Geheim van de zwaardvis | 1 ~ Edgar P. Jacobs

Drie delen telt het stripverhaal over Het geheim van de zwaardvis. En volgens mij heb ik daar eerder maar éen of twee van gelezen. In elk geval was me wel het zo ambitieus opgezette begin bekend, maar de afloop nu net niet.

Terwijl de wereld toch helemaal veroverd was door de Mongolen, vanuit hun ‘mysterieuze Rijk’, in het hart van Azië. En dit gegeven toch wel enige vragen opriep.

Zou de strip op dit moment voor het eerst verschijnen, dan zou iedereen er een commentaar op de ambities van China in zien. Maar toentertijd was China net bezet geweest door Japan, en woedde er een burgeroorlog; dus leek het zeker geen onmiddellijk gevaar.

Ik schijn het verhaal dan ook te moeten lezen als een metafoor voor wat er in de Tweede Wereldoorlog gebeurde; waar de agressie van éen land, en de bondgenoten daarvan, de hele wereld bijna te machtig was.

Aan het eind van deel éen, De meedogenloze achtervolging, is de toestand alleen nog wel aanmerkelijk ernstiger, dan in 1941. Heel de wereld is al veroverd. Slechts op enkele plekken bestaat er nog georganiseerde rebellie.

Tegenstand wordt onder meer geboden door de titelhelden van de strip. Dat zijn de Britse kapitein Francis Blake, en de natuurkundige Philip Mortimer. Deze bezitten ook de tekeningen voor een geheim wapen, die zwaardvis uit de titel van de serie, dat in éen keer een eind kan maken aan alle ellende. Als iemand er tenminste in slaagt dat wapen te bouwen…

Meedogenloos worden beide mannen opgejaagd. Aan het eind van het boek lijkt Mortimer zijn belagers net ontsnapt te zijn.

Enfin, dan heet het tweede deel wel De ontsnapping van Mortimer. Dus lijkt welhaast zeker dat hij daarin gevangen wordt genomen, en vervolgens ontkomt. Of anders dat hij het hele boek vogelvrij is.

wordt vervolgd

E.P. Jacobs, Het geheim van de zwaardvis
De meedogenloze achtervolging

54 pagina’s
Uitgeverij Blake and Mortimer 1996, oorspronkelijk 1950
Vertaling van Le Secret de l’Espadon

Geheim van de zwaardvis | 2 ~ Edgar P. Jacobs

Onze held Mortimer wordt inderdaad gevangen genomen, in het tweede deel van Het geheim van de zwaardvis. Al gaan daar wel heel wat pagina’s aan verwikkelingen aan vooraf. Anders is zo’n boek als dit natuurlijk ook niet boeiend genoeg.

En daarbij mag ik niet vergeten dat zo’n stripverhaal eerder in afleveringen verscheen. Waarbij de lezertjes telkens een week moesten wachten om de volgende twee pagina’s te krijgen met hoe het verder ging.

Maar voor mij werkt zo’n opzet nauwelijks meer. Ik zie te goed waar de maker heen wil.

Bovendien is me bekend dat de trilogie oorspronkelijk uit slechts twee delen bestond. Daar wat grote platen aan toevoegen, en er dan drie afleveringen van maken, kan best. Maar daardoor lijdt zo’n tweede deel wel aan het probleem van alle middenstukken: er gebeurt eigenlijk niets in, behalve dan dat de ontknoping wordt opgehouden.

Enfin, deze boeken lees ik dan ook niet om het verhaal. Allereerst gaat het me om het tekenwerk van de Belgische tekenaar Edgar P. Jacobs [1904 – 1987], die zijn eigen uiterlijk gebruikte voor de slechterik in alle albums. Vervolgens vind ik de inkleuring en sfeer belangrijk, die ook vrij bijzonder is; zeker voor die tijd. En als de rest ook nog iets brengt is dat een tref.

Het Gele Teken, een latere uitgave in de reeks Blake en Mortimer, is in België nog eens verkozen tot meest invloedrijke stripalbum van de vorige eeuw. Nadien volgden velen het voorbeeld van Jacobs, gingen ze realistischer tekenen, en kwam er ook meer geweld voor in hun verhalen.

Dus, het allerbeste uit de serie staat niet eens in deze eerste drie boeken. En toch maken ze ook zo al grafisch behoorlijk wat indruk.

wordt vervolgd.

E.P. Jacobs, Het geheim van de zwaardvis
De ontsnapping van Mortimer

54 pagina’s
Uitgeverij Blake and Mortimer 1996, oorspronkelijk 1953
Vertaling van Le Secret de l’Espadon

Geheim van de zwaardvis | 3 ~ Edgar P. Jacobs

De geheimzinnige zwaardvis staat al op het kaft van het derde album uit de reeks. Dan al druk bezig om een vijandelijke kruiser te bombarderen. Dus valt de onthulling, die in de loop van het verhaal wordt gedaan over de aard van het geheime wapen, ietwat tegen.

En, o ja, het verhaal eindigt goed. Voor wie daar nog aan had getwijfeld. Die zwaardvis blijkt inderdaad onoverwinnelijk te zijn. Al komt dit wapen, omdat de wetten van het genre dit vereisen, pas op het allerlaatst in actie komt. Om dan alle noodzakelijke maatregelen te treffen, en de vijand eenvoudig uit te schakelen.

Alleen vind ik zulke genre-clichés vrij vervelend.

En superhelden met al hun perfecte eigenschappen hebben al helemaal iets naars. Want, perfectie overwint imperfectie is wel heel simpel schema om een verhaal te vertellen. Een welhaast religieus schema ook.

Dus, dat kapitein Blake de SX 1 moest besturen, vind ik al op het randje. Zelfs al is dat een militair. Maar dat die ietwat mollige geleerde Philip Mortimer dan de piloot wordt het enig andere overgebleven exemplaar van dit experimentele vliegtuig hoefde toch echt niet, van mij.

Wel mooi aan dit slotdeel is hoe eenvoudig het uiteindelijk blijkt om de draad weer op het pakken, als de Mongolen, uit hun geheimzinnige rijk, uiteindelijk verslagen zijn. Amper vier plaatjes heeft Jacobs nodig om hun overheersing uit te wissen.

