Scheppend nihilisme ~ Willem Frederik Hermans

Een geleend boekomslag ditmaal, die aan een website gelinkt is. De interviewbundel Scheppend Nihilisme staat helemaal online, en van het scherm is die ook grotendeels gelezen. Ook heb ik een paar interviews afgedrukt.

Ik heb dit boek eerder gelezen, veel eerder. En waar ik toen de interviews met W.F. Hermans misschien las als de portretten van een wonderbaarlijk man, was dat nu anders. Niet om me op dezelfde hoogte te stellen als hem, maar nu ik wat ouder en belezener ben, mijn eigen ervaringen heb met het universiteitsleven en het doceren van studenten, worden sommige van Hermans’ ideeën beter door mij herkend.

Wat Hermans over de Nederlandse literatuur zegt, in het interview dat Rein Bloem hem afnam, ruikt waar:

Maar Nederland – en dat is voor de kunst erg naar – is eigenlijk veel te goeiig. Als hier een slechte toneelvoorstelling is, dan zul je nooit hebben dat de mensen met eieren gaan gooien, dan wordt er toch wel geklapt. Daarom maakt het toneel het zich ook te gemakkelijk en is het een opgeklopte zaak. Als u een winkeltje had – en het is toch een typisch Nederlandse zaak om een winkeltje te hebben – dan zou u twee dingen doen: goedkoper verkopen en dingen die een ander niet heeft verkopen, anders gaat u failliet. Die mentaliteit mist de Nederlandse kunstenaar, dingen doen die een ander niet doet.

Nee, zo’n mateloze bewondering als mijnheer Ellingmann voor W.F. Hermans heeft, heb ik niet. Maar na het lezen van een paar interviews uit dit boek soms toch bijna wel.

Maar dan bedenk ik me dat zijn laatste romans zo matig geschreven zijn, met de achterkant van het potlood op papier gezet, en stikken van de nodeloze herhalingen.

Toch, als het dan alleen om de hoogtepunten in iemands werk gaat, reikt Hermans wel heel ver.

Frans A. Janssen red., Scheppend Nihilisme
interviews met Willem Frederik Hermans
samengesteld en ingeleid door
frans a. janssen

381 pagina’s
De Bezige Bij, 1983

Sketches in Holland and Scandinavia ~ Augustus J.C. Hare

Augustus Hare [1834-1903] was een Britse biograaf en reisboekenschrijver. Aardigst nog aan de herpublicatie online van dit boek is dat het rijk geïllustreerd blijkt te zijn met schetsen die hij onderweg maakte.

Vanzelfsprekend heb ik dit boek vooral gelezen om wat hij zag op reis in Nederland. Wat had het land de bezoeker te bieden een kleine eeuw voor er massatoerisme zou ontstaan?

Dat blijkt dan vooral de architectuur te zijn, en de kunst in de diverse musea. Van sommige steden moet Hare weinig hebben. Rotterdam vind hij vreselijk, Leeuwarden is niets. En ook de kerken zijn in andere landen meestal interessanter, want die in Nederland zijn vooral protestants kaal.

Over de Nederlanders zelf schrijft Hare niet zo veel. Behalve dat de service in de horeca toen ook al niet over hield. Zo komt hij weleens ergens binnen waar hij niets te eten krijgen kan, omdat de keuken pas ’s avonds tegen etenstijd open gaat.

Meer curieus dan boeiend, dit boek. Maar toch aardig.

Augustus J.C. Hare, Sketches in Holland and Scandinavia
aantal pagina’s onbekend
George Allen & Unwin Ltd, 1884
herpublicatie online hier

Wanderer in Holland ~ E.V. Lucas

In mijn feedreader ontvang ik dagelijks talloze meldingen van welke elektronische boeken er nu weer ergens online zijn gezet. En meestal volstaat het wel om naar de opsomming te kijken. Als die iets duidelijk maakt, dan wel dat er altijd al duizenden boeken werden gedrukt die me helemaal niet interesseren.

Zeldzaam de keren dat ik verrast wordt dat een mij bekend boek online is gezet. Nog zeldzamer de ontdekking dat een onbekend boek ergens op een website ver weg me veel kan brengen.

Toch was A Wander in Holland zo’n boek, omdat het meerdere manieren zo’n fraai tijdsbeeld gaf van het Nederland rond 1900. Kunstkenner E.V. Lucas maakte tussen 1897 en 1905 drie reizen in het onze, en deed dat voornamelijk om de kunstschatten te bewonderen. Maar terloops wordt ook heel aardig duidelijk hoe het was om indertijd van plaats tot plaats te reizen.

Met de tram, op de treeplank buiten soms.

Bovendien probeerde hij Nederland uit te leggen aan zijn lezerspubliek. Dus putte hij historische en culturele gegevens uit de meest uiteenlopende bronnen. Pagina’s wijdde hij bijvoorbeeld aan de informatie uit een toeristenbrochure van de VVV in Leeuwarden.

Dan weer gebruikt hij een lesboek uit de 17e eeuw, om de verschillen tussen het Nederlands en het Engels duidelijk te maken.

Alleen al aardig om dat soort bronnen, dit elektronische boek.

E.V. Lucas, A Wanderer in Holland
309 pagina’s
Gutenberg © oorspronkelijk 1908

Debatteren voor iedereen! ~ Sharon Kroes

De uitgever OnLibri.nl stelt sinds 2 april gratis boeken online ter beschikking. Dat is, als u onder boek ook een elektronische tekst wilt verstaan. De pdf-bestanden die dit van oorsprong Scandinavische bedrijf aanbiedt, zijn bovendien beveiligd. Daardoor is er geen tekst uit te kopiëren, noch zijn er pagina’s uit te printen.

Behalve een besprekinkje over de inhoud van dit werk, is dit daarom ook een weergave van mijn ervaringen met het lezen van een scherm.

OnLibri.nl kan de boeken gratis aanbieden, omdat om de paar pagina’s een advertentie opgenomen is. Dat stoorde bij het lezen niet. Mijn ervaring met tijdschriften en kranten hebben me allang geleerd reclame compleet te negeren.

Meer problemen had ik met de vormgeving van dit boek. Zo kan er vanuit de inhoudsopgave niet naar een gewenste pagina toe worden gesprongen, wat toch een basisprincipe zou moeten zijn in elke elektronische uitgave.

Ook vond ik de opgemaakte tekst lelijk. De regels zijn me te breed, en de gekozen broodletter [Garamond] heeft schreven. Nu wordt er al jaren gediscussieerd of schreefloze danwel geschreefde letters beter zijn om van een scherm te lezen, en daarin wil ik niet treden. Maar de tekst was me te wollig grijs.

Afgezien daarvan, had ik ook wat problemen met de inhoud van die tekst. Niet zo zeer om wat Sharon Kroes schrijft, trouwens. Meer om wat er niet in staat.

Kroes leerde debatteren op TV, in het ‘Jeugdlagerhuis’. Hij pakte het redekavelen tijdens zijn studie op als sport, en zou zelfs Nederlands en Europees kampioen worden in de discipline parlementair debatteren. Tegenwoordig traint hij anderen.

Bij het debatteren is het de bedoeling om een publiek mee te krijgen. En bij die basale constatering ging het dus mis, voor mij.

Er zijn trucs om het publiek mee te krijgen. En het is nuttig die te leren herkennen. Ook hamert Kroes op het belang van een goede voorbereiding, zonder nu zo zeer te melden waar die dan uit moet bestaan.

Nu is er op dit weblog vaker geconstateerd dat een publiek alleen aanvaardt wat het herkennen kan. Wie een daarvan afwijkend verhaal heeft – zoals elke dissident – moet extra moeite doen zijn of haar gelijk aan te tonen. Die bewijslast is al zwaar. Maar de ruimte om deze te tonen, zal er in een openbaar debat doorgaans niet zijn.

Bovendien is er in Nederland door alle eeuwen gepolder maar een geringe bandbreedte aan algemeen aanvaarde opvattingen. Om daar eens wat onmogelijke uitersten tegenover te plaatsen: er is hier geen traditie aan conservatieven die de afschaffing van de verzorgingsstaat voorstaan. Netzomin willen de socialisten Philips of Shell nationaliseren.

De echte taboes zijn misschien subtiel, maar ze zijn er wel degelijk.

Handreikingen uit Kroes’ boekje kunnen daarom misschien wel helpen aan een levendiger debat, maar de cultuur in Nederland is om de publieke discussie kleingeestig te houden. En een goed gevoerd debat over bekrompen ideeën blijft bekrompen, hoe technisch fraai ook.

Een technisch fraai gevoerd debat belet alleen nu net wel het nadenken bij de toehoorder.

download dit boek hier

Sharon Kroes, Debatteren voor iedereen!
48 pagina’s
OnLibri.nl, 2007

‘Little Book of Comforts and Gripes’ ~ Hans Koning

Hans Koning [1921 – 2007] interesseerde me ooit genoeg om al zijn in het Nederlands gepubliceerde werk te willen verzamelen. Dit was ruim voor de handel op internet ontstond, en het ook mogelijk werd de oorspronkelijk Engelstalige boeken te kopen.

