Slotsom ~ Elias Canetti

Babel – Bibel – Bibliotek bracht enige vertwijfeling. Of mevrouw Susanne Engelmann had werkelijk alleen citaten bij Canetti weten te vinden die me niets zeiden, of Canetti was een stuk minder interessant dan gedacht.

En dat leek me raar. Daarvoor had ik toch te veel plezier gehad aan het lezen van diens boeken.

De oplossing was evenwel simpel. Ik diende gewoon een verzameling van Canetti’s aantekeningen te herlezen. En dat werd deze. Het dunnetje. De laatste uit de lopende reeks. Waarna ik herademde.

Ik kan niet zeggen dat alle aantekeningen in Canetti’s bundels me even veel zeggen. Maar het mooie aan die boeken is dat ze met mee groeien. Over een paar jaar vind ik andere opmerkingen en aforismen interessant dan nu, of een tijdje terug.

Toch blijf ik bij het idee dat al die aantekeningen misschien het best in een database zouden passen. Waarbij het me ook nog wel iets waard zou zijn als ze eens geannoteerd werden.

Toegegeven, er is enige domme lezerstrots als ik meteen weet wie Canetti bedoeld met de uitspraak:

Hij is in het Mozarteum geweest. Hij heeft geen zingen maar kijven geleerd.

Al komt een paar pagina’s verder weer een uithaal naar deze schrijver, die dan met zijn initialen genoemd wordt. Th. B..

Uit de meest erbarmelijke kleinzerigheid is in honderd herhalingen een heel werk voortgekomen.

Tegelijk schrijft Canetti ook regelmatig over zichzelf als ‘hij’, dus is het bij andere uitspraken lang altijd niet zeker over wie er iets wordt opgemerkt. Schoolser geesten dan ik zouden zich daar best eens in mogen verdiepen, op hun universiteiten.

Meest getroffen werd ik ditmaal door deze uitspraak:

Van welke geesten houd je zoveel dat je niet alles van hen durft te lezen?

Omdat deze uitspraak voor mij op Canetti zelf terugslaat. Er is namelijk nog éen postume uitgave, die ik niet durf te lezen. Party im Blitz, dat laatste nogal fragmentarische deel van de autobiografie. Omdat ik uit de recensies daarvan heb begrepen dat hij zich daarin uitzonderlijk lullig uit over bijvoorbeeld Iris Murdoch.

Schrijven lucht je op. Zelfs als je niets te vertellen hebt, lucht schrijven je op.

Weet je wanneer je niets te vertellen hebt?

Elias Canetti, Slotsom
Aantekeningen 1992 – 1993

110 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers, 1996
vertaling uit het Duits van Aufzeichnungen 1992 – 1993
privé-domein nr. 233

Notes from Hampstead ~ Elias Canetti

Misschien wordt dit meer een meditatie over taal, en geheugen, dan over deze bundel met aantekeningen van Elias Canetti. Dat komt omdat ik dit boek in korte tijd drie keer gelezen heb; en me daarbij wat zaken zijn opgevallen.

Ik begon met deze Engelse vertaling van Nachträge aus Hampstead. Canetti kende ik namelijk al wel in het Duits, of in Nederlandse vertaling, maar nog niet zo. Terwijl een overzetting naar het Engels meestal iets doet met een boek. De duidelijkste uitspraak hierover komt van Karel van het Reve, die de Angelsaksische vertalers verweet vaak niet meer te doen dan een klusje voor Reader’s Digest. Er blijft bij hen wel iets van het origineel bewaard, maar te vaak valt weg wat het origineel nu juist uniek maakte.

Nu hoeft dit overigens niet altijd een probleem te zijn. Een schrijver als Vargas Llosa kan ik het best in een Engelse vertaling lezen, omdat zijn woorden zich daarin minder opblazen als in het Nederlands of Spaans.

Ook de Engelse vertaling van Pessoa’s Livro do Desassossego heeft iets bijzonders; omdat het Engels met zijn hekel aan passieve zinsvormen dat zo statische boek levendiger maakt dan het in andere vertalingen is.

Om dit soort effecten te onderzoeken, was ik van plan eerst dit boek van Canetti te lezen in het Engels, en dan met enige pauze in het Duits. In eerste instantie om te kijken of er verschil zou zijn, in leeservaring.

Dat experiment ging wat mis. In eerste instantie was ik wel blij was dat het tamelijk treurige boek van mevrouw Engelmann me weer richting deze auteur had gedreven. Canetti leek ook in het Engels ouderwets Canetti. Maar toen las ik het Duitstalige origineel, en begon ik me iets te vaak af te vragen waarom me sommige uitspraken in het Engelse boek niet waren opgevallen.

Zo merkte ik niets woordelijk onthouden te hebben, uit de eerste lezing van dat Engelse boek. Zodra ik in het Duits een passage las die langer uitviel dan een paar zinnen, dan kende ik de kern van de mededeling nog. Bij de aforismen en korte opmerkingen was er bijna geen enkele herkenning. Terwijl juist die korte passages zo wezenlijk zijn. Juist daarin abstraheert Canetti. En met een erg grote stelligheid. Zulke zinnen zijn door de auteur bewust van alle context ontdaan, waardoor het uitspraken met een universele geldigheid lijken.

