Devil’s Cup ~ Stewart Lee Allen

Dit is geen reisboek, want het is de auteur overal maar om éen ding te doen. Koffie. En tegelijk is dit ook geen monografie over de geschiedenis van die o zo verslavende drank. Daarvoor biedt het boek toch te veel reisverslag en persoonlijke belevenis van de auteur. Overigens zonder dat de lezer die deze man nu weer heel goed leert kennen.

The Devil’s Cup vormt daarmee bijna een genre op zich. Noem het maar een humoristische monomanie. Het is het boek van een enthousiasteling die de moeite neemt het onderwerp van zijn belangstelling tot aan de vaagste bron te onderzoeken, en die alles tot in de miniemste details wil weten. Waardoor Stewart Lee Allen ondertussen bijvoorbeeld ook verstrooid een oorlogje binnenwandelt, als Eritrea en Jemen vechten op wat eilandjes in de Rode Zee.

Koffie heeft zijn oorsprong in Ethiopië, maar verspreidde zich vooral via Mokka, in het tegenwoordige Jemen. Koffie is daarmee vanouds een hoogst islamitische drank. Verspreiding in Europa liep waarschijnlijk ook vooral via de Turken.

Allen dist telkens prachtige historische anekdotes op om dit te staven — vaak ook nog op de plaats zelf — waarvan de meeste mij later bedacht lijken, om de populariteit van koffie te kunnen verklaren. Maar dit doet er niet toe. Geschiedenis is heel goed te vertellen aan de hand van een voorwerp, of zelfs een drank. En koffie bleek daarbij een wel zeer dankbaar onderwerp.

Verder maakte de auteur alleen al benieuwd naar de verschillende methoden waarop koffie gezet wordt. Of dit nu van de bladeren van de koffieplant is, zoals alleen de ouderen in Harare dat nog doen, van de hele bes, met kardamom, of zonder, in een Wener koffiehuis en een Parijzer café, danwel in een Starbucks.

Goed, éen ervaring van Allen riep geen verlangens op om zelf na te volgen. Hij heeft ook geprobeerd om in de VS, zijn geboorteland, te peilen wat de kwaliteit van de koffie was in de doorsnee diner. Maar daarbij ging het hem er al om de slechtste kop denkbaar te vinden.

En het is ook door dit laatste hoofdstuk dat het boek het kwalificatie ‘aanbevolen’ net misloopt, hoe zeer ik ook genoten had van alle pagina’s daarvoor. Stewart Lee Allen wist helaas niet goed hoe hij een einde aan zijn boek moest maken. Dus was het lezen me als het drinken van een heerlijke kop koffie, met nogal wat bezinksel in de laatste zure teug.

Stewart Lee Allen, The Devil’s Cup
Coffee, the driving force in history

231 pagina’s
Canongate 2000, oorspronkelijk 1999

Out of Africa ~ Karen Blixen

Ik heb ooit enige uren van mijn leven verspild in een bioscoop, aan Out of Africa. Deze trage film was niet aan mij besteed, op zijn zachtst gezegd, door de al te voorspelbare Hollywood-schmaltz. Toen er links en rechts van mij in het donker zacht gesnik opklonk, omdat Robert Redford eindelijk stierf, hoewel diens dood er toch al even zat aan te komen, kon ik een proestlach niet langer onderdrukken.

Dat er een goed boek aan zulke sentimentele rotzooi ten grondslag kon liggen, kwam niet bij me op. Daar begon ik pas over na te denken toen Out of Africa toch telkens weer opdook in canons en lijstjes.

En goed, dan is het boek in zekere zin ook sentimenteel. Maar niet plat sentimenteel. Out of Africa was het boek waarin Karen Blixen [1885 – 1962] vanuit Europa terugkeek op haar tijd in Kenia. Waar ze ondanks alles zeer gelukkige momenten moet hebben gekend; wat later als vanzelf melancholisch maakt.

Het uiteindelijke afscheid aan het land, en de mensen die ze er kennen leren, neemt ook ruim dertig pagina’s in beslag; ofwel tien procent van het hele boek.

Blixen had een boerderij op een hoogvlakte vlakbij Nairobi, ‘at the foot of the Ngong Hills’. Daar was ze in 1914 naar toegetrokken, met haar man, Baron Bror von Blixen-Finecke. Zij zouden al in 1921 uit elkaar gaan. Haar verblijf in Afrika duurde nog tien jaar langer.

