America Psycho ~ Bret Easton Ellis

Donald Trump is God in deze roman van Bret Easton Ellis — en dat was de voornaamste reden om dit boek uit 1991 toch eens te willen herlezen.

Helaas bleek Ellis te intelligent te zijn om niet te weten dat God altijd heel goed uit het verhaal weg kan blijven, want Zijn kracht toont zich misschien wel het best in het gedrag van de volgelingen. Meer dan wat zijdelingse verwijzingen naar uitspraken en meningen van Trump biedt American Psycho niet. Wel blijft hij het hele boek als voelbare macht aanwezig.

Tegelijk is dit hele boek éen commentaar op een totaal narcistische Amerikaanse manier van denken, en doen. Mag de lezer vervolgens zelf invullen waar de gewetenloze en sadistische hoofdpersoon precies voor staat, als metafoor.

Toegegeven, er bestaan ook interpretaties van deze roman die stellen dat al dat martelen en moorden van Patrick Bateman, de ik-figuur in de roman, enkel in diens gedachten plaatsvindt. Want komt hij in het verhaal niet overal mee weg? Hoe zeer de omstandigheden ook tegen hem pleiten?

Nog merkwaardiger reactie op America Psycho is voor mij dat het boek een hype werd, begin jaren negentig.

Daardoor waren er Engelstalige landen waarin de roman enkel ingeseald verkocht mocht worden — want klanten mochten eens gaan bladeren in de boekhandel, en daardoor op verkeerde ideeën komen. Bibliotheken in tal van landen wilden de titel niet uitlenen aan lezers onder de achttien jaar.

Ooit hadden bibliotheken en boekhandels dus nog een immens geloof in wat het woord vermag.

Want, ik vond American Psycho indertijd, bij eerste lezing, al meer een invuloefening dan een goed boek. En vijfentwintig jaar later is mijn oordeel over de roman niet anders. Zelfs al waren er wel degelijk verschillen bij het lezen met toen en nu.

Patrick Bateman is in het boek een man van zesentwintig, wat indertijd ouder was dan ik. Toch had dit personage al een vage baan op Wall Street, die immens goed betaalde; wat hem oneindig veel meer mogelijkheden leek te geven dan ik er had op dat moment.

Thans vind ik de meeste mannen van zesentwintig jongetjes. Blagen. Dat alleen al maakte mijn verhouding tot de hoofdpersonage van het boek opvallend anders.

Wat ik overigens wel een vreemd automatisme vind, dat eeuwig die positiebepaling plaats heeft ten opzichte van belangrijke boekpersonages. Alsof het gegeven dat Bateman mogelijk een psychopathische moordenaar is niet al volstaat om een afgeronde mening over hem te kunnen hebben.

Maar, elk boek wordt nu eenmaal ook gevormd door de lezer, en zijn of haar autobiografie.

De belangrijkste gimmick van deze roman is dat immens veel beschreven wordt wat er nauwelijks toe doet; zo merkt de hoofdpersoon bij vrijwel iedereen uit zijn wereldje op welke kleding zij aanhebben, tot en met de merknamen daarbij. Daarentegen blijft informatie die normaal in romans als nogal significant wordt gezien geheel weg.

Bateman’s baan? Behalve een zijdelingse verwijzing naar ‘vijandelijke overnames’ van bedrijven wordt daar niets over gezegd. Met onze inmiddels algemeen bekend geraakte informatie over roofinvesteerders is daarover alleen wel van alles bij te bedenken. De roman gaat vooral over de avondjes van de hoofdpersoon na het werk, en diens sociale leven daarbij.

Bateman’s emoties? Die worden nogal opvallend weggelaten, vond ik bij deze herlezing; wel wetende wat er zoal komen zou. Hoogstens wordt eens beschreven hoe jaloers hij zijn kan op het nog fraaiere visitekaartje dat een ander uit zijn wereldje heeft laten maken.

De auteur laat Patrick Bateman overigens, in een opvallende stijlbreuk, wel weer essaytjes schrijven over muziekartiesten die hij oprecht bewondert: het Genesis van Phil Collins, Whitney Houston, en Huey Lewis and the News. Makers dus van tandeloze muziek. En deze ferme tong in de wang is voor mij de belangrijkste aanwijzing hoe deze roman allereerst gezien moet worden.

