Ik herhaal je ~ Ingrid Jonker

Er zijn gedichten van Ingrid Jonker [1933 – 1965] die ik al heel lang ken en bewonder. Zolang al dat ik niet meer weet hoe ze ooit op mijn pad kwamen. Dat was in elk geval ruim voor deze bloemlezing verscheen in 2000.

Evenmin leerde ik ze kennen uit de bundel die Gerrit Komrij samenstelde, in 1999, met de volgens hem beste poëzie in het Afrikaans.

De vertaling ontbrak ook, anders dan in de boeken waaraan Komrij heeft meegewerkt, zoals dit. Maar het Afrikaans hoeft, als leestaal tenminste, geen grotere geheimen te kennen dan de regionale varianten van het Nederlands waar ik intensiever mee in aanraking ben geweest.

Jonker kwam waarschijnlijk wel na Eybers op mijn pad. En waarschijnlijk eerder met een voorbehoud dan onvoorwaardelijk. Dichteressen die jong zelfmoord plegen, worden me weleens te makkelijk tot een soort feministische heiligen gemaakt; en te weinig als psychiatrisch geval gezien.

Overigens bevat Ik herhaal je een uitgebreide levensbeschrijving door Henk van Woerden, volgend op de gedichten. Waarvoor hij een kleine negentig pagina’s uittrok, en toch moest schrijven dat over belangrijke episoden uit Jonker’s leven nog nauwelijks iets bekend is. Er zijn weliswaar brieven, maar daar zit de familie op; om nog eens flink geld aan te verdienen.

Van Woerden maakte daarom veel werk van haar kindertijd, en probeert zo wat plomp te verklaren waarom er zo veel natuur in Jonker’s poëzie voorkomt.

Waarom ze zo vaak en zo direct over haar emoties voor een ander dichtte, is geen onderwerp waarover Van Woerden veel verduidelijkt. Of niet meer dan dat ze hevig kon liefhebben, en daarbij niet altijd mannen koos die dit haar makkelijk maakten.

Toch blijft het wonderlijk. Drie bundels met wat gedichten. Dat is genoeg voor blijvende aandacht; ook buiten haar eigen taalgebied. Al zal aan de fascinatie hebben bijgedragen dat er het zelfgekozen einde was. Of dat zij vrijmoedig over de liefde dichtte, waar haar vader nu net, als tegenpool, de Zuidafrikaanse censuur vormgaf. Dan nog.

Ik heb hoogstens wat met die liefdespoëzie. Alleen niet in een bundel, maar apart. Vers voor vers. Met een flinke pauze daartussen. In een verzameling wordt dit werk me gauw te schril.

scheiding

Ek herhaal jou

Ek herhaal jou
sonder begin of einde
herhaal ek jou liggaam
Die dag het ’n smal skadu
en die nag geel kruise
die landskap is sonder aansien
en die mense ’n ry kerse
terwyl ek jou herhaal
met my borste
wat die holtes van jou hand namaak

Ingrid Jonker, Ik herhaal je
vertaling Gerrit Komrij
nawoord Henk van Woerden

221 pagina’s
Podium 2008, oorspronkelijk 2000

Koning Eenoog ~ Toef Jaeger

Heeft Henk van Woerden [1947 — 2005] ooit nog eens iets principieels gezegd over dat ene oog van hem en de beeldende kunst; over zijn fysieke handicap en dat werken in het platte vlak? Over het gegeven dat schilderen het platslaan is van iets, een werkelijkheid desnoods, door een reductie naar twee dimensies?

Want hoeveel diepte zag hij nog, na zijn linkeroog al te hebben moeten missen op zijn vijfde? Uiteindelijk gebeurt dat zien met de hersenen, die veel kunnen compenseren — zodat ik met mijn perfecte linker- en zwaar bijziende rechteroog ook zonder bril op kan autorijden zonder de wereld dan vol in 3D waar te nemen.