Aanvankelijk leek het dus of ik twee boeken had gelezen die voor een groot deel van elkaar verschilden.

Toen vroeg ik bij het lezen van het Duits regelmatig af hoe iets naar het Engels vertaald zou zijn. Dus las ik Notes from Hampstead noodgedwongen voor een tweede keer. Erbij. Om te zien dat de vertaling soms zeer merkwaardig uitpakte; de vertaler lijkt namelijk idioomkennis te missen.

Willekeurig voorbeeld:

Der Hund bellt ihm die Leviten.

[NaH 132]

The dog barks the riot act at him.

[NFH 140]

Iemand de Levieten lezen, is hem de les lezen — omdat in het Bijbelboek Leviticus de wetten staan opgenoemd die God via Mozes aan Israël schonk. Toegegeven, het is geen uitdrukking die ik dagelijks gebruik, maar heel uniek is die ook weer niet. En het kan best zijn dat de hele zegswijze niet in het Engels bestaat. Maar in dit geval is wel duidelijk dat de vertaler voor een willekeurig alternatief kiest, om Canetti een grap te laten maken, in plaats van een letterlijke vertaling van de zin te geven, of een uitleg van de metafoor.

En dat gebeurde vaker. Niet altijd even duidelijk misschien. Maar vaak genoeg om me het idee te geven dat ik niet twee keer hetzelfde boek las in verschillende talen. Nee, veeleer dat ik een origineel heb gelezen, en ook een merkwaardig soort navertelde kopie.

wordt morgen vervolgd

Elias Canetti, Notes from Hampstead
The Writer’s Notes: 1954 – 1971

218 pagina’s
Farrar, Straus and Giroux, 1998
vertaling door John Hargraves van: Nachträge aus Hampstead, 1994

Nachträge aus Hampstead ~ Elias Canetti

Canetti [1905 – 1994] was al oneindig groot, en eeuwig Nobelprijswinnaar, toen er toch nog altijd nieuwe boeken van hem verschenen. Die ik vervolgens gewoon kopen kon, in eerste druk. Dat heb ik altijd bijzonder gevonden. Er was werk dat verder nog niemand kende; dat recensenten noch literatuurcritici al kapot gekauwd hadden; dat onbevangen te bekijken was.

Er is nu eenmaal geen intenser lezen dan het lezen dat anderen nog niet bezoedeld hebben. Met oprechte excuses aan u voor dit oordeel, geachte lezers.

Al valt het met die onbevangenheid ook wel weer wat tegen, wat dit boek betreft. Nachträge aus Hampstead is een soort tweede oogst, uit de persoonlijke aantekeningen die Canetti maakte in de periode 1954 tot 1971. Het ogenschijnlijk beste materiaal uit die periode was al eens uitgebracht, in Die Provinz des Menschen.

Nu blijft die bundel, Die Provinz des Menschen, voor mij ook de beste verzameling van Canetti’s aantekenboeken. Dat zal ongetwijfeld zijn omdat het de eerste was die ik ooit las. Maar dit is toch ook omdat er de interessantste oordelen in staan, in de karigste zinnetjes. Bovendien wordt een kruisbestuiving zichtbaar met andere boeken van hem, als Masse und Macht, of Die gerettete Zunge.

Aan Nachträge aus Hampstead vielen me ditmaal vooral de leesgeschiedenissen op. Canetti las een aantal groten, zoals Machiavelli, en Hebbel. Hij ontdekte het dagboek van Pavese, en trok daaruit parallellen met zijn eigen leven.

En dan zijn er natuurlijk altijd zijn uitspraken, eeuwig zijn korte en krachtige uitspraken. Die honderden uitspraken.

Es ist wichtig, alle großen Gedanken wiederzusagen, ohne zu wissen, daß sie schon gesagt worden sind.

[19]
undefined

Du mußt auch deine Zeitgenossen lesen. Man kann sich nicht nur von Wurzeln ernähren.

[33]
undefined

Das böse Auge, das ich hatte, interessiert mich nicht mehr. Aber ich bin verzaubert, wenn ich andere lese, die es haben.

[96]
undefined

Sätze finden, so einfach, daß sie nie mehr die eigenen sind.

[154]
Elias Canetti, Nachträge aus Hampstead
Aus den Aufzeichnungen
1954 – 1971

206 pagina’s
Carl Hanser Verlag, 1994

Aufzeichnungen für Marie-Louise ~ Elias Canetti

Als een schrijver maar belangrijk genoeg is geweest, wordt veel uit zijn of haar erfenis vanzelf handel. En Aufzeichnungen für Marie-Louise is op zich een fraai boekwerkje. Alleen staan er slechts 27 hele pagina’s in die interessant zijn, en nieuw. De rest wordt gevuld met illustraties, en een toelichting achteraf.

En toch moest ik dit boek hebben.

Van Canetti’s werk zijn me de aantekenboeken het liefst, tezamen met het eerste deel van de autobiografie. Dat er een boek bestond met aantekeningen die ik niet kende, werd daarmee vervelend.

Elias Canetti [1905 – 1994] vluchtte in 1939 met zijn vrouw Veza naar Engeland. Daar werkte hij verder aan het boek dat Canetti later als zijn hoofdwerk zou beschouwen. Masse und Macht. Alleen putte dit werk hem uit. En daarom begon hij in 1942 met een dagelijkse ontspanningsoefening, door aantekening te maken van alles wat hem maar door het hoofd speelde die dag.