Al die tijd lukte het nauwelijks om van de boerderij te leven. Voor de koffie die er verbouwd werd, lag de regio net iets te hoog, waardoor de gewassen te makkelijk vorstschade opliepen. Als er geen andere rampen gebeurden.

Alternatieven leverden evenmin veel op, al werd er volop geëxperimenteerd.

Tegelijk gaat dit boek daar slechts zijdelings over. Out of Africa is vooral memorabel door de mensen die het boek bevolken. En door de redelijk onbevangen blik waarmee Karen Blixen hen, en al hun zo verschillende zeden, bekeek.

Of misschien is het zelfs omgekeerd, en komen nogal wat blanken er niet al te best vanaf. Zoals een buurman, die ooit dokter was geweest, en met tegenzin het leven redde van de vrouw van een personeelslid in barensnood. Buurman had ooit de elite van Bournemouth als clientèle gehad, en wilde daarom niets met inboorlingen van doen hebben.

Wat die zo verzonnen Hollywood-film ook totaal verdoezelde, was dat dit boek niet uit éen logisch verhaal bestaat; zoals meestal ook moeilijk kan in een autobiografie. Het bestaat uit een groot aantal losse fragmenten, waarvan sommige de lengte van een stevig hoofdstuk hebben, en andere nog geen pagina lang zijn.

Fragmenten, als vanzelfsprekend prachtig bijeen gehouden door persoonlijkheid, en toon.

Karen Blixen, Out of Africa
330 pagina’s
Penguin Books 1988, oorspronkelijk 1937

Undercover Economist ~ Tim Harford

Trust Me, I Am an Economist, zo heette éen van de weinige TV-uitzendingen waar ik in 2006 met enig plezier naar keek. Dat wekelijkse BBC-programma werd gepresenteerd door Tim Harford. Die daarvoor ook al columns schreef, en een bestseller had uitgebracht.

Dat was dit boek.

Maar TV-uitzendingen die me intrigeren, blijven lang in mijn geheugen hangen. Om te voorkomen dat half herinnerd beeld voor de tekst zou gaan staan, heb ik enige jaren gewacht met het lezen van The Undercover Economist. Dat kan ook best. De meeste informatie erin is tijdloos. Al schrijft Harford in 2006 wel:

We are probably not on the verge of another depression. [152]

En Tim Harford brengt dan misschien gepopulariseerde economische theorie. Maar dit betekent tegelijk dat hij geen onderwerpen aansnijdt of methoden gebruikt die economen normaal zo ergerniswekkend maken. In de kern is economie namelijk geen harde wetenschap. Wat iemand vindt, of van belang acht in een economisch model, wordt niet zelden gekleurd door diens persoonlijke voorkeuren, en vooroordelen. De versimpeling om ontwikkelingen begrijpelijk te maken, is niet zelden ook een ernstige vergroving.

Daarom is ook geen econoom het ooit eens met een ander.

Maar Harford kijkt in dit boek slechts naar bewezen regels. Naar wat wel altijd opgaat. En opvallend genoeg is dat meestal niet eens puur economische kennis, maar psychologie, geschiedenis, of een wiskundige vondst als de speltheorie.

Dit boek begint met de vraag waarom forenzen zonder nadenken een paar pond neertellen voor een bekertje koffie op een tochtig treinperron, terwijl die koffie thuis maar enkele centen kost.

Van daaruit wordt vervolgens de wereld verklaard.

Het meest heb ik opgestoken van Harford’s betoog over de veilingen van radiospectrum. Wat dan weer komt omdat ik in 2000 nog opiniestukken heb geschreven over de bubble die de Nederlandse overheid creëerde, door de UMTS-frequenties voor vele miljarden te veilen.

Harford leerde me dat er ook veilingen zijn geweest die niets opbrachten. Zoals in Nieuw-Zeeland begin jaren negentig, waar frequenties voor een paar dollar verpacht werden, omdat de verkoop verkeerd was georganiseerd.

