Henk van Woerden
Moenie kyk nie

Eerder wijdde ik al eens twee boeklogjes aan werk van Henk van Woerden. Beide vielen wat zuinig uit. Die boeken streden dan ook tegen de herinnering aan de titels die me juist heel goed bevallen waren. Daaronder was deze, het debuut van de schrijver, dat ik nu toch maar eens herlas.

Moenie kyk nie is een wordingsroman; éen van de honderden die er in de Nederlandse literatuur zijn verschenen. Maar dit boek wijkt op een aantal manieren opvallend af van wat er doorgaans aan jongetjes wordt beschreven hier. Zo speelt het boek zich grotendeels in Zuid-Afrika af, waar het gezin van de jonge hoofdpersoon in de jaren vijftig naar geëmigreerd is, vanuit het Drentse Paterswolde.

Indrukwekkender vind ik nog hoe Van Woerden schreef. Dit hele boek wordt door de ogen van de jonge hoofdpersoon vertelt — of beter door het rechteroog, want links is van glas bij hem. Het hele boek bestaat uit de selectieve waarneming van die jongen, die langzamerhand steeds meer opmerkt. Hij wordt natuurlijk gewoon ouder, maar hij leert ook steeds beter tekenen, en kijken daarbij. Uiteindelijk wordt zijn blik zo scherp dat hij het niet langer verdraagt om in Zuid-Afrika te blijven.

Dus laat Van Woerden eerst van alles weg, terwijl het verhaal daarbij toch heel goed te volgen blijft. Waarna het boek ook in taal almaar rijker wordt.

Dat dit een debuut is, openbaart zich voor mij hoogstens in het laatste hoofdstuk, dat wat overbodig aandoet. Al speelt in mijn waardering ook mee dat hij na Moenie kyk nie een paar nog betere boeken schreef.

Henk van Woerden, Moenie kyk nie
158 pagina’s
Nijgh & Van Ditmar, 1993


Henk van Woerden
Mond vol glas

Drie biografieën ineen, zo noemde een recensent dit boek achterop in de blurb. En een betere omschrijving kan ik niet bedenken.

Er is het verhaal van de schrijver, die in 1989 voor het eerst in Zuid-Afrika terugkeerde — het land waar hij twaalf jaar van zijn jeugd heeft doorgebracht; en van waaruit hij met goede redenen vertrok.

Er is de geschiedenis van het land.

En er is de biografie van Demetrios Tsafendas — de man die in 1966 Hendrik Verwoerd met een mes zou vermoorden. Een moord die insloeg als de aanslag op John F. Kennedy in de rest van wereld; al wordt bij ons in de geschiedenisboekjes Verwoerd de vader van de apartheid genoemd.

Het lukte Van Woerden heel goed deze drie biografieën tot een lopend en zelfs spannend verhaal te mengen.

En toch was ik na deze herlezing minder enthousiast over het boek dan na de eerste keer. De vraag werd daarmee waarom.

Ik vrees minder dan eerst overtuigd te zijn door Van Woerden’s verhaal over Demetrios Tsafendas. En dan niet eens omdat hij een vie romancée maakte van diens biografie. Eerder omdat ik het raar vind dat de schrijver alleen wat details invulde die hem blijkbaar goed uitkwamen. Er mistte wat. Tsafendas ging nooit voor mij leven.

Tegelijk was ik volkomen vergeten dat Van Woerden, of in elk geval de hoofdpersoon van het boek, Tsafendas heeft opgezocht in de gevangenis. Die leefde dus nog. En kon daarmee toelichten wat hem bezield had om Verwoerd te willen vermoorden.

Misschien is mijn conclusie over dit boek wel dat de verrassing, van het rechtstreekse contact met Tsafendas, te laat kwam. De aangename onvoorspelbaarheid kwam na te veel elementen die telkens niet onvoorspelbaar genoeg bleken. Zoiets.