Koning, geboren Koningsberger, is namelijk éen van de zeer weinige Nederlandse schrijvers die zijn moedertaal verruilde voor het Engels, en in die taal successen oogste. Zij het dan dat zijn enige grote bestseller een nogal kritisch boek over Columbus was — een non-fictie werk — terwijl Koning juist zo veel romans heeft geschreven. Maar daar zijn dan wel weer enkele van verfilmd.

Aan die romans valt overigens ook het engagement van de auteur op. Maar dat heb ik altijd wel een prettig soort kleuring gevonden. Als een auteur zich tegen machtsmisbruik keert, en voor fatsoen uitspreekt, lijkt me daar weinig mis mee; mits het niet drammerig wordt. Maar Koning’s boeken hebben nu juist altijd een heel menselijke maat.

En toch verdween mijn belangstelling voor dat werk op een gegeven moment. Lezers houden nu eenmaal telkens honger naar iets nieuws, om het oude vervolgens uit het oog te verliezen.

Ik heb Koning’s dood in 2007 ook niet eens gememoreerd, op éen van mijn weblogs.

Maar goed, ik struikelde vrij toevallig weer eens over zijn naam. Zocht op wat er online over hem te vinden was. Vond een website. Las ruim na dato de aan hem gewijde in memoriams. En kwam ook dit kleine boekje tegen, met uitspraken van Koning, over het leven en over de kunst.

Waaruit in de obituaries trouwens nog gul was geput.

En dan is het heel niet vervelend die 63 pagina’s even door te nemen, en na te gaan wat ik ook alweer van hem had, en misschien nog moet proberen te krijgen.

* NB: ik las de online-versie van dit boek

Hans Koning’s ‘Little Book of Comforts and Gripes’
63 pagina’s
zp, 2000

Little Brother ~ Cory Doctorow

Er is veel aan te merken op Little Brother, en toch doen al die opmerkingen er nauwelijks toe. Zo heeft Cory Doctorow met dit boek een roman voor jongvolwassenen geschreven — Young Adults [YA] — zoals die categorie tegenwoordig in de marketing heet. En ik ben geen tiener meer, die over leeftijdsgenoten wil lezen.

Ook loopt het verhaal vrij plotseling nog redelijk goed af, via een paar tamelijk groteske onwaarschijnlijkheden. Misschien moest dat om de conventies van het YA-genre. Misschien wilde Doctorow niet helemaal negatief eindigen.

Little Brother blijft natuurlijk wel een dystopie, met een bekend voorbeeld, ondanks de ‘happy ending’. En mede omdat de schrijver wel heel weinig nodig had om bestaande trends uit het heden door te trekken naar een toekomst waarin het leven bijzonder onaangenaam wordt.

Het is ook die visie, waarin tal van losstaande technologische ontwikkelingen plots in een samenhangend verband zijn getoond, waardoor deze roman in mijn gedachten blijft hangen.

Hoofdpersoon van het boek is Marcus, een 17-jarige tiener uit San Francisco, die het haat hoe zijn gedrag op school met allerlei technische hulpmiddelen wordt gecontroleerd. Zo is er daar alleen met de schoollaptop te werken, waarmee bijna niets mag, en worden camera’s gebruikt die leerlingen aan hun loopje herkennen; waardoor al hun gangen zijn na te gaan.

Vanzelfsprekend gebruikt Marcus zijn intelligentie om onder dit toezicht uit te komen. En in die zin biedt dit boek ook een elegante introductie in het denken over wat veiligheid is, en hoe deze gehandhaafd wordt. Tegelijk geeft Doctorow ook een duidelijke waarschuwing wat er allemaal gebeuren kan als veiligheidssystemen ineens voor totale controle ingezet worden.

Marcus is met enkele vrienden in de buurt van een treinstation als een terroristische aanslag wordt gepleegd op een nabijgelegen brug. In de daaropvolgende mêlee wordt hij opgepakt, en gevangen gehouden door het Department of Homeland Security [DHS]. Die zien alleen in het feit dat de informatie op zijn telefoon versleuteld is al bewijs van Marcus’ kwade wil. Werkt hij niet mee aan het onderzoek, en geeft hij zijn passwords niet af, dan wordt hij beschouwd als ‘enemy combatant’ — en kan hij zonder veroordeling gevangen worden gehouden. Desnoods in Syrië, of waar de VS maar dergelijke kampen heeft. Litouwen, bijvoorbeeld.

Na de vrijlating doet Marcus, ondanks alle dreiging van het DHS tegen hem, vervolgens toch moeite om tegenstand te organiseren. Eén van zijn vrienden, die op het moment van de aanslag bij hem was, is namelijk wel spoorloos verdwenen.

Maar hoe organiseer je verzet in een samenleving waar op alles toezicht bestaat? Zoals het internetverkeer? Terwijl het DHS stiekem een keylogger op je persoonlijke laptop geïnstalleerd heeft, en het dus ook op zou vallen als je die nooit meer gebruikt…

Veel van de tips en trucs die Doctorow beschrijft, bestaan, en werken. Dat was voor mij ook de grootste aardigheid van het boek. Alleen zijn idee over ParanoidLinux — bedoeld als besturingssysteem voor activisten in landen met repressieve regimes — moet nog werkelijkheid worden; al werd de gedachte inmiddels door enkele ontwikkelaars opgepikt.

Veel van de bewakingstechnologieën die Doctorow beschrijft, bestaan eveneens. Of anders bestaan ze wel als technologie die makkelijk voor toezicht te gebruiken is. Zoals de PIN-pas. De OV-chipkaart, waarop al mijn reisbewegingen worden vastgelegd. De mobiele telefoon, die de informatie laat opslaan bij welke zendmast ik op welk moment ook het dichtst in de buurt ben. De RFID-chips in boeken en andere goederen die bijvoorbeeld ook kunnen vastleggen waar ik heen ga — of anderen van afstand vertellen wat ik aan spullen bij me heb.

Als dit boek iets duidelijk maakt, dan wel dat het rijkelijk onnozel is om te zeggen dat het niet uitmaakt hoe veel informatie overheden over je vastleggen, omdat je geweten schoon is. Omdat er een te groot en te blind vertrouwen bestaat in wat technologie vermag. Omdat iedereen zich ineens verdacht blijkt te hebben gedragen, als de criteria voor verdacht gedrag maar breed genoeg worden gehouden. Want, wat is gemiddeld gedrag?

En ook is daar het besef dat de VS deze eeuw voldoende heeft aangetoond dat alle rede en recht zal wijken, als maar het waanidee heerst dat daarmee de veiligheid het meest gediend is. Goed, ging dat tot nog toe vooral ten koste van niet-Amerikanen, of mensen met een gekleurde huid.

Heb ik nog wel éen vraag. Beweert Doctorow ook, doordat het DHS al meteen na die aanslag zo massaal aanwezig was in San Francisco, dat sommige terroristische daden door de overheid gepland zijn om de Amerikanen te knechten?

Cory Doctorow, Little Brother
384 pagina’s
Tor teen, 2008
 
Cory Doctorow, Little Brother
Big brother voor de internetgeneratie

335 pagina’s
De Vliegende Hollander, 2009

Bloedsomloop van de samenleving ~ E.J. van Asselt, G.J. Buijs en M. ten Hooven

Politiek en wetenschap gaan nogal vaak samen. In die zin is een pamflet als dit over vertrouwen, van het wetenschappelijk instituut van het CDA, in principe haast te prefereren boven werk van onderzoekers die zich wel neutraal wanen. Dat deze publicatie propaganda biedt, is vooraf aan het lezen duidelijk. Terwijl, wanneer ik als historicus over het verleden schrijf er ook kleuring optreedt van een doorgaans politieke aard. Zelfs al ben ik me daar bewust van, en probeer ik die subjectiviteit te voorkomen.

Tegelijk vielen eerdere beschouwingen van politieke partijen me zelden mee, door het bedenkelijk lage analytische niveau. Daar komt bij dat het CDA een partij van regenten is, die met iedereen wil regeren om maar aan de macht te blijven in Nederland. Dus intrigeerde me onder meer hoe die principeloosheid wetenschappelijk verkocht zou worden in deze publicatie.

Verder heb ik vooraf aan het lezen van deze studie stevig nagedacht over het onderwerp vertrouwen. Daar kwam een vijftal conclusies uit voort. En als De bloedsomloop van de samenleving daar nu maar minstens twee op enig inhoudelijk niveau zou behandelen, was het lezen de moeite waard geweest, leek me…

Wat is er zoal over dat vertrouwen te zeggen?

