Imperial Ambitions ~ Noam Chomsky

Noam Chomsky vind ik een bewonderenswaardig denker over politiek, maar vaak ook een verschrikkelijke schrijver. Hij heeft iemand anders nodig om hem tot helderheid te dwingen. Blijkbaar is hij zo gewend dat zijn publiek van niets weet, dat zijn bewijsvoering zich vaak tot de pietluttigste details uitstrekt. Dit maakt Chomsky’s boeken altijd dik, en zelden prettig leesbaar.

Tegelijk zijn er weinig boeken over politiek zijn waaraan ik zo veel gehad heb als die van Chomsky. Deze zijn een training in het leren kijken, en het denken. Omdat zelfs een universitaire scholing in de geschiedenis, of een werkkring in de journalistiek, iemand er bijvoorbeeld niet op voorbereiden dat machthebbers stelselmatig liegen. Terwijl dit aantoonbaar gebeurt.

Dat liegen is trouwens nooit omdat ze de waarheid niet zouden kennen. Integendeel, als iemand de waarheid begrijpt, zijn het de autoriteiten en machthebbers wel. Zij zullen er alleen meestal belang bij hebben dat iets niet breed bekend wordt.

Deze interviewbundel bevestigt me in de overtuiging dat politici slechts te begrijpen zijn door er vanuit te gaan dat hun beslissingen vanuit een diep cynisme worden genomen. En afgezien van die niet heel prettige boodschap is dit éen van de betere boeken van Chomsky die ik ooit las.

Het interview dwingt hem door de vorm zich tot de hoofdlijnen te beperken. En dan nog weet hij me altijd weer nieuwe dingen te vertellen. Het is ook zoals met de ‘History of Oil’ van Robert Newman, waar ik op mijn andere weblog naar verwees. Door de geschiedenis met een bepaalde belichting te onderzoeken, vallen ineens heel nieuwe oneffenheden op.

Dit boek leerde me onder meer:

  1. Dat de VS de Marshall-hulp misbruikte om de Europese economie van kolen naar olie over te laten gaan. Dit, terwijl er kolen genoeg zijn in Europa, en olie er toen juist ontbrak;
  2. Dat Israël wil dat de VS voor hen Iran uitschakelt. Waarbij Israëlische vliegtuigen al jaren vanaf Amerikaanse bases in Oost-Turkije meehelpen aan verkenningsvluchten langs de grens daar;
  3. Dat het gegeven dat de Amerikaanse bezetting van Irak faalt, nogal opmerkelijk is in de geschiedenis van landveroveringen en bezettingsmachten;

Enfin. Wie zei ook weer dat na het lezen van een goed boek de wereld er anders uitziet?

wordt vervolgd

Noam Chomsky, Imperial Ambitions
Conversations on the Post-9/11 World
Interviews with David Barsamian

228 pagina’s
Metropolitan Books, 2005


Rapport Commissie Van Onderzoek Besluitvorming Irak ~ W.J.M. Davids (vz.)

Eind 2001 viel de VS het land Afghanistan binnen, onder meer om het zittende Taliban-bewind te kunnen vervangen door een centrale marionettenregering. De plannen hiertoe waren al opgesteld voor 9/11, maar die rampdag excuseerde de VS in de ogen van de rest van de wereld volkomen voor wat een illegale inval is.

De inval in Afghanistan is volgens mij een even grote oorlogsmisdaad als de invasie van Irak, maar het verschil tussen beide oorlogen is dat de eerste gedekt wordt door VN-resolutie 1368. Die erkent dat de vliegtuigkapingen op 9/11, en wat daarop volgde, een vijandige aanval waren, wat de VS het recht gaf zich te verdedigen tegen de agressor. Alleen stamde geen van de terroristen uit Afghanistan, wat het wel vreemd maakt juist dat land te laten boeten. En zeg nu niet dat het deze mensen toch gastvrij onderdak heeft geboden, en dit niet mocht; Duitsland bood de voornaamste daders niet alleen gastvrij onderdak, dat land gaf ze nog een opleiding ook.