Cruciaal aan de veilingen in het Verenigd Koninkrijk, en Duitsland, en in mindere mate Nederland, is het besef dat het de telecombedrijven betrekkelijk weinig uitmaakte hoe veel ze zouden moeten betalen, omdat er toch maar vijf vergunningen werden verstrekt voor snel draadloos internet. De keuze voor consumenten was daarmee beperkt genoeg. Dus betaalden de winnaars van de veilingen veel te veel, in de zekerheid dat hun klanten die investeringen uiteindelijk toch wel zouden compenseren.

Helemaal met Harford ben ik het niet eens, als hij stelt dat de telecombedrijven ook zonder die overdreven kosten voor het frequentiespectrum willekeurig welke tarieven hadden kunnen rekenen voor snel dataverkeer. Wij kunnen namelijk internationale vergelijkingen trekken, en zien hoe duur mobiel internet elders is. En de Europese Commissie kan zo nodig ingrijpen, zoals gedaan is om de belachelijke kosten voor internationaal dataverkeer te beperken. De ontwikkeling van deze markt, waarvan de doorbraak overigens pas in 2014 verwacht wordt, lijkt me wel degelijk beïnvloed door de woekertarieven die nog altijd voor mobiel dataverkeer worden gerekend.

En die krankzinnige veilingprijzen hadden zeker als gevolg dat de telecomaanbieders minder in nieuwe infrastructuur konden investeren, of die investeringen over een langere tijd moesten uitsmeren.

Geld is maar éen keer uit te geven. Je hoeft geen econoom te zijn om dat te weten.

Nu goed, banken konden inkomend geld liefst acht keer uitzetten. Maar daar kwam nu net ook alle ellende van.

Tim Harford, The Undercover Economist
278 pagina’s
Abacus 2007, oorspronkelijk 2006

Fragment uit Trust Me, I Am an Economist. click image to play. 1.06 minutes


History of the World in Six Glasses ~ Tom Standage

Standage doet in dit boek precies weet hij in de titel belooft. De wereldgeschiedenis wordt verteld via zes dranken. Of eigenlijk zijn het er zeven. Water is vanzelfsprekend de belangrijkste drank van allemaal. Alleen duurde het erg lang tot de mensheid doorkreeg wat toch maakte dat water ziekteverwekkend kan worden. Of beter nog: dat het door water kwam dat ze ziek werden.

Tot dat moment dronk men liever iets anders. Thans is er niets beters te krijgen als kraanwater. Al betalen sommigen liever duizend keer meer voor kraanwater van elders, in een fles, omdat daar een merknaam op staat.

Ik vind boeken als deze, als de auteur ook maar een beetje schrijven kan, meesterlijk. Omdat ze altijd bewijzen dat er niet éen wereldgeschiedenis is. De historie van de mensheid kan op vele manieren verteld worden. Beschrijf gewoon éen ding dat mensen altijd gedaan hebben — eten, drinken, paren, poepen, wonen, samenleven, imponeren, communiceren — en als vanzelf wordt getoond dat wat in het verleden normaal was dit nu niet meer is.

Mijn enige bezwaar tegen dit boek van Standage is dat het veel te snel uit was. Er staat wat weinig tekst op de pagina’s.

Goed aan A History of the World in Six Glasses is alleen al dat Standage die dranken van vroeger ook heeft geproefd; of in elk geval beschrijft hoe ze volgens hedendaagse makers smaken.

Dus, terwijl ik bijvoorbeeld wel wist dat de Grieken en Romeinen hun wijnen sterk verdund dronken — het spul kwam ook nogal ingedikt op de markt — was bijvoorbeeld nieuw dat aanlengen met wat zeewater heel goed kan. Dit levert een aangename sherrysmaak op.

Maar de geschiedenis van de zes dranken begint met bier. Want, zodra de mens zich als landbouwer ging vestigen, duikt ook dat bier ineens op. Mede omdat waterbronnen vervuilen als mensen nabij te veel doen.

Vochtig graan wordt bovendien zoet — en dat is ook al zo makkelijk te vergeten. Pas in de middeleeuwen werd er in onze landstreken hop aan bier toegevoegd, als preservatief, waardoor wij bier met enige bitterheid associëren. Alle oerbieren zijn daarentegen aan de zoete kant.

Dus is de geschiedenis van de mensheid ook een historie van permanente dronkenschap, of in elk geval een lichte vergiftiging met alcohol. Standage beschrijft koffie ook als de eerste drank waarvan mensen het idee kregen helderder te worden.

