Kuifje 16: Raket naar de maan ~ Hergé

Het stripverhaal was enige decennia terug in de eerste plaats voor kinderen en tienerjongens bedoeld. Maar de jeugd van tegenwoordig is meer gewend, bewegende beelden bijvoorbeeld, met geluid daarbij, dus taant in bijna alle landen de populariteit van het genre zeer.

Niettegenstaande alle pogingen om meer van het stripverhaal te maken.

De liefhebbers van het moment, van welk genre ook, zijn vaak al lang geleden als kind aan strips verslaafd geraakt.

En ik kan die teruglopende populariteit in sommige opzichten jammer vinden, want sommige stripverhalen hebben mij veel gebracht. Maar er zijn tegelijk getekende verhalen die mij altijd weinig hebben gezegd. Misschien omdat ik dan niet alle albums heb gelezen als klein kind. Misschien omdat ik geen van de boeken bezat, en nooit aan herlezen, en het nog eens herlezen, en nog eens kijken, toekwam — dat zo noodzakelijke procedé om me de strip helemaal eigen te maken.

Daarom kan ik goed begrijpen dat kinderen, of vrouwen, er niets aan vinden.

De stripreeks met Kuifje als held heb ik in elk geval nooit de meest interessante strip gevonden. Waarom is me dus niet goed duidelijk. Misschien omdat andere reeksen gezegend waren met een wat minder kleurloze held — Mickey Mouse was al evenmin ooit een idool van me — misschien omdat de Kuifje-albums domweg altijd uitgeleend waren in de bibliotheek.

En later terugkeren naar zo’n reeks, om alsnog de ontdekkingsreis te kunnen maken, lukte niet. Toen ik me bewust was niet alle Kuifjes te kennen, bewonderde ik andere tekenaars in zijn stijl al meer. Edgar P. Jacobs bijvoorbeeld, die nota bene in vele Kuifje-albums de achtergronden tekende, maakte met Blake & Mortimer een grafisch en verhaaltechnisch interessantere reeks.

Zelfs Theo van den Boogaard deed iets binnen alle beperkingen van de ‘klare lijn’ dat me meer zei.

Ik las nu de twee albums Raket naar de maan en Mannen op de maan als een tegenwicht tegen alle wetenschap in Mary Roach’s boek Packing for Mars.

Dat viel me niet altijd mee.

wordt vervolgd

Hergé, Raket naar de maan
62 pagina’s
Casterman z.j., oorspronkelijk 1953
vertaling van Objectif lune

Kuifje 17: Mannen op de maan ~ Hergé

Ik kan me niet herinneren of ik de albums Raket naar de maan en Mannen op de maan ooit eerder gelezen heb. Tegelijk waren vele elementen uit het boek me wel bekend.

Die roodwit geblokte raket bijvoorbeeld, door Hergé ooit gemodelleerd naar de Duitse V2, is een soort stijlicoon geworden.

En ook ben ik herhaald de claim tegengekomen dat de tekenaar zich technisch zo nauwgezet had voorbereid. Dat hij, in dit science-fiction verhaal, enkele problemen waarmee astronauten vijftien jaar later mee te kampen hadden, toch al vrij goed wist te voorspellen.

Tsja.

Raket naar de maan bleek een rijkelijk traag verteld album te zijn. De spanning in het verhaal moet vooral komen van een onbekende vijand. Die wil namelijk de geheime maanraket in bezit krijgen. Maar het boek eindigt dan weer met een anderssoortige cliffhanger. Bij de lancering van de raket zijn onze helden bewusteloos geraakt. Komen ze ooit nog weer bij?

Bij zo’n vraag is het een behoorlijk nadeel om het vervolg al te weten. Natuurlijk kwamen ze weer bij. Anders konden ze immers nooit op die satelliet rondhuppelen, in het vervolg Mannen op de maan.

Aan boord van de raket was alleen wel een verstekeling verstopt, terwijl de olijke detectives Jansen en Janssen ook al onverwacht zijn meegereisd. Daardoor is er te veel weinig zuurstof om lang op de maan te blijven, en misschien ook wel om de terugreis te overleven.

Alleen weet de lezer wat dit betreft ook al beter.