Toch, door de vele leegten die de schrijver liet, zijn er tal van andere interpretaties mogelijk over wat Bret Easton Ellis nu eigenlijk wilde met American Psycho.

Want is het boek niet allereerst een aanklacht tegen het Yuppie-tijdperk van de jaren tachtig? Is het daarmee niet éen fel betoog tegen de immoraliteit van het kapitalisme? Een klacht zelfs tegen het Amerikaanse idee unieke rechten te hebben om met de rest van de wereld om te gaan?

Waarop ik enkel meen dat de levensloop van de lezer waarschijnlijk het meest aan opinie over deze roman bepaalt.

Bret Easton Ellis, American Psycho
418 pagina’s
Picador, 1991

Denying History ~ Michael Shermer & Alex Grobman

De Poolse regering heeft het deze zomer strafbaar gemaakt om naar Auschwitz te verwijzen als ‘dat Poolse vernietigingskamp’. Drie jaar gevangenis levert dit op, als het tegenzit. Want de Nazi-bezetting was een ander tijdperk. Daar was Polen niet verantwoordelijk voor.

Ondertussen leefden er 3,2 miljoen Joden in Polen voor de Duitsers en de Russen binnenvielen. En na de oorlog waren dat er 3 miljoen minder. En nu de huidige Poolse regering een grens stelt aan de vrijheid om het daarover te hebben, laden deze autoriteiten toch ook de verdenking op zich dat aspect van het verleden te willen verdoezelen.

Niet dat er overigens éen overheid vrij is van geschiedvervalsing.

En waarom lees ik nooit ergens iets inhoudelijks in de massamedia over de oorlog in het Midden-Oosten waarin de onzen vechten?

De werkelijkheid blijft ingewikkeld, en de historische werkelijkheid is dat al helemaal. Komt daar tegenwoordig nog bij dat iedereen voor zichzelf een echokamer kan creëren online; waarin gelijkgestemden elkaar dan kunnen vinden in hun gedeelde onbegrip. Niet eerder waren er zoveel samenzweringstheorieën in omloop, niet eerder verspreiden deze zich ook zo gemakkelijk. Zelfs al is de informatie om al deze onzin te weerleggen ook ruimer voorhanden dan ooit.

Eén van de kandidaten in de Amerikaanse presidentsverkiezingen is zelfs een ‘birther’ — die voerde nog campagne indertijd om aan te tonen dat Barack Obama geen echte Amerikaan is.

En dan is het mij net te simpel om Donald Trump structurele domheid aan te wrijven, of blind racisme. Want diens drang om anderen van zijn standpunten te overtuigen gaat zo veel verder dan alleen dat. En waar komt al die geldingsdrang dan weg?

Mede daarom las ik Denying History van de geschiedkundige Alex Grobman en de professioneel scepticus Michael Shermer. Dat boek gaat grotendeels over de éen der merkwaardigste aller samenzweringstheorieën, het idee dat de Holocaust nooit heeft plaatsgehad. Omdat het bijvoorbeeld onbestaanbaar zou zijn dat éen land ooit systematisch zes miljoen Joden vermoord heeft.

Deels werd dit boek daarmee een inleiding in de geschiedtheorie; een uitleg over hoe historici te werk gaan, zoals welke bewijzen deze hebben om hun theorieën te staven.

Deels ook biedt het boek profielen van dan prominente Holocaust-ontkenners. Daarbij wordt dan onder meer David Irving behandeld — en dat is iemand die in Europa nog steeds voor opschudding zorgt met zijn ideeën. Telkens weer worden publieke optredens van hem afgezegd, of zelfs verboden.

Want dit boek gaat vanzelfsprekend ook over de vrijheid van meningsuiting, en het gegeven dat die in landen als de VS heel wat groter is dan elders.

Ook al omdat overal autoriteiten met een gevoelig verleden kampen. Polen is lang het enige land niet dat straffen oplegt aan foutief geacht interpretaties. In Turkije is het strafbaar om de genocide op de Armeniërs begin twintigste eeuw een volkerenmoord te noemen. Japan heeft in de Tweede Wereldoorlog onbehoorlijk huisgehouden in China — wat tot negentien miljoen slachtoffers zou hebben geleid — en waarover buitenlanders geen toespelingen hebben te maken.