  1. De Nederlandse overheid vertrouwt mij niet meer. En u al evenmin. Onder de kabinetten Balkenende [CDA] is een haast eindeloze reeks maatregelen genomen om mijn gedrag te monitoren, of andere privé-gegevens vast te laten leggen in databases. Dit alles onder het mom dat zo het terrorisme beter bestreden kan worden. Of anders wel onder het excuus dat zo de schrijnende probleemgevallen in onze samenleving eerder te herkennen zijn. Ondertussen is daardoor iedereen die weleens internet gebruikt al haast tot terrorist gemaakt; omdat de invoering van deep packet inspection van wat u op deze website komt doen, slechts een kwestie van tijd lijkt — een maatregel verkocht als noodzakelijk om de muziekindustrie te redden. Hard bevochten burgerrechten zijn stilletjes afgeschaft. En zeg nu niet dat dit overal zo is. Nederland doet altijd veel meer aan opslag en bewaking van gedragsgegevens dan de Europese richtlijnen eisen;
     
  2. Nederlandse politici blijken een eindeloos vertrouwen in regels en wetten te hebben. Zelfs al neemt met elke nieuwe wet de bureaucratie toe, en juridiseert de maatschappij nog weer verder. En ook al komt elke regelgeving met ongewenste neveneffecten, wetten zijn hier altijd meteen voor onbeperkte tijd geldig; in plaats dat nieuwe regels voorlopig worden ingevoerd, waardoor evaluatie na enige tijd ook werkelijk zin heeft;
     
  3. Nederlandse politici wantrouwen alle niet-politici. Sinds begin jaren 70 de laatste partijloze Commissaris der Koningin afscheid nam, is de voornaamste eis voor welke functie ook in het openbaar bestuur dat de gegadigde lid is van een politieke partij, en dan het liefst van een grote politieke partij. Dienstjaren en loyaliteit spelen daarbij de grootste rol. Kwaliteit in het geheel niet. Zo’n stelsel aan openbaar bestuur is daarmee ingesteld op het weren van buitenstaanders, of afwijkende opinies. Dat maakt het op dit punt alleen al door en door gecorrumpeerd. In vele buitenlanden is dit wel degelijk anders;
     
  4. Nederlandse politici vertrouwen de media niet. Terwijl de media zich nochtans vaak opvallend kritiekloos lenen voor overheidspropaganda, of politieke ideetjes die gelekt werden met een doel. Ergerlijk is natuurlijk wel dat journalisten er een handje van hebben vooral stil te staan bij thema’s die er in werkelijkheid nauwelijks toe doen — en politici daarover blijven lastigvallen;
     
  5. Maar bij al dit houdt de Nederlandse bevolking toch een opvallend groot vertrouwen in zijn bestuurderen, en hun besluiten; waar er in nabije buitenlanden een veel groter wantrouwen bestaat. Waardoor het des te meer opvalt dat hier een menigte van zo’n 15%-20% aan kiezers de laatste tien jaar op drift is geraakt, en stemmen wil op wie nu maar weer het best de populistische gedachte verwoordt. Vooral de kramp waarmee de zittende machthebbers op deze ontwikkeling reageren blijft opvallend;

Dit CDA-rapport signaleert van alle genoemde problemen er weliswaar drie, maar uit zich daar slechts in de meest algemene zin over.

Nog meer wetten invoeren, leidt inderdaad ook tot een verdere verstroping van het openbaar bestuur. Meer dan deze conclusie staat er niet in.

En dat blinde vertrouwen van de bevolking in de overheid, tja, misschien moest toch maar eens beter verteld worden dat dit misschien niet altijd terecht is. Tegelijk wordt dan een probleem dat politici moeilijk zelf kunnen vertellen dat hun handen behoorlijk gebonden zijn. Maar zo’n conclusie wordt al niet eens geformuleerd.

Net zo bestaat de enige stellingname tegen de trend naar populisme in de politiek uit de titel van het rapport, en dus slechts uit een metafoor die verder niet uitgewerkt wordt. Want, als de bloedsomloop van een land toch eens mocht stokken…

Over deze studie kan ik ook weinig anders schrijven dan dat die een hoogst oppervlakkige verkenning biedt van wat er op het moment allemaal speelt in de wereld. Dat het een rapport is eerder bedoeld om de achterban gerust te stellen, dan om deze mensen met enige kwaliteit te informeren.

De meeste observaties worden ook op een zeer voorspelbare, ja welhaast journalistieke manier afgedaan. Bovendien staat er niets nieuws in, voor wie de afgelopen tien jaar weleens een minuut of wat nagedacht heeft over de moeilijkheden waar de Nederlandse politiek voor staat.

Dan is er bijvoorbeeld zo’n dooddoener te lezen als dat de wereld steeds groter wordt — steeds kleiner kan volgens mij ook — en dan wordt zo’n opmerking op telkens dezelfde manier uitgewerkt. Er volgen eerst wat citaten. Deze hooggeleerde expert zegt er namelijk dat over. En die professor heeft dit te melden. Waarop ter afronding een nietszeggend cliché volgt uit de oude christendemocratische propagandatoeter.

Dus nee, mijn vertrouwen in de boven mij gestelden is er met dit rapport niet groter op geworden. Zelfs al zullen er dit jaar nog twee studies volgen waarin de denkbeelden uit dit rapport worden uitgewerkt.

Het CDA wil wel heel erg graag niemand uitsluiten als volgende regeringspartner.

E.J. van Asselt, G.J. Buijs en M. ten Hooven
De bloedsomloop van de samenleving
Een christendemocratische visie op het belang van vertrouwen

160 pagina’s
Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, 2009

Ueber die Dummheit ~ Robert Musil

Belangrijkste reden om deze toespraak nog eens te bekijken, is Matthijs van Boxsel. Vaak als diens Encyclopedie van de domheid ter sprake komt, volgt er die verwijzing naar deze tekst van Robert Musil. Daarmee begon diens belangstelling indertijd voor een onderwerp dat tot levenstaak lijkt te zijn uitgegroeid.

Van Boxsel verkondigt inmiddels het standpunt dat er zonder domheid geen nieuwe inzichten mogelijk zijn. Wat we menen zeker te weten, staat heel makkelijk de toegang tot nieuwe kennis in de weg. Relativering blijft nodig. Omdat geldt:

Geen mens is intelligent genoeg om zijn eigen domheid te begrijpen.

En het was dom van mij, om deze gedachtenexercitie van Musil via Van Boxsel te benaderen. Wat Musil aan ideeën zaaide over het onderwerp, is inmiddels door zijn navolger gepreciseerd, verbeterd, en uitgebreid. Kennis over wat Van Boxsel geschreven heeft, maakte me blind voor wat uniek was aan Musil’s benadering.

Enfin. Deze lezing uit 1937 las wel prettig, dankzij de satirische ondertoon, en ondanks alle bij zo’n voordracht horende retoriek.

Waar ik wel op gespitst bleef, was of Musil’s achtergrond als ingenieur zich nog in de tekst openbaarde. Omdat ik zelf ooit bijna ingenieur was, is me bijvoorbeeld iets bekend over hoe deze mensen de vele onzekerheden hanteren die samenhangen met het bouwen en ontwerpen van zaken.

De Wet van behoud van ellende is bijvoorbeeld ooit als eerste door een ingenieur opgesteld. Elke technische oplossing creëert elders weer een nieuw probleem. En zo blijft men bezig. Wat trouwens niet altijd dom hoeft te zijn; ook ingenieurs willen werk houden.

Maar Musil introduceerde zich allereerst als dichter bij zijn publiek. En als iemand die ook regelmatig fouten maakte. Hij had het verder niet alleen over domheid, hij stelde daar toch ook slimheid tegenover. Hoewel de vraag wat wijsheid is maar in een andere lezing beantwoord zou moeten worden.

Voornaamste conclusie van dit stuk? Dat de belangrijkste boodschap die Van Boxsel heeft — domheid blijft nodig, als antigif tegen de verstarring door al te stellige zekerheden — veel minder extreem ook al bij Musil aanwezig is. Bovendien ziet deze de verstarring ook al optreden als mensen niets doen, uit angst om fouten te maken, en dus dom te doen.

Gelegentlich sind wir alle dumm; wir müssen gelegentlich auch blind oder halbblind handeln, oder die Welt stünde still; und wollte einer aus den Gefahren der Dummheit die Regel ableiten: “Enthalte dich in allem des Urteils und des Entschlusses, wovon du nicht genug verstehst!”, wir erstarrten! Aber diese Lage, von der heute recht viel Aufhebens gemacht wird, ist ähnlich einer, die uns auf dem Gebiet des Verstandes längst vertraut ist. Denn weil unser Wissen und Können unvollendet ist, müssen wir in allen Wissenschaften im Grunde voreilig urteilen, aber wir bemühen uns und haben es erlernt, diesen Fehler in bekannten Grenzen zu halten und bei Gelegenheit zu verbessern, wodurch doch wieder Richtigkeit in unser Tun kommt. Nichts spricht eigentlich dagegen, dieses exakte und stolzdemütige Urteilen und Tun auch auf andere Gebiete zu übertragen; und ich glaube, der Vorsatz: Handle, so gut du kannst und so schlecht du mußt, und bleibe dir dabei der Fehlergrenzen deines Handelns bewußt! wäre schon der halbe Weg zu einer aussichtsvollen Lebensgestaltung. [61-62]

Of Musil’s oproep om niet te verstarren nog in die tijd van de redevoering gezien moet worden, is overigens wel een vraag die hangen blijft na lezing. Evenals het daaropvolgende idee dat Van Boxsel’s Encyclopedie weleens kan zijn voortgekomen uit een te enge interpretatie van een verholen protestrede tegen de dreigende Anschluß.