De al ruim voor 9/11 spelende reden om Afghanistan binnen te vallen, was omdat het weigerde enkele mensen, waaronder ene Osama Bin Laden, zo maar uit te leveren om wat verdachtmakingen. Zij hadden in dat land niets misdaan dat om vervolging vroeg. Maar de Amerikaanse regering bleef aandringen, en stelde op 10 september 2001 [!] een ultimatum.

Alleen was de VS jaren daarvoor onder Clinton ook al stevig bezig geweest meer stabiliteit in Afghanistan te krijgen, wat toen juist gebeurde door de Taliban te steunen. Doel van die exercitie? In naam was het onderdeel van de ‘War on drugs’. Maar de aanwezigheid van bepaalde mensen en bedrijven in het land wijst op inspanningen om probleemloos olie met pijnlijnen uit Tadzjikistan te kunnen doorvoeren, via vervolgens Pakistan; een land dat wel al netjes meespeelde.

Controle over olie, en een gegarandeerde olietoevoer, helpt de VS enorm als economische macht; zeker nu het zo veel minder producten uitvoert als voorheen. Olie wordt verhandeld in dollars. En nu ook nieuwe economische grootmachten zoals China olie moeten importeren, maakt het uit om daar iets over te zeggen te hebben.

Olie was daarmee ook de reden om Irak binnen te vallen. En verder heeft het land strategisch gezien een centrale positie in het Midden-Oosten. Het loont om in zo’n land sterke militaire bases te hebben. Of dat vervolgens nu democratisch is, of niet.

Alleen kon de Amerikaanse regering deze wens tot nog verdere uitbreiding van zijn invloedssfeer natuurlijk niet openlijk uitspreken. Dus werden er excuses bedacht die een oorlog tegen Irak konden rechtvaardigen. Pogingen zijn bijvoorbeeld gedaan om ook de toenmalige Iraakse dictator Saddam Hussein aan 9/11 te linken — een verband dat er niet is, maar waarvan een groot deel van het Amerikaanse publiek tot op vandaag zeker weet dat het bestaat. Maar uiteindelijk werd de invasie gemotiveerd met als reden dat Irak massavernietigingswapens had, deze verborgen hield voor VN-inspecteurs, en dus het onderzoek saboteerde, terwijl Londen daarmee wel degelijk binnen 45 minuten biochemisch getroffen kon worden.

De Verenigde Naties was niet onder de indruk van deze leugens. Dus kreeg de VS geen volkenrechtelijk mandaat om Irak te bezetten. Te stellen is zelfs dat alle vergeefse pogingen om de VN over te halen om een mandaat te geven, slechts maakten dat de invasie illegaal werd. Wat de regering Bush overigens niet veel uitmaakte, en de standaardbondgenoten evenmin.

Tot deze bondgenoten hoort Nederland. En daardoor hielp het land mee aan het plotten van een illegale oorlog tegen een autonoom land. Waarmee het een oorlogsmisdaad beging, naar de letter van het Volkenrecht.

Speculatie was er direct al of Nederland niet meer had gedaan dan enkel plotten, en morele steun bieden. Maar voor het ernst van het feit maakt dit niet uit. Een klein land als Nederland, dat bovendien de juridische hoofdstad van de wereld wil zijn, kan het zich slecht verantwoorden het Volkenrecht zo makkelijk te negeren. Zelfs al doet dit recht er betrekkelijk weinig toe, wanneer een partij als de VS zich er niets aan gelegen laat.

Bovendien was het merkwaardig dat Nederland zo tegen de opinie inging van zo veel landen waarmee het een Europese Unie vormt.

Daarbij zij opgemerkt dat mijnheer Balkenende, de minister-president onder wie de Irak-kwestie plaatsvond, in de rechtsgeleerdheid is gepromoveerd; wat het gemak waarmee hij regels negeerde een cynisch tintje geeft.

De meeste leugens over de invasie van Irak kwamen al snel uit. Bovendien bleek het Amerikaanse leger zich niet te hebben voorbereid op wat bezetting van het land vereiste. In zowel de VS als Groot-Brittannië moesten politici al snel hun woorden inslikken.


click image to play. 2.46 minutes

Zo niet in Nederland. Waar premier Jan Peter Balkenende halsstarrig bleef vasthouden aan opinies uit 2002, die overal elders al als leugen waren ontmaskerd.