Aan Denying History was voor mij het nuttigst dat de auteurs me op de voorbeelden wezen van zoveel landen meer die liefst hun geschiedenis herschrijven. Zelfs al was deze kennis niet helemaal nieuw.

Want, al is Michael Shermer weleens een TV-debat aangegaan met een Holocaust-ontkenner, dichter bij deze mensen ben ik toch niet gekomen door diens boek. Konden de auteurs nog zo nauwgezet puntje voor puntje hebben weerlegd waar de Holocaust-ontkenners altijd mee schermen. Hebben ze nog zo helder de discussietechnieken ontleed waarmee deze mensen toch wel degelijk indruk kunnen maken op een ongeïnformeerd publiek.

Ik heb nog altijd geen idee wat hen dan zo stellig maakt in hun overtuiging dat die breeduit gedeeld moet worden. En Shermer past me iets te makkelijk het schema op ze toe dat ook voor zo veel religieuzen geldt; dat hun overtuiging een rotsvast geloof is. Plus dat wie andere ideeën is toegedaan al gauw een vijand wordt.

Wonderlijk toch, dat de beweegredenen van overheden en autoriteiten beter te begrijpen zijn dan die van enkele fanatieke individuen.

Michael Shermer & Alex Grobman, Denying History
Who Says the Holocaust Never Happened and Why They Say It

312 pagina’s
University of California Press, 2000

Republic, Lost ~ Lawrence Lessig

De vis kent het water niet waarin die zwemt. Niemand denkt na over wat voor zich spreekt. Tot er in dat vanzelfsprekende ineens iets verandert.

En dan nog.

Vertrouwen is voor onze samenleving als wat water is voor vissen. Zonder vertrouwen gaat er niets vanzelf.

Ik geef toe, doorgaans komt zo’n gedachte enkel in mij op tijdens omstandigheden waaraan ik niet gewend ben. In de auto, tijdens een natte donkere avondspits in de Randstad bijvoorbeeld, als het verkeer drie vier rijen dik naar mijn idee net iets te hard rijdt voor de omstandigheden. Maar die andere automobilisten willen ook gewoon veilig naar huis, hoop ik dan in goed vertrouwen.

Toen Bas Haring onderzocht wat we nu eigenlijk weten over economie, ontdekte hij tot zijn verbazing dat geld op zich niets is. Het enige waaruit geld bestaat, is het luttele vertrouwen van het publiek, en de beleggers, dat die nummertjes in een computerbestand ergens ook nog voor iets staan.

Pas met dit boek van de Amerikaanse jurist Lawrence Lessig las ik dit jaar nog weer eens iemand die het stelselmatig over vertrouwen heeft; en wat er zoal toe leiden kan dat het verdwijnt. En dat verbaast me dan dus. Omdat het me zo’n wezenlijk onderwerp lijkt. Helemaal nu het overal verkiezingstijd schijnt te zijn, en er alom wantrouwen woekert tegenover de zittende machten.

Want dan wordt die onvrede vaak nog net wel gesignaleerd, alleen gaat de analyse waarom die er zou zijn mij vervolgens nooit diep genoeg. De nieuwsmedia hebben in die zin echt mijn vertrouwen verloren. Nu goed, die hebben er dan ook allereerst belang bij de status quo te handhaven. Die mogen niet verontrusten.

Mijn principiële ideeën over de betekenis van vertrouwen in de politiek schreef ik op boeklog hier al eens op, in reactie op een weinig analytisch rapport van het wetenschappelijke bureau van het CDA. Die inzichten zal ik hier daarom niet uitgebreid herhalen.

In zijn boek Republic, Lost legt Lessig uit wat het betekent dat het Amerikaanse Congress het beste parlement is dat er voor geld gekocht kan worden. Daartoe geeft hij eerst een les maatschappijleer, om te verduidelijken wat een overheid is en waar dus de staat voor staat. En daarbij gaat het onderhuids dus voortdurend over vertrouwen.

Wie een beker melk drinkt, gaat er daarbij vanuit dat de zuivelfabriek daar geen plastic aan toe heeft gevoegd voor het volume, zoals in China gebeurde.

Wie weet dat er voedsel in omloop is die door olie verontreinigd raakte, gaat er vanuit dat de verantwoordelijke ondernemer daar wel voor gestraft zal worden. En op zijn minst dat alle giftige waren uit de handel worden gehaald.