Robert Musil, Über die Dummheit
Vortrag auf Einladung des österreichischen Werkbundes
Gehalten in Wien am 11. März 1937 und
wiederholt am 17. März 1937

63 pagina’s
Alexander Verlag Berlin 2001, oorspronkelijk 1937

Free Culture ~ Lawrence Lessig

Zo het internettijdperk al klassiekers aan boekteksten heeft opgeleverd, dan hoort Free Culture van de Amerikaanse rechtsgeleerde Lawrence Lessig daar zeker toe. Ik ken geen ander boek dat zo helder éen fundamentele verschuiving beschrijft die voortkomt uit het digitaler worden van de cultuur.

Nog nooit is namelijk zo veel cultuur in handen geweest van zo weinigen. En de repercussies daarvan treffen iedereen; ook degenen zonder internettoegang. Doordat het auteursrecht een wapen is geworden dat meerdere vrijheden aan het doodmaken is.

Toegegeven, Free Culture is een Amerikaans boek. Geen idee of het ooit naar het Nederlands vertaald werd, maar een uitgave hier zou op zijn minst voorzien moeten zijn van een toelichtend essay.

Zo heeft de VS een andersoortig rechtssysteem dan de meeste Europese landen. En wat Lessig telkens in dit boek doet, is om ter vergelijking principes uit andere rechtsvelden naast het auteursrecht te plaatsen, en zo te tonen hoe beknellend die waren. Hij is alleen niet direct uniek daarin. Het is in de VS niet raar als juristen in hun aanklacht of pleitrede nog eens aanhalen welke rechtsprincipes de ‘founding fathers’ er op nahielden.

In Nederland kijkt niemand in de rechtszaal ooit nog eens naar wat er ook alweer als grondrecht geformuleerd was. Hier gaat het altijd eerder om de letter van de wet; niet om de geest waarin die ooit is opgesteld.

Verder heeft de VS het beste parlement dat er voor geld maar te koop is. De senatoren en de vertegenwoordigers in het huis van afgevaardigden hebben altijd bakken met geld nodig om hun herverkiezing te kunnen garanderen. Daardoor zijn ze opvallend gevoelig voor kapitaalkrachtige lobby’s. En zowel de film- als de muziekindustrie hebben zich, net als andere mediabedrijven, nogal wat inspanningen getroost om hun visie op het auteursrecht de enig juiste visie te laten worden. Doet er niet toe dat zo hun volkomen verouderde zakenmodellen normale ontwikkelingen blokkeren in het internettijdperk.

Op zich is dat niet eens merkwaardig. Opmerkelijker is al dat de VS weliswaar voorop liep met allerlei maatregelen — in de naam om piraterij te bestrijden — maar dat deze vervolgens overal in de wereld zijn overgenomen. En vaak nog strenger ook.

Tegelijk geldt dat elke nieuwe technologie bestaand recht aantast, en het gebruik van dat nieuwe dus vrijwel steeds gepaard met wetsovertredingen. Toen de radio begon, was er geen regeling om de gedraaide muziek te vergoeden. Hollywood ontstond doordat filmmaatschappijen de regels aan de Oostkust ontvluchten. Laurence Lessing is werkelijk briljant om aan te geven hoe de gevestigde belangen altijd via bestaande wetten hun rechten hebben weten veilig te stellen — maar hoe weinig dit meestal voor de ontwikkeling van hun tegenstanders uitmaakte.

Toch is hij somber over de vrijheden die nu worden aangetast, doordat het auteursrecht zo enorm is opgerekt. Het hele kopierecht, zoals het ook in Nederland eerst heette, was oorspronkelijk enkel bedoeld om de uitgevers van piratendrukken te kunnen aanpakken. Thans is er een hele industrie ontstaan aan nauwelijks gecontroleerde heffingsorganisaties die er blind vanuit gaan dat ik stelselmatig andermans auteursrechten schend. Op elke blanco DVD die ik koop zit een kopieerheffing. Ik zou belasting moeten betalen over elke fotokopie die ik maak; maar die heffing is godezijdank succesvol aangevochten. En BUMA/Stemra wilde premies heffen voor elke video die vertoond wordt op deze website; zelfs als daar geen componist of muzikant aan te pas kwam.

En dit zijn nog maar drie voorbeelden uit vele.

Eén cynische uitwas, die Lessig in 2004 wel zag uitkomen maar daarna pas in alle krankzinnigheid werkelijkheid werd, is dat de muziekindustrie zijn beste klanten juridisch is gaan vervolgen. Want, wie delen er online muziek met elkaar, illegaal of niet? Dat zijn dezelfde enthousiastelingen die naar concerten gaan, en CD’s kopen. De geïnteresseerden. Dus zijn er miljoenen geëist van stakkers die de pech hadden een paar liedjes te delen online, via éen peer-to-peer netwerk.

Maar de meest cynische uitwas is wel dat er nu een klimaat bestaat waarin bedrijven de wetgevers zo ver weten te krijgen dat straks al uw internetverkeer op bit-niveau bekeken zal worden. In Frankrijk gebeurt dit al. Vrijheden zijn ook nergens voor nodig, die worden maar misbruikt.

Lessig vreesde dus nog niet voor de politiestaat die zo meteen ontstaat. Lessig vreesde vooral voor de gevolgen die het gedram van enige gevestigde machten voor de cultuur zal hebben. Omdat die armer wordt, als niet meer voort te bouwen is op wat er al was, als daartoe eerst altijd licentie moet worden verkregen.

Hijzelf ging voor in de discussie over de zo noodzakelijke radicale hervorming van het auteursrecht door de Creative Commons te helpen oprichten.

En dat is mooi. Maar omdat het recht het traagst van alles verandert, ook in heel dynamische tijden, blijft de Creative Commons een zaak van zeer lange adem.

Lawrence Lessig, Free Culture
The Nature and Future of Creativity

356 pagina’s
penguin Books 2005, oorspronkelijk 2004

Alwetende eenling ~ Thomas van Aalten

Naar mijn beste weten wordt dit de eerste keer dat er op boeklog aandacht is voor een eigen beheertje; zo’n ijdelheidsuitgave waarin alleen de auteur al wat zag. Dit komt vooral doordat het idee achter deze bundel artikelen uit 2009 me bevalt. En daar ook wel iets meer over te zeggen is.

Thomas van Aalten publiceerde vorig jaar elke week een artikel op het progressieve weblog sargasso.nl. Daarvan vielen de meest tijdgebonden stukken af, en werd de rest op thema gesorteerd in een pdf-bestand gegoten. Dat is hier te downloaden.

En zoiets mogen meer webloggers van mij doen. Ik zou daar ook zelf eens aan moeten denken. Voor boeklog hoeft dit dan niet, want boeklogjes zijn op meerdere manieren terug te vinden. Maar op mijn eamelje.net verdwijnt wat niet meer op de voorpagina staat, ook vrijwel direct uit het zicht, en daarmee de belangstelling — het probleem dat aan publicatie op vrijwel alle weblogs kleeft.

Nog eens op een andere manier aandacht vragen voor met zorg geschreven teksten, lijkt me daarom eerder een normale reactie op de vluchtigheid van het medium weblog, dan iets anders.

Wel reageerde Van Aalten in zijn artikelen vrijwel steeds op een dan veel reuring makende actualiteit. Dat maakt zijn werk dus in de eerste plaats journalistiek. Dit is dan vaak ook nog journalistiek van het getuigende soort, wat daarmee twee redenen zijn waarom een groot deel van de inhoud toch ook geen jaren zal beklijven.

Naar mijn idee kunnen drie artikelen wel langer mee. En over éen daarvan is de schrijver dat met me eens.

Van Aalten vindt de ideeën die hij over Karst T. had opgeschreven nogal van belang — zo deelt de verzameling de titel met het tweede artikel dat hij wijdde aan deze man. ‘Karst, de alwetende eenling’.

Deze Karst T. reed op Koninginnedag 2009 in Apeldoorn zeven mensen dood die hem de doorgang versperden. Zelf overleed hij later ook.

Het meest bijzondere aan deze daad is dat de gevolgen rechtstreeks op televisie te zien waren. En dat de koningin in de buurt was, in een open bus vol met royalty. En ook dat onmiddellijk nadat de auto van Karst T. tegen een monument tot stilstand de speculatie op gang kwam wie hij was, en wat hij gewild had.

Dit loze gissen, ook in de officiële onderzoeken achteraf — waarbij bijvoorbeeld opvallend zwaar woog dat T. boeken van Céline en Nietzsche had — maakte Van Aalten terecht volkomen af.