En erger nog. Toen bij een nieuw kabinet Balkenende een andere coalitie noodzakelijk werd, bleken ook deze partijen bereid voortaan de invasie van Irak te negeren; een stilzwijgen dat wel heel makkelijk gekocht werd in ruil voor wat regeringsmacht.

Maar de kritiek op Balkenende bleef. Waarop hij uiteindelijk toch begin 2009 een Commissie onder leiding van een hoge jurist — Willibrord Davids, oud-president van de Hoge Raad — verzocht om éen en ander uit te zoeken.

Dit leek toen vooral een vlucht naar voren. Door instelling van de ‘Commissie Davids’, voorkwam Balkenende dat er een parlementaire enquête tegen hem werd ingesteld, met alle TV-uitzendingen, en media-aandacht annex.

Alleen is er nu een grote kans dat er alsnog zo’n enquête zal volgen. [1]

Davids presenteerde op 12 januari 2010 de bevindingen, geformuleerd in dit rapport, om daarbij tot de volkomen overbodige conclusie te komen dat de inval in Irak tegen het Volkenrecht inging. Toch was dit voor de Nederlandse media nieuws.

Verder bleek de beslissing om de VS blind in alles te volgen tussendoor in drie kwartier genomen te zijn door wat mensen op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Al is nog opmerkelijker dat dit haastbesluit vervolgens immuun bleef voor alle bewaren en tegenwerpingen, zoals van de eigen juristen.

Ook werd Balkenende door de Commissie Davids gebrek aan leiding verweten, en stelt deze dat de Tweede Kamer verkeerd is geïnformeerd.

Enfin. Ik nam dit rapport door om nog wat details helderder te krijgen. En daarbij viel me dat de tekst behoorlijk wat kritischer is dan de 49 conclusies, die al zo uitgebreid publiciteit kregen. Allerlei ‘checks and balances’ kunnen genegeerd worden, als dit zo uitkomt.

Maar, er speelt meer. Het Nederlandse leger is nog altijd in Afghanistan actief, als bezettingsmacht voor een dubieus bewind, in iets dat eufemistisch een ‘opbouwmissie’ heet. Ik sprak op boeklog eerder mijn verbazing uit over de propaganda waarmee ons dat verkocht wordt.

Het voornaamste dat het Rapport Commissie van Onderzoek Besluitvorming Irak bij me oproept, is grote huiver over het gemak waarmee dus in Nederland beslissingen genomen worden die de levens van honderdduizenden kunnen verwoesten. En hoe de beslissingnemers vervolgens blijven ontkennen lichtvaardig gehandeld te hebben. Hoe zij daar mee weg blijven komen. En hoe zelfs een schijnbaar objectief rapport, van een commissie waarin voor de verandering eens geen politici zaten, toch blind is. Het negeert de brede context van de Amerikaanse drang tot imperium; en dus negeert het rapport dat het toevallig afhangt van welke president daar zit welk buitenlands beleid Nederland nu weer ontwikkelt.

Terwijl ons land toch al sinds eind 2001 in oorlog is, samen met de Amerikanen, in die regio. Zoals slechts zijdelings aan de orde komt bij de Commissie Davids, in éen enkel hoofdstukje.

** update: er volgde enige tijd later nog een kabinetsreactie op dit rapport. Daarna is er nimmer meer iets van vernomen.

W.J.M. Davids (vz.)
Rapport Commissie van Onderzoek Besluitvorming Irak
550 pagina’s
Boom, 2010
  1. update: hoe naïef kan een mens zijn om te geloven dat in de Nederlandse politiek iemand ook ooit maar ergens voor verantwoordelijk zal worden gehouden []

60 000 uur ~ Gerrit Krol

Curieuze autobiografie. 60 000 uur is onder meer een vrij gedetailleerd verslag van de problemen die Gerrit Krol te overwinnen had op kantoor om automatisering geaccepteerd te krijgen bij de NAM. Omdat hij meende dat het aardgasveld onder Slochteren daarmee beter te exploiteren was.