Eind van dat jaar gaf hij Marie-Louise von Motesiczky een handgeschreven uittreksel cadeau uit de aantekeningen van de maand september. Waarschijnlijk was dit een verjaardagscadeau. Motesiczky [1906 – 1996] was eveneens een balling; een gevluchte Weense schilder. Bovendien was zij even Canetti’s minnares. [1]

In dit boek staan de handgeschreven pagina’s uit dat geschenk in facsimile afgebeeld — helaas wel net te klein om prettig te lezen. De tekst is daarom ook steeds op bladzijde ernaast afgedrukt.

En dan gaat het me te ver om die 27 pagina’s hier na te vertellen — of om te controleren of La Rochefoucauld en Pascal toen nog van invloed zijn geweest; zoals degene beweert die dit boek heeft samengesteld.

Voor mij als lezer telt slechts: tekende Canetti terloops toen nog iets aan dat mijn eigen denken raakt?

En dat was slechts een paar keer het geval.

Ik moet Die Provinz des Menschen eindelijk eens gaan herlezen; dat was mijn belangrijkste besef. Canetti is nu niet meer de autoriteit die hij ooit was.

scheiding

Schon um weniger zu wissen, wüßte ich gerne mehr.

[37]
scheiding
Elias Canetti, Aufzeichnungen für Marie-Louise
Aus dem Nachlas herausgegeben
und mit einem Nachwort von Jeremy Adler

119 pagina’s
Carl Hanser Verlag, 2005
  1. Inmiddels is duidelijk dat Motesiczky vijftig jaar gehoopt heeft op meer. []

Wat de mens betreft ~ Elias Canetti

Die Provinz des Menschen is al zeker vijfentwintig jaar een lievelingsboek van me. En daarmee wordt de Nederlandse vertaling, Wat de mens betreft, dit ook. Terwijl het toch niet dezelfde boeken zijn. In het Duits vallen me altijd andere zinnen op als in het Nederlands.

Maar, voor de verandering kan ik dat niet erg vinden. Die Provinz des Menschen is een lievelingsboek omdat ik het nooit uit zal krijgen. Omdat het bij elke herlezing iets anders te bieden heeft. De lezer is ondertussen gegroeid, en daardoor valleen ineens de waarheden op waar eerder onverschillig aan voorbij werd gegaan.

Overigens is niet uit te sluiten dat ik Die Provinz des Menschen altijd veel te haastig lees; hoe veel dagen ik er ook aan besteed.

Tegelijk werkt het ook niet om dat boek telkens weer weg te leggen, als een uitspraak of een gedachte me getroffen heeft. Om daar dan over te gaan nadenken. Mij valt namelijk telkens weer op dat de toon van het ene stel pagina’s ontvankelijk maakt voor de volgende.

Lezen in dit boek, of de daarop volgende aantekenbundels, kan een roes oproepen. Opvallend genoeg. Omdat nu net alles ontbreekt dat boeken normaliter roezig maakt. Het is niet of er een duidelijke lijn in de aantekeningen zit; behalve dan dat enkele onderwerpen telkens terugkomen.

Canetti begon in 1942 eindelijk te werken aan zijn hoofdwerk Masse und Macht. En hij kreeg al snel door dat hij ook iets anders erbij moest doen, om niet gek te worden. Dat werden die dagelijkse aantekeningen, de uitgeschreven gedachten over alles en niets, zoals die verzameld zijn in inmiddels een hele reeks boeken.

Omdat sommige van die aantekeningen uit slechts éen regel bestaan, heet Canetti tegenwoordig zelfs een aforist. Ik heb dat nooit heel goed begrepen. Ik vind hem doorgaans ook interessanter als hij een gedachte uitwerkt, en niet zo maar iets poneert.

De zinnen in Die Provinz des Menschen zijn deels, net als Masse und Macht, een manier geweest van Canetti om te reageren op de gruwelen van de twintigste eeuw. Heel soms ook schrijft hij persoonlijke bekentenissen op; al staan die vaak in de derde persoon enkelvoud. Soms speelt Elias Canetti enkel met een gedachte, waardoor het boek minder ontboezemingen bevat dan misschien lijkt.

Ik tekende ditmaal bij het lezen onder meer aan:

De roman mag geen haast hebben. Vroeger kon ook de haast tot zijn sfeer behoren, nu heeft de film deze overgenomen; daarmee vergeleken moet de haastige roman altijd ontoereikend blijven. De roman, als voortbrengsel van rustiger tijden, brengt wellicht iets van de oude rust in onze nieuwe gejaagdheid. […] [27]

scheiding

De grote aforismenschrijvers wekken, als je ze leest, de indruk dat zij elkaar goed hebben gekend. [52]

scheiding

Wat je met ontzetting hebt bedacht, blijkt later de eenvoudige waarheid [102]

scheiding

[…] Met welke filosofie men zich ook bezighoudt, zij het met de ene omdat men die beter, zij het met de andere omdat men die helemaal niet kent, in wezen komt het altijd op hetzelfde neer: een uitlichten van enkele getelde woorden, die zich met de sappen van alle andere hebben volgezogen, en hun meanderende voortzetting. [122]