Lessig houdt het betoog in het boek lang breed en simpel, om zo te verduidelijken waarom een samenleving regels nodig heeft, en controlemechanismen. Want daarmee laat hij ook zien wat het tot zo’n groot probleem maakt dat in de VS de wetgevers te koop staan voor de meest biedende. Daardoor kloppen die noodzakelijke regels ineens niet meer, of ontbreekt goede controle. Of erger.

Toen de Amerikaanse presidentsverkiezingen plaatsvonden, een week geleden, werden ook de Senate en de House of Representatives opnieuw ingedeeld. Alleen brengt dit de verkozen Afgevaardigden geen respijt. Zij zijn slechts voor twee jaar aangesteld. Hun verkiezingscampagnes om een volgende termijn te krijgen, horen eigenlijk nu alweer te beginnen.

En om campagne te voeren, is geld nodig. Veel geld. En ondanks alle restricties aan de campagnefinanciering zijn politieke kandidaten daardoor nog altijd bereid zich te laten kopen.

Lessig heeft de afgelopen decennia gemerkt dat de Amerikaanse bevolking razend is over de corrumpering van het politieke systeem. Zelfs al lijkt vervolgens iedereen net iets anders te verstaan onder wat deze corruptie precies inhoudt. Eén gevoel overheerst alleen altijd: dat zíj daar, die hoge heren, dat stelletje, overal mee wegkomen, en alleen aan zichzelf denken.

Republic, Lost gaat er daarom vooral over op welke manieren de politieke klasse in de VS allereerst het eigenbelang dient, en dat van hun sponsors natuurlijk, en welke betekenis dit heeft. Vanzelfsprekend gebruikt de schrijver daarbij Amerikaanse voorbeelden. Alle politiek is lokale politiek. Alleen blijft in de VS alles altijd wel heel erg op het binnenland gericht.

Eindigt de auteur het boek met een bescheiden voorstel tot hervorming — dat geen enkele invloed zal hebben, omdat men in Washington DC principieel niet wil begrijpen wat er verkeerd is aan wat daar gebeurt. Hun normaal is anders dan dat van alle buitenstaanders. Ja, die andere partij is corrupt, zij toch niet?

Nu voerde Donald J. Trump campagne met de slogan het moeras aan corruptie in Washington te gaan dempen. Hij kon mede door het kanaliseren van bestaande woede bij de bevolking de presidentsverkiezingen winnen. Alleen lijkt het mij onwaarschijnlijk dat een wheeler-dealer, die in zijn leven eerder zo veel profijt had van de corruptie in het systeem, daar iets aan zou willen veranderen, nu hij ondanks alles verkozen is.

null
deze week gepubliceerde statistiek naar Gallup

Maar dat zijn boodschap massaal aansloeg is een gegeven — net als dat een schijnbare buitenstaander tenminste niet zo corrupt lijkt als die andere kandidaat, die juist wel zo grote steun genoot uit het zo rot geachte systeem.

Heb ik daarmee een volkomen onverwachte uitslag van een presidentsverkiezing verklaard? Nee, natuurlijk niet. Ik weet nu alleen wel waar naar te kijken in de analyses van anderen over die uitslag, en de betekenis daarvan.

Lawrence Lessig, Republic, Lost
How Money Corrupts Congress–and a Plan to Stop It

384 pagina’s
Twelve, 2011

Them ~ Jon Ronson

Een boek uit het einde van de vorige eeuw, van voor 9/11, kan nog behoorlijk van betekenis veranderen. Bijvoorbeeld doordat de Amerikaanse bevolking laatst iemand tot president verkoos met uitgesproken ideeën. Want die ideeën komen ergens weg. Die zijn niet per se van hemzelf.

Them van Jon Ronson was lang enkel een verzameling aan portretten van merkwaardig achterdochtige mensen. Types nogal gevoelig voor samenzweringstheorieën: zoals het idee dat een kleine, anonieme elite de wereld zou regeren.

En toen ik dit boek voor de eerste keer las, lang geleden alweer, was deze uitgave eerder humoristisch dan verontrustend te noemen. Gefrustreerde mannen met merkwaardig extreme opvattingen kunnen dat effect oproepen. Domweg omdat ze geen enkele macht hebben.

Tegenwoordig stelt internet dezelfden alleen in staat hele menigten te binden in hun achterdocht en haat. En dit mechanisme kan zelfs verkiezingen ingrijpend beïnvloeden.

