Ik verzin dit niet ~ Sylvia Witteman

Sinds een jaar of wat heb ik een Twitter-account, zonder daar nu echt iets mee te doen. Mijn nieuwsgierigheid ging enkel uit naar wie er zoal actief zijn op dat netwerk. En waar men het in het algemeen over heeft.

Twitter maakt het makkelijk om alles te volgen wat bepaalde mensen op dat netwerk te melden hebben. Zoals Sylvia Witteman.

Deze meldt met regelmaat nog geen onderwerp voor die kutcolumn te hebben. Of ze twittert iets anders in de trant te wensen dat ze een echt vak had geleerd.

En daardoor denk ik nu dat er twee mogelijkheden zijn. Of ik stop ermee Sylvia Witteman via Twitter te volgen. Of ik houd op haar columns te lezen.

Een schrijver kan ook te dichtbij raken. En van beide kanalen genieten kan ik niet.

Witteman schrijft onder meer columns voor het damesblad dat De Volkskrant elk weekend meelevert als kleurenmagazine. In deze bundel zijn de stukken verzameld uit de tijd dat ze, met man en drie kinderen, vanuit Den Haag naar een buitenwijk ergens in de buurt van Washington vertrok. Haar man, huisgenoot P., was er buitenlands correspondent geworden.

Dus krijgen haar columns een extra dimensie. Waar de standaard truc bij vele columnisten is dat deze zich onhandig aanpassen aan de nieuwe zeden in de moderne tijden, kampt Witteman soms echt met een cultuurschok. De VS is soms een heel merkwaardig land — vooral omdat zo veel uit de TV-series waar blijkt te zijn.

Al kleden de Amerikanen op televisie zich dan weer aanzienlijk beter.

En dus is Ik verzin het niet vooral een feest door de avonturen van Sylvia in Wonderland. Is deze dikke bundel daardoor haast nog te dun. En bewijst ze terloops mijn theorette dat columnisten altijd beter worden als ze ook eens eigen huis en haard verlaten. Zelfs al is dat dan omdat het hele gezin met iemand mee moet naar een ander land.

Sylvia Witteman, Ik verzin dit niet
Avonturen in een Amerikaanse buitenwijk

291 pagina’s
De Arbeiderspers, 2009

Mijn achterlijke kat Lola ~ Sylvia Witteman

Het was nog veel te vroeg om dit boek te lezen. Ik had namelijk een belangrijk deel zien ontstaan. Op Twitter. Sylvia Witteman nam een tijdje terug een jong katje in huis, terwijl zij en haar gezin al een kat hadden. Lola, uit de titel van het boek, woonde al bij hen. En de foto’s van hoe dat nieuwe vrijpostige beestje en Lola aan elkaar wennen moesten, brachten even online een ouderwets feuilleton. In beelden.

Hielpen de onderschriften daar ook nog aan bij.

Zal haar uitgever vast gedacht hebben: Witteman heeft vaker over katten, of in ieder geval huisdieren geschreven. Plukken we een bloemlezing uit die columns, zetten we daar die kattenfoto’s van Twitter daar bij. Boekje bijna klaar.

Mocht Sylvia Witteman ook nog de belediging proeven dat dit object trouvé, deze zo toevallig tot stand gekomen uitgave, massaal door de boekhandels werd ingekocht. Opvallend meer zelfs dan bij haar normale bundels het geval is.

Toegegeven, het boek opent nog wel met een tekst die wellicht speciaal voor deze uitgave geschreven werd. Daarin noemt Sylvia Witteman alle katten op die een rol hebben gespeeld in haar leven.

Voor de rest is het wat toevallig wat er in deze bundel terecht is gekomen. En op dit moment stoorde dat wat. Bijvoorbeeld omdat ik de belangrijkste columns, over hoe kat Lola in het gezin terecht kwam, al kende uit Witteman’s bundel Ik verzin het niet.

Toen haar man, huisgenoot P., voor De Volkskrant correspondent was te Washington, kwamen er zelfs twee katten uit éen nest bij hun wonen. Het slimmere en actievere broertje van Lola werd alleen al vlug doodgereden door een auto.

Dus is Mijn achterlijke kat Lola lang niet alleen een boek over huisdieren. Sylvia Witteman beschrijft ook meesterlijk hoe wij omtutten met zulke beesten, en wat het voor kinderen betekent als een huisdier sterft.