Maar dat was nog niet eens mijn grootste probleem met de albums. Ik vond ze uit een duidelijk trager tijd stammen, waarin alles zich langzamer ontwikkelde. Bovendien ergerden de vele oubollige grapjes me wat. Waar Hergé de humor zal hebben ingezet om de hoogspanning zo af en toe breken, hielden ze voor mij het verhaal alleen maar extra op.

Grappig vond ik wel enkele anachronismen. Zoals het gegeven dat in de jaren vijftig nog zo in de wonderen van atoomkracht werd geloofd, dat zoiets futuristisch als een raket daar wel mee moest worden aangedreven.

Knap, dan toch, het gegeven dat Hergé wel wist dat er buiten de aarde geen zwaartekracht zou zijn — dat ook éen keer in een grap met zwevende whisky gebruikt — maar voor het overzicht liever wel de ruimtevaarders de hele tijd met hun voeten op de grond zette. Wat dan verklaard werd door de raket zo’n versnelling te geven, dat die een pseudo-zwaartekrachtveld opwekte.

Hergé, Mannen op de maan
62 pagina’s
Casterman z.j., oorspronkelijk 1954
vertaling van On a marché sur la lune

Kuifje 09: De krab met de gulden scharen ~ Hergé

Aan een serie kleeft dat je favorieten krijgt, en andere afleveringen minder lief hebt. En voor zo ver ik de reeks Kuifje kende, scoorden daarin de verhalen redelijk hoog die Hergé tijdens de Nazi-bezetting publiceerde, in een collaborerende krant. Le Soir.

Meeste indruk maakte waarschijnlijk De geheimzinnige ster. Minst interesseerde me het album De krab met de gulden scharen.

En laat Steven Spielberg nu net grote stukken uit dat laatste boek gebruikt hebben voor zijn Kuifje-film, tezamen met Het geheim van de eenhoorn, en De schat van Scharlaken Rackham. Die film zag ik inmiddels, en zal ik hier verder niet bespreken; daar is boeklog het podium niet voor. Als observatie kan volstaan dat me de computereffecten en de muziekbombast van John Williams meer interesseerden dan de personages, of het verhaal.

Wel dwong die voorstelling me om nog eens te kijken wat precies uit de boeken gebruikt was, hoe dit door elkaar was gehusseld, en wat er allemaal door Spielberg werd bijbedacht.

En daarbij viel opnieuw De krab met de gulden scharen me vreselijk tegen.

Dit album is dan wel weer belangrijk voor de reeks, omdat Kuifje erin kennis maakt met Kapitein Haddock. Daarmee kwamen er meer dimensies in de boeken. Kuifje is toch allereerst een brave padvinder, die altijd goed doet, en daarmee literair gezien een volkomen éendimensionaal personage blijft.

Met de vloekende en aan alcohol verslaafde voorzitter van de Liga der Zeevarende Geheelonthouders erbij, kregen de helden van de verhalen tenminste iets kleurrijks.

Maar die Haddock is in dit album nog niet de man die hij later in de reeks zou worden. Aan zijn personage valt nu slechts nog op dat het drinkt, en er alles voor over heeft om te kunnen blijven drinken.

Er werd ook gesmokkeld met zijn schip, waarbij de contrabande verstopt zat in blikjes met een krab op het etiket.

Die misstand moest natuurlijk worden rechtgezet.

wordt vervolgd

Hergé, Kuifje: De krab met de gulden scharen
62 pagina’s
Casterman, 1966

* illustratie uit het besproken boek


Kuifje 11: Het geheim van de Eenhoorn ~ Hergé

Simon Kuper publiceerde onlangs een heel verhaal in de Financial Times over Hergé en diens oorlogsjaren – mede vanwege die Spielberg-film. En Kuper kleurde deze beschouwingen met weetjes uit het leven van Georges Remi; zoals de tekenaar eigenlijk heette.

Zo kan het best dat hij een rolmodel had voor de twee blunderende detectives Jansen en Janssen. Omdat zijn vader een identieke tweelingbroer had.

Verder speelt er een familiegeheim. Vader Remi was wellicht een ondergeschoven kind — wat dan betekende dat de hele familie het onrecht was aangedaan om niet te hebben georven waar eigenlijk recht op was.

En waarschijnlijk niet toevallig gaan de twee albums Het geheim van de Eenhoorn en De schat van Scharlaken Rackham over een erfenis. In dit geval over wat de voorvaderen van kapitein Haddock hem eigenlijk hadden nagelaten.