Kan de verzekering na een ongeluk trouwens nog wel moeilijk gaan doen.

Ik las Koning Eenoog allereerst om meer over Van Woerden’s andere werk te leren dan de boeken. Hij begon namelijk als schilder. Dat schrijven kwam pas later. Alleen gaf Toef Jaeger me over de beeldende kunsten niet heel veel. Het boek biedt een katern met illustraties in kleur; waaronder enkele schilderijen die op uitnodigingen van exposities waren gedrukt.

De ware doorbraak, en daarmee de erkenning als beeldend kunstenaar bleef trouwens ook uit. Terwijl dat schrijven hem juist wel lof opleverde en prijzen.

Toef Jaeger vertelde wat mij betreft twee andere verhalen in haar biografie. Waarvan het bekendste dat is over de buitenstaander Henk van Woerden — die als jongetje van negen met zijn ouders naar Zuid-Afrika emigreerde, en daar nooit aardde, om twaalf jaar later naar Nederland terug te keren, en daarop ook hier weer een vreemde te zijn.

Dat is het verhaal namelijk dat ook Van Woerden’s romans bieden. Waarbij deze schrijversbiografie trouwens aangenaam veel extra informatie bood over deze boeken. Enfin, zo veel werden dat er uiteindelijk niet. Op boeklog zijn ze allemaal al eens langs gekomen.

Blijft alleen staan dat zijn Tikoes éen van de weinige romans is die ik eeuwig zal kunnen herlezen. Om de merkwaardige contrasten waarschijnlijk. Zo is dat het boek van een duidelijk verliefde man, terwijl er nogal wat op het object van zijn begeerte valt aan te merken. Dat is een moordenares. Alleen doet dit er in het geheel niet toe in de wittebroodsweken van die relatie.

Staat die prille liefde vervolgens nogal in tegenstelling tot de spanningen in het Zuid-Afrika waar ze op reis gaan — het land dat zo wreed gewelddadig kan zijn. Overigens leerde Toef Jaeger me dat Tikoes zich waarschijnlijk afspeelt in 1994; tijdens een grote taxi-oorlog; en niet in 1989 zoals ik dacht.

Bracht de biografe daarnaast ook dat andere verhaal nog, over de man als man. Twee keer trouwens. Want Henk van Woerden geleek in zijn blinde egoïsme nogal op zijn vader; van wie terloops ook het weinig geslaagde leven wordt geschetst.

Al was die vader wel echt fout geweest, in de oorlog, waardoor er erg weinig landen overbleven om naartoe te emigreren naderhand.

Henk van Woerden ontvluchtte die andere gedwongen rassenscheiding tenminste nog.

Dus zou haast een gewetensvraag kunnen zijn óf ik Tikoes nog blief, nu er die zekerheid is dat de auteur zo veel vrouwengeschiedenissen doormaakte in zijn leven, en zo veel vrouwen beschadigde daarbij. Leek hij evenmin ooit een vader te zijn geweest voor zijn dochter.

Alleen is dit dan dus het vreemde aan de kunsten. Dat een ‘mooi boek’ gemaakt kan zijn door een minder mooi mens. Dat het kunstwerk, tijdens alle tijd die ervoor nodig is om het te scheppen, en om nog eens verbeteringen aan te brengen, een volmaaktheid kan bereiken die het leven, met al het geploeter op sommige dagen, doorgaans niet heeft. En over Van Woerden wist ik tot het lezen van deze biografie te weinig om hem ooit als held te hebben gezien.

Toef Jaeger, Koning Eenoog, een migrantenverhaal
Leven en werk van Henk van Woerden

320 pagina’s
Atlas Contact, 2015

Moenie kyk nie ~ Henk van Woerden

Eerder wijdde ik al eens twee boeklogjes aan werk van Henk van Woerden. Beide vielen wat zuinig uit. Die boeken streden dan ook tegen de herinnering aan de titels die me juist heel goed bevallen waren. Daaronder was deze, het debuut van de schrijver, dat ik nu toch maar eens herlas.