Bier staat in dit boek voor de opkomst van de landbouw, de eerste permanente vestigingen, de uitvinding van bezit.

Wijn voor een nog weer verdere stap richting beschaving, door de kennis van de Grieken, en de imperiumdrang van de Romeinen.

Spiritualiën, zoals brandewijn en rum, staan voor de eerste fasen van de kolonialisering. Alleen al vanwege hun grote waarde als ruilmiddel. En ik wist ook wel dat de Engelsen scheurbuik uiteindelijk bestreden met limoenen, maar weer niet dat die vooral gebruikt werden om rum drinkbaar te maken, als groc.

Koffie wordt in verband gebracht met het koffiehuis, en de Verlichting. Wat ik wel vaker heb zien doen.

Thee schetst de geschiedenis van het Britse kolonialisme, en de reacties daarop.

Coca-Cola gaat vanzelfsprekend over de groeiende invloed van de VS, in de twintigste eeuw.

En zo samengevat, lijkt het een simpele gimmick, om een geschiedenisboek als dit te schrijven. Tegelijk gaat het niet om dit basisidee, maar om de uitwerking. De vele details daarin. En de nieuwe dwarsverbanden die ook dit boek weer aanbrachten in mijn kennis over het verleden.

Goed, dan is er natuurlijk melk ook nog, als drank, niet in dit boek behandeld, en de voordelen die de mensen hadden die melk ook als volwassenen konden verdragen, volgens huidige theorieën.

Tom Standage, A History of the World in Six Glasses
311 pagina’s
Atlantic Books 2007, oorspronkelijk 2005

Dirkjan 18 ~ Mark Retera

De waarheid dat herlezen het enige lezen is, gaat als geen ander op voor stripboeken. Die lijken hun rijkdom pas echt te geven in de zoveelste herhaling.

Dit geldt helemaal voor humoristische albums. Omdat het bij deze strips bij de eerste keer lezen allereerst om de grappen gaat — en de timing van die grappen er nog zo veel minder toe doet.

Bovendien kan die eerste lezing gauw gepaard gaan met een overdosis aan humor. In een bombardement van grap na grap vallen al gauw alleen de krachtigste humorexplosies nog op.

Al deze waarnemingen dienen vooral om te zeggen dat ik weliswaar Dirkjan 18 las, maar dat deze eerste kennismaking niet per se een representatieve indruk bracht van de inhoud.

Bij eerdere albums speelde dat probleem minder. De inhoud van die boeken kende ik vaak nog van een voorpublicatie, uit de krant — waardoor in de eerste plaats de opeenstapeling van de grappen nieuw was.

En bij de eerder geboeklogde Dirkjan-albums gold dat ik ze niet voor de eerste keer bekeek.

Dus viel me aan Dirkjan 18 bijvoorbeeld op dat er ineens vrij grove poep- en aarsgrappen in staan. Een stuk of drie vier, in een boek dat ruim honderd keer een lach probeert te scoren. En ik heb geen idee waarom me nu juist dit element zo zeer opviel.

Aan vervolgstrips biedt het achttiende album onder meer Bert’s avonturen als sjeik, met een harem op leeftijd. Bert is vervolgens rechter. En in de zaken die behandelde treedt Bram Moszkowicz nog op als advocaat — het album dateert dan ook uit 2012, voor dat deze geschrapt werd van het tableau; omdat hij de belangen van cliënten niet had gediend. Er zijn avonturen met peniskokers op een nudistencamping. En in het verhaal dat op de voorkant staat afgebeeld is Dirkjan voor de verandering Sherlock Holmes.

Eén aardige grap uit het boek bleek ook ik al eens gemaakt te hebben — al ging ik vervolgens minder ver dan Bert.


* click op illustratie voor groter
Mark Retera, Dirkjan 18
46 pagina’s
Mandarijn, 2012

Caffeinated ~ Murray Carpenter

De voornaamste boodschap uit Caffeinated lijkt me bekend. Cafeïne is een drug. De meest algemeen genuttigde drug te wereld zelfs. Waaraan mensen makkelijk verslaafd kunnen raken — zodat ze ontwenningsverschijnselen vertonen bij al te drastische mindering.