Hij plaatste een citaat uit z’n conclusies over dit onderwerp opvallend als slotwoord achterin.

Maar mij waren twee andere artikelen nog liever. Niet in de laatste plaats doordat die volkomen eigen waren; niemand anders dan Thomas van Aalten had deze met zo veel mededogen kunnen schrijven. Zo werd ik getroffen door het in memoriam dat hij schreef bij de dood van J.G. Ballard. En ook maakte indruk hoe hij terugkeek op anderhalf jaar aan lesgeven aan een VMBO-school, op de grens van Amsterdam-Oost en Zuidoost.

[…] als we eenmaal op de kunstmanifestatie zijn beland, wordt pijnlijk duidelijk hoe deze doelgroep niet te grijpen is, de postercampagne ten spijt. De manifestatie is uiteindelijk niet veel meer dan vier Rietveld-neuzelaars in een galerietje en een graffiti workshop die nog niet begonnen is. Ongeduldig lopen de jongens van de ICT-klas rond en rammen wat op een spatiebalk, toebehorend aan een kunstwerk dat een hard geluid maakt als je de spatiebalk aanraakt. Na vier keer slaan zegt Abdullah: ‘Wat is dit voor een euroshopper kunst?’ En ik kan hem alleen maar gelijk geven. Na iets minder dan een kwartier staan we met drie klassen buiten in de zon. Een van de kunstenaars komt naar buiten: ‘Jongens, wie heeft mijn visitekaartjes gestolen?’ [176-177]

Enfin, het is op boeklog vaker betoogd. Schrijvers moeten iets brengen dat alleen zij hebben gezien. Of het hierbij nu om romans gaat, of in zakelijke teksten, of zelfs in zo’n wegwerpproduct als journalistiek. Anders is zo’n tekst al overleden voordat deze gelezen is.

Thomas van Aalten, De alwetende eenling
Essays 2009

181 pagina’s
Thomas van Aalten, 2010

Odyssee van Giuseppe Bergman ~ Milo Manara

Voegt kleur iets toe aan Manara’s strip over de enigmatische alleman Guiseppe Bergman? De eerste albums met deze hoofdpersoon bevatten namelijk slechts lijntekeningen. Die bieden enkel zwart op wit. En dit maakt toch dat ik beter kijk naar het tekenwerk. Door ook de kleur in te vullen, wordt direct herkend wat Manara wilde afbeelden. Om éen of andere reden maakt dit minder indruk. Wat misschien ook komt omdat vrijwel alle strips bij ons normaal in kleur zijn, en zwart wit-strips dus de uitzondering vormen.

De Odyssee van Giuseppe Bergman bood wat de titel zei. Enkele verhalenflarden uit de Odyssee dus, aangevuld met wat Griekse mythologie, en wat hedendaags rondzeilen op een boot. En omdat dit een Manara is, komen daar nogal wat wijdogige blote meisjes bij — die allemaal op elkaar lijken, op hun kapsel na — en zit er wel een zekere logica in het verhaal, maar is dit een magisch realistische logica.

Tegelijk heb ik Manara nooit om zijn verhalen gelezen. Wat er aan bijzondere vertelkwaliteit inzit, is altijd bij anderen geleend; zoals in dit geval van Homeros.

Het gaat mij allereerst om de plaatjes. Om de fantasie van de maker om te verbeelden.

En dan biedt De Odyssee naast die kleur ook slechts drie stroken per pagina; waar dit er vroeger altijd vier waren. Waardoor het album me ook grafisch gezien minder leek te bieden dan de eerdere boeken. Al kwam dit dus misschien ook, omdat ik minder goed keek. Tegelijk waren er wel degelijk uitzonderingen op die regel; opvallend genoeg telkens als het verleden in heden ingreep.

Manara, Guiseppe Bergman deel 9 – De odyssee van Giuseppe Bergman
60 pagina’s
Oog & Blik, 2005
vertaling van: L’Odyssee de Guiseppe Bergman, 2005

click voor groter, [pijltje rechtsonder voor beeldvullend][en ja, dit is de Franse versie]


Little Book in C Major ~ H.L. Mencken

De Library of America heeft aangekondigd de boeken van H.L. Mencken [1880 – 1956] te zullen heruitgeven. Dat is enerzijds goed nieuws, want die mooi uitgegeven en dikke verzamelbundels zijn al na korte tijd voor vijftien dollar te koop. Maar anderzijds staat er al heel wat van Mencken online, omdat die titels oud genoeg zijn om tot het publieke domein te horen. Het nogal wisselende niveau daarvan relativeert meteen de vreugde over de mogelijke heruitgave.

Onder de teksten online is de aforismenbundel A Little Book in C Major, uit 1916, die ik las in facsimile. Het boek viel me niet mee.

Wel geldt dat de beste uitspraken uit deze bundel in elk geval Mencken’s hele leven standhielden; en ook lang nog daarna door velen zijn aangehaald. Websites maken er nog altijd goede pronk mee. Ook de mijne.

Maar dit boek las eerder als een schetsboek dan een zelfstandige uitgave. Mencken komt telkens op dezelfde onderwerpen terug, en ook de best gelukte uitspraken worden dan slechts wijsneuzige variaties op een thema. Een thema dat gaat vervelen, bovendien.

Weliswaar sprak H.L. Mencken briljant tegen misogyn te zijn:

A misogynist is a man who hates women as much as women hate one another [VI, 41]

Maar er staan te veel soortgelijke uitspraken tegen vrouwen, of het huwelijk in het boek, om dat onderwerp niet tot een vervelend stokpaardje te maken.

Bijvoorbeeld.

scheiding

Men have a much better time of it than woman. For one thing, they marry later. For another thing, they die earlier. [I, 24]

scheiding

Democracy is the theory that the common people know what they want, and deserve to get it good and hard. [II, 1]

scheiding

An idealist is one who, on noticing that a rose smells better than a cabbage, concludes that it is also more nourishing. [II, 3]

scheiding

The truth that survives is simply the lie that is pleasant to believe. [II, 11]

scheiding

Conscience makes cowards of us all. Politeness is even worse. It makes actors of us. [II, 26]

scheiding

A lawyer is one who protects you against robbers by taking away the temptation. [IV, 6]

scheiding

Conscience: the inner voice which warns us that someone may be looking. [IV, 12]

scheiding

A poet is usually a bad critic of his own work. And a critic is often worse. [V, 8]

scheiding

The chief knowledge that a man gets from reading books is the knowledge that very few are worth reading. [V, 10]

scheiding

In the main, there are two sorts of books: those that non one reads and those that no one ought to read. [VII, 5]

scheiding

Theology is an effort to explain the unknowable by putting it into terms of the not worth knowing. [VII, 11]

scheiding

An historian is an unsuccessful novelist. [VII, 21]

H.L. Mencken, Little Book in C Major
[Opus ii.]

102 pagina’s
John Lane Company, mcmxvi

Rapport Commissie Van Onderzoek Besluitvorming Irak ~ W.J.M. Davids (vz.)

Eind 2001 viel de VS het land Afghanistan binnen, onder meer om het zittende Taliban-bewind te kunnen vervangen door een centrale marionettenregering. De plannen hiertoe waren al opgesteld voor 9/11, maar die rampdag excuseerde de VS in de ogen van de rest van de wereld volkomen voor wat een illegale inval is.

De inval in Afghanistan is volgens mij een even grote oorlogsmisdaad als de invasie van Irak, maar het verschil tussen beide oorlogen is dat de eerste gedekt wordt door VN-resolutie 1368. Die erkent dat de vliegtuigkapingen op 9/11, en wat daarop volgde, een vijandige aanval waren, wat de VS het recht gaf zich te verdedigen tegen de agressor. Alleen stamde geen van de terroristen uit Afghanistan, wat het wel vreemd maakt juist dat land te laten boeten. En zeg nu niet dat het deze mensen toch gastvrij onderdak heeft geboden, en dit niet mocht; Duitsland bood de voornaamste daders niet alleen gastvrij onderdak, dat land gaf ze nog een opleiding ook.

De al ruim voor 9/11 spelende reden om Afghanistan binnen te vallen, was omdat het weigerde enkele mensen, waaronder ene Osama Bin Laden, zo maar uit te leveren om wat verdachtmakingen. Zij hadden in dat land niets misdaan dat om vervolging vroeg. Maar de Amerikaanse regering bleef aandringen, en stelde op 10 september 2001 [!] een ultimatum.

Alleen was de VS jaren daarvoor onder Clinton ook al stevig bezig geweest meer stabiliteit in Afghanistan te krijgen, wat toen juist gebeurde door de Taliban te steunen. Doel van die exercitie? In naam was het onderdeel van de ‘War on drugs’. Maar de aanwezigheid van bepaalde mensen en bedrijven in het land wijst op inspanningen om probleemloos olie met pijnlijnen uit Tadzjikistan te kunnen doorvoeren, via vervolgens Pakistan; een land dat wel al netjes meespeelde.