scheiding

Vrienden heeft men noodzakelijk nodig om brutaler, dat is te zeggen meer zich zelf te worden. Voor hen spreidt men zijn snoeverijen, zijn eigenmachtigheden en zijn ijdelheden ten toon; aan hen doet men zich beter of slechter voor dan men in werkelijkheid is. Dan schaamt men zich voor geen enkele onwaarheid: de vriend die je kent, weet hoe waar deze zou kunnen worden. […] [134]

scheiding

Aan Montaigne stoort mij dikwijls het vet der citaten. [184]

scheiding

Het onmiskenbare van een groots boek: dat men zich bij het lezen ervan schaamt ooit zelf een regel te hebben geschreven; dat men echter daarna tegen zijn wil toch weer schrijven moet, namelijk zo alsof men nog nooit een regel had geschreven. [186]

scheiding

Het alleenzijn is zo belangrijk dat men er telkens weer nieuwe plaatsen voor moet vinden. Want overal gaat men zich te snel thuis voelen. Maar het meest gevaarlijk is de verzamelde kracht der boeken. [205]

scheiding

[…] Vele duizenden boeken zijn belangrijker voor me dan die paar die ik zelf heb geschreven. Eigenlijk is ieder boek op ene fysieke manier, die ik moeilijk kan verklaren, voor mij het belangrijkste.—Ik heb een hekel aan de smetteloze schoonheid van bewust proza. Het is waar dat enkele der belangrijkste dingen in goed proza tot uitdrukking zijn gebracht, maar dat is zogezegd buiten de wil van de schrijver om gebeurd; omdat de dingen werkelijk belangrijk waren, werd het proza goed; zij waren zo zwaar en diep verankerd dat hun maat zich niet te vroeg liet nemen. […] [207]

scheiding

Nog een boek, nog een groot boek? Duizend opgeblazen bladzijden? In welke rij plaats je je zelf, en is niet alles beter wat al bestaat?

Trek je er niets van aan, alles moet opnieuw worden gedacht. [233]

scheiding

Veel eigenschappen ontwikkelt men uit eigenzinnigheid. Dan, wanneer ze je vervelen, komt men er niet meer van af. [234]

scheiding

Om te ontkomen aan het plechtige van lezen — alsof alles net zo te gebruiken zou zijn als men het leest — moet een mens zich van tijd tot tijd in een warwinkel van boeken storten, die welke hij veracht omdat hij ze niet meer kent en die welke hij veracht omdat hij ze nooit gekend heeft. Wanneer zijn vooroordelen in verwarring geraken, is er hoop voor hem, hij moet zich eindelijk eenvoudig maken. [253]

scheiding

Hoeveel lezen zou men zich besparen als men de schrijvers vroeger kende. Alle lezen? [305]

scheiding

Het staat allemaal in de krant. Je moet het alleen met genoeg haat lezen. [322]

scheiding
Elias Canetti, Wat de mens betreft
Aantekeningen 1942—1972

355 pagina’s
De Arbeiderspers, 1976
privé-domein nr. 31
vertaling van Die Provinz des Menschen

Aufzeichnungen 1973–1984 ~ Elias Canetti

Van Lichtenberg’s aantekeningen zijn talloos veel verschillende bloemlezingen te koop. En toch zijn bijna al die bundels interessant. Door andermans selectie vallen altijd ineens de zinnen op waar ik vele malen eerder gewoon aan voorbij ben gegaan.

Ook van Canetti’s aantekeningen zou iemand, of liever nog meerdere mensen, eens een bloemlezing moeten maken. Daarmee tonend wat hij of zij daarin belangrijk vindt.

Of ik zou al de bundels graag gedigitaliseerd hebben. Zodat met een slimme zoekopdracht te vinden is wat Canetti over een bepaald onderwerp heeft opgemerkt. Omdat het eigen denken daarmee dan een nuttig opkontje krijgen kan.

Deze bundel Aufzeichnungen 1973—1984 is een wat rare bundel. Er bestond namelijk al een ander boek, waarin aantekeningen uit precies dezelfde periode zijn verzameld. Dat boek heet Das Geheimherz der Uhr. Net als dat over dezelfde periode als Die Provinz des Menschen bestrijkt later nog eens Nachträge aus Hampstead is uitgegeven. De auteur bekeek zijn eigen selectie eens opnieuw, en zag dat er nog meer materiaal goed was.

Na Canetti’s dood verscheen er verder nog een deel Aufzeichnungen 1992—1993; dat in Nederlandse vertaling dan weer de door de uitgever hier bedachte titel Slotsom draagt. Om het simpel te houden.

Wat er gebeurt is met de aantekeningen uit de periode 1985—1991 is me een raadsel. Die zullen in de bundel Die Fliegenpein staan. Alleen geeft dat boek geen enkele informatie over de tijd waarin de inhoud tot stand kwam.

Enfin.

Uiteindelijk zijn die aantekeningen samen voor mij ook éen boek. Doet er weinig toe welke titels op de kaften staan.

Een boek ook waarin het eeuwig bladeren blijft, omdat de inhoud nooit in een keer al zijn geheimen prijsgeeft. Om Lichtenberg maar weer eens te parafraseren, elke keer kijkt een iets andere aap in de spiegel die het boek hem voorhoudt.