Ook een fanatieke, zij het onhandige moslim in London bekijk ik tegenwoordig anders. Weliswaar blijft het pijnlijk voor hem dat het indertijd niet lukt een grote zaal met duizenden zitplaatsen te vullen om zijn boodschap te verkondigen. Omstandigheden van buiten het boek hebben zijn fanatisme inmiddels toch verdacht gemaakt.

Komt in Them verder de paranoïde talkshowhost Alex Jones voor — aan wie ene Donald J. Trump nogal wat van zijn meer bizarre ideeën ontleende, die dan unverfroren de wereld in werden gebracht via Twitter.

Ronson heeft dit jaar een kort e-boek uitgebracht over de invloed van Jones op Trump; dat helaas alleen beschikbaar is op Amazon. Alleen verscheen ook die tekst voor de verkiezingen, waardoor de schrijver inmiddels aanpassingen overweegt.

Them, ondertussen, heeft als rode draad de verkenning naar de betekenis van de Bilderberg-groep; het elitegezelschap dat dus stiekem de wereld zou regeren.

Nederlanders zijn wat bekender met die Bilderberg-groep dan de meeste buitenlanders, enkel omdat ene prins Bernhard de mede-oprichter was, en mede daarom de toenmalige koningin Beatrix weleens op de bijeenkomsten rondstruinde.

Nu was Bernhard was een SA-er in zijn jeugd, zoals eenieder hoort te weten. Jon Ronson vindt het alleen daarom al merkwaardig dat iedereen waar hij mee optrekt in het boek zo zeker weet dat de Bilderberg-groep onderdeel is van de Joodse samenzwering tegen de wereld.

Ronson is bovendien zelf van Joodse afkomst, al heeft hij het bijbehorende geloof allang laten sloffen. Het blijft alleen een gegeven in Them dat hij zich telkens begeeft onder rabiate antisemieten. Al schijnt David Icke toch echt hagedissen te bedoelen, als hij beweert dat de meeste wereldleiders hagedissen zijn.

De waarde van deze portrettenverzameling zit daarmee in een paradox, die spanning creëert. De mannen die Ronson portretteert zijn duidelijk gevleid met zijn aandacht, ook al omdat hij hun ideeën daarbij niet belachelijk maakt en er oprecht in geïnteresseerd lijkt. Tegelijk richt hun wantrouwen tegen de wereld zich toch ook tegen de schrijver; want hem helemaal vertrouwen kunnen ze niet.

Them leert verder dat als mannen volledig overtuigd zijn van hun eigen gelijk, er al gauw ruzie ontstaat. Ronson had twee leiders van de Ku Klux Klan te portretteren, die beiden hun concurrent als een volslagen idioot beschouwden.

En goed, de padvindersverhalen, van als Ronson onhandig met metgezellen een Bilderberg-conferentie probeert binnen te dringen, waren ooit in hun onnozelheid leuk. Alex Jones vestigde daarmee alleen wel ooit zijn naam, eind jaren negentig; waarmee Ronson ineens verantwoordelijk te houden is voor de grote publieke doorbraak van een extreme complotdenker; die totaal niet geïnteresseerd is in zoiets beperkends als de waarheid.

Jon Ronson, Them
Adventures with Extremists

328 pagina’s
Picador 2002, oorspronkelijk 2001

Elephant in the Room ~ Jon Ronson

Omdat in de VS niet geheel verwacht een ‘miljardair’ werd verkozen tot president, en deze vervolgens nogal wat miljairdair-vriendjes lijkt te benoemen op hoge regeringsposten — om met zijn allen straks vrolijk nog veel meer te gaan verdienen, ten koste van het land en zijn inwoners — is de vraag: hoe kon dit gebeuren?

Hoe kon de Amerikaanse bevolking zo dom zijn om massaal tegen de eigen belangen in te stemmen?

Grotendeels komt dit vanzelfsprekend door de merkwaardige manier waarop het land is georganiseerd. Veel meer inwoners stemden er helemaal niet, dan welke kandidaat ook aan stemmen wist te verwerven. Wat dan weer een hoop te doen heeft met het ontbreken van een normale burgerlijke stand in de VS. Wie wil kiezen, moet zich daarom laten registeren. En met die registratie hangt ook weer van alles samen, dat lang niet iedereen prettig vindt — zoals dat je daardoor ineens de kans loopt om opgeroepen te worden voor jury-dienst in een rechtbank.

