dit is het dossier:

Peter Winnen

© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

 

Pedaalridder ~ Peter Winnen

Winnen is doorgaans een goede columnist. In NRC Handelsblad weet hij eenmaal in de week vaak iets over de wielersport te schrijven dat net een andere draai geeft aan een actualiteit. Niet zelden gebeurt dit door daar slechts indirect naar te verwijzen.

Vraag blijft dan wel of die columns houdbaar blijven buiten de krant. En of ze op zichzelf staand even leesbaar zijn gebleven. Want, vergeleken met de doorsnee sportjournalistiek in een krant lijkt iemand die iets meer moeite heeft gedaan al gauw een schrijver. Context maakt dan de koning.

Enfin, een uitgever vindt de columns goed genoeg om geregeld te bundelen. En Pedaalridder is dan weer een bloemlezing van het beste uit drie verschillende bundels. Waarbij de columns tegelijk ineens tot verhalen zijn gepromoveerd.

Dat zal. En goed, er staat ook dagboeken in van toen Winnen als veteraan meedeed aan de Ronde van Senegal, en van een fietstocht door Tibet.

Mij viel op dat ik me vrijwel alle stukken nog uit de krant herinnerde. Dus hebben ze al indruk gemaakt. En kwam het herlezen te vroeg.

Ook begon ik me tijdens het lezen af te vragen of een topsportcarrière wel langer dan éen decennium uit een mensenleven duurt. En hoe lang het iemand vervolgens gepermitteerd blijft om toch met enig verlangen naar toen te blijven schrijven.

Zolang gemijmer maar boeiende stukken oplevert, mag alles natuurlijk.

En er is dat ene grote verlies; dat afsterven van lichamelijke mogelijkheden; het verval dat in alle volheid wordt meegemaakt, omdat het leven gewoon verder gaat. En de melancholie die daaraan kleeft, en toch vaak indrukwekkender uitpakt dan de pure vakkennis die de oud-renner heeft over hoe het er is, in dat wielerpeleton.

De tragiek van de ex-topsporter schuilt hem hierin dat hij voor de rest van zijn leven zal moeten blijven bewegen. Hij bezit een lichaam dat tot in den dood wenst te worden afgemat. Het blijft knagen, het blijft de geest dicteren. [16]

scheiding

Wie ooit op professioneel niveau sport heeft bedreven kan niets anders dan met weemoed terugdenken aan een lichaam dat tot op het uiterste randje van het kunnen heeft gefunctioneerd. Hij (of zij) weet dat zo’n lichaam ergens in de tijd is achtergebleven, en dat het onbegonnen werk is een fractie van de oude glorie terug te vinden. [154]

Peter Winnen, Pedaalridder
De beste verhalen

333 pagina’s
Thomas Rap, 2007

Valse start ~ Peter Winnen

Sportwedstrijden bieden een hevige beleving van het nu, wat sport ook zo mooi voor rechtstreekse TV-uitzendingen maakt. In sport gaat het er simpelweg om wie wint, ook al zo’n pré om ademloos geboeid te kunnen raken. Maar zodra de uitslag duidelijk is, lukt het zelden nog iemand om iets zinnigs over de wedstrijd te zeggen.

Helaas weerhoudt dat er maar weinigen van om niet hele krantenkaternen, weekbladen en TV-uitzendingen vol te babbelen met hun interpretaties van andermans kunnen.

De enige die er iets zinnigs over zou kunnen zeggen is de sportman of sportvrouw zelf. Maar die lukt het niet, want die heeft enkel de prestatie geleverd; zichzelf daarbij niet bezig gezien. En dan nog is er die onmogelijkheid woorden te vinden voor wat niet in woorden beleefd werd.

Peter Winnen is éen van de zeer weinigen die zo nu en dan iets zinnigs over sport weet te zeggen. Zelfs al gaat het daarbij maar om een observatie die hij vanaf de bank over een uitzending op TV maakt.

In deze bundel columns staan een paar heel erg goede observaties, zoals dat wie eenmaal intensief gesport heeft daarmee verplicht altijd te blijven bewegen om zich levend te blijven voelen. Helaas is de rest van dit boek een wat bijeengeharkt allegaartje, het stukwerk van een dagloner die alleen daarom al niet consistent produceert. Zijn eerste boek is beter, enkel al omdat het een boek is en geen losse verzameling.

Peter Winnen, Valse start
Sportstukken
159 pagina’s
Uitgeverij Tomas Rap, 2002


Van Santander naar Santander ~ Peter Winnen

Merkwaardig aan dit boek is dat ik het werkelijk prachtig vond, tot ik erover na ging denken. Toen bekroop me toch het gevoel ietwat bekocht te zijn, omdat Winnen nog over zo veel meer had kunnen schrijven dan hij nu heeft gedaan.

Hoofdmoot in de autobiografische brieven in dit boek is de eerste drie jaar uit het bestaan als wielerprof van Peter Winnen aan het begin van jaren tachtig. Toeval of niet, dat waren ook zijn beste jaren, met winst in verschillende opvallende touretappes, en zelfs een podiumplaats in Parijs.

Daarna was het op. Was er te veel van het lichaam gevraagd, en zou het tot eind van de jaren tachtig duren voor hij weer opvallende prestaties zou leveren. Maar, toen werd ook de bloeddoping algemeen in het peloton. Daarom, en door de gevolgen van een lullige aanrijding, hield Winnen uiteindelijk met koersen op.

Maar, over de wanhoop uit die jaren dat het ineens zo veel minder was niets in dit boek. Waardoor ik het merkwaardige gevoel kreeg dat mij toch iets onthouden werd. Als lezer ben ik blijkbaar een rupsje-nooitgenoeg; mijn voyeurinstincten moeten blijkbaar volledig bevredigd worden.

Goed, geen enkele recensie mag gaan over wat een boek had horen te zijn; de lezer moet het doen met wat het boek wel brengt. Dan dient zeker gezegd te worden dat Winnen beter schrijft dan menig bekroond literator. Hij slaagt erin om duidelijk te maken waarom het prettig is deel uit te maken van het peloton, hoe zwaar de wedstrijden ook kunnen zijn. En vooral dan hoe prettig buiten de koers geheel verzorgd te worden.

Bovendien zijn die eerste drie jaar uit zijn wielercarrière ook wel prettig om achteraf te beschrijven, met al die aansprekende prestaties. Zelfs al gingen die op het moment dan misschien grotendeels buiten de sporter om, door diens vermoeidheid bijvoorbeeld.

In een interview meldde Peter Winnen mede door dit boek uitgekotst is door zijn vroegere wielercollega’s. Zij denken dat hij de omerta doorbroken had. In werkelijkheid behandelt Winnen het onderwerp doping nauwelijks, zoals het hoort, terloops, horend bij de verzorging na de buitengewoon zware inspanningen van een wielerwedstrijd.

In het boek houdt hij zich dom over wat hem werd toegediend. Al kreeg hij zeker het éen en ander ingespoten. Maar is dat interessant? Misschien dat de schrijver besefte hoe link het is om een geleverde prestatie te koppelen aan het gebruikte middel. Bovendien lijkt fietsen me bij uitstek een sport waar het draait om de geestelijke kracht lijden zo lang mogelijk vol te houden.

Peter Winnen, Van Santander naar Santander
Brieven uit het peloton

238 pagina’s
Uitgeverij Thomas Rap, 2000