Ik ben zeer benieuwd hoe veel literair geïnteresseerde lezers de belangstelling hebben kunnen vasthouden bij alle technische details die Krol verschafte.

Zelf ben ik dan weer nerd genoeg om te betreuren dat Krol niet nog meer details gaf over de computers waar hij mee werkte. Tegelijk is tegenwoordig online na te zoeken wat van deze apparatuur de specificaties waren. Al lukte dat nu net niet bij het eerste apparaat.

Automatisering betekende indertijd nog meestal: een computer delen met anderen. En programmeren op papier, dus in den blinde. Waarbij dan een randapparaat van de telex gebruikt werd om de ponsband te maken, om zo de geprogrammeerde software te kunnen invoeren in de computer.

Later werd het beter.

Al duurde het nog opvallend lang tot éen aspect van de gaslevering geautomatiseerd werd. Een mooie passage in het boek is gewijd aan de secretaresse, die nog met de hand, en een telmachine, de rekeningen opstelde voor de GasUnie; de enige afnemer van wat het veld produceerde. Daarbij ging het telkens slechts om miljarden.

60 000 uur is éen van die schaarse boeken waarin een Nederlandse literator nu eens met kennis over een andere professie schrijft dan over het schrijven van boeken — of het niet kunnen schrijven van die boeken.

Dit betekent onder meer dat er ook nogal wat kantoorpolitiek voorbij komt in dit boek. Die er vrijwel steeds op neer komt dat een oudere generatie het nut niet ziet van wat de jongeren willen.

Ook wordt er ontstellend veel geld verspild, met cursussen waarmee niemand iets kan. Of met het inhuren van experts, wier werk vervolgens ongebruikt de kast in gaat.

En Krol signaleert dit alles nogal laconiek. Zonder oordeel. Want, zo gaan de dingen. Er is nu eenmaal vaak enorm veel werk te verrichten, voor met het echte werk begonnen kan worden.

Toch zal me uit dit boek van alles éen beschrijving het best bijblijven. Dat is die van het gasveld onder Groningen. Simpelweg omdat Gerrit Krol daarmee leemten aan kennis opvult waarvan ik niet wist dat die er waren.

Het gasveld Groningen strekt zich uit van Hoogezand tot Winschoten, tot Delfzijl en in het noorden tot de zeedijk. Het heeft een platte, ovale vorm, met een diameter van dertig tot vijftig kilometer. Het gas is gevangen in een poreuze zandsteenlaag, die gemiddeld honderd meter dik is. Dit zogenaamde reservoir ligt drie kilometer diep en zou, naar boven gebracht, op een pannenkoek lijken.

scheiding
Gerrit Krol, 60 000 uur
Een autobiografie

114 pagina’s
Em. Querido’s Uitgeverij, 1998

Industrial Revolutionaries ~ Gavin Weightman

Geschiedschrijving bestaat uit een samenvatting van wat er ooit gebeurde. En bij dat samenvatten wordt er weleens wat makkelijk vereenvoudigd. Bij sommige ontwikkelingen redeneert men dan bijvoorbeeld vanuit het eindresultaat naar het begin; waardoor het dan lijkt alsof het allemaal zo wezen moest.

Dus is elk geschiedenisboek te prijzen wat uitlegt dat het allemaal niet zo simpel in elkaar stak. The Industrial Revolutionaries van Gavin Weightman leek zo’n boek te kunnen zijn. Maar was het uiteindelijk helaas niet.

Goed aan het boek is hoe Weightman laat zien hoe veel verschillende ontwikkelingen er nodig waren om een wereld te krijgen die iets begon te lijken op de onze. Er moest nog zo veel worden uitgevonden eerst.

Prettig is ook zijn verhalende manier van schrijven. Net als dat het soms lijkt of hij of de geschiedenissen die verteld worden zijn uitgekozen om hun vreemde voorbeelden. Zo was bijvoorbeeld aardig dat juist het patentrecht — toch bedoeld om iemand een tijdelijk monopolie te geven — anderen zo makkelijk in staat stelde om uitvindingen te kopiëren; simpelweg door de patentaanvraag te bestuderen.