Moenie kyk nie is een wordingsroman; éen van de honderden die er in de Nederlandse literatuur zijn verschenen. Maar dit boek wijkt op een aantal manieren opvallend af van wat er doorgaans aan jongetjes wordt beschreven hier. Zo speelt het boek zich grotendeels in Zuid-Afrika af, waar het gezin van de jonge hoofdpersoon in de jaren vijftig naar geëmigreerd is, vanuit het Drentse Paterswolde.

Indrukwekkender vind ik nog hoe Van Woerden schreef. Dit hele boek wordt door de ogen van de jonge hoofdpersoon vertelt — of beter door het rechteroog, want links is van glas bij hem. Het hele boek bestaat uit de selectieve waarneming van die jongen, die langzamerhand steeds meer opmerkt. Hij wordt natuurlijk gewoon ouder, maar hij leert ook steeds beter tekenen, en kijken daarbij. Uiteindelijk wordt zijn blik zo scherp dat hij het niet langer verdraagt om in Zuid-Afrika te blijven.

Dus laat Van Woerden eerst van alles weg, terwijl het verhaal daarbij toch heel goed te volgen blijft. Waarna het boek ook in taal almaar rijker wordt.

Dat dit een debuut is, openbaart zich voor mij hoogstens in het laatste hoofdstuk, dat wat overbodig aandoet. Al speelt in mijn waardering ook mee dat hij na Moenie kyk nie een paar nog betere boeken schreef.

Henk van Woerden, Moenie kyk nie
158 pagina’s
Nijgh & Van Ditmar, 1993

Mond vol glas ~ Henk van Woerden

Drie biografieën ineen, zo noemde een recensent dit boek achterop in de blurb. En een betere omschrijving kan ik niet bedenken.

Er is het verhaal van de schrijver, die in 1989 voor het eerst in Zuid-Afrika terugkeerde — het land waar hij twaalf jaar van zijn jeugd heeft doorgebracht; en van waaruit hij met goede redenen vertrok.

Er is de geschiedenis van het land.

En er is de biografie van Demetrios Tsafendas — de man die in 1966 Hendrik Verwoerd met een mes zou vermoorden. Een moord die insloeg als de aanslag op John F. Kennedy in de rest van wereld; al wordt bij ons in de geschiedenisboekjes Verwoerd de vader van de apartheid genoemd.

Het lukte Van Woerden heel goed deze drie biografieën tot een lopend en zelfs spannend verhaal te mengen.

En toch was ik na deze herlezing minder enthousiast over het boek dan na de eerste keer. De vraag werd daarmee waarom.

Ik vrees minder dan eerst overtuigd te zijn door Van Woerden’s verhaal over Demetrios Tsafendas. En dan niet eens omdat hij een vie romancée maakte van diens biografie. Eerder omdat ik het raar vind dat de schrijver alleen wat details invulde die hem blijkbaar goed uitkwamen. Er mistte wat. Tsafendas ging nooit voor mij leven.

Tegelijk was ik volkomen vergeten dat Van Woerden, of in elk geval de hoofdpersoon van het boek, Tsafendas heeft opgezocht in de gevangenis. Die leefde dus nog. En kon daarmee toelichten wat hem bezield had om Verwoerd te willen vermoorden.

Misschien is mijn conclusie over dit boek wel dat de verrassing, van het rechtstreekse contact met Tsafendas, te laat kwam. De aangename onvoorspelbaarheid kwam na te veel elementen die telkens niet onvoorspelbaar genoeg bleken. Zoiets.