Net als dat ik kon genieten van het optimisme uit het begin van de jaren vijftig over atoomkracht. Vanzelfsprekend is de zwaardvis daarmee uitgerust, vanzelfsprekend worden atoomraketten ingezet om de snode vijand uit te schakelen.

Overtuigende verhalen vertellen, kan zo simpel zijn soms.

E.P. Jacobs, Het geheim van de zwaardvis
SX 1 in de tegenaanval
56 pagina’s
Uitgeverij Blake and Mortimer 1996
Vertaling van Le Secret de l’Espadon

Mysterie van de grote piramide | 1 ~ Edgar P. Jacobs

De stripreeks met de helden Blake en Mortimer gaat weleens de richting uit van de science fiction. Daar kan ik moeilijk bewaar tegen hebben. Verhalen hoeven van mij niet in de werkelijkheid te spelen. Die mogen ook met de waarachtigheid stoeien.

Mij verbaast alleen wel dat beide mannen overal zo anoniem kunnen rondlopen. Aan het begin van de reeks, in Het geheim van de zwaardvis, hebben zij getweeën toch eigenhandig een tirannieke wereldheerser verslagen.

Grotere helden dan zij twee zouden er in de vrije wereld volgens mij niet bestaan… Maar van fans, handtekeningjagers, laat staan groupies, is er nooit een spoor te bekennen.

In de twee delen van Het mysterie van de grote piramide lijkt het verhaal aanvankelijk meer detective-achtige trekken te hebben, dan science fiction te brengen. Toch schijnt Jacobs terloops al zaken over het inwendige van de grote piramide van Cheops bedacht te hebben, die kloppen, maar indertijd nog niet bekend waren.

En verklaar dat dan maar eens.

Het verhaal begint als onze held Philip Mortimer op vakantie naar Egypte gaat. Toevallig heeft deze natuurkundige als hobby archeologie. Toevallig heeft een vriend hem gevraagd te helpen met het ontcijferen van zijn laatste vondsten.

En niet toevallig beginnen de moeilijkheden dan al meteen. Want waar archeologen dagelijks duizenden zaken vinden die niemand iets interesseren, geldt dat natuurlijk niet voor de vondsten van Mortimer’s vriend.

Die zouden al hebben onthuld dat er een geheime kamer is, in het midden van de grote piramide.

En helaas blijkt een medewerker van de onderzoeker corrupt te zijn; en heeft deze al vele gevonden tekstfragmenten verduisterd.

Daarop volgen allerlei verwikkelingen, en zijn er zelfs knokpartijen, om het boek spannend te houden. Tegelijk gebeurt er verder niets dat de verhaallijn vooruit helpt.

Vliegt toch Mortimer’s vriend Blake in, om hem tot steun te zijn, bij alle verwikkelingen. Alleen reist deze niet rechtstreeks van Londen naar Caïro, anders dan Mortimer deed. En prompt wordt hij in Athene in een telefooncel neergeschoten door een verdachte medepassagier.

Het eerste deel eindigt bij de grote piramide, als Mortimer via een telegram verneemt van het droeve lot van zijn vriend.

[wordt vervolgd]

E.P. Jacobs, Het mysterie van de grote piramide 1
Het manuscript van Manethon
De avonturen van Blake en Mortimer
54 pagina’s
Uitgeverij Blake en Mortimer, 1999
vertaling van Le mystère de la grande pyramide, 1954

* illustratie uit het besproken boek


Mysterie van de grote piramide | 2 ~ Edgar P. Jacobs

Het probleem van een boek dat zo uitdrukkelijk Het mysterie van de grote piramide heet, is dat de titel al verklapt dat alle actie buiten die piramide waarschijnlijk niets te betekenen heeft.

Binnenin zal het te doen zijn. Of desnoods bovenop.

Dus vond ik ook wat vervelend aan deze twee delen stripboek dat onze helden pas op pagina 32 van het slotdeel aanstalten maken de piramide toch eens binnen te lopen.

En ja, helden, want dat Blake dood zou zijn geschoten, was ook maar een vertragingstactiek van de schrijver, die er voor het verhaal helemaal niet toe deed. Ik begrijp dat element zelfs helemaal niet. Waarom zou het algemeen bekend moeten worden dat iemand van de Britse geheime dienst is doodgeschoten, zodat deze vervolgens incognito onderzoek in Egypte kon doen? Gaan geheime diensten niet bij voorkeur met discretie te werk?

Na pagina 32 duurt het overigens nog bijna tien bladzijden met rondzwervingen binnenin die piramide voor er echt iets plaatsvindt. Alleen is de vraag wat daaraan echt is. Want, natuurlijk worden de geheimen daarbinnen bewaakt. Door een magiër maar liefst. Die over de ongekende kracht bezit mensen op afstand collectief te laten hallucineren; en hen vervolgens ook kan laten vergeten dat ze zich van alles hebben verbeeld.

Ofwel, de intrige van dit verhaal vermocht me niet te boeien. En spanning ontstond er niet. Wel kon ik genieten van het tekenwerk van Jacobs. En zelfs had het einde iets, omdat dit zo onlogisch is, dat ik het geheel niet zag aankomen.

E.P. Jacobs, Het mysterie van de grote piramide 2
De kamer van Horus
De avonturen van Blake en Mortimer

54 pagina’s
Uitgeverij Blake en Mortimer, 1999
vertaling van Le mystère de la grande pyramide, 1955

* illustratie uit het besproken boek


Gele teken ~ Edgar P. Jacobs

Het beste stripalbum van de twintigste eeuw is dit, volgens de Belgische kenners. Een invloedrijke strip ook, die vele andere striptekenaars aanzette tot realistischer werken; zowel in tekenstijl als verhaal.

En ik vermocht dat toch niet helemaal te zien. Maar, dit komt vaker voor, bij werken uit een canon. Wie slechts de navolgers kent, heeft soms moeite om te begrijpen wat zo uniek was aan het voorbeeld. Bovendien is dit verhaal gemaakt in een tijd dat het beeldverhaal nog een suspect genre werd geacht; gevaarlijk voor kinderen bovendien. Jacobs moet zich grote zelfcensuur hebben opgelegd — zo komt er geen vrouw in de verhalen voor — en die beperking is ook voelbaar zonder van de details te weten.