Enfin, Rudy Kousbroek’s kattenboek De aaibaarheidsfactor zal ook grotendeels toevallig zijn ontstaan. Daarvan heeft het me nooit gestoord dat het een wat hak-en-takkerige uitgave is, en geen monografie over de geschiedenis van de kat van de prehistorie tot het hedendaagse tijdsgewricht.

Mijn achterlijke kat Lola zal ik over twintig, dertig jaar anders bekijken.

[ wordt vervolgd ]

Sylvia Witteman, Mijn achterlijke kat Lola
239 pagina’s
Nijgh & Van Ditman, 2016

Pekingeend bij nacht ~ Sylvia Witteman

Het zou niet raar mogen zijn dat iemand ruim tien jaar geleden net anders schreef dan ze nu doet. Alleen al omdat boeklog de afgelopen 12½ jaar evenmin precies dezelfde toon heeft behouden. Er staan tal van oeroude tekstjes op de deze website die ik zo niet meer zou maken. Ik ben met het verschijnsel bekend dat met de tijd als vanzelf veranderingen komen.

En toch las de bundel Pekingeend bij nacht van Sylvia Witteman aanvankelijk wat vreemd. Wat zou kunnen komen omdat dit de eerste verzameling is van haar meer persoonlijke columns — daarvoor had ze vooral over koken en eten gepubliceerd — en omdat ze dus misschien nog een eigen stem moest vinden indertijd. Maar waarschijnlijker lijkt me dat ik Witteman tegenwoordig elke week twee à drie keer lezen kan; dat meestal ook doe; en daarmee constateren moest dat ze indertijd net anders formuleerde dan nu.

Haar naturel is inmiddels groter. De ietwat geforceerde, want te lange beschrijving blijft nu doorgaans achterwege. Anders dan toen. Dat ze goed heeft gekeken hoe Simon Carmiggelt zijn effecten bereikte, valt inmiddels minder op.

Anders dan nu is ook dat Sylvia Witteman haar onderwerpen heel makkelijk thuis kon vinden. Want, hun drie kinderen waren nog klein; de jongste was er zelfs amper. En die konden de krant niet lezen. Daar was nog redelijk onbekommerd over te schrijven.

Pekingeend bij nacht speelt zich mede daarom grotendeels af in Den Haag, waar huisgenoot P. dan correspondent is voor de krant. En daarmee werd de extra waarde van de bundel dus ook dat deze me regelmaat het rommelige leven beschrijft met kleine kinderen. En zoals ze dat dan doet, zuchtend over het vaak zo onmogelijk egoïstische karakter van die kleintjes, en hoe die haar telkens tot van alles dwingen wat ze helemaal niet wil, is dat ook genoeg. Omdat die klaagzangen door de humor tegelijk liefdesuitingen worden.

Alleen, ik vond haar tweede verzameling Ik verzin dit niet mede zo goed vanwege het net-wat-andere decor. Sylvia Witteman moest daarin ook nog uitleggen wat er opmerkelijk was aan het leven in de VS. En daarom kwam Pekingeend bij nacht wel met een teleurstelling. Er bestaan namelijk geen columnbundels over haar tijd in Moskou of Berlijn, ontdekte ik. Want toen schreef ze dus nog niet over haar zoal overkwam in haar bestaan.

Komen er weliswaar terugblikken in de bundels voor, met anekdotes over iets dat even speelde in Moskou of Berlijn, alleen is dat toch hetzelfde niet als wanneer het hele dagelijkse leven zich afspeelt in zo’n ander land.

Sylvia Witteman, Pekingeend Bij Nacht
En Andere Pogingen Tot Echt Heel Erg Gelukkig Worden
239 pagina’s
De Arbeiderspers, oorspronkelijk 2007

Volkskrant, week 6 van 2013







De Volkskrant stond een week gratis online, wat me de kans gaf om paar testjes te doen.

Het is tenslotte al even geleden dat ik mijn laatste dagbladabonnement opzegde. En daarmee afscheid nam van een gewoonte van zeker dertig jaar om elke dag een krant te lezen.

Maakte een week aan krant verlangen los naar meer?