Teveel cafeïne nuttigen is overigens ook verkeerd. Daar gaat het hart bijvoorbeeld stevig van jagen. Alleen geldt dit probleem voor vrijwel alles. De dosis bepaalt nogal wat over de gevolgen. Van teveel water drinken gaan mensen ook dood.

Had de Amerikaanse journalist Murray Carpenter vervolgens nog genoeg nieuws te vertellen over onze verslaving aan deze drug, om daar een aardig boek aan over te houden? Ik weet dat niet.

Carpenter blijft aan de industriële kant met zijn cafeïneverhaal. Onder meer omdat zijn boek niet alleen over koffie gaat — de cafeïnebron waaraan iedereen meteen zal denken bij het woord. Aan vrijwel alle populaire frisdranken verkocht in de VS is cafeïne toegevoegd. Om over de almaar populairder wordende energiedrankjes nog te zwijgen.

Dus gaat Caffeinated voornamelijk over de productie en het gebruik van het stofje. Het isoleren van cafeïne voor frisdrank heeft bijvoorbeeld ooit nog Monsanto groot gemaakt; terwijl dat bedrijf tegenwoordig toch eerder bekend staat als een tiranniek pusher van genetisch gemodificeerde zaden voor de landbouw.

Al blijkt verder dat cafeïne niet per se uit koffiebonen hoeft te worden gewonnen. Duitse chemici vonden voor de oorlog al een methode om de stof uit ureum te maken. Alleen is dat gegeven altijd door de frisdrankfabrikanten ondergeschoffeld. Te bang als deze bedrijven waren dat consumenten een verband tussen ureum en urine gingen leggen.

Caffeinated brengt infotainment, en las als de boekuitgave van een kritisch consumentenprogramma op TV, à la De Keuringsdienst van Waarde. Want de schrijver voert zichzelf als held op in zijn eigen verhaal, omdat hij overal gaat kijken — van koffieplantage tot chemische fabriek. En ook omdat hij vervolgens lang altijd niet overal binnen mocht.

Van Carpenter moeten we nu vragen stellen bij de grote vrijheid die fabrikanten hebben om stoffen als cafeïne toe te voegen aan wat we eten of drinken. Ook al omdat labellen dat deze drug aanwezig is niet altijd kan.

Bij vers gezette koffie is het grotendeels toevallig hoe hoog het cafeïnegehalte uitpakt. Hetzelfde merk koffiebonen, op dezelfde manier gemalen, en tot drank verwerkt, kan enorm in sterkte wisselen van portie tot portie.

Dat was overigens het voornaamste voor mij nieuwe weetje uit dit boek.

Tegenover alle tekst over de productie van cafeïne stelde Murray Carpenter alleen wat weinig over de consumptie van de stof — op statistieken na dan. De belangrijkste cafeïnejunks in dit boek blijken namelijk topsporters te zijn. Tijdens de Ironman triatlon op Hawaii gebruiken de atleten cafeïne in tal van vormen — de stof zit dan zelfs in de energiegels die ze onderweg eten om hun spieren van brandstof te blijven voorzien.

Uit de wielersport was me overigens al bekend dat de laatste bidon met drinken die de renners kregen vaak gemalen cafeïnepillen bevatten. Ik vind zulke voorbeelden over extreme situaties nooit het meest illustratief.

Carpenter verwijst zelfs nog naar het Amerikaanse leger, dat kauwgum liet ontwerpen met cafeïne daarin voor het opwekkend effect.

En ook, dat leger. De geschiedenis leert mij nu net dat van alles aan soldaten is gegeven om ze maar tot helderheid en daadkracht te dwingen. Bij een denkbaar lijstje waarop dan stoffen staan als heroïne, cocaïne, en speed/benzedrine is een klacht tegen cafeïne wat raar.

Dus vreemd genoeg heeft dit boek een omgekeerd effect als de auteur beoogd zal hebben. Ik ben meer dan ooit overtuigd geraakt van de nuttige effecten die cafeïne hebben kan, op momenten dat extra alertheid of inspanning is gevraagd. Zal ik er hoogstens voor zorgen dat de stof dan ook effect heeft, en mijn consumptie op andere momenten onder controle houden.

Murray Carpenter, Caffeinated
How Our Daily Habit Helps, Hurts, and Hooks Us

270 pagina’s
Hudson Street Press, 2014