Prachtig aan Het gele teken vind ik uiteindelijk vooral de sfeer van de strip. Het verhaal speelt zich namelijk af in een winters Londen. En als het daar niet mist, door alle kolenstook, dan is het wel nacht. En alleen daardoor al krijgt die wat basale klare lijn van Jacobs expressiemogelijkheden die zo vaak missen in werk in deze stijl.

Het verhaal heeft in het begin ook iets prettig ongrijpbaars. Er is iets of iemand schurkachtig actief in Londen — zo wordt de koningskroon uit de Tower ontvreemdt — en deze snoodaard zet daarbij telkens een handtekening. Bestaande uit die gele letter M, in een cirkel.

En telkens als onze helden de schurk te pakken lijken te krijgen, ontsnapt deze weer. Op miraculeuze wijze. Maar uiteindelijk ook, en dat is dan weer wat vervelend aan het verhaal, omdat deze over bovenmenselijke eigenschappen beschikt; zoals dat kogels hem niet deren.

Het gele teken eindigt dan wel weer met een verklaring voor hoe iemand dat kan. En daarachter gaat dan weer het werk van een monomane en machtsgeile geleerde schuil, met een imposant geheim hoofdkwartier — ene professor Septimus, die in meerdere boeken van de reeks schijnt voor te komen.

En dan is nu, een kleine zestig jaar na de oerpublicatie in het stripblad Kuifje, moeilijk na te gaan in hoeverre zulke clichés toen ook al niet vervelend waren.

Wordt in het verhaal overigens wel uitgelegd waarom nu juist die M als visitekaartje diende?

Bekend is dat Jacobs zich bij dit teken inspireerde op de film M. van Fritz Lang; maar heb ik nu gemist of er in het verhaal ook iets over gezegd wordt?

E.P. Jacobs, Het gele teken
70 pagina’s
Uitgeverij Blake en Mortimer, 1999
vertaling van Le marque jaune, 1956

* illustratie uit het besproken boek


Raadsel van Atlantis ~ Edgar P. Jacobs

Als reeksen doorlopen, wordt het al gauw mogelijk de kwaliteit van albums met elkaar te vergelijken. En in mijn weging van wat hoogtepunten waren, en welke boeken beter vergeten kunnen worden, scoort Het raadsel van Atlantis niet bijster hoog.

Alleen als vervolgverhaal, verteld in twee pagina’s per week, waarbij het telkens wachten is op het vervolg, zal het wat hebben gehad.

Voor sommige strips kun je te oud zijn geworden. Of andersom, hoogstens als jongetje, die nog niets weet over vertellen, is hier onkritisch van te genieten.

Het raadsel van Atlantis
brengt science fiction, maar dan op zijn allerslechtst. Omdat die slechts dient voor het decor.

Blake en zijn vriend Mortimer bezoeken de Azoren op hun vakantie, en doen dan op het eiland Saõ Miguel wat aan speleologie. Door hun oude vijand Olrik wordt het hen onmogelijk gemaakt de grot te verlaten. Dus dolen ze verder rond.

Om dan in contact te komen met een oude beschaving, die daar verborgen ondergronds leeft. Dat is een nogal grote plotwending; alleen verraadt de titel van het boek die al, dus verklap ik weinig.

Zijn er ook nog barbarenstammen in de buurt, die eveneens onontdekt de millennia daar hebben doorstaan. Maar daarvan doet er slechts toe dat zij Atlantis willen bezetten.

Over dat Atlantis maakt alleen uit dat zij technologisch verder vooruit zijn dan de mensheid op dat moment. Staatkundig zijn ze alleen nooit verder gekomen dan wat in de Griekse stadstaat gebruikelijk was. Wel valt op dat er geen vrouwen in beeld rond lopen, maar dat zal met de censuur op stripverhalen in Frankrijk te maken hebben, indertijd, niet met die grote technische vooruitgang.

En de hele SF doet er niet toe. Het verhaal gaat er slechts om dat er geknokt gaat worden, en daarvoor is die extra aankleding niet echt nodig.

Edgar P. Jacobs, Het raadsel van Atlantis
De avonturen van Blake en Mortimer
64 pagina’s
Uitgeverij Blake and Mortimer 1998
Vertaling van L’Énigme de l’Atlantide, 1957

* illustratie uit het besproken boek (click voor groter).


S.O.S. Meteoren ~ Edgar P. Jacobs

Ergens moet er een eerste keer zijn geweest. Het moment waarop een schrijver bedacht: als ik het nu eens heel bar maak voor de held. Zo erg, dat hij volkomen machteloos gevangen is in de handen van snoodaards, die hem elk moment kunnen doden.

Dat moet wel het juiste moment zijn om de oplossingen te vertellen voor de vele raadsels die het verhaal eerder heeft gebracht. Wordt die dood nog even uitgesteld, wat de spanning verhoogt, en dan verveel ik de lezer, of de kijker, toch niet, omdat die blij zal zijn met alle verklaringen.

Deze verteltruc, werkt altijd redelijk, mits met enige vaart gebracht. En toch vind ik die naar en volkomen onlogisch.

Waarschijnlijk omdat de triomfantelijke uitleg aan de ter dood veroordeelde zo’n cliché is geworden.

Ook in het stripalbum S.O.S. Meteoren lijkt het erop of de held, professor Mortimer, gedood zal gaan worden omdat hij te nieuwsgierig is geweest.

Want, waar iedereen in West-Europa klaagde over het lot dat zo veel noodweer bracht telkens, en allerlei rampen daarbij, vermoedde Mortimer anders. Dat noodweer, daar zaten mensen achter.

S.O.S. Meteoren, waar overigens geen meteoor in voorkomt — S.O.S. meteorologen was een betere titel geweest — volgt precies dezelfde vertellijn als Het gele teken, zo viel me op. En dat is ook wel te billijken, want als verhaal deugt het sjabloon wel. Op dat ene vertelcliché na dan, van de snoodaard die nog even barstend van trots uitlegt hoe het allemaal echt zit.

En vanzelfsprekend loopt ook dit avontuur goed af, zelfs al heeft Jacobs terloops een lijntje Koude Oorlog in de vertelling geweven. Maar, de inval van buiten de grenzen gaat op de laatste nipper niet door.

