een psychiater bezocht — daar schreef hij ook over in zijn brieven. Tegelijk liep hij gewoon bij de sociale dienst en was hij dus niet afgekeurd; wat had gekund als zijn geestesziekten als zwaar genoeg waren bevonden.

Uit de laatste pagina’s van het boek blijkt dat ADHD bij hem is gediagnosticeerd.

En normaal zou ik niet zo diep op de biografie van een auteur ingaan, als die niet ook zo zwaar had meegewogen bij het lezen van dit boek. Want ja, ik kan een heel eind meegaan met alle juichende kritieken elders dat Tepper lange prachtbrieven schreef. Hij deed er ook behoorlijk moeite voor; waarbij de correspondenties van Flaubert of Reve lichtende voorbeelden waren.

Dat hij twintig brieven verstuurde per maand en hoogstens vijf terug kreeg, verminderde zijn schrijfdrang niet.

Alleen is er verder zo weinig anders in dat leven dan dit schrijven, of de literatuur, en daarmee zo lang de verwachtingen over de publicatie van een eerste eigen boek. De stad kwam hij bijvoorbeeld nauwelijks uit. [2]

Was het nog redelijk toevallig ook dat Atte Jongstra uiteindelijk een manuscript van De eeuwige jachtvelden oppikte, en hem zo geholpen heeft om dat boek gepubliceerd te krijgen. Vanaf toen pas kon Tepper ineens overal terecht met zijn teksten; en werd hij onder meer recensent bij NRC-Handelsblad over Amerikaanse literatuur.

Daarom heb ik onder meer nu nog moeite gedaan om online te kijken wat Nanne Tepper indertijd schreef over Infinite Jest. [Ook omdat ik mijn eigen ideeën heb over dit boek].

Ik ben blij dat De kunst is mijn slagveld niet leest als éen lange zelfmoordbrief — wat zo vaak onontkomelijk is als een auteur zichzelf tekort heeft gedaan. Dat Ter Wal de correspondentie laat ophouden in 2001.

En toch zit er door de hoogdravendheid van Tepper, en de absoluutheid in zijn voor- en afkeuren, wel heel veel in dit boek wat preludeert op de onvermijdelijkheid dat teleurstelling over het leven niet kón uitblijven. Dit maakte mij tijdens het lezen al triest.

Nanne Tepper, De kunst is mijn slagveld
Brieven 1993 – 2001
samengesteld en ingeleid door Nick ter Wal

752 pagina’s
Atlas Contact, 2016
  1. Over de totstandkoming van de andere twee boeken aanzienlijk minder. Al was aardig om te lezen dat Vaders van de gedachte eerst Om de dooie dood niet heette. En dat Tepper daarvan verwachtte dat het alle goodwill over zijn debuut in éen keer zou vernietigen. []
  2. Nu goed ja, de muziek. Ongetwijfeld is er ook een boek samen te stellen over Tepper en de muziek. Dan nog geldt daarvoor dat hij zelden Stad verliet om bijvoorbeeld ergens een concert te zien. []