Controle over olie, en een gegarandeerde olietoevoer, helpt de VS enorm als economische macht; zeker nu het zo veel minder producten uitvoert als voorheen. Olie wordt verhandeld in dollars. En nu ook nieuwe economische grootmachten zoals China olie moeten importeren, maakt het uit om daar iets over te zeggen te hebben.

Olie was daarmee ook de reden om Irak binnen te vallen. En verder heeft het land strategisch gezien een centrale positie in het Midden-Oosten. Het loont om in zo’n land sterke militaire bases te hebben. Of dat vervolgens nu democratisch is, of niet.

Alleen kon de Amerikaanse regering deze wens tot nog verdere uitbreiding van zijn invloedssfeer natuurlijk niet openlijk uitspreken. Dus werden er excuses bedacht die een oorlog tegen Irak konden rechtvaardigen. Pogingen zijn bijvoorbeeld gedaan om ook de toenmalige Iraakse dictator Saddam Hussein aan 9/11 te linken — een verband dat er niet is, maar waarvan een groot deel van het Amerikaanse publiek tot op vandaag zeker weet dat het bestaat. Maar uiteindelijk werd de invasie gemotiveerd met als reden dat Irak massavernietigingswapens had, deze verborgen hield voor VN-inspecteurs, en dus het onderzoek saboteerde, terwijl Londen daarmee wel degelijk binnen 45 minuten biochemisch getroffen kon worden.

De Verenigde Naties was niet onder de indruk van deze leugens. Dus kreeg de VS geen volkenrechtelijk mandaat om Irak te bezetten. Te stellen is zelfs dat alle vergeefse pogingen om de VN over te halen om een mandaat te geven, slechts maakten dat de invasie illegaal werd. Wat de regering Bush overigens niet veel uitmaakte, en de standaardbondgenoten evenmin.

Tot deze bondgenoten hoort Nederland. En daardoor hielp het land mee aan het plotten van een illegale oorlog tegen een autonoom land. Waarmee het een oorlogsmisdaad beging, naar de letter van het Volkenrecht.

Speculatie was er direct al of Nederland niet meer had gedaan dan enkel plotten, en morele steun bieden. Maar voor het ernst van het feit maakt dit niet uit. Een klein land als Nederland, dat bovendien de juridische hoofdstad van de wereld wil zijn, kan het zich slecht verantwoorden het Volkenrecht zo makkelijk te negeren. Zelfs al doet dit recht er betrekkelijk weinig toe, wanneer een partij als de VS zich er niets aan gelegen laat.

Bovendien was het merkwaardig dat Nederland zo tegen de opinie inging van zo veel landen waarmee het een Europese Unie vormt.

Daarbij zij opgemerkt dat mijnheer Balkenende, de minister-president onder wie de Irak-kwestie plaatsvond, in de rechtsgeleerdheid is gepromoveerd; wat het gemak waarmee hij regels negeerde een cynisch tintje geeft.

De meeste leugens over de invasie van Irak kwamen al snel uit. Bovendien bleek het Amerikaanse leger zich niet te hebben voorbereid op wat bezetting van het land vereiste. In zowel de VS als Groot-Brittannië moesten politici al snel hun woorden inslikken.


click image to play. 2.46 minutes

Zo niet in Nederland. Waar premier Jan Peter Balkenende halsstarrig bleef vasthouden aan opinies uit 2002, die overal elders al als leugen waren ontmaskerd.

En erger nog. Toen bij een nieuw kabinet Balkenende een andere coalitie noodzakelijk werd, bleken ook deze partijen bereid voortaan de invasie van Irak te negeren; een stilzwijgen dat wel heel makkelijk gekocht werd in ruil voor wat regeringsmacht.

Maar de kritiek op Balkenende bleef. Waarop hij uiteindelijk toch begin 2009 een Commissie onder leiding van een hoge jurist — Willibrord Davids, oud-president van de Hoge Raad — verzocht om éen en ander uit te zoeken.

Dit leek toen vooral een vlucht naar voren. Door instelling van de ‘Commissie Davids’, voorkwam Balkenende dat er een parlementaire enquête tegen hem werd ingesteld, met alle TV-uitzendingen, en media-aandacht annex.

Alleen is er nu een grote kans dat er alsnog zo’n enquête zal volgen. [1]

Davids presenteerde op 12 januari 2010 de bevindingen, geformuleerd in dit rapport, om daarbij tot de volkomen overbodige conclusie te komen dat de inval in Irak tegen het Volkenrecht inging. Toch was dit voor de Nederlandse media nieuws.

Verder bleek de beslissing om de VS blind in alles te volgen tussendoor in drie kwartier genomen te zijn door wat mensen op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Al is nog opmerkelijker dat dit haastbesluit vervolgens immuun bleef voor alle bewaren en tegenwerpingen, zoals van de eigen juristen.

Ook werd Balkenende door de Commissie Davids gebrek aan leiding verweten, en stelt deze dat de Tweede Kamer verkeerd is geïnformeerd.

Enfin. Ik nam dit rapport door om nog wat details helderder te krijgen. En daarbij viel me dat de tekst behoorlijk wat kritischer is dan de 49 conclusies, die al zo uitgebreid publiciteit kregen. Allerlei ‘checks and balances’ kunnen genegeerd worden, als dit zo uitkomt.

Maar, er speelt meer. Het Nederlandse leger is nog altijd in Afghanistan actief, als bezettingsmacht voor een dubieus bewind, in iets dat eufemistisch een ‘opbouwmissie’ heet. Ik sprak op boeklog eerder mijn verbazing uit over de propaganda waarmee ons dat verkocht wordt.

Het voornaamste dat het Rapport Commissie van Onderzoek Besluitvorming Irak bij me oproept, is grote huiver over het gemak waarmee dus in Nederland beslissingen genomen worden die de levens van honderdduizenden kunnen verwoesten. En hoe de beslissingnemers vervolgens blijven ontkennen lichtvaardig gehandeld te hebben. Hoe zij daar mee weg blijven komen. En hoe zelfs een schijnbaar objectief rapport, van een commissie waarin voor de verandering eens geen politici zaten, toch blind is. Het negeert de brede context van de Amerikaanse drang tot imperium; en dus negeert het rapport dat het toevallig afhangt van welke president daar zit welk buitenlands beleid Nederland nu weer ontwikkelt.

Terwijl ons land toch al sinds eind 2001 in oorlog is, samen met de Amerikanen, in die regio. Zoals slechts zijdelings aan de orde komt bij de Commissie Davids, in éen enkel hoofdstukje.

** update: er volgde enige tijd later nog een kabinetsreactie op dit rapport. Daarna is er nimmer meer iets van vernomen.

W.J.M. Davids (vz.)
Rapport Commissie van Onderzoek Besluitvorming Irak
550 pagina’s
Boom, 2010
  1. update: hoe naïef kan een mens zijn om te geloven dat in de Nederlandse politiek iemand ook ooit maar ergens voor verantwoordelijk zal worden gehouden []

Free ~ Chris Anderson

Net als het boek The Long Tail begon Free als een artikel, in het tijdschrift Wired, waarvan Anderson de hoofdredacteur is. En net als met zijn eerste boek leverde dat stuk tal van reacties op, die hem stevig hielpen het onderwerp helderder te zien.

Free was ook een tijd gratis online te downloaden; iets dat op het moment van schrijven alleen nog voor de Nederlandse vertaling geldt. En waar bij andere auteurs zo’n gratis aanbod toch snel een marketingstunt is, of misschien uit ideële overwegingen voortkomt, kon Anderson naar mijn idee niet anders. Weliswaar heeft hij dit boek geschreven, zonder die inbreng van zijn lezers was het nooit zo rijk geworden. Enige dank mocht hij hen wel tonen.

Het woord ‘Free’ heeft in het Engels twee betekenissen. Vrij. Of gratis. En waar het recent op boeklog bij Laurence Lessig in Free Culture over vrijheden ging, behandelt Anderson de nieuwe economie van gratis. En daarmee de fundamentele invloed die deze ontwikkeling heeft op bestaande, en eerder zo prettig winstgevende bedrijfsmodellen.

Internet maakt dat het niets meer kost, in verhouding, om digitale data te verspreiden. Dus staat ineens elke bedrijfstak onder druk waarvan de producten te digitaliseren zijn. Of niet?

Tegenover elke klacht van een hoofdredacteur dat een krantenabonnement voor te veel mensen overbodig lijkt, door alle gratis nieuws online, staan verhalen van bedrijven die er wel aan weten te verdienen om hun producten weg te geven. De grootste firma online laat iedereen zonder te betalen zijn zoekmachine gebruiken; Google genereert inkomsten door de reclameruimte die het bedrijf verkoopt.

Het idee om klanten iets gratis te geven, om op een andere manier aan hen te kunnen verdienen, is helemaal niet zo nieuw ook. En natuurlijk is er uiteindelijk altijd wel iets of iemand die betaalt voor het gratis product, of de dienst om niet. Maar deze betaling vindt veel gespreider plaats dan voorheen.