Mijn probleem was alleen dat er in dit boek verschillende boeken zitten opgesloten, die waarschijnlijk allemaal net wat boeiender waren geweest, als Weightman de moeite had genomen om ze apart uit te werken.

De ontsluiting van Japan, en het industriële wonder dat zo snel daarop plaatshad, was een heel boek waard geweest, in plaats van enkele verspreide hoofdstukken. Al begrijp ik ook dat Weightman met dit onderwerp wilde laten zien hoe veel er kon, met geleende kennis van elders.

Omdat het grondthema van dit boek nu eenmaal die verspreiding van kennis was. En afgeleid daarvan: wie er ineens wetenschap en vermoedens bundelde tot iets dat de mensheid een vorm van vooruitgang bracht.

Dus staan er van die verplichte hoofdstukjes in het boek, als dat over Edison. Of dat over Morse.

Terwijl ik het aanzienlijk interessanter vond om te lezen over de eerste spoorwegen. Hoe staal moest worden uitgevonden — en er daarmee veel betere kanonnen kwamen. Of over de geschiedenis van de oliewinning. Of hoe al die energievoorzieningen waar we nu zo op moeten bezuinigen zich overal eerst nog moesten vestigen. Waarbij zo’n wetenswaardigheid dan weer is dat Engeland, door zijn kolengas, weer laat was met elektrificatie.

Een boek kan ook te rijk zijn, en te veel willen laten glimmen.

Gavin Weightman, The Industrial Revolutionaries
The Making of the Modern World. 1776 – 1914

422 pagina’s
Grove Press, 2007

Ruwe wereld ~ Peter Maass

De oorlog in Irak ging om de olievoorraden in het land. Daar is geen twijfel over mogelijk. Alleen. Waarom deden de Amerikanen vervolgens zo weinig met die olie, toen ze eenmaal het bestuur hadden overgenomen in Bagdad?

De journalist Peter Maass weet vele vragen te beantwoorden, over de betekenis van olie in de twintigste eeuw, en wat oliemaatschappijen of staten eraan deden om macht te krijgen over deze grondstof. Maar op niet alle vragen is een antwoord mogelijk.

Het best is de monografie Ruwe wereld als het boek de vloek beschrijft die een olievondst brengt. En Maass ter plaatse gaat kijken hoe het zit met milieuschade, of de ontwrichting van het politieke systeem in een land.

Economen gebruiken daar de term ‘Dutch disease’ voor — omdat de plotselinge inkomsten uit de aardgasbaten hier fnuikend zijn geweest voor de normale bedrijvigheid. Al vond sindsdien wel enig herstel plaats.

Noorwegen is het enige land in de wereld gebleken dat niet ontwricht werd door alle plotselinge rijkdommen na de ontdekking van een bodemschat. Wat simpelweg komt omdat de regering zich aan de wijze raad hield om alle olie-inkomsten in verdere winning te investeren, en als reserve achter de hand te houden.

In alle overige landen ging het mis. Als het land al niet een dictatuur was, en de corruptie niet nog verder werd verstevigd.

Zo bezien zijn oliemaatschappijen, die honderden miljarden aan misdadige regimes hebben gegeven, en hielpen hen in het zadel te houden, misschien wel de meest kwalijke bedrijven ter wereld. Wat dan weer een nieuwe blik werpt op oliemannetjes als de politici Bolkestein en Bos; die allebei een Shell-verleden hebben.

Overigens geldt dan ook weer dat olie de val van de Sovjet-Unie kan hebben versneld. Eén van de problemen waar Gorbatsjov in de jaren tachtig mee te maken kreeg, was dat de inkomsten van zijn land uit de verkoop van ruwe olie nogal terugliepen. Waardoor het land harde valuta misliep.

Maass wil hebben dat een complot van de CIA daar achter zat. De toenmalige koning Fahd van Saudi-Arabië verhoogde indertijd sterk de productie van zijn land, zodat de olieprijzen op de wereldmarkt dramatisch zakten. Ook omdat de CIA erop gewezen had dat verder geen enkele OPEC-lid zich aan de afgesproken productiequota leek te houden.

En ziet, als politieke geschiedenis zo beschreven wordt, met aandacht voor alle economische belangen, dan is die wel degelijk heel interessant.