Henk van Woerden, Een mond vol glas
219 pagina’s
Podium 2001, oorspronkelijk 1998

Notities van een luchtfietser ~ Henk van Woerden

Geen roman, maar ook geen reisjournaal, kroniek of zelfportret. Henk van Woerden meldt in het naschrift niet van genreaanduidingen te houden, en daarom liever in het midden te laten wat dit boek precies is.

De lezer mag in elk geval de schrijver op zijn verplaatsingen volgen. Krijgt en passant toch heel wat autobiografische informatie mee, die bijvoorbeeld meer verduidelijkt over Van Woerden’s eerste roman Moenie kyk nie, en dan vooral de redenen waarom het gezin nu juist naar Zuid-Afrika vertrok tijdens de emigratiegolf na de Tweede Wereldoorlog.

Ondertussen gaat thuis de hond van de schrijver dood. Een tragedie op afstand.

Dit is nu typisch een boek dat herlezen moet worden, om tot een oordeel te komen. Misschien door die jaren in Zuid-Afrika schrijft Henk van Woerden een Nederlands dat veel preciezer lijkt te zijn dan wat de doorsnee litterator hier op papier krijgt. Dat dwingt me tot een ander leestempo, of tot een herhaald proeven.

Ik kan dus nog niet concluderen dat die romans Moenie kyk nie en Tikoes zo veel beter zijn dan dit schijnbare tussendoortje, juist omdat ze tot de boeken behoren die ik met tussenpozen van enkele jaren herlees.

Henk van Woerden, Notities van een luchtfietser
184 pagina’s
Uitgeverij Podium, 2002

Tikoes ~ Henk van Woerden

Losse draadjes afhechten moest ik, nu boeklog aan zijn laatste kwartaal bezig is. Alleen zijn er losse eindjes te veel. Bovendien zal geen bezoeker daar verder weet van hebben.

En toch, lang geleden al noemde ik Tikoes van Henk van Woerden achteloos éen van de beste Nederlandse romans ooit. Zo’n statement zou dan voor altijd blijven staan, als ik geen poging deed het waarheidsgehalte daarvan nog eens te verifiëren.

Tikoes bleek vervolgens in elk geval behoorlijk geraffineerd in elkaar te steken.

De roman vertelt over een dubbele ontdekkingsreis, geen van beide van gevaren ontbloot. In het boek gaat Thys, die enige biografische kenmerken deelt met de auteur, voor het eerst in tijden terug naar Zuid-Afrika. Waarom een intelligent iemand als hij ooit dat land verliet, speelt verder geen rol in het verhaal. Lezers zullen dat wel zo ongeveer snappen. Schrijvers moeten ook niet alles willen uitleggen.

Metgezel op deze reis is Tikoes, dan pas tweeënhalve maand zijn vriendin. Tikoes is een mooie jonge Duitse, met Indisch bloed, die een nogal kleurrijk verleden heeft. Daarin speelden drugs een grote rol.

En Thys weet stukje bij beetje, in een proces dat maanden duurt, dat levensverhaal uit Tikoes los te krijgen. Want al te direct informeren is vanzelfsprekend onbeleefd. Bovendien geeft ze in het begin van het boek aan dat er gaten in haar geheugen zitten.

Is er ook zijn eigen geschiedenis nog. Want de broer van Thys bleef wel. Net als zoveel andere familie en vrienden meer, waar het paar dan in de loop van de roman op bezoek gaan.

Terloops wordt van veel van hen aangegeven hoe zich wel staande konden houden in het land.

Tikoes is zo goed, doordat Henk van Woerden enkele heel verschillende elementen inbracht in het boek, en deze dan toch volmaakt in balans houdt. De roman biedt een reisboek door de pracht van Zuid-Afrika, dat tegelijk lang zo onschuldig niet is als een normaal reisboek; want de hoofdpersoon was op de meeste plaatsen al eens eerder. En Zuid-Afrika blijft een vreemd land; of een verhaal nu voor of na de afschaffing van Apartheid speelt — de voornaamste tijdsaanduiding in het boek is overigens dat ‘Don’t Worry Be Happy’ die zomer op het zuidelijk halfrond de grote hit was overal; dus leert Wikipedia me dat het verhaal begin 1989 speelt; onder het oude regime.