Iedereen die Google gebruikt, staat ook toe dat de zoekmachine een profiel aanlegt van hem of haar, en dat bijvoorbeeld gebruikt om op maat advertenties te tonen. Daar hebben adverteerders best een paar centen meer voor over. En internetgebruikers geven er, meestal ongeweten, graag hun privacy op voor het benutten van iets dat gratis lijkt.

De centrale boodschap van Anderson’s boek is: bits zijn geen atomen. Veel van de traditionele beperkingen — economie en recht gaan vanouds uit van bezit, en dus van schaarste — bestaan er in een digitale economie niet meer. Een zekerheid die in de twintigste-eeuwse economie nog kon opgaan, is in de eenentwintigste eeuw vaak al een fout.

Interessantst aan dit boek was voor mij daarom het laatste hoofdstuk, dat ook als samenvatting kan dienen voor de rest. Daarin signaleert Anderson 14 misverstanden over ‘gratis’, om zo onder meer zien te laten zien waarom er zo veel onzin wordt gepraat over de ‘nieuwe economie’.

10. Gratis brengt een generatie voort die nergens de waarde van inziet.
[…]
Deze zorg bestaat al sinds de industriële revolutie – vervang ‘gratis’ door ‘stoom’ en je ziet de Victoriaanse bezorgdheid over weke spieren en hersens voor je. Het is waar dat elke generatie dingen vanzelfsprekend vindt die de vorige generatie meer waardeerde, maar dat betekent niet dat elke nieuwe generatie álles minder waardeert. Ze hechten alleen waarde aan andere dingen. Het is ons op de een of andere manier gelukt om niet meer met het ochtendkrieken uit bed te komen om de koeien te melken en toch onze wil tot werken te behouden.

En toch had ik wel kunnen volstaan met een herziening van het eerste artikel dat Chris Anderson ooit online zette, over dit onderwerp.

Chris Anderson, Free
Hoe het nieuwe gratis de markt radicaal verandert

318 pagina’s
Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2009
vertaling door Geeske Bosman van:
Free. The Future of a Radical Idea, 2009

100 Lifehackingtips

Toen in 2005 de website Lifehacker.com verscheen, werd ik al gauw een vaste bezoeker; net als tal van andere nerds. De tips op die site hadden namelijk groot nut, en de discussies daarover helemaal. Want, we hebben nu dan wel al die technologie, zoals een computer met een internetverbinding, maar het dagelijkse gebruik daarvan kan toch zeker veel handiger?

In 2007 ging het Nederlandse initiatief Lifehacking.nl van start. En daar vond ik nooit wat aan. Wat niet zo zeer aan de website lag, als wel aan de doelgroep waarop deze zich richt — want daar hoor ik niet toe. Lifehacking.nl lijkt vooral nuttige wenken voor kantoorpersoneel te bieden, dat uit zichzelf nog niet zo veel durft met de standaardprogramma’s op hun Windows-PC. Mensen die nog heel blij zijn om te leren hoe je mappen aanmaakt in Outlook.

Dat is ook allemaal heel nuttig, alleen niet voor mij.

Verder bracht de Nederlandse site te vaak nogal vaag esoterische tips, zoals over bezield water — het kan ook andere mallepraat uit de zweefmolen zijn geweest — wat me nog heviger afschrok.

Alleen verscheen er ook een boek, met honderd nuttige tips, dat gratis online staat, en toch maar eens bekeken moest worden. En deze uitgave slaagde er niet in mijn vooroordelen weg te nemen. Ook het boek lijkt vooral bedoeld te zijn om kantoorslaven productiever te maken. De nadruk ligt nogal op tips om de vloed aan dagelijkse routines te helpen stroomlijnen. Zodat het geringe tal uren van de CAO-werkdag zo optimaal mogelijk benut wordt.

Nu is de uitgever dan ook een uitgever van managementboeken.

Een moeilijkheid van dit soort tips is toch dat deze problemen oplossen die voor mij niet meer bestaan, en meestal nooit bestaan hebben.

Bovendien komen wel heel veel tips neer op de dooddoener: laat je niet afleiden, als er iets gebeuren moet.

Dus was het alsof ik in dit boek als antropoloog de wat primitieve gewoonten van een onbekende stam bestudeerde. In het besef dat veroordelen eigenlijk niet mag, hoe verleidelijk dat ook is. En er staan op zich ook genoeg handigheidjes in het boek. Maar dat is het niet…

Martijn Aslander, Frank Meeuwsen, Taco Oosterbeek, Sanne Roemen, e.a.
100 Lifehackingtips
om prettiger en efficiënter te werken

147 pagina’s
Van Duuren Management, 2008

Gevaarlijke vaagtaal ~ Arjen Ligtvoet & Cathelijne de Busser

‘Vaagtaal is gevaarlijk en grijpt woest om zich heen’. Dit stellen Arjen Ligtvoet en Cathelijne de Busser in een pdf-uitgave van twee interviews die ook op hun weblog staan.

Vaagtaal is hun neologisme voor wat anderen, zoals journalisten, doorgaans dunspraak noemen:

Dunspraak is het gebruiken van bekende woorden en begrippen zonder er iets reëels of betekenisvols mee aan te duiden. [30]

Orwell muntte dan weer het begrip ‘Newspeak’ in 1984, en zo zullen er nog wel meer benamingen zijn voor taal die niet allereerst wordt ingezet om te communiceren.

Ligtvoet en De Busser geven in hun inleidende essay onder meer deze definitie:

Vaagtaal komt overal voor en heeft vele varianten. Zo lijden ambtenaren aan oubollige ambtenaritis, leggen beleidsmakers met beleidsbabbels een zachte wollen deken over snoeiharde maatregelen en spreken managers een semi-Engelse vorm van vaagtaal die managementspeak heet. [5]

Ik zou deze soorten taalgebruik eerder schimmel noemen, die bijna ongemerkt ineens alles overwoekerd hebben, dan een woest om zich heen grijpend verschijnsel. Kankers, desnoods; omdat daar de stille woeker ook al in zit.

Tegelijk is dunspraak of vaagtaal ook een fenomeen dat soms nut kan hebben.

Als ik als journalist een interview uitwerkte met iemand die ik mocht, werd al zijn jargon herschreven tot begrijpelijke spreektaal. Had het vraaggesprek me alleen irritatie opgeleverd, dan liet ik alle gelul zo letterlijk mogelijk staan. Wetende dat de goede lezer zo direct zou zien met een blaaskaak van doen te hebben, met niets meer dan lege praatjes in de aanbieding.

In deze elektronische uitgave staat een interview met de oud-politicus Frits Bolkestein, die zich opeens de luxe veroorlooft met enig afstand naar zijn vorige bezigheden te kijken. Al heeft hij eerder wel het neologisme ‘Binnenhofbargoens’ bedacht, voor de wollige ontaal in die politiek Den Haag voor Nederlands moet doorgaan.

Als je in de Nederlandse politiek stante pede komt met een heldere analyse en een oplossing, zou je gek genoeg die oplossing wel eens sterk kunnen vertragen. Politici denken dan dat er te weinig geworsteld en gediscussieerd is. De oplossing is te eenvoudig, en dus verdacht. [13]

In Nederland is het onnozel om duidelijke standpunten in te nemen, aldus Bolkestein; daarmee illustrerend wat hier op boeklog al te vaak in de orde kwam. In politiek Nederland is een ja nooit een ja; maar op zijn best een opening tot onderhandelen.

Bolkestein moppert verder nog wat over onze decadentie, of die van Europa, en pleit daarbij, zoals te verwachten viel, voor een nieuwe elite. Al zal hij waarschijnlijk eerder een echte elite bedoelen.

De andere gesprekspartner voor de auteurs van deze uitgave was Charles den Tex. Deze is vooral bekend als thrillerschrijver. Maar hij schreef ooit ook een boek over adviestaal, getiteld Van Aai-instrument tot zwaluwstaarten. Dat was mede een afrekening met de tijd dat hij als adviseur aan de kost kwam.

Den Tex weet onder meer duidelijk te maken dat de strijd tegen zulk taalmisbruik een vrijwel hopeloze opgave zal zijn:

In jullie boek ‘Vaagtaal’doen jullie de oproep om mee te vechten tegen vaagtaal. Te laat! Iedereen beschouwt deze taal al als volstrekt normaal. Vaagtaal en adviesbeeldspraak zijn voor de meeste mensen tastbare werkelijkheid. Door deze manier van spreken aan te vallen, val je mensen persoonlijk aan. De meesten zullen dat niet accepteren en hoeven het ook niet te accepteren. Kijk maar hoe managers zichzelf onmisbaar hebben gemaakt en zich afschermen met bonussen, optieregelingen en lucratieve winstuitkeringen. [22]

Enfin. Door publicaties als deze, hoe bescheiden ook, besef ik onder meer dat mijn boeklog ook een wapen is tegen alle wanstaltig taalgebruik, en het daarmee gepaarde slordige denken.