Het geheim van de Eenhoorn is daarbij wel een wat statisch verhaal. Een kleine comedy of errors, die op zekere leeftijd niet meer grappig worden wil. Alles gebeurt in de plaats waar Kuifje en Haddock op kamers wonen. Daarbij speelt bovendien het toeval wel een heel grote rol. Want, toevallig vindt Kuifje op de markt een schaalmodel van een schip dat De Eenhoorn heet, dat bij zijn vriend thuis toevallig op een schilderij staat afgebeeld, zonder dat dit beide ooit is opgevallen.

Kuper koppelt in zijn FT-artikel de Belgische bezetting aan de aard van de avonturen die Kuifje meemaakte. Die kon niet meer op avontuur in nabije landen, om zo onderhuids kritiek te leveren op wat daar plaatsvond — wat in eerdere albums wel gebeurde — dus moesten de verhalen wel in de buurt spelen. Als Kuifje er wel op uittrok, was dat in de oorlogsjaren naar zoiets onbestemds als ‘de zee’.

wordt vervolgd

Hergé, Kuifje: Het geheim van de Eenhoorn
62 pagina’s
Casterman, 1967

* illustratie uit het besproken boek


Kuifje 12: De schat van Scharlaken Rackham ~ Hergé

In de albums Het geheim van de Eenhoorn en De schat van Scharlaken Rackham valt de stripreeks Kuifje in een duidelijke plooi. Kuifje hoeft voortaan niet meer in zijn eentje op avontuur, met zijn hond als voornaamste helper. Daarmee werden de boeken rijker, en evenwichtiger.

Voortaan zijn daar kapitein Haddock bij, en ook professor Zonnebloem; die plots opduikt in het album De schat van Scharlaken Rackham. Met een heel nuttige vinding ook nog. Die misschien daarom wel op het kaft staat afgebeeld.

Bovendien wordt door dit album duidelijk hoe het goed Molensloot voortaan de uitvalsbasis kon worden voor de avonturen.

Maar een kleine zeventig jaar nadat dit avontuur getekend werd, vallen ook wat andere zaken op. Zo is het tempo van dit album, net als dat in die daarvoor, nogal bedaagd. Het is niet vreemd dat Spielberg drie boeken had om éen film te maken. Hedendaagse striptekenaars verwerken vier keer zoveel verhaal in een boek.

Omgekeerd krijgen de grappen op dit moment doorgaans aanzienlijk minder ruimte; want als er al grappen voorkomen tegenwoordig zijn die allereerst verbaal. Hergé zoekt de humor liever in de slapstick; en die vergt een zorgvuldige opbouw en timing, waarvoor altijd meerdere plaatjes nodig zijn.

Mij viel op dat ik het plot van dit album volledig vergeten was; hoewel ik het meer dan eens gelezen moet hebben. Dit helemaal aan een gebrekkig geheugen wijten, is niet terecht. Het einde komt onverwacht. En daarvoor worden op het laatst wel heel veel elementen aangereikt die helemaal niet voorkwamen in het album.

En elk geval las ik het boek daardoor wel volledig gefocust uit.

Hergé, Kuifje: De schat van Scharlaken Rackham
62 pagina’s
Casterman, 1966

* illustratie uit het besproken boek


Kuifje 18: De zaak Zonnebloem ~ Hergé

Vreemd aan nogal wat Kuifje-albums blijft dat ik ze niet zo goed ken — want nooit zelf gehad, en dus nimmer herlezen — terwijl dit juist andersom is voor nogal wat andere Nederlanders. Verwijzingen naar deze strip konden vrij straffeloos gebruikt worden, in de populaire cultuur.

Strips zijn alleen iets geworden van mannen op leeftijd. De jeugd van nu heeft andere referenties.

Geen idee had ik bijvoorbeeld dat de percussiegroep Slagerij van Kampen zijn naam ontleende aan een running gag in het album De zaak Zonnebloem. Steeds als mensen het goed Molensloot van kapitein Haddock bellen, denken ze die slagerij aan de lijn te krijgen.

Dat plaatje in het boek van de detectives Jansen en Janssen, die iets te hard remmen in hun Deux-chevaux, waardoor ze bobbels in het stoffen dak maken, ben ik dan wel weer in tal van variaties tegengekomen.