Ditmaal tekende ik onder meer aan:

Was gut ist, weiß niemand. Man weiß, was besser wäre. [7]

scheiding

[…] Ich habe nie systematisch was gelernt, wie andere Leute, sondern nur in plötzlichen Aufregungen. Sie begannen immer damit, daß mein Blick auf etwas fiel, das ich dann haben mußte. Die Geste des Ergreifens, die Freude am Hinauswerfen von geld, das nach Hause oder in das nächste Lokal tragen, das Betrachten, das Streicheln, das Blättern, das Wegstellen für Jahre, die Zeit neuer Entdeckung dann, wenn’s ernst wurde — alles das ist Teil eines schöpferischen Prozesses, dessen verborgene Einzelheiten ich nicht kenn. Aber anders geschieht bei mir nichts, und so werde ich bis zum letzten Augenblick meines Lebens Bücher kaufen müssen, besonders wenn ich ganz sicher weiß, daß ich sie nie mehr lesen werde. […] [9]

scheiding

Jetzt heißen seine Gedanken Aphorismen, ein Name wie von Prokrustes. [42]

scheiding

Ich lebe unter sehr viel Büchern und beziehe einen großen Teil meines Lebenslust daraus, daß ich die meisten von ihnen noch lesen werde. [60]

scheiding

Man muß die großen Autoren keineswegs alle kennen, solange man die Erwartung auf sie behält. [61]

scheiding

Sartre habe ich nie leiden können. Er ist ein schrekliches Produkt französicher Schulung. [67]

scheiding

Vergiftete Sprache: damals Hegel, jetzt Freud. [88]

scheiding

Wer wenig liest, gleicht bald einer Zeitung. [88]

scheiding

Leute, die der Sprache alles schuldig bleiben. Sie sprechen, als ob kein Wort vor ihnen etwas bedeutet hätte. [88]

scheiding

Ein Eiffelturm aus Zitaten, viermal täglich klettert er hinauf und hinunter. [91]

scheiding

Ich glaube, daß ich ihn überschätzte, will ich so viele seiner Meinungen mit ihm teilte. [96]

scheiding

Ich mag Borges gar nicht. Er stößt nicht an Stein. Er erweicht ihn. [104]

scheiding
Elias Canetti, Aufzeichnungen 1973–1984
120 pagina’s
Fischer Taschenbuch 2002, oorspronkelijk 1999

Geheime hart van het uurwerk ~ Elias Canetti

Als Canetti de Nobelprijs voor literatuur wint, in 1981, tekent hij iets aan dat me zeer voor hem inneemt.

Aan eerbewijzen van anderen, waarvan men ooggetuige is, ervaart men de belachelijkheid van de eigen eerbewijzen. [117]

Toegegeven, Montale had eerder eenzelfde idee. En op Nederlandse schaal is er ook altijd nog Adriaan Roland-Holst. ‘Leeg en gehuldigd / kwam hij thuis / vermenigvuldigd / tot een muis’.

Toch hoorden Elias Canetti en zelfrelativering niet helemaal meer bij elkaar, sinds ik zijn autobiografieën in snelle opeenvolging herlas. Dat zijn namelijk zeer ijdele boeken — althans zo kwamen ze op mij over. En de kans is daarom klein dat ik deze constatering nog eens ga controleren in Die gerettete Zunge, Die Fackel im Ohr, en Das Augenspiel.

Zelfs al had ik misschien anders geoordeeld over de autobiografie, als ik tegelijkertijd Das Geheimherz der Uhr er bij had gehad. In dit aantekenboek komt Canetti namelijk telkens terug op wat er speelde tijdens het schrijven van de memoires. Waarbij hij onder meer constateert beter op zijn herinneringen te kunnen vertrouwen dan op de dagboeken van toen.

En waar ik Canetti bijvoorbeeld eerder verweet dat hij onvoldoende uitlegt wat het werk van de kritische journalist Karl Kraus voor hem betekende — behalve dat hij even heilig in Kraus geloofde doordat die hem leerde zien — biedt Canetti ditmaal wel wat aan uitleg over waarom deze schrijver uiteindelijk niet meer voldeed. Al is dat dan ook de uitleg van een lezer die inmiddels de grote pathos ziet van Kraus.

Vreemd is overigens wel dat ik blij ben dit soort zaken nu eens zelf geconstateerd te hebben. In een biografie van Canetti door een ander was zo’n conclusie me wellicht niet eens opgevallen. Gesteld dat er biografen zouden zijn die Elias Canetti als onmogelijk mens durven te beschrijven — en anderen geloof ik niet.

Maar Canetti kon schrijven. Aantekenboeken als deze zijn geschenken die blijven geven, ook decennia na de eerste aanschaf. Het is ook net alsof ik telkens misschien een paar zinnen meepik van de bladzijden — dat er geestelijk nooit ruimte genoeg is om ze allemaal mee te nemen.

Ik herlees ditzelfde boek daarom nu ook in het Duits, wat geen enkel probleem is, omdat me daarbij toch ook weer andere zaken opvallen.