Al richt mijn strijd zich dan eerder nog tegen alle imponeergebazel. Vaagtaal is er in nog veel meer soorten dan Ligtvoet en De Busser in kort bestek hebben kunnen aangeven. En erger nog is de manipulatie die met een mist aan ontaal bedekt wordt, of de drang naar macht.

Arjen Ligtvoet & Cathelijne de Busser, Gevaarlijke vaagtaal
26 pagina’s
www.vaagtaal.nl, 2011

Encyclopedie van op het nippertje geredde kennis ~ Hans Vervoort

Het boekenlandschap is veranderd sinds 1 januari 2005 — al is zo’n uitspraak te doen over elke periode van tien jaar. Voor mij geldt in elk geval dat ik een boek inmiddels niet meer per se van papier hoef te lezen.

Bij muziek, of video, is het verschil overigens nog groter. Weinig kans dat ik die nog koop op een fysieke drager, als CD of DVD.

En ware boeklog meer geweest dan een leesdagboek, en had ik hier ook een kroniek willen bijhouden van de ontwikkeling van het e-boek in Nederland, dan was de naam Hans Vervoort al eerder langs gekomen.

Vervoort heeft namelijk al op verschillende manieren met het elektronische boek geëxperimenteerd. Zo zette hij eind 2010 zijn hele ‘back catalogue’ gratis als e-boek online. Dit tot afgrijzen van zijn uitgever; die overigens geen van deze boeken in druk had gehouden op papier.

Hans Vervoort [1939] adverteerde zelfs met deze actie in de bladen die naar hij hoopte door zijn doelgroep gelezen werden. Wat hem dus spaargeld kostte.

Toen Vervoort zijn eerste boeken uitbracht, had hij ook niet de verwachting ooit van zijn schrijverij te kunnen leven. Hij heeft altijd een serieuze baan naast het schrijven gehad. Dat geeft hem nu dus de ruimte om te experimenteren met zijn werk; en daar op een nieuwe manier belangstelling voor te oogsten.

Dat het werk bestaat, omdat het ooit werd uitgegeven, is immers niet meer genoeg.

Dat de ideeën van de generaties aan auteurs na hem over hun werk, en hoe zij dat in de wereld brengen, anders kunnen zijn, is overigens een tweede..

Maar als iets opvalt aan de uitgeverij momenteel in Nederland, is het toch dat nogal wat auteurs meer sjoege hebben van wat er kan en moet dan de uitgevers zelve.

Hans Vervoort werd 75 dit jaar, en dat gaf hem aanleiding vele doorgaans heel luchtig gehouden ‘nippers’ en ‘snippers’ te bundelen die hij eerder op Facebook had opgetekend. Deze korte teksten werden onder meer geschreven tegen het vergeten, omdat het de auteur er om ging alledaagse zaken op te tekenen; die hoogstens collectief door zijn generatie zullen zijn onthouden. En daarmee zo makkelijk kunnen verdwijnen zonder iets na te laten.

Niet altijd vertelde hij me daarbij overigens iets nieuws. Vaak was wat Vervoort aantekende eerder een verbijzondering van een algemeen verschijnsel, dan iets mij geheel vreemds. Dat ooit iedereen rookte was bijvoorbeeld normaal. Alleen verwijt Vervoort in de Encyclopedie van op het nippertje geredde kennis zijn rookverslaving aan de koningin — want met haar complimenten kregen dienstplichtig soldaten een pakje sigaretten terwijl ze nat en koud op veldoefening waren. Dankzij dat pakje, en het zelfmedelijden van dat moment, ging hij toch weer roken. Hoewel dat eigenlijk te duur was bij de minieme soldij.

Nieuw was overigens weer wel de zekerheid dat de dichter Hans Faverey zijn naam uitsprak als Faverie. Hans Vervoort weet dit zo goed, omdat hij diens assistent was op het marktonderzoekbureau NIMM. Dus, wie Faverei zegt, is een poseur.

Vervoort’s Encyclopedie bevat twee afdelingen, met ‘nippers’ en ‘snippers’. Uit dat eerste deel zijn diens persoonlijke herinneringen aan andere mensen het meest bijzonder — logisch wellicht, want niemand anders heeft deze zo gehad.

De ‘snippers’ bestaan uit observaties en opinies. Daaraan bevielen me de autobiografische stukken het best. Misschien omdat ik Hans Vervoort ook al las voor hij zijn werk online zette, en me nu weer delen van zijn geschiedenis herinnerde.

* ook van de Encyclopedie van op het nippertje geredde kennis is een gratis versie beschikbaar via de website van de auteur. Maar wie hem betalen wil, kan dat.

Hans Vervoort, Encyclopedie van op het nippertje geredde kennis
(en andere stukjes om te lezen)

144 pagina’s
© Hans Vervoort, 2014

Wrâldreis yn 80 dagen ~ Jules Verne & Roelof Wijtsma

In een strijd tussen oude technologie en nieuwe won uiteindelijk het papieren boek. En toch ook niet helemaal.

Uitgeverij Regaad stelt online gratis een app beschikbaar van de Friestalige strip naar Jules Verne’s Reis om de wereld in tachtig dagen. Dat stripverhaal is hiertoe aangevuld met achtergrondgeluiden, muziek, en extra informatie. Bovendien moet de lezer op het scherm van plaatje naar plaatje tikken — want de afbeeldingen in zwart-wit zijn nog niet compleet. Pas met de kleur komen ook de tekstballonnen in beeld.

Ik hield dat herhaalde tappen slechts enkele schermen vol. Het achtergrondgeluid was toen al uitgeschakeld.

Want het is weliswaar mooi dat er geëxperimenteerd wordt met de vorm en de presentatie van strips. Ik wil alleen veel meer controle kunnen houden over hoe ik lees dan deze app me gaf. De gebruikte technologie zou hoogstens kunnen werken als mijn tablet automatisch op mijn oogbewegingen reageert — en zo ver zijn tablets nog niet. Het is domweg hinderlijk om eerst een incompleet plaatje te zien, en dan telkens even te moeten wachten tot alles er wel staat. Keer honderd.

Kwam met de app wel een PDF-versie mee van het oorspronkelijke boek van Verne, in een Friese vertaling. Dus las ik die; mede om het hele verhaal te krijgen. Om daarbij op een wel heel vreemde vraag te stuiten. Was De reis om de wereld in tachtig dagen werkelijk altijd zo kinderlijk geweest?

Ik meende toch half dat Verne indertijd een avonturenboek geschreven had dat pas veel later tot de jeugdboeken zou worden gerekend.


En wellicht komt dit doordat ik al Verne’s wonderlijke reisboeken in een te antieke Nederlandse vertaling heb gelezen. Die van De reis om de wereld… dateert bijvoorbeeld uit 1874. Pas ruim een eeuw later is dat boek nog eens opnieuw naar het Nederlands overgezet.

Van alle Verne’s in hun klassieke blauwe bandjes, met hun titels in goud, had ik dus als voornaamste indruk overgehouden redelijk moeilijke boeken te hebben gelezen. Wat waarschijnlijk veel meer zegt over de kwaliteit van de vertalingen dan iets anders.

Bleef staan dat In wrâldreis yn 80 dagen een zo sterk plot heeft, dat dit eenmaal gelezen nooit meer vergeten wordt.

Het verhaal was er bovendien éen van het soort dat zichzelf bij herlezing vernietigt. Die steile Britse hoofdpersoon, Phileas Fogg, lost al zijn problemen onderweg gewoon op met geld! Niet met intelligentie, of een list. Dat is wel heel makkelijk.

Toch is dit boek onderhuids absoluut geen traktaat tegen het kapitalisme. En Jules Verne’s bewondering voor het Britse Empire moet ook wel erg groot zijn geweest. Nu ja, Frankrijk was in zijn tijd net vernietigend door de Pruisen verslagen.

Striptekenaar Roelof Wijtsma maakte voor het album de opvallende keuze het personage Phileas Fogg zonder mond af te beelden. Al kan die mond best verscholen zitten achter het vele gezichtshaar uit die tijd. En die keuze werkte goed — helemaal als er weer eens zwijgend bankbiljetten overhandigd werden.

Maar de keuze van de makers om het eigenlijke avonturenverhaal in te passen in een hedendaags raamverhaal — om zo ook jonge lezertjes te kunnen pakken — is op zijn vriendelijkst nogal negentiende-eeuws te noemen. Want toen mocht het nog niet, dat gewoon rechtstreeks een verhaal vertellen. Die gewoonte moest eerst worden gevestigd.

Tegenwoordig valt op dat zo’n raamwerk enkel afleidt als het niet echt iets bijdraagt. En voor mij was dat zo.

Jules Verne & Roelof Wijtsma, In wrâldreis yn 80 dagen
60 pagina’s
Regaad, 2016
 
Jules Verne, In wrâldreis yn 80 dagen
z.p. [131 pagina’s]
Vertaling door Syt Bakker-Palma van Le tour du monde en quatre-vingts jours, 1873
Regaad, 2016