Dus levert het lezen van een Kuifje een wat tweeslachtige ervaring. Enerzijds zie ik blijkbaar voor het eerst van alles dat allang tot mijn culturele bagage had moeten horen. Ook valt me op hoeveel latere stripmakers ontleend hebben aan Hergé; in lijnvoering en in hoe de plaatjes tonen wat ze tonen bijvoorbeeld.

Tegelijk valt het niet mee om als volwassene een strip te lezen die in de jaren vijftig gemaakt werd, voor een jong publiek van toen. Voor jongetjes dan ook nog, waarschijnlijk, gezien de zorg die besteed is aan het tekenen van de dure en snelle auto’s uit die tijd.

De vertelsjablonen zijn alleen wat te duidelijk zichtbaar.

Ook valt inmiddels op hoe ongewoon Hergé’s keuze is geworden om een actieverhaal af te wisselen met momenten van slapstick.

Verder lukte het me niet om te geloven in het verhaal dat De zaak Zonnebloem brengt. Wat vast komt om mijn weerzin tegen superkrachten of geniale uitvinders in verhalen.

Trifonius Zonnebloem lijkt bijvoorbeeld altijd in zijn eentje te werken. Waardoor de logica vereist dat de beste man niet alleen een geniaal wetenschapper is, maar ook een groot materiaalkundige, werktuigbouwkundig ingenieur, en een heel kundig ambachtsman. Want hoe is hij anders in staat al die vindingen te doen, die toch telkens neerkomen op het bouwen van apparaten die iets kunnen dat geen fabrikant eerder is gelukt?

Toegegeven, het verhaal zou nogal worden opgehouden als Hergé ook nog de uitgebreide staf had moeten tekenen die professor Zonnebloem omringt.

Alleen had het bestaan van zulke medewerkers wel weer een ander groot plotgat kunnen wegnemen. Want hoe kon die geheime dienst uit die dictatuur weten dat voornoemde Zonnebloem een wapen aan het ontwikkelen was die hen de macht over de hele wereld zou kunnen opleveren? Als die Zonnebloem de hele dag in zijn eentje ergens ver weg achteraf in een schuurtje zit? En niet ergens aan een universiteit zoals de titel van de beste man laat vermoeden?

Enfin. Het boek draait om de ontvoering van de geleerde, die met veel moeite, en door een onmogelijk toeval, weer recht kan worden gezet. Daar zit de spanning, dat is het verhaal.

Er zijn er die dit het beste album van Kuifje vinden. Vraag éen daarover lijkt me op welke leeftijd zij dan dit boek voor de eerste keer lazen.

[ is vervolgd ]

Hergé, De zaak Zonnebloem
64 pagina’s
Casterman z.d., oorspronkelijk 1962
vertaling van L’affaire Tournesol

Kuifje 19: Cokes in voorraad ~ Hergé

Was geweld als idee normaler in de jaren vijftig? Mede gezien de bloedige decennia daarvoor… Ofwel, ben ik in vergelijking een overgevoelig eenentwintigste-eeuws watje?

Als niet-helemaal-ingewijde lezer op leeftijd van Kuifje valt mij toch vooral op hoe gewelddadig deze stripreeks is terloops. Ontvoeringen komen voor in bijna elk verhaal. Telkens worden personages tegen hun wil vastgehouden. Geschoten wordt er altijd. En in menig album vindt een staatsgreep plaats.

Weliswaar is het geweld bij deze coups geheel impliciet — de gebeurtenis stelt op zich ook zelden wat voor — en nooit gaat er iemand dood in beeld. Maar toch.

Het album Cokes in voorraad verhaalt onder meer over een staatsgreep, en de handel in oud militair tuig. Wordt er terloops nog bijna een schip te zinken gebracht, en bombardeert de Amerikaanse marine een duikboot in internationale wateren — alsof dat zomaar mag.

Vergeet ik voor het gemak nog een beschieting of wat.

Tegelijk zijn dat allemaal slechts zijlijntjes, bedacht om de helden van het verhaal Kuifje en kapitein Haddock telkens weer in een netelige positie te brengen; waar zij zich dan uit hebben te bevrijden.