Ditmaal tekende ik onder meer aan:

De diepzinnigste gedachten van de filosofen hebben iets van een goocheltruc. Veel verdwijnt om te zorgen dat er plotseling iets aan de hand is. [7-8]

scheiding

Het is al moeilijk om de eigen zelfingenomenheid te verdragen. Maar die van anderen! [14]

scheiding

Schrijvers die alles met alles in verband brengen vind ik onverdraaglijk.

Ik houd van de schrijvers die zich beperken, die zogezegd onder hun intelligentie schrijven, die bescherming zoeken tegen hun schranderheid, zich verschuilen, maar zonder deze weg te werpen of te verliezen. Of van schrijvers voor wie hun schranderheid nieuw is, iets wat zij pas heel laat hebben verworven of ontdekt.

Er zijn er die zich tot iets kleins laten verlichten, plotseling: schitterend. Er zijn er die voortdurend door ‘belangrijke dingen’worden verlicht: verschirkkelijk. [34]

scheiding

Hij zoekt zinnen waarop nog niemand heeft gekauwd. [46]

scheiding

Het is belangrijk in de literatuur dat er veel wordt verzwegen. Het gaat erom dat men bespeurt hoeveel meer de verzwijgende weet dan hij zegt en dat hij niet uit bekrompenheid zwijgt, maar uit wijsheid. [50-51]

scheiding

Binnen vijf minuten zou de aarde een woestenij zijn, en jij hecht aan boeken. [123]

scheiding

Aan de dagelijkse krant verwelkt. [123]

scheiding

Men kan niet eens op de betweters vertrouwen. Er zijn er die plotseling schelden op wat zij hemelhoog geprezen hebben en ook daarmee gelijk willen krijgen. [148]

scheiding

[ is vervolgd ]

Elias Canetti, Het geheime hart van het uurwerk
Aantekeningen 1973-1985

182 pagina’s
De Arbeiderspers, 1988
privé-domein nr. 122
vertaling door Theodor Duquesnoy van Das Geheimherz der Uhr, 1987

Vliegenpijn ~ Elias Canetti

Wat blij was ik toen Die Fliegenpein uitkwam begin jaren negentig. Was er toch nog eens een boek van Canetti waarvan ik nieuw een eerste druk kon kopen. Een boek dat te lezen viel, zonder dat anderen er al jaren op gekauwd hadden, een tekst niet al door andermans commentaar uit het lood gezet.

Deze vertaling pikte ik veel later nog eens mee, uit de ramsj. Omdat me al gebleken was dat het waarde heeft Canetti’s aantekeningen in meerdere talen te hebben. Elke versie leest anders.

Ik heb alleen geen idee of ik Vliegenpijn ooit eerder las; anders dan het origineel Die Fliegenpein.

Of misschien heb ik wel geprobeerd, en lukte het toen niet. Deze uitgave leest niet heel prettig. De bladspiegel is verkeerd. De regels zijn te breed gezet. En de tekst op de rechterpagina’s begint te dicht op het midden.

Wellicht ook vermoedde ik eerder al wat inmiddels zeker is. In het oeuvre van Canetti zijn er twee hoofdboeken met aantekeningen. Die Provinz der Menschen en Das Geheimherz der Uhr. Deze boeken zijn niet alleen rijk aan ‘aforismen’ en andere gedachten. Ze bieden ook een lopend commentaar op de boeken waar Canetti indertijd aan schreef. Zijn hoofdwerk Masse und Macht, en zijn drie delen aan autobiografie.

Alle overige uitgaven van de aantekeningen zijn aanvullingen op die twee hoofdwerken. Bijlagen. Appendixjes. Heel soms een tweede oogst. Vaker wat nog uit het vat geschraapt kon worden. Tijdens de aantekeningen in Vliegenpijn is Canetti bovendien niet meer aan langere werken bezig.

Voornaamste waarde van die bijboeken lijkt te zijn dat ze altijd wel een schrijver of wat behandelen die Canetti dan leest, en waarover hij dan iets te melden heeft. In Vliegenpijn was dat Babel.

En schrijvers op collega-schrijvers zien reflecteren, is de meest interessante kritiek die bestaat. Zelfs al is Babel voor Canetti zestig jaar na de eerste kennismaking nog altijd even groots.

Verder tekende ik onder meer aan:

scheiding

Zijn geheugen haat hem, het meldt zich altijd wanneer hij zijn mond zou moeten houden. [9]

scheiding

De kunst is weinig genoeg te lezen. [21]

scheiding

Het is moeilijk om anderen te doorzien en zelf intact te blijven. [30]

Elias Canetti, Vliegenpijn
108 pagina’s
Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1993
Vertaling door Theodor Duquesnoy van Die Fliegenpein, 1992

Aufzeichnungen 1992–1993 ~ Elias Canetti

Het laatste boek dat Elias Canetti [1905 — 1994] nog zelf schreef en vormgaf, bestaat uit aantekeningen, die opgetekend werden in de jaren 1992 en 1993. Al wat er daarna uitkwam, hebben anderen samengesteld uit tekst die er al was.

En er schijnen nog dagboeken te zijn, en delen van de briefcorrespondentie, die pas in 2024 vrijgegeven mogen worden. Ongetwijfeld zullen daar nog publicaties uit voortkomen. De vraag is of ik die nog lezen wil.