En dus heeft Mortimer opnieuw de vrije wereld gered; al blijft hij zelfs daardoor nog even anoniem als voorheen.

Overigens vond ik het tekenwerk van deze aflevering uit de reeks nog beter dan wat Het gele teken bracht. En daarmee ook het meest aantrekkelijk aan dit boek.

[ wordt vervolgd ]

Edgar P. Jacobs, S.O.S. Meteoren
De avonturen van Blake en Mortimer

64 pagina’s
Uitgeverij Blake and Mortimer 1989
Vertaling van S.O.S. Météores, 1959

* illustratie uit het besproken boek (click voor groter):


Valstrik ~ Edgar P. Jacobs

Welke albums over Blake en Mortimer ik al in mijn jeugd gelezen heb, is me nu niet meer duidelijk. Indruk maakten ze wel, maar aangeschaft werd er geen. Misschien las ik ze ook op een te jonge leeftijd.

Ik herinner me de verhalen in elk geval niet als standaard avonturenstrips; waarvan ik de vele variaties op dezelfde thema’s later te goed leerde kennen.

Een reden om nu nog eens aan de reeks te beginnen, was vanwege een ooit diep gevestigde eerbied.

Bij het lezen van een album als De valstrik denk ik alleen eerder na over wat het behandelde thema heeft opgeroepen, in onze cultuur, in plaats van meegevoerd te worden door het vertelde verhaal. Daarin lagen een paar zaken wat te veel voor de hand.

De valstrik uit de titel werd gespannen door de briljante, maar corrupte geleerde Miloch. Die de lezer kennen kan uit S.O.S. Meteoren, en de in dat album beschreven avontuur niet helemaal ongeschonden heeft overleefd. Hij weet spoedig dood te gaan, aan stralingsziekte. Alleen moet er eerst nog recht geschieden, voor hij rustig sterven kan.

Zijn wraak vindt via een curieuze omweg plaats. Mortimer wordt naar een afgelegen plaats gelokt, alwaar een tijdmachine staat. Bovendien is de uitweg geblokkeerd, waardoor hij wel in de tijdmachine moet plaatsnemen.

Heeft de stervende geleerde alleen wel het tijdmechanisme gesaboteerd. Daardoor is Mortimer vervolgens het hele album bezig om terug te reizen naar de eigen tijd. Om ondertussen vele avonturen te beleven, die helaas, zoals zo vaak in de serie, neerkomen op een potje knokken.

Dus dacht ik na, over H.G. Wells, en al degenen die na deze auteur iets hebben gedaan met tijdreizen — al is het thema natuurlijk veel ouder; alleen hopten de verhaalpersonages daarvoor nog zonder technologie door de tijd. En daardoor moest ik weer nadenken over de betekenis die aan technologie gegeven wordt, in de populaire cultuur, sinds de negentiende eeuw.

Dat had allemaal niets met De valstrik van doen. Maar zonder dit stripalbum waren die gedachten vast nooit in gang gezet.

E.P. Jacobs, De Valstrik
De avonturen van Blake en Mortimer

64 pagina’s
Uitgeverij Blake en Mortimer, 1990
vertaling van La Piège Diabolique, 1962

* illustratie uit het besproken boek:


Halssnoer van de koningin ~ Edgar P. Jacobs

Opmerkelijk aan de reeks Blake en Mortimer is in elk geval de afwisseling in genres telkens. Bovendien maakt het nogal wat uit wat er op het spel staat, steeds.

Boden de eerste drie boeken een oorlogsverhaal, waarin bovendien de hele wereld bezet was door een kwade macht, bracht het tweede verhaal een lokaal spelend detective-probleem. Zij het dat die vertelling ook wat bovennatuurlijke trekjes had.

Het Gele teken was dan weer een detective, met krankzinnige geleerde, met daarmee een snufje Science Fiction. S.O.S. Meteoren ging op hetzelfde spoor door. En De valsstrik is zelfs helemaal SF.

Dus, net als zo ongeveer duidelijk lijkt welke kant E.P. Jacobs op wilde met de reeks volgt Het halssnoer van de koningin, dat gewoon rechttoe rechtaan een speurdersverhaal is. Zonder technische trucjes. Met een klassieke schurk ook — al is die in alle verhalen van Blake en Mortimer dezelfde.

Toch, in verhouding met de eerdere verhalen, waarin met regelmaat de toekomst van de vrije mensheid op het spel stond, wordt alle geharrewar om een gestolen sieraad wat futiel.

Opnieuw speelt het verhaal zich in Parijs af, en eronder, in het rioolstelsel. Doordat in de tekeningen daardoor vaak maar éen lichtbron voorkomt, is er mooi met licht en donker gespeeld. Grafisch is dit album soms heel erg fraai.

Verhaaltechnisch valt weer eens op hoe lang het bij Jacobs soms duurt voor er wat gebeurt. Pagina’s gaan telkens verloren met het onderweg zijn naar iets.

De puzzel die het detectiveverhaal brengt, is ook niet éen die mij aanzette om mee te gaan speuren. Dat blijft toch een algemeen nadeel van stripalbums ten opzichte van geschreven who-dunnits.

Afgezien van sommige tekeningen zal ik dit boek dus uitermate snel vergeten.

E.P. Jacobs, Het halssnoer van de koningin
De avonturen van Blake en Mortimer
64 pagina’s
Uitgeverij Blake en Mortimer, 2000
vertaling van L’Affaire du collier, 1967

* illustratie uit het besproken boek:


3 formules van professor Sato dl 1 ~ E.P. Jacobs

De delen elf en twaalf uit de stripreeks Blake en Mortimer zijn de zwanezang van de oorspronkelijke maker. Het verhaal, dat zich over deze twee albums uitstrekt, moest ook worden afgemaakt door een ander, omdat er verder het tweede boek niet meer lag dan een manuscript, met wat schetsen.

En aan De 3 formules van professor Sato vallen verschillende zaken op. Zo hebben de handelingen zich ineens verplaatst van de jaren veertig en vijftig naar de jaren zeventig; gezien de auto’s die er rondrijden op straat.

