Atlantic ~ Simon Winchester

Een boek dat de geschiedenis beschrijft van een oceaan, kan dat? Of is uiteindelijk eerder de ambitie van Simon Winchester te prijzen dan zijn schrijfkwaliteiten?

Wat Atlantic in elk geval lukte, was om me erover te laten nadenken dat de Atlantische Oceaan ooit geboren is. Want, ooit zaten de continenten aan elkaar vast, in Pangea, maar de schollen dreven uit elkaar.

Net zo zal de oceaan ooit teloorgaan.

Voor de rest valt dit boek uiteen in een paar thema’s. Er is de geschiedenis van de oceaan als vaarroute — die betrekkelijk jong is, omdat het tot de vijftiende eeuw gebeurde voor anderen dan de vikingen iets durfden.

Er is het verhaal over hoe we onze eerbied voor al dat water verloren hebben. Toen het nog een maand duurde om per zeilschip aan de andere kant van de oceaan te komen, was de oceaan nog een vijand. Maar met het vliegtuig, en het verlies van het directe contact, is ons benul grotendeels weg. Volgens Winchester is het kwestie van tijd voor iemand met veel vrije tijd zich invet, om het water over te zwemmen.

Vele roeiers gingen de zwemmer inmiddels al voor.

Ook is er nog het verhaal over de opwarming van de aarde, en het dreigende smelten van het ijs op de polen. Waarbij dan ook de vele golfstromen behandeld worden; of de tijd die het kostte om iets van die bewegingen te begrijpen.

Ik vond dit boek evenwel het indrukwekkendst als het mij onverwachte nieuwtjes vertelde. Zo komt er het puur autobiografische feitje langs dat Winchester, als journalist, nog gevangen heeft gezeten bij de Argentijnen tijdens de Falklands-oorlog.

Aardig was ook dat de Noordzee tegenwoordig bij de Atlantische Oceaan gerekend wordt — en dat er instanties zijn die beslissen waar een zee ophoudt en iets anders begint.

Vervelend aan Atlantic was voor mij dat Winchester met regelmaat bekende paden afliep. Een auteur als Mark Kurlansky heeft met zijn boeken over de kabeljauw, of de Baskische zeevaart, terloops ook een uitgebreide geschiedenis van de Atlantische Oceaan geschreven.

Winchester en Kurlansky zijn allereerst vertellers. Dus verschillen ze vrij weinig als zij het over hetzelfde hebben.

Simon Winchester, Atlantic
A Vast Ocean of a Million Stories

498 pagina’s
Harper Press, 2010

Map That Changed the World ~ Simon Winchester

Darwin heeft de naam het meest gevaarlijke idee uit de geschiedenis te hebben gehad. Maar zijn inzichten over de oorsprong van soorten ontstonden niet vanuit het niets. Voordien was er op allerlei gebieden al beweging; en waren er velen bezig geweest met het ondermijnen van de wetenschap dat God de aarde met alles daarop geschapen had, in zes dagen.

Vooral de kennis over geologie heeft bijgedragen aan de wetenschap dat de schepping niet heeft plaatsgevonden in de nacht van zaterdag op zondag, van 23 oktober, in het jaar 4004 voor Christus, zoals bisschip Usscher claimde. Alles was veel en veel ouder.

En goed, dan begint ook die geologie ergens. In dit geval in Engeland. Met het werk van William Smith [1769 – 1839] onder meer. En dan had deze man een tragisch leven. Mede omdat hij geen gentleman was, en geen opleiding had gehad, maar moest werken voor de kost. En enkel door dit standsverschil al werd hij genegeerd door het stelletje heren dat de Geological Society of London oprichtte; hoewel deze vervolgens wel zijn werk plagieerden.

Smith maakte onder meer als eerste een kaart, met de geologie van Wales, Engeland, en de Schotse laaglanden. En deed in zijn eentje alle veldwerk daarvoor. Zonder geld te hebben, achtervolgd door schuldeisers.