Peter Maass, Ruwe wereld
Geweld en corruptie in de nadagen van het olietijdperk

293 pagina’s
Ambo, 2009
Vertaling door Rob Hartmans van Crude World

Another Day of Life ~ Ryszard Kapuściński

Toen de Nederlandse politiek steggelde over de uitzetting van een Angolese jongen die volwassen was geworden, moest ik toegeven niets over zijn land van afkomst te weten. En dan kun je Wikipedia opslaan in zo’n geval. Maar dan is ook haast zeker dat de informatie uit zo’n encyclopedie nauwelijks zal beklijven.

Beter is het dan om iemand te lezen die er was, en verslag heeft gedaan over al het verwarrende dat hij of zij er aantrof.

Ryszard Kapuściński trok in 1975 naar Angola voor het Poolse persbureau PAP. Het land zou onafhankelijk gaan worden, zo was in Portugal besloten — vlak na de val van de kolonelsregime daar. Alleen was nog niet duidelijk welke groep de macht zou krijgen als Angola eenmaal zelfstandig geworden zou zijn.

Drie heel verschillende facties hadden zo hun ideeën.

Maar zolang de Portugezen er waren, was ook de NAVO betrokken, vanwege het lidmaatschap van Portugal.

En van onderuit zouden de Zuid-Afrikanen nog een inval doen.

Ineens ook mengden Cubanen zich in de strijd, als adviseur aan de meest communistische groepering.

Kapuscinski’s verslag begint met een zeldzaam effectief hoofdstuk over zijn verblijf in de hoofdstad Luanda. Die langzaam leeg loopt, omdat iedereen uit angst veiliger oorden opzoekt.

Vervolgens gaat de schrijver dan zelf maar naar het front.

Alleen is er geen vastliggend strijdperk. Daarvoor is het land veel te groot, en te weinig bevolkt. Elke troep strijders vormt zijn eigen front. En vooral op de uitgestrekte hoogvlakte, waar er nauwelijks water is, kan iedereen zich koning wanen omdat de tegenstand einden weg is.

De reportage had in dit deel van het boek wat willekeurigs. Kapuściński sprak wat mensen uit éen van de facties, trok even met hen op, en maakte daardoor éen en ander mee. En dan moeten we maar aannemen dat over de mannen van de andere partijen eenzelfde verhaal te schrijven zou zijn geweest. Omdat ze er hetzelfde uitzagen, dezelfde uniforms droegen; en met een vergelijkbare verwarring kampten.

Mij zal dus vooral het eerste hoofdstuk bijblijven — met die stad waar langzaam alle leven uit verdween. En er is me veel meer duidelijk geworden over de geschiedenis van Angola. Het gebied waaruit meer slaven zijn weggevoerd dan waar ook; het land dat daarom ongewild grote delen van Zuid-Amerika en de Caraïben heeft bevolkt.

Volgens het boek, dat achterin een chronologie bevat die is bijgewerkt tot het jaar 2000, woedt de burgeroorlog nog altijd in het land. Waarbij de internationaal erkende regering de olie-inkomsten heeft, en de tegenstanders hun strijd bekostigen met diamanten.

Maar in 2002 is er een wapenstilstand bereikt. Al wordt door Another Day of Life heel begrijpelijk dat wie dit wil zich makkelijk aan zulke afspraken kan onttrekken.

Ryszard Kapuściński, Another Day of Life
149 pagina’s
Penguin Modern Classics 2001, oorspronkelijk 1976/1987

In het land van de ja-knikkers ~ Frank Westerman

Een syllabus. In het land van de ja-knikkers is een luxe uitgegeven syllabus — een verzameling aan reportages die Frank Westerman in de loop van zijn carrière schreef. Voor de gelegenheid bijeen gegaard, om allereerst wat Leidse studenten zo handig illustratiemateriaal te leveren bij zijn colleges als gastschrijver daar.

Niet dat hier iets mis mee is. En mooi dat er zoveel oud werk te bundelen was. Alleen zijn er daardoor slechts twee constanten in het boek aan te wijzen. Want de verschillen tussen de teksten zijn nogal groot in lengte of invalshoek. Elk stuk speelt zich in Nederland af, dat dan nog wel. En Frank Westerman komt er nogal eens zelf in voor.