Ook is Jacobs steeds verder losgekomen van de beperkingen die aan het tekenen in de klare lijn kleven. Vooral door de inkleuring krijgen zijn stroken vaak een diepte die ik gewoon erg mooi vind.

Het slotverhaal heeft dan weer Science Fiction-achtige trekjes, zonder de grenzen van het waarschijnlijke op te zoeken.

Mortimer is ditmaal in Japan, en schiet daar een collega-geleerde te hulp; de professor Sato uit de titel.

Zoals te doen gebruikelijk bestaat een groot deel van de strip eruit dat hem dan belet wordt om zijn doel te bereiken. Ik begrijp wel dat het verhaal daar spannend van wordt, maar ik begrijp gewoon niet waarom snoodaards zoiets onnozels zouden doen, als hun aanwezigheid, en daarmee een deel van hun plannen, verraden.

Het verhaal is ook al aangeland op pagina 27, van de 48, voor dat beide heren, Mortimer en Sato, elkaar voor de eerste keer zien.

Dan toont Sato meteen zijn grote vondsten op het gebied van de robotica.

Bovendien machtigt de Japanner Mortimer dan om, mocht hem iets overkomen, zijn geheimen op te halen bij de drie verschillende banken waar ze in gedeelten in de kluis liggen.

Vanzelfsprekend overkomt Sato dan wat.

De boeven, zoals altijd onder leiding van Olrik, nemen vervolgens Mortimer gevangen. En, in plaats van hem te drogeren, om medewerking af te dwingen, bij het bezoek aan de banken, gaan ze dan een robot bouwen die precies als Mortimer is.

Inderhaast levert dat bouwen een wat problematisch prototype op.

[wordt vervolgd]

Edgar P. Jacobs, De 3 formules van professor Sato deel 1
Mortimer in Tokyo

48 pagina’s
Uitgeverij Blake en Mortimer, 1997
Vertaling van Les 3 formules du professeur Sato, 1977

* illustratie uit het besproken boek:


3 formules van professor Sato dl 2 ~ E.P. Jacobs en Bob de Moor

Edgar P. Jacobs was ooit assistent van Hergé, en maakte de achtergronden bij een paar Kuifje-verhalen. Alleen had hij daarbij zo’n grote invloed op de strip dat Hergé hem al vrij snel inruilde voor een ander. Bob de Moor. Want die bleef tenminste kneedbaar.

Dat zou er allemaal weinig toe doen als niet ook dezelfde Bob de Moor het slot zou hebben getekend aan het verhaal De 3 formules van professor Sato.

De Moor is een aanzienlijk minder grote perfectionist dan Edgar Jacobs was. Om niet te zeggen dat hij de personages in de strip Blake en Mortimer niet helemaal in de vingers kreeg.

Zo is Mortimer ineens een slanke dertiger geworden, met een toevallige baard, in plaats van de geleerde met het embonpoint; die er in de eerdere albums nu net zo sympathiek niet uitzag als een onoverwinnelijke held. Verder kloppen de verhoudingen van de getekende lichamen opvallend vaak niet helemaal.

Hoogtepunt van dit album is dat onze held het moet opnemen tegen zijn robotkopie. Maar tot een echte strijd komt het niet, omdat alle robots van professor Sato stilgezet kunnen worden met éen commando.

Vervolgens moeten de snoodaards, en hun leger aan inmiddels geproduceerde robothelpers dan nog verslagen worden. Wordt het dus toch weer knokken, en saai.

Als laatste album uit een reeks was dit daarmee geen prettig slot. Waar deel 1 van het verhaal over professor Sato ondanks alle vertelclichés nog iets had, was deel 2 lauw en vervelend voorspelbaar. En slecht getekend, om dat niet te vergeten.

Maar, ondertussen is de serie vervolgd, door tekenaars als Ted Benoit. Er zijn nog acht boeken verschenen over de personages. En enerzijds intrigeert de reeks me genoeg om ook die nog eens te willen lezen. Vooral ook omdat de huidige makers niet met die rare censuur op stripverhalen uit de jaren vijftig zullen hoeven te kampen.

Maar anderzijds, De Moor was les.

Edgar P. Jacobs en Bob de Moor
De 3 formules van professor Sato deel 2
Mortimer contra Mortimer

48 pagina’s
Uitgeverij Blake en Mortimer, 1997
Vertaling van Les 3 formules du professeur Sato, 1990

* illustratie uit het besproken werk:


Schaduw over het Britse Rijk ~ Pierre Veys & Nicolas Barral

Een goede parodie maken, is ontstellend moeilijk. Parodiëren vergt meer intelligentie dan de maker van het oorspronkelijke werk beschikbaar had, en tegelijk een bijna verlammende liefde voor het onderwerp.

Niet gek, daarom, dat ik heel weinig geslaagde parodieën ken. Karikaturale nabootsing vinden sommigen al heel wat; en die vorm van imitatie wordt ook overdreven hoog gewaardeerd.

In de stripgeschiedenis zijn dan weer vele voorbeelden te vinden waar de voornaamste satire is dat de hoofdpersonen ineens met alles en iedereen neuken. En dat is vervelend, voor iedereen ouder dan vijftien.

De twee stripboeken over Philip en Francis daarentegen, vind ik wonderbaarlijk goed geslaagd als parodie. Dat begint zelfs al bij de naam van de reeks.

Philip en Francis persifleert de stripreeks Blake en Mortimer. De hoofdpersonen uit die oorspronkelijke verhalen zijn twee Engelsmannen, waarvan de voornamen in de verhalen vrijwel nooit worden gebruikt. Daar was het de tijd ook niet voor, toen ze gemaakt werden.

Nu valt bij het lezen van de Blake en Mortimer-albums genoeg op dat nogal typisch is. Ik schreef daar eerder over op boeklog. En het album Schaduw over het Britse Rijk is alleen al goed omdat dit de grootste omissie uit de oorspronkelijke reeks signaleert.

Er komen geen vrouwen in de oerboeken voor.

Van de weeromstuit staan Philip en Francis machteloos als hen gevraagd wordt iets te doen tegen wat het ook maar is dat de vrouwen ineens zo geëmancipeerd maakt. Want vrouwen die hun plaats niet meer kennen, die zullen nog eens de ondergang van het Empire worden.