Anderzijds staat daar dan de leut tegenover van Hergé. Die in dit album nog eens extra wordt aangezet door de kwajongensstreken van het zoontje van de Emir in wiens staat een coup dreigt plaats te vinden. Dat kind is voor de zekerheid naar slot Molensloot in België uit logeren gestuurd.

Op geweld in het verhaal volgt vrijwel direct comic relief, of andersom.

Ik herinner me niet Cokes in voorraad ooit eerder te hebben gelezen. Het verhaal was in elk geval helemaal nieuw voor mij. Dus kwam het zelfs als een schok dat het boek eigenlijk over slavernij gaat. Over Afrikaanse pelgrims op de Hadj die denken goedkoop met een vrachtboot richting Mekka te varen, terwijl de scheepsbemanning er helaas voor zorgen zal dat zij nooit meer huiswaarts keren.

Ben ik hiermee dan overtuigd van de unieke kwaliteiten van deze strip? Nee, Kuifje lezen, is toch nog steeds allereerst een vorm van archeologie bedrijven; het bekijken van relict dat in een vroegere cultuur massaal gebruikt werd, zonder dat mij precies helemaal duidelijk is waarom.

Hergé, Cokes in voorraad
64 pagina’s
Casterman, oorspronkelijk 1958
vertaling van Coke en stock

Kuifje 10: De geheimzinnige ster ~ Hergé

Fictie schrijven biedt werkelijk alle vrijheid. Alles kan. En zelfs het onmogelijke kan geloofwaardig worden als de auteur zijn of haar stiel een beetje beheerst.

Wat het vervolgens zo vreemd maakt dat vrijwel alle schrijvers vast blijven plakken aan een beperkte vorm van realisme — en hoogstens wereldjes beschrijven die niet enkel zij kennen, maar het lezende publiek van dat moment ook heel bekend zal voorkomen.

Hebben strips nog eens de extra beperking dat tekeningen lang zo abstract niet kunnen zijn als woorden; willen ze een lezer tenminste een lopend verhaal brengen.

Leve daarom het stripboek waarvan de maker er in de eerste pagina’s mee dreigt de hele aarde te laten vergaan.

Maakt niet uit dat er nog een hele boel albums volgden op dit ene boek. Zodat het met het vergaan van de wereld wel wat mee vallen zal, van een afstandje bekeken.

Voor de duur van enkele pagina’s is er even hoogspanning. Een groot lichaam uit ruimte nadert de aarde ras. En de temperatuur daar stijgt tot onhoudbaar hoge waarden.

Viel ik toch uit het verhaal door een slordigheidje van de makers. Want volgens het ene plaatje suist dat ruimtelichaam met onmetelijke snelheid op de aarde af.

En vervolgens kan iemand toch het exacte moment berekenen waarop de aarde zal vergaan. En daartoe is het toch echt nodig om de snelheid te weten van wat er op de aarde afkomt. Dus is die snelheid niet onmetelijk.

Merkwaardig toch waarover ik zoal struikelen kan bij het lezen. Schrijvers mogen dus best even dreigen met een totaal armageddon, moest alleen hun taalgebruik wel kloppen daarbij.

De geheimzinnige ster is een oorlogs-Kuifje. Het verhaal verscheen in de kranten tijdens de Duitse bezetting van België. En daardoor kon er ineens heel veel niet meer in de avonturen. Dus speelt het verhaal thuis, en in zoiets onbestemds als ‘op zee’,

Bij het lezen stoorde dat aspect niet echt. Ik had er meer moeite mee dat het boek iets claustrofobisch heeft. Er lijken amper honderd mensen te wonen in de wereld van Kuifje — want natuurlijk gaat hij als enige naar de sterrenwacht om te informeren naar die vreemde lichten in het uitspansel. En vanzelfsprekend mag hij als enige journalist mee op de expeditie naar de ijszee waar het ruimtelichaam, of wellicht een deel daarvan, schijnt te zijn ingeslagen.

De beperktheid van een cast hoeft niet per se op te vallen — geef een boek vaart, en geen lezer zal er bijgedachten bij krijgen. Aan de Kuifjes die ik lees, valt alleen telkens weer op dat ze zo’n laag tempo van vertellen hebben, wat de albums iets ouderwets geeft dat niet altijd charmeert.

Hergé, De geheimzinnige ster
64 pagina’s
Casterman, 1967
vertaling van L’etoile mystérieuse, 1942