Welche Geister liebt man so sehr, daß man es nicht wagt, alles von ihnen zu lesen? [61]

scheiding

Er achtet ihn zu sehr, um ihn kennen lernen zu wollen. Er will sich in seiner Achtung nicht stören lassen. [70]

Enkel die aantekenboeken van Canetti hebben een grote waarde voor me. Al ken ik zijn toneelwerk bijvoorbeeld niet. Maar de drie delen van zijn autobiografie kwamen tergend ijdel op mij over. En de enige roman, Die Blendung, zou ik moeten herlezen, om daar een actuele opinie over te kunnen hebben. De eerste nogal teleurstellende ervaring met dat boek was erg lang geleden. Ik kan er toen te jong voor zijn geweest.

Canetti’s studie Masse und Macht wacht nog altijd wel op herlezing. Mede omdat ik pas na dat boek geschiedenis studeerde, of als journalist de politiek zou bekijken. Wat het interessant maakt om te zien óf ik iets van Elias Canetti heb overgenomen, en, zo ja, wat dan wel.

En er is nog een boek waaraan Elias Canetti lang heeft gewerkt, zonder dat dit ooit tot een publicatie leidde. Zijn boek tegen de dood. Want zelfs al werd hij bijna negentig, aan leven was dat nog altijd te kort.

In Aufzeichnungen 1992 – 1993 gaat het nogal eens over de dood. Waarbij ik niet in kan schatten of Canetti zich door zijn leeftijd, en de bijbehorende kwalen, geroepen voelt om hardop over dat onderwerp na te denken, of dat hij toch nog altijd met dat boek bezig is.

Ondertussen valt Joegoslavië uit elkaar door burgeroorlogen. Wat Canetti de verbitterde conclusie oplevert dat zijn bewuste leven begon met ‘Sarajevo! Sarajevo!’. In 1912 was er op de Balkan ook al strijd. En dat ‘Sarajevo! Sarajevo!’ nu de kreet weer is.

Vergeleken met eerdere aantekenboeken, en ook met het lezen van Slotsom, de Nederlandse vertaling, vielen me de puur autobiografische aantekeningen beter op. Het lijkt soms wel degelijk of Elias Canetti de eindafrekening aan het opmaken is.

Verder tekende ik onder meer aan:

Wieviel Unsinn man schreibt! Wieviel Unsinn man sich denkt! Wohin mit all dem Unsinn? Mann kann’s doch nicht einfach schlucken und vergessen. [8]

scheiding

Man hätte genug an sich selbst für zwanzig Bücher, wenn es einem nicht zu langweilig wäre, alles herzuzeigen. [12]

scheiding

Treue wächst mit der Zahl der nach einem Tod verfließenden Jahre. Einer, der sehr alt wird, müßte in Treue versteinern. [15]

scheiding

Wer sich selbst liest, ist anders da, entspiegelt. [24]

scheiding

Es darf nicht das letzte Buch sein. Du willst keinen Abgesang.
    Du willst überhaupt nich, auf keinen Fall aber milde sterben. [29]

scheiding

Aus Büchern, die er nicht leiden kann, erfährt er mehr. Der Zwang, sie hinzunehmen, stachelt auf zu unerwarteten Gedanken. [77]

scheiding

Verfolge einen Gedanken sieben Sätze lang. Wenn das gelingt, läßt er sich weiter verfolgen. [77]

scheiding

Beim Schreiben kokettiert er. Sonst heiligerernst. [91]

Elias Canetti, Aufzeichnungen 1992 – 1993
99 pagina’s
Fischer Taschenbuch 1999, oorspronkelijk 1996

Buch gegen den Tod ~ Elias Canetti

Van alles wat Elias Canetti schreef, zijn diens aantekenboeken me het liefst. Want dat zijn uitgaven om eeuwig naar terug te keren.

Moest ik wel toegeven eerder weleens geopperd te hebben nog liever een database te hebben met al Canetti’s uitspraken. Zodat het aanzienlijk makkelijker zoeken is, op trefwoord, om terug te vinden wat de man ook alweer had geschreven over iets.

Das Buch gegen den Tod bewijst alleen dat de wens tot zo’n database een onnozel idee is. Want als Elias Canetti ergens mee bezig ging, dan was hij werkelijk geobsedeerd. Deze postuum door een ander samengestelde uitgave bevat enkel aantekeningen over de dood. En daar waren dus makkelijk ruim driehonderd pagina’s mee te vullen.

Deels zijn die woorden al eens verschenen in de bundels met aantekeningen die Canetti tijdens zijn leven liet verschijnen — waarvan de belangrijkste de drie oerbundels met een eerste keuze zijn: Wat de mens betreft, Het geheime hart van het uurwerk, en De vliegenpijn.[1]

Grotendeels is de inhoud evenwel nieuw. Wat dan kan omdat volgens de samensteller nog geen 10% van het materiaal dat er lag die oerbundels met aantekeningen gehaald heeft.

Das Buch gegen der Tod lijkt er te zijn gekomen omdat Canetti zelf een boek over dit onderwerp had willen schrijven. In deze uitgave komt ook herhaald de verzuchting terug dat hij nu toch eindelijk eens beginnen moest met dat werk.