Eerder irriteerde het me in een boek van Westerman dat de schrijver zichzelf daar zo’n belangrijk personage in had gemaakt. Die ergernis bleef bij het lezen van deze bundel gelukkig uit. Dat scheelde alles. Want dan vind ik hem nogal goed schrijven. Zelfs al zal er door die ene misser altijd een voorbehoud blijven bestaan.

Sterker nog, misschien waren de meest memorabele stukken uit deze bundel juist wel de verhalen waarin hijzelf duidelijk aanwezig is. De reconstructie in ‘De moord op de boekverkoopster’ was zonder zijn inspanningen, om met iedereen uit de omgeving van deze dode vrouw te gaan praten, nooit tot stand gekomen.

Alleen toont die lange reportage ook aan dat als eenmaal de kale feiten vast staan, er niet per se een antwoord mogelijk wordt op alle open vragen. Het gegeven lag er dat de Wageningse boekhandelaar Marian Heij ooit een niet bijster geletterde Marokkaan in huis nam, hem huwde, tot enig erfgenaam maakte, en haar boekwinkel verkocht — nog net op het juiste moment, voor de crisis. Als dank vergiftigde hij haar beerenburg, en ging ze langzaamaan dood.

Hangende het hoger beroep van zijn veroordeling bleef de moordenaar bovendien eigenaar van al haar spullen.

Westerman hoopt dan in het hoofd van het slachtoffer te kunnen kijken door na te gaan welke boeken ze las, tot haar dood. Omdat haar winkelchef had opgemerkt dat ze de laatste jaren anders was gaan lezen.

En ik vind dat dan een ietwat romantisch idee. Alsof mensen tegenwoordig nog altijd allereerst boeken opzoeken voor wijsheid.

De zoekgeschiedenis van Marian Heij bij Google inzien, had hem waarschijnlijk veel meer verteld.

Tegelijk maakt mij niet uit welke invalshoek een schrijver nodig denkt te hebben om een verhaal vorm te gaan geven. Als het eindresultaat deugt, zoals in dit geval, doet de intentie uit het begin er al niet meer toe.

In het land van de ja-knikkers bevat verder nogal wat materiaal dat zich in Noord-Nederland afspeelt, mede doordat Westerman’s jeugd in Drente plaatshad. En de opening en het slot van deze verzameling zijn haast als het begin en het einde van een cirkelgang, alleen is de lezer dan wel een verdieping hoger aangeland; of juist lager, naar gelang zijn of haar overtuigingen.

Westerman’s verhaal over Schoonebeek is nog vooral een intrigerend verhaal, over hoe met de vondst van olie een slaperig dorp ineens tal van rijke bewoners kreeg, die voorzieningen wilden.

Speelde er niet zo’n heel eind verderop ook nog de enige blow-out in de Nederlandse geschiedenis, toen de toren waarmee naar gas werd geboord bij ’t Haantje in het eigen boorgat verdween.

Spannend vooral. Zo’n gebeurtenis die anders alleen plaatsvindt in landen ver weg. Dat de mens al die natuurkracht opriep daar, is alleen dan de kwestie nog niet.

Maar het boek eindigt met de ‘Open brief aan Arjen Robben’, waarin Westerman uitlegt wat het betekent dat de regio waar deze beroemde voetballer vandaan komt ineens een aardbevingszone is geworden. Om de al te gretige gaswinning. Waarbij degenen die het gas wegslurpten niet eens willen opdraaien voor de schade die dat uiteindelijk bracht.

Robben zou ook hier nuttige aanvalskunsten kunnen brengen, door ambassadeur te worden van het gebied, zo meent Frank Westerman dan.

En die activistische kant is er dus al enige tijd in zijn schrijven — wat ik geen probleem vind, passie kan nogal helpen om een overtuigend verhaal te schrijven — toch was die niet altijd zo vanzelfsprekend, zoals dit overzichtsboek leerde.

Frank Westerman, In het land van de ja-knikkers
Verhalen uit de polder
272 pagina’s
Em. Querido’s Uitgeverij, 2017