Henk van Woerden, Een mond vol glas
219 pagina’s
Podium 2001, oorspronkelijk 1998

Henk van Woerden
Notities van een luchtfietser

Geen roman, maar ook geen reisjournaal, kroniek of zelfportret. Henk van Woerden meldt in het naschrift niet van genreaanduidingen te houden, en daarom liever in het midden te laten wat dit boek precies is.

De lezer mag in elk geval de schrijver op zijn verplaatsingen volgen. Krijgt en passant toch heel wat autobiografische informatie mee, die bijvoorbeeld meer verduidelijkt over Van Woerden’s eerste roman Moenie kyk nie, en dan vooral de redenen waarom het gezin nu juist naar Zuid-Afrika vertrok tijdens de emigratiegolf na de Tweede Wereldoorlog.

Ondertussen gaat thuis de hond van de schrijver dood. Een tragedie op afstand.

Dit is nu typisch een boek dat herlezen moet worden, om tot een oordeel te komen. Misschien door die jaren in Zuid-Afrika schrijft Henk van Woerden een Nederlands dat veel preciezer lijkt te zijn dan wat de doorsnee litterator hier op papier krijgt. Dat dwingt me tot een ander leestempo, of tot een herhaald proeven.

Ik kan dus nog niet concluderen dat die romans Moenie kyk nie en Tikoes zo veel beter zijn dan dit schijnbare tussendoortje, juist omdat ze tot de boeken behoren die ik met tussenpozen van enkele jaren herlees.

Henk van Woerden, Notities van een luchtfietser
184 pagina’s
Uitgeverij Podium, 2002

Henk van Woerden
Ultramarijn

Ultramarijn is een prachtig geschreven boek, dat mij evenwel niet genoeg bood om te beklijven. Dat was merkwaardig. Maar het voelde voor mij haast alsof Van Woerden bewust moeite heeft gedaan afstand te creëren tussen lezer en boek. Mogelijkheden tot identificatie waren er bijvoorbeeld niet.

Bovendien ging ik me afvragen waarom ik lezen moest wat me werd voorgezet. Wat ik nu precies met de personages aan moest.

Dat kwam zeker door het verhaal. En, dat komt ook door wat ik weet over het vertellen van verhalen in romans.

Een probleem daarbij is momenteel namelijk dat éen van de oerthema’s in de vertelkunst nauwelijks meer met fatsoen te brengen is. De ‘liefde ondanks alles’ is nauwelijks nog als onderwerp voor een roman te gebruiken zonder in extremen te vervallen; in een steeds invidueler wordende samenleving, waar mensen zelf wel bepalen met wie ze een relatie aangaan, in plaats van uitgehuwelijkt te worden.

Maar die gefnuikte, of die onmogelijke liefde, levert boeken wel automatisch een ontstellend sterk plot op. Krijgen ze elkaar? Of, kan dit blijven bestaan, ondanks alle weerstanden in de maatschappij? Het zijn allebeide fantastische vragen om iemand tot doorlezen te dwingen.

Van Woerden speelt ook wel dit gegeven, maar doet dit zo doorzichtig dat het voor mij als plotelement wegviel.

En toen bleef er dus een boek over dat nog als een aanklacht gelezen kan worden tegen het gif dat toerisme heet; of hoe de authentieke cultuur in een land aan de Middellandse zee langzaam verdwijnt.

Niets was er dat mij tot uitlezen dwong dan eerbied voor de pas overleden schrijver. Broeierig was het in het begin, en broeierig bleef het de hele tijd. Zo zeer zelfs dat het viezig begon te voelen. Enig raakvlak met wat ik van een boek verlang, was er niet. Terwijl ik Van Woerden’s Tikoes éen van de beste Nederlandse romans ooit blijf vinden, bleef deze daar ver bij achter.

Goed, dan staan er fantastische fragmenten in; plotseling even hel helder opflikkerende taalpracht. Maar die hadden zo veel effectiever kunnen zijn in een steviger zetting.

Henk van Woerden, Ultramarijn
300 pagina’s
Uitgeverij Podium © 2005