De vraag die me vooraf het meest interesseerde was: zou de Volkskrant nieuws bieden of nuttige achtergrondinformatie die ik zonder de krant niet had opgedaan.

En vooralsnog luidt het antwoord op die vraag een simpel nee. Omgekeerd had ik elders wel zaken opgepikt waarvan het me verwonderde die niet in de krant te lezen — zoals over de onderhandelingen om de EU-begroting, of onthullingen over de Amerikaanse defensiepolitiek. Maar wellicht duikt er later nog ineens een nuttig feit op uit deze zes oude kranten. Niet alles wat ik lees openbaart zijn nut al meteen.

Tekenend bleek vooral dat als ik iets nieuws vond dat me een dag eerder was opgevallen dan de Volkskrant het bracht, als het al geen twee of drie dagen eerder was.

Bovendien ergerde ik me ineens aan de vreemde neiging van de Volkskrant om in lange nieuwsberichten ook alvast maar commentaar te verwerken, door quotes van buitenstaanders op te nemen; de zogenaamde deskundigen.

Schandalig slecht is zelfs de mateloze belangstelling voor wat goed beschouwd niet meer dan politieke spelletjes zijn in Den Haag. De opening krant van dinsdag, dat de politieke partij CDA macht uit Brussel wil terughalen, was zelfs een werkelijk beschamende canard. Het lijstje met eisen van het CDA bleek nogal onbenullig, en om bevoegdheden te gaan die niet bestonden of nooit waren afgestaan.

In de zaterdag-krant werd dat gelukkig rechtgezet en een fout genoemd. Alleen gebeurde dit ergens achterin.

De tweede kwestie was een samengestelde vraag: las ik alles in die kranten, had ik zin om alles te lezen, was te voorspellen waar mijn belangstelling naar uit zou gaan?

En daarbij bleek dat het me bijvoorbeeld niets deed om alle columnisten te kunnen lezen die de krant biedt. Braaf heb ik alle dagen de stukjes van Grunberg op de voorpagina gelezen. Geen éen keer zette hij mij tot denken aan. Een repeteergeweer aan meninkjes schiet altijd wel een keer raak, maar veel vaker nog balt die op een luide manier even wat lucht samen tot een knal en een rookwolkje.

Interessanter was al het bezoek van Grunberg aan Griekenland, en het stuk in de zaterdag-krant daarover. Al moet iemand toch echt weken, zo niet jaren in zo’n land verkeren, om werkelijk met eigen ogen te kunnen zien.

Sylvia Witteman, of Aaf Brandt Corstius? Het zal hun week niet zijn geweest. Wat gebeurt er nu helemaal in februari.

De dagelijkse TV-recensie? Ik zou ook televisie hebben moeten kijken de afgelopen week om iets zinnigs te zeggen over al die opinietjes.

Dus werd ik van de weeromstuit het meest nieuwsgierig naar de bijlagen. Die allemaal op andere dagen lijken te verschijnen dan ik gewend was, vroeger.

Het kleurenmagazine op zaterdag bleek alleen nog altijd een heel matig damesblad te zijn. Enkel het katern wetenschap en zelfs de vermaledijde boekenbijlage zette mij tenminste even tot lezen aan.

Waarop de conclusie na een week Volkskrant wel moet luiden: doordeweeks kan die heel goed ongelezen blijven. Slechts op zaterdag heeft de krant me nog wat te bieden. Alleen biedt het blad me dan niets dat uniek des dagblads is. Opinies, artikelen over wetenschap, en boekrecensies kan ik elders ook volop vinden.

Toevallig pakte de samenstelling van deze zaterdag-editie wel aardig uit. Andere weken zal het ongetwijfeld anders zijn.

Waarop de simpele constatering moest zijn: het dagblad is voor mij dus zoiets geworden als een tijdschrift. Iets om even mee te nemen ter verstrooiing. Er kleeft geen enkele noodzaak aan om elke dag een krant te lezen. Moeten bestaat al niet meer in deze.

Enkele decennia nadat ik als studentje in de journalistiek mijn eerste stuk verkocht aan een krant, is het medium waar ik ooit zo veel in zag voor mij dood.

De Volkskrant, 4 februari 2013 t/m 10 februari 2013
472 pagina’s
De Persgroep Nederland, 91e jaargang