En goed, dan wordt een groot deel van de grap bereikt door enkele simpele omkeringseffecten. Francis Blake is weliswaar nog steeds militair, maar dan wel éen die nog bij zijn moeder onder de plak zit. En Philip Mortimer wordt ermee geconfronteerd dat hij altijd is getekend als een wat mollige man. Dus moet hij ditmaal op een dieet.

De keiharde helpers van de eeuwige schurk Olrik zijn ineens zijige nichten geworden. Wat eigenlijk te flauw voor woorden is, en wonderbaarlijk genoeg toch heel goed werkt.

Slechts met de boosaardigheid van Olrik, en diens drang om de wereld te veroveren, viel opvallend weinig te doen, als satire.

[ is vervolgd ]

Pierre Veys & Nicolas Barral, Schaduw over het Britse Rijk
Een avontuur van Philip en Francis

54 pagina’s
Oberon, 2005
Vertaald uit het Frans

* illustratie uit het besproken werk, waarin dus meer gepersifleerd wordt dan alleen de strip Blake en Mortimer.


Duivelse valstrik ~ Pierre Veys & Nicolas Barral

De parodie in Schaduw over het Britse Rijk was nog licht onschuldig. De personages hoefden maar iets te worden aangezet om ze iets knulligs te geven. En vooral de toon van de strip Blake & Mortimer werd goed gepersifleerd, tot en met de oubollige aankondigingen over wat er stond te gebeuren.

Zoiets kan éen keer. En is dan al een succes als het een heel stripalbum wordt volgehouden. Ik was daarom erg benieuwd of het tweede avontuur van Philip en Francis een variatie op het eerste succes zou worden, of iets heel nieuws zou brengen.

En het was goed om te zien dat ditmaal weer heel andere elementen uit de Blake en Mortimer werden geparodieerd.

Het boek begint als persiflage op het album De valstrik, wat ook al in de titel duidelijk is.

Opnieuw krijgt Mortimer, of in dit geval dus Philip, de uitnodiging van wijlen zijn vijand, de corrupte geleerde Miloch, om diens laatste grote werk te komen bekijken.

Philip en Francis moeten daar eerst erg om lachen. Want zo onnozel als de vorige keer zullen ze ditmaal niet zijn, om in de valstrik van Miloch te trappen. Toch gaan ze kijken, en vanzelfsprekend gaat er iets mis.

Prachtig spelen Veys en Barrall dan met het gegeven dat in Science Fiction alles kan, mits logisch gebracht, en nog mooier is dat dit met humor gebeurt. Bovendien slagen ze erin een verhaal te vertellen dat verrassend blijft tot op het laatst.

Zo belandden Philip en Francis in een parallelle wereld, waarin zij zelf ook bestaan; alleen dan niet als vrienden; laat staan als helden die met regelmaat de hele aardbevolking hebben gered.

Een hoogtepunt vond ik dat zelfs het eeuwige geknok in de Blake en Mortimer-reeks belachelijk kon worden gemaakt. Net als het gebruik van geavanceerde technologie. Wel valt opnieuw op dat de kwaadaardigheid van de eeuwige vijand Olrik nauwelijks belachelijk te maken is. Ditmaal wordt geprobeerd dat probleem op te vangen door hem een voornaam te geven.

Dagobert.

Er komt zelfs een hele reeks van zijn voornamen langs, als Olrik voor het altaar staat voor de huwelijksceremonie met zijn aanstaande, de koningin van Engeland. Slagen Philip en Francis er nog in deze verbintenis te voorkomen?

* Na herlezing in november 2014 kreeg dit stripalbum alsnog het label aanbevolen

Pierre Veys & Nicolas Barral, De duivelse valstrik
Een avontuur van Philip en Francis

54 pagina’s
Dargaud, 2011
Vertaald uit het Frans

* illustratie voorop het besproken werk. N.B. deze scène komt in het hele album niet voor.


‘«U»Straal’ ~ Edgar P. Jacobs

Een curiosum, dit stripalbum. Interessant eraan is nog niet eens dat Edgar P. Jacobs het tijdens de oorlog tekende, omdat de Amerikaanse strips die de bladen tot dan afdrukten het bezette Europa niet meer bereikten.

Voor hij dit verhaal mocht doen, had Jacobs eerst een Flash Gordon-verhaal moeten afmaken.

De «U»Straal ontleent ook veel sfeer aan voorbeelden als Flash Gordon, en de operette-uniforms die daarin gebruikelijk waren.

Nee, het album is op zichzelf nauwelijks de moeite van het bespreken waard. Daarvoor is het te zeer een eersteling. De tekenaar heeft bijvoorbeeld te veel personages gebruikt — waaronder twee blonde mannen die precies op elkaar lijken. En de timing van het verhaal deugt nog van geen kant. Er staan genoeg avonturen in dit ene boek voor vier albums; en juist daarom wordt het geen moment spannend. De problemen zijn telkens al opgelost voor die als problemen worden ervaren.

Nee, interessant is hoogstens dat bepaalde elementen uit de reeks Blake & Mortimer ook al in De «U»Straal te herkennen zijn. Zo komt er ook nu al een schurk in voor die op de tekenaar lijkt. Zelfs al heet deze dan Dagon, en niet Olrik.

Onderdelen uit De «U»Straal zijn dan later weer gebruikt in Het raadsel van Atlantis; met dat hoogontwikkelde volk op die vreemde plek. Ook de weg daar naar hun rijk was moeizaam, over die natuurlijke brug. En er zijn die vliegende dinosauriërs.

Ook die dinosauriërs komen terug in De valsstrik.

En dan is er nog het optimisme, uit de eerste decennia van de twintigste eeuw, over radioactief materiaal, als bron van onbeperkte energie — dat ook in de eerste boeken van Blake & Mortimer te vinden is. Naar hedendaagse begrippen gaan de helden in het boek zeldzaam zorgeloos om met het ‘Uradium’ waar zo zeer naar gezocht werd.

Maar, dat was bij Donald Duck-verhalen uit de jaren veertig al niet anders. De populaire cultuur had nog geen oog voor sommige gevaren.