De roman biedt daarnaast een intieme liefdesgeschiedenis — Thys is overduidelijk verliefd –al blijkt de schone Tikoes wel degelijk rare kantjes te hebben. Gehad.

Ondertussen gaat het boek zelden direct over deze beide hoofdverhalen.

Dus. Ja, deze roman is absoluut van zo’n kwaliteit dat die vele herlezingen kan overleven. Of daarmee dat etiket uit 2006 staande blijft dat dit boek éen van de beste Nederlandstalige romans ooit is? Zo’n waardeoordeel zegt natuurlijk niet zo veel. Want, wat had degene die met zo’n oordeel komt nu echt gelezen van al wat er ooit uitkwam?

‘Verfrissend on-Nederlands’ had ik ook kunnen schrijven over deze roman. Omdat ‘on-Nederlands’ in de cultuur bijna automatisch als compliment ervaren wordt. Er wordt bijvoorbeeld niet gezeurd in dit boek; waar dit wel zo makkelijk had gekund. En dat scheelt al zo veel.

Henk van Woerden, Tikoes
190 pagina’s
Podium, oorspronkelijk 1996

Tussen hemel en aarde ~ Gerrit Komrij

Eerst een kalender uitgeven, en een jaar later dezelfde tekst — iets anders gerangschikt — opnieuw uitbrengen als boek. Dat is je fans twee keer laten betalen voor hetzelfde deuntje.

En toch had Komrij — of waren het zijn nabestaanden, die plots hun kip met gouden eieren misten — in éen opzicht gelijk. Hij heeft op die poëziekalender weleens iets heeft opgemerkt dat de moeite van het bewaren waard was.

Tekstjes die anders na het verstrijken van de kalenderdag waren afgescheurd, en weggegooid.

Wat mij dan weer vooral beviel aan Tussen hemel en aarde is de toon. Het parlando. Niet dat deze manier van schrijven helemaal nieuw is. Renate Rubinstein deed niet anders. En Gerrit Komrij waaierde indertijd ook alle kanten uit in de besprekingen van poëzie op de achterkant van NRC Handelsblad.

En toch meen ik dat weblogs, of desnoods Facebook-berichten, mede verantwoordelijk zijn voor die veel vaker zichtbare ontspanning bij auteurs. Er mag eens iets persoonlijks worden ingebracht, en dat stoort dan ook niet. Al schrijft Komrij behoorlijk wat strakker in zijn meeste werk.

Tussen hemel en aarde is opgezet volgens thematische hoofdstukken, van verschillende lengte, die niet allemaal even boeiend uitpakten.

Het meest genoot ik toch weer van een vileine uithaal hier en daar.

Interessant was ook de geschiedenis rond het persoonlijke materiaal van de Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker. Dat door Komrij werd geregeld voor Henk van Woerden — omdat deze wel een biografie had willen schrijven over Jonker, maar toen niet bij dat materiaal had gemogen.

Alleen stierf Van Woerden plots toen Komrij een vage neef had uitgekocht.

Anders dan in zijn overige bloemlezingen nam Komrij in Tussen hemel en aarde meer dan éen gedicht van zichzelf op — telkens met als doel daar wat meer over te schrijven. Anekdotisch vooral.

Tegelijk gaat het ook daar niet om. Poëzie moet gelezen worden om de poëzie.

Vergeet de uitleg. Vergeet het gekakel. Vergeet de ziekenhuislucht. [363]

Maar opvallend was juist dat ik de gebloemleesde poëzie in deze boekuitgave hoogstens met een half oog bekeek, of zelfs na de eerste regels al oversloeg. Met een kalender is dat anders, omdat een kalenderblaadje zo duidelijk twee kanten heeft; en daarmee de inhoud als vanzelfsprekend scheidt. In de boekuitgave wordt alles een sliert.