Smith was ook degene die met het gevaarlijke idee kwam dat aardlagen overal in dezelfde volgorde voorkwamen — zelfs al kwamen ze soms ook ergens aan het oppervlakte uit, doordat ze niet horizontaal lagen — zodat fossielen uit zo’n laag gebruikt konden worden om deze te dateren.

En dan is dit een verhaal dat verteld moet worden. Maar dan blijkt Winchester weer net te veel een popularisator, die het allereerst om de leesbaarheid van zijn boek gaat, en pas dan om de kennis.

Ofwel, ik kwam meer te weten over William Smith dan hoefde — vooral omdat er betrekkelijk weinig te vertellen is. En ik leerde te weinig over het geestesleven uit de tijd waarin hij opereerde. Die oprichting van zo’n Geologisch genootschap komt ergens weg, bijvoorbeeld.

En al kwam die er misschien slechts omdat er behoefte was aan onderzoek; omdat zo veel landheren hoopten op steenkoollagen onder hun landerijen; wat een snelle manier was om rijk te worden — zoals nu spontaan mijn vermoeden is. Die kennis staat wel in het boek, maar expliciet; omdat William Smith altijd rijke bewonderaars vond die hem wilden inhuren. Maar als me dat soort kennis in een wat groter verband was aangereikt, had Smith’s prestatie net wat meer reliëf gekregen.

Simon Winchester, The Map That Changed the World
The Tale of William Smith and the Birth of a Science

352 pages
Viking, 2001

Professor and the Madman ~ Simon Winchester

De Oxford English Dictionary (OED) heeft zo’n status dat een breed publiek het al heel lang een eer vindt om er gratis aan mee te werken — initiatieven als Wikipedia zijn iets minder uniek dan ze altijd worden gemaakt.

De OED biedt onder meer informatie over de oudste vindplaats van een woord of frase in een gedrukte tekst. En nog telkens krijgt de uitgever post van mensen die menen een woord in een nog oudere publicatie te hebben aangetroffen.

Maar, ooit was de OED er nog niet. En moesten al die woorden, hun betekenissen, en de toelichtende citaten nog verzameld worden, en geselecteerd. Overigens is dat zo bij alle woordenboeken die een overzicht willen bieden.

Bovendien waren er indertijd, in de negentiende eeuw, nog niet vreselijk veel voorbeelden van geslaagde woordenboeken. Zodat al doende, bij het maken van de OED, ook nog de lexicografie voor een deel moest worden uitgevonden.

Daarbij werd onder meer besloten dat het woordenboek neutraal moest zijn. Het diende om te laten zien wat er was aan taal. En niet om daarbij de arbiter te worden over goed of fout taalgebruik. Een onderscheid dat woordenboekmakers, en hun gebruikers al helemaal, weleens vergeten.

En goed, dan is er op allerlei manieren te schrijven over de totstandkoming van dat grote woordenboek van de Engelse taal. Alleen zullen er slechts heel weinig zijn die een breed publiek aanspreken.

Simon Winchester koos ervoor om de geschiedenis te vertellen aan de hand van éen man. De Amerikaanse amateur-lexicograaf William Chester Minor. Die leverde in zijn eentje tienduizenden citaten aan voor de eerste versie van de OED.

Dus wordt zo’n man in zijn tijd geplaatst. En dan deed Winchester ook nog zijn best om Minor te contrasteren met zijn hoofdredacteur, de Schot James Murray.

Maar het gaat om Minor. En het gegeven dat deze al zijn werk aan het woordenboek deed, terwijl hij een kleine dertig jaar was opgesloten in een krankzinnigengesticht te Broadmoor. Omdat hij eerst een willekeurige voorbijganger had doodgeschoten, in Londen.

En knapper nog dan hoe het Winchester lukte om een verhaal te schrijven dat toegankelijk bleef, vond ik wat hem gelukt is te reconstrueren, aan dat bestaan, in dat gesticht.

Hadden er van mij wel een paar voorbeelden in gemogen van wat Minor nu precies had bijgedragen aan de OED.

Simon Winchester, The Professor and the Madman
A Tale of Murder, Insanity, and the Making of the Oxford English Dictionary

272 pagina’s
Harpers Perennial, 1999