Edgar P. Jacobs, De «U»Straal
48 pagina’s
Uitgeverij Blake & Mortimer, 1991
Vertaling uit het Frans van Le Rayon «U»

Zaak Francis Blake ~ Jean van Hamme & Ted Benoit

Er lag een precedent. Het laatste album uit de reguliere reeks was ook al niet meer gemaakt door de schepper van Blake & Mortimer. En de status van de serie bij liefhebbers was hoog.

Dus gingen ook anderen avonturen bedenken.

De zaak Francis Blake
zou, als eerste poging iets doods weer tot leven te wekken, evenwel geen vreselijk boeiend resultaat opleveren. Daarvoor vond ik het verhaal te veel ongerijmdheden bevatten.

Bovendien is professor Philip Mortimer ineens twintig kilo lichter als voorheen, en ligt de nadruk wat te veel op sterke fysieke stukken in het verhaal.

Kern van het verhaal lijkt dat Francis Blake, de onkreukbare militair, ineens toch naar de vijand is overgelopen. Iedereen gelooft dat ook meteen — wat ik dan niet geloof. Verder snap ik al evenmin waarom daar stukken over in de krant verschijnen — slechts zijn vriend Mortimer blijft aan zijn zijde over.

Dus zijn beide mannen ineens vogelvrij — alsof het geen enkel krediet geeft dat zij getweeën ooit de hele vrije wereld van een totalitair bewind hebben gered.

Uiteindelijk komt het tot een gevecht tussen de beide vrienden, en, natuurlijk, Olrik. In Schotland. Alwaar het de bedoeling was om alle toonaangevende natuurkundigen in Engeland te kidnappen, en het land uit te smokkelen met een onderzeeër.

En dat is een wel heel merkwaardig plan. Omdat het oude Schotse slot waar de natuurkundigen heen reizen voor een congres gewoon op naam staat van een hooggeplaatst snoodaard — die Francis Blake wilde ontmaskeren door zijn dubbelspel.

Nee, dit album heeft een aantal heel aardige passages — vooral die over hoe Philip Mortimer naar Schotland reist, en aan arrestatie ontsnapt. Maar misschien moest het lezen van de reeks hier maar eens ophouden.

Jean van Hamme & Ted Benoit, De zaak Francis Blake
De avonturen van Blake & Mortimer

68 pagina’s
Uitgeverij Blake en Mortimer, 1996

* illustratie uit het besproken boek:


Voronov-complot ~ Yves Sente & André Juillard

Het kan dus wel. Het is mogelijk dat navolgers een verhaal schrijven wat het werk van de meester op zijn minst evenaart. Maar, wat maakt het Voronov-complot dan zo goed?

Drie zaken vallen dan op. De eerste is dat het verhaal gewoon gedateerd kan worden. Het speelt zich af in 1957; het jaar dat de Russen hun Spoetnik lanceerden.

De tweede is daarmee dat het ook een gevaar uit de Sovjet-Unie is waar tegen gestreden wordt. Anders dan bij Edgar P. Jacobs, waar de vijanden nooit een nationaliteit hebben die kan worden terug geleid tot éen land. En dan zal best dat dit allemaal pas mogelijk is geworden na het einde van de Koude Oorlog. Maar James Bond vocht ook gewoon tegen Sovjets.

Derde opvallend gegeven is dat een jonge aantrekkelijke vrouw een sleutelrol speelt in het hele verhaal. Dat onze hun helden hun best doen haar vrij te krijgen, spreekt daarmee ook vanzelf. Tegelijk is daar diplomatie voor nodig, en een ruil, en gelukkig geen dom doldrieste actie. Dit alleen al maakt het verhaal aannemelijk.

Bovendien is de intrige geloofwaardig, voor wie het basisgegeven gelooft; dat licht naar science fiction neigt. De Russen zien de lancering van een raket mislukken doordat het ding in een zwerm meteorietjes belandt. Vervolgens is het gedeelte van de raket dat op aarde terugkeert, besmet met iets dat mensen doodt.

Alleen doodt het slechts volwassenen. In de loop van het album volgt ook de verklaring waarom.

Dit geeft éen kwaad genie een wapen in handen om macht te veroveren. Voor de verandering is dat machtswellustige brein eens niet Olrik — zelfs al is die dan wel weer bij de geheime dienst van de Sovjets.

De maat van alles in Het Voronov-complot is goed. En omdat het daar in de andere albums nogal eens aan mankeerde, valt dit meteen op.

Yves Sente & André Juillard, Het Voronov-complot
De avonturen van Blake & Mortimer
Naar de personages van Edgar P. Jacobs

64 pagina’s
Uitgeverij Blake & Mortimer, 2000

* illustratie uit het besproken boek:


S.O.S. Meteorologen ~ Pierre Veys & Nicolas Barral

Vooraf aan dit derde boek met ‘De avonturen van Philip en Francis’ herlas ik de eerste twee delen uit deze reeks parodieën. Want weliswaar is het origineel dat bespot wordt me bekend. De stripserie Blake & Mortimer las ik in mijn jeugd al. Maar zo’n derde deel maakt ineens toch dat ook de nieuwe reeks op zijn eigen merites beoordeeld moet worden.

En van de weeromstuit moet ik nu het album De duivelse valstrik alsnog het label ‘Aanbevolen 2014‘ toekennen. Dat boek bleek bij de tweede kennismaking nog veel slimmer in elkaar te steken dan me bij eerste lezing al was opgevallen. Die strip heeft aan intrige een kwaliteit die de originele albums eigenlijk nooit gehaald hebben — is het daarnaast nog een parodie ook.

Voor S.O.S. Meteorologen is het hopen dat de herlezing over enkele jaren me milder stemt. Het verhaal van dit derde album hangt helaas op éen enkele omdraaiing; zoals humor zo vaak met simpele omdraaiingen of overdrijvingen samenhangt. En dat vond ik toch niet genoeg.

De geleerde held Philip Mortimer — die altijd alles gestudeerd lijkt te hebben — wordt in dit album gepositioneerd als een simpele goedzak, die tegen niemand ooit zijn stem durft te verheffen. Daar maakt zijn omgeving dan ook flink misbruik van. Francis Blake trekt zelfs bij hem in, na ruzie te hebben gehad met zijn moeder, om vervolgens de hele nacht in Philip’s huis door te halen met vrienden.