Vervolgens sterft zo’n auteur, al leefde Elias Canetti [1905 — 1994] lang. En ineens hebben erfgenamen dan van alles te zeggen over al het ongepubliceerde materiaal in de nalatenschap. Nabestaanden die aanzienlijk minder scrupules hoeven te hebben dan de schrijver.

Dus, terwijl ik enerzijds blij ben weer een aantekenboek van Canetti bij mijn verzameling te hebben kunnen voegen, gaan de pretenties van Peter von Matt dat dit dan hét boek tegen de dood zou zijn mij veel te ver.

De opgenomen aantekeningen zijn me te eclectisch. Het zijn doorgaans notities, om het denken te ondersteunen. Veldwerk. Verkenningen. Daar is niet éen centraal idee uit te halen. Het echte denken lijkt nog te moeten beginnen.

Von Matt stelt ook dat de aantekeningen van heel verschillende aard zijn. Hij onderscheidt liefst dertien verschillende thema’s in Canetti’s woorden. Variërend van onderzoekswerk, zoals wat opgetekend werd over de zeden bij vroegere volkeren in de omgang met de dood, tot en met eigen ervaringen.

Vind ik het ook van hoogmoed getuigen om het werk te doen waar de auteur bij leven voor terugschrok. Bovendien had Elias Canetti wel meer plannen voor projecten waar vervolgens niets van kwam.

Eigentlich habe ich nichts weitergeführt, das einmal gelungen war. Ein Roman statt der geplanten acht. Ein band Masse und Macht statt der angekündigten zwei. Drei Dramen statt eines dramatischen Lebenswerkes. Das einzige, das ich konsequent während fünfzig Jahren weitergeführt habe, sinds die Aufzeichnungen, und zwar eben wegen ihrer Inkonsequenz.

[293]

Maar goed, van hoe veel dooie schrijvers komt er niet alsnog een postuum romannetje uit? Zonder dat zo’n boek ooit nog wat toevoegt?

Canetti geeft ook meermaals met tegenzin toe in dit boek dat zijn aantekeningen misschien wel het beste zijn wat hij zoal gemaakt heeft. In die zin is haast te billijken dat mensen gedacht hebben dat de bestaande uitgaven met deze notities hoogstens een topje van de ijsberg toonden. Waren die bovendien niet eens op thema gerangschikt.

Eén vooroordeel bestond er bij mij over Canetti, en dat heeft Das Buch gegen den Tod wel weggenomen. Ik meende dat de man altijd overbezorgd was over diens eigen hachje. Dat zijn eeuwige strijd tegen de dood een verkapte wens was om eeuwig voort te mogen leven; al was het maar in naam.

En dit klopt toch niet.

Im Widerstand gegen den Tod sieht es so aus, als ginge es bloß um den eigenen Tod. Da wäre zu wenig. Das wäre nichts. Wie macht man es einleuchtend genug und über jeden Zweifel erhaben, dass es um den Tod überhaupt geht, und weniger vielleicht um die allzugeringe Dauer des Lebens als um die Wirkung des Todes, die eine vergiftende ist.

Unser Krebsgeschwür ist der Tod, er steckt alles mit sich an. Das Einschneidende des Todes, während jedes Lebens, er ist immer und überall möglich. Man rechnet mit ihm, selbst wenn mann ihn nicht erwartet.

Das Erstaunliche ist, dass man trotzdem so lebt, als hätte man nichts mit ihm zu schaffen. […]

[219]

Verder viel me op dat ik de aantekeningen uit de eerdere bundels, die me bekend zouden horen te zijn, vanwege de vele keren lezen, me in deze nieuwe context helemaal niet bekend voorkwamen. Als waren ook die woorden nieuw.

Die aantekenboeken dwingen ook een eigen manier van lezen op. Want langzaam lezen wil niet goed, dan moet elk woord gewogen worden. Dan wordt zo’n boek een marathongang van jaren. En bij een snellere vorm van lezen valt het grootste deel van de inhoud helaas weg. Staat daar gelukkig nog genoeg aan taal of wijsheid tegenover.

Vandaar ook dat er eeuwig naar die boeken is terug te keren — bij herlezing valt wel degelijk op dat de topografie van zo’n bundel bekend is, terwijl tegelijk van alles voor het eerst lijkt te worden gezien.

Veel gaf Das Buch gegen den Tod me nu ook niet, bij de eerste kennismaking. Bijzaken vielen me nog het meeste op. Dat de schrijver wat literaire roddel bracht over Thomas Bernhard was aardig, of over de stilzwijgende jaloezie van Max Frisch; die zo graag de Nobelprijs had gehad, daar decennia op wachtte, en toen mee moest maken dat Canetti deze bekroning wel kreeg.

En anders dan bij de eerdere aantekenboeken die door Canetti zelf werden samengesteld: ik weet niet of het zinvol is deze uitgave later nog eens helemaal te lezen. Gelukkig daarom dat dit boek wel een register heeft.

Elias Canetti, Das Buch gegen den Tod
Mit einen Nachwort von Peter von Matt

352 pagina’s
Fischer Taschenbuch, 2014
  1. Ja, ik weet, dit zijn niet de oorspronkelijk Duitstalige titels. Op boeklog is toevallig enkel over de vertalingen wat geschreven, helaas. []