Tussen hemel en aarde kwam dan wel weer met een conclusie. Die, in de wetenschap dat Komrij er inmiddels niet meer is, zijn laatste woorden zullen zijn over het onderwerp.

scheiding

Het wonder van de poëzie is juist dat er zo veel soorten poëzie mogelijk zijn. Dat alle theorieën op één hoop elkaar als het ware weer opheffen. Een synthese is er niet. Fuck de poëtica’s. Fuck de programma’s. Ik heb gelukkig ook niks met compromissen en brave gulden middenwegen. Dat hoeft ook niet. Elke dichter kan boven dit alles zweven, en toch uitstekend voor zijn particuliere hoekje zorgen. Als poëzie niet overtuigt ligt het niet aan de poëzie, maar aan de dichter, de toepasser. Er roeren zich nu eenmaal veel ontoereikende talenten of talenten die te lui zijn om het onderste uit de kan te halen. Maar zelfs het feit dat achtennegentig procent van de poëzie volstrekte flauwekul is kan me niet van het idee afbrengen dat poëzie valt onder de menselijke topprestaties. [362]

Gerrit Komrij, Tussen hemel en aarde
Vignetten, voetnoten en verzuchtingen over poëzie

383 pagina’s
Van Gennep, 2013

Ultramarijn ~ Henk van Woerden

Ultramarijn is een prachtig geschreven boek, dat mij evenwel niet genoeg bood om te beklijven. Dat was merkwaardig. Maar het voelde voor mij haast alsof Van Woerden bewust moeite heeft gedaan afstand te creëren tussen lezer en boek. Mogelijkheden tot identificatie waren er bijvoorbeeld niet.

Bovendien ging ik me afvragen waarom ik lezen moest wat me werd voorgezet. Wat ik nu precies met de personages aan moest.

Dat kwam zeker door het verhaal. En, dat komt ook door wat ik weet over het vertellen van verhalen in romans.

Een probleem daarbij is momenteel namelijk dat éen van de oerthema’s in de vertelkunst nauwelijks meer met fatsoen te brengen is. De ‘liefde ondanks alles’ is nauwelijks nog als onderwerp voor een roman te gebruiken zonder in extremen te vervallen; in een steeds invidueler wordende samenleving, waar mensen zelf wel bepalen met wie ze een relatie aangaan, in plaats van uitgehuwelijkt te worden.

Maar die gefnuikte, of die onmogelijke liefde, levert boeken wel automatisch een ontstellend sterk plot op. Krijgen ze elkaar? Of, kan dit blijven bestaan, ondanks alle weerstanden in de maatschappij? Het zijn allebeide fantastische vragen om iemand tot doorlezen te dwingen.

Van Woerden speelt ook wel dit gegeven, maar doet dit zo doorzichtig dat het voor mij als plotelement wegviel.

En toen bleef er dus een boek over dat nog als een aanklacht gelezen kan worden tegen het gif dat toerisme heet; of hoe de authentieke cultuur in een land aan de Middellandse zee langzaam verdwijnt.

Niets was er dat mij tot uitlezen dwong dan eerbied voor de pas overleden schrijver. Broeierig was het in het begin, en broeierig bleef het de hele tijd. Zo zeer zelfs dat het viezig begon te voelen. Enig raakvlak met wat ik van een boek verlang, was er niet. Terwijl ik Van Woerden’s Tikoes éen van de beste Nederlandse romans ooit blijf vinden, bleef deze daar ver bij achter.

Goed, dan staan er fantastische fragmenten in; plotseling even hel helder opflikkerende taalpracht. Maar die hadden zo veel effectiever kunnen zijn in een steviger zetting.

Henk van Woerden, Ultramarijn
300 pagina’s
Uitgeverij Podium © 2005