Daarop zoekt Philip zijn heil in het maken van een drug, omdat hij hoopt via chemische weg een persoonlijkheidsversterking te krijgen. De geleerde experimenteert daarbij ook meteen maar op zichzelf. En inderdaad weet hij zich met een drankje tot een opvallend krachtdadige Mr. Hyde om te toveren.

Deze versie van Philip Mortimer belandt dan in een stripclub, wordt er herkend door handlangers van de eeuwige slechterik Olrik, die hem prompt ontvoeren. Zodat hun baas eindelijk wraak kan nemen op de man die hem altijd dwarszat.

Als Philip’s verdwijning veel later toch eens wordt opgemerkt, struinen zijn vrienden alle nachtclubs in Londen af om hem te vinden. Het nuttige zo met het aangename verenigd — wat ook de aardigste sneer oplevert naar de stripreeks ‘Blake & Mortimer’; die om de censuur indertijd werkelijk volkomen sexloos was. Vrouwen kwamen niet eens in de verhalen voor.

In de meeste van de overige grappen wordt dan weer niet gespeeld met de merkwaardige eigenschappen van de oerserie. In plaats daarvan wordt bijvoorbeeld humor gezocht in het overdrijven van nationale stereotypen, waarin de Welshmen het verdommen om Engels te verstaan, de Engelsen al onder een hittegolf lijden bij 15º C, en de Fransen bij gelegenheid meteen Groot-Brittannië binnenvallen.

Dus heb ik me weliswaar niet verveeld. Alleen waren de verwachtingen nogal hooggespannen door de grote kwaliteit van de eerste twee albums uit de reeks, en viel deze aflevering me wat tegen.

Pierre Veys & Nicolas Barral, S.O.S. Meteorologen
De avonturen van Philip en Francis
56 pagina’s
Dargaud, 2014
vertaling uit het Frans van S.O.S. Météo

Sarcofagen van het zesde continent ~ Yves Sente & André Juillard

De parodiestrip Philip en Francis is goed. En soms heel goed. Maar éen aspect van de Blake & Mortimer-reeks hebben de satirici toch nog steeds niet bespot. Want vanouds is deze serie een avonturenstrip. Op een manier zelfs die nu soms wat knullig aandoet; verwend als het publiek inmiddels mag heten door al die honderden avonturenfilms en hun vooral in de bioscoop zo overdonderende knaleffecten.


Strips hebben het als medium moeilijker als film om het spannend te houden. Want de lezer bepaalt zelf hoe snel het verhaal gelezen wordt. Niet de makers. En spanning wordt in films nu net heel vaak opgeroepen door vaart in de vertelling, en dan ineens een onverwachte tempovermindering.

Helpt de muziek ook nog eens mee.

Het dubbelalbum De sarcofagen van het zesde continent had voor mij ook hoogstens gewerkt als ik dat verhaal in minieme porties had kunnen consumeren. Met twee pagina’s per week bijvoorbeeld, zoals vroeger in striptijdschriften als Pep, Eppo, Robbedoes, Kuifje. Zodat het minstens zeven dagen duurde voor ik wist hoe het verder zou gaan.

Nu vond ik de opgeroepen spanning in Deel 2 onbedoeld lachwekkend.

Al kan dat ook komen omdat ik het verhaal helemaal niet begreep.

Het is 1958 in de boeken. In België werd de Wereldtentoonstelling georganiseerd. Alleen zal die gesaboteerd worden, door terroristen. Waartegen de helden Blake & Mortimer zich dan vanzelfsprekend weren. Mortimer was toch al betrokken bij de inrichting van het Britse paviljoen.

Opvallend genoeg vindt deze sabotage plaats vanaf Antartica. Vanwaar de geest van de eeuwige booswicht Olrik naar Brussel wordt uitgezonden, om daar kwaad te doen.

Geloof ik. Dat plotelement is dermate absurd dat ik er niet eens verder over nadenken wil.

De sarcofagen van het zesde continent beslaat twee delen, met opvallend pompeuze ondertitels.

Deel 1 heet: ‘De universele dreiging’, wat me een letterlijke vertaling lijkt van het Franse ‘La menace universelle’. Alleen is een ‘universele dreiging’ in het Nederlands niets, behalve een houterige frase. ‘Dreiging alom’ ware misschien een betere subtitel geweest; al mist die vanzelfsprekend de pompositeit.

Deel 2 kreeg de ondertitel: ‘Het duel van de geesten’. En dit draait er dan om dat Mortimer en Olrik zelfs nog strijd voeren in een soort cyberspace.

Vrijwel dat hele tweede deel bestaat overigens uit knokken — waarbij de spanning dan telkens opgeroepen wordt door de kansen een paar keer te laten keren. Prooi is het volgende moment jager. Dat werk. Zit er in dat boek ook nog het tergende cliché — uit de opera — dat iemand die doodgaat zijn laatste adem benut om de held van het verhaal uit te leggen hoe het echt zit met de tegenstand.

Het eerste deel biedt vooral ‘back story’; en dat is nooit een goed teken. Philip Mortimer wordt daarin ineens een jonge en onbesuisde man, die in India vertoeft bij zijn ouders. Aldaar verlieft hij zich in een prinses. Alleen lijkt dat meidje onverwacht dood te gaan, waarop haar machtige vader zweert haar te zullen wreken.

Wat het dan weer ietwat onverklaarbaar maakt dat het tot 1958 duurt tot het uur van de wraak er is. Of dat die wraak in België moet plaatsvinden, via de Zuidpool. Kost ook niets, voor een beetje terrorist, om net daar te gaan zitten.

De principiële fout uit de James Bond-films herhalen, dat de actie te vaak verplaatst wordt naar exotische locaties, enkel vanwege het mooie plaatje, doet in een stripverhaal kortom zeldzaam knullig aan.

Yves Sente & André Juillard, De sarcofagen van het zesde continent
Deel 1
De universele dreiging

56 pagina’s
Uitgeverij Blake en Mortimer, 2003
 
Yves Sente & André Juillard, De sarcofagen van het zesde continent
Deel 2
Het duel van de geesten

56 pagina’s
Uitgeverij Blake en Mortimer, 2004