Ereronde van de eland ~ Thijs Zonneveld

Is er geloofwaardig te schrijven over wat iemand doormaakt die aan een sportwedstrijd deelneemt? Om bijvoorbeeld een sage te maken van alles wat zo’n sportman of sportvrouw beleeft?

Ik geloof daar niets van. Toch valt op dat auteurs gauw eens dat gezichtspunt uitkiezen voor hun boek.

Misschien komt mijn twijfel omdat ik op enig niveau gesport heb. Ook heb ik duurprestaties verricht zonder enige wedstrijddwang. Mijn voornaamste herinnering daaraan is dat mijn gedachteleven tijdens de inspanning implodeerde tot bijna niets. Dat automatismen het overnamen, en mijn benul eerder de passagier van mijn lichaam was dan de bestuurder.

Desalniettemin zijn er voorbeelden te over in de kunsten waarin de maker zijn of haar personages onmogelijke toeren laat verrichten, zonder dat dit wezenlijk stoort. Geen opera of er komt wel iemand in voor die na dodelijk gekwetst te zijn nog een aria zingt voor de laatste ademreutel.

En mits dat allemaal maar met vaart gebracht wordt, en brille, hoeft zo’n onmogelijkheid nog niets eens te storen. Zolang het publiek er maar niet over gaat nadenken.

Thijs Zonneveld is enige jaren beroepswielrenner geweest. Verder dan marginale ploegjes bracht hij het daarbij niet. Wat betekent dat hij ook de echt grote koersen niet gereden zal hebben.

Overigens is dit geen veroordeling. Wielrennen is een ongenadig harde stiel. Meer nog dan in andere bezigheden zal voor wielrennen gelden dat het bezit van talent alleen niet volstaat.

Door deze constatering, en door wat Zonneveld later is gaan doen, weet ik alleen meer over hem dan over de gemiddelde schrijver. Thijs Zonneveld is tegenwoordig journalist voor onder meer Dagblad De Pers. En hij schijft in die positie minireportages over sport.

Daarnaast is hij dus zijn leven lang een ex-renner, en zullen er dromen zijn geweest over dat métier die nooit verwezenlijkt werden.

Dus vind ik het niet heel vreemd dat De ereronde van de eland over een wielrenner gaat die nooit de top zal halen. Het peloton laat hem ontsnappen tijdens een warme Tour-etappe, omdat er van hem toch geen gevaar te duchten is.

De hele roman beschrijft hoe deze vluchtpoging verloopt, waarbij het lijkt alsof de hoofdpersoon alles op dat eigenste moment meemaakt. Al zijn er ook flashbacks, om de wielersport uit te leggen aan de onwetende lezer, en om de hoofdpersoon verder wat reliëf te geven.

Heeft Zonneveld toch nog eens een Tour-etappe beleefd.

De roman telt aanzienlijk minder bladzijden dan de opgegeven 159, omdat er wel heel vaak een witte pagina wordt ingezet, om aan de lengte toe te voegen. Dus alleen daarom al las het boek erg vlot — aanzienlijk sneller dan de gemiddelde uitzending van een wielerwedstrijd op televisie duurt.

En hij slaagde er toch ook de illusie te bereiken dat de lezer meeleeft met wat de hoofdpersoon in real time doormaakt op zijn fiets.

Toch lukt het me nauwelijks om inhoudelijk te reageren op het boek.

Zonneveld stond voor een vrijwel onmogelijk opgave, om enerzijds boeiend te schrijven voor wielervolgers die alles weten over de koers, waartoe ik me voor het gemak maar even reken, en anderzijds mee te nemen dat toch ook vrijwel ieder detail moet worden toegelicht voor de onwetende lezer. En dit lukt hem op zich nog wel aardig. Maar die ambivalentie kleurde het boek voor mij zo dat ik er niet veel aan beleefde.

Dus keek ik wat de schrijver deed. Dus ging ik nadenken of de constructie wel klopte.

Thijs Zonneveld, De ereronde van de eland
159 pagina’s
LJ Veen, 2009