In de analyses over de winst van Donald J. Trump zal de aandacht alleen zelden naar zo’n vaststaand gegeven gaan. Voorspelbaar is nu al dat er veel geëmmerd zal blijven worden over alle media-aandacht voor Trump en wat daaraan niet deugt.

Interessant daarbij lijkt me slechts éen vraag, mede omdat dezelfde kwestie in meer landen speelt dan de VS alleen. Hoe ga je als nieuwsconsument om met media die nog altijd niet begrijpen dat alle aandacht voor een politicus goede aandacht kan betekenen voor hem of haar?

Trump oogste telkens weer media-koppen met de meest extreme uitspraken — die niet eens van hemzelf waren. Hij leende nogal wat van deze bizarre ideeën van de paranoïde talkshow-host Alex Jones — die zich werkelijk nooit iets heeft aangetrokken van geloofwaardigheid.

En zijn tegenkandidaat, Hillary Clinton, begreep niet dat het onmogelijk is om enkel normaal fatsoen te plaatsen tegenover iemand die het nieuws wil beheersen, maakt niet uit hoe. Want aandacht staat tijdens verkiezingen nu eenmaal gelijk aan macht.

“Trump,” she told the crowd, “said thousands of American Muslims in New Jersey cheered the 9/11 attacks. They didn’t. He suggested that Ted Cruz’s father was involved in the Kennedy assassination. Just recently, Trump claimed that President Obama founded ISIS. His latest paranoid fever dream is about my health!”

The audience laughed.

“All I can say is, Donald, dream on!” She smiled. “This is what happens when you listen to the radio host Alex Jones, who claims that 9/11 and the Oklahoma City bombings were inside jobs.”

The audience stopped laughing.

Alex Jones “even said,” she continued, “and this really is so disgusting, the victims of the Sandy Hook massacre were child actors and no one was actually killed there.”

The audience let out sickened gasps.

Dit citaat komt uit de Kindle Short The Elephant in the Room van Jon Ronson. Een e-boek dat hij wijdde aan Alex Jones, en diens bemoeienis met Donald Trump. Ronson kende Jones. Hij heeft zelfs geholpen om Jones veel grotere bekendheid te geven, eind jaren negentig, toen beide stiekem een conferentie van de Bilderberg-groep bijwoonden.

Jon Ronson dacht daarmee een ingang te hebben tot circus Trump die geen enkele andere journalist had. En Alex Jones was hem inderdaad nog altijd vriendelijk gezind. Alleen had hij het veel te druk met de hulp om Trump verkozen te krijgen. Ronson was daarom slechts een enkele keer vlieg-op-de-muur als er overleg plaatsvond, maar veel vaker ook niet.

Bovendien leek er geen direct contact te zijn tussen Jones en Trump — al hadden ze elkaar wel ontmoet. Intermediair tussen hen bleek een nogal schimmige figuur te zijn, Roger Stone, die als lobbyist ooit voor iedereen in Washington te koop was. Deze man was er op het moment dat het boek speelt, in de zomer voor de verkiezingen, als de TV-debatten nog moeten plaatsvinden, als enige in het land volledig van overtuigd dat Trump president gaat worden.

The Elephant in the Room biedt daarmee allereerst een momentopname; waarvan de betekenis nogal veranderde toen Trump daadwerkelijk tot president werd verkozen. Informatief is deze uitgave ook allereerst over Alex Jones, en welke van diens ideeën werden opgepikt door Trump.

En, nu ja, de uitgave bevestigt dat Donald Trump een pathologische leugenaar is; voor wie dat nog niet doorhad.

‘Hillary for Prison’ is bijvoorbeeld éen van de meest beklijvende spreuken die Jones bedacht, heel succesvol op een T-Shirt zette, en die Trump vervolgens tot de uitspraak bracht zijn tegenstander te zullen vervolgen als hij eenmaal president zou zijn. Een zo grove schending van de zeden in een normale democratie dat de meeste nieuwsmedia van verontwaardiging er niets verstandigs over wisten uit te brengen.

Het T-Shirt dat Jones liet drukken met het hoofd van Bill Clinton daarop, en het woord ‘rape’, verkocht daarentegen niet.

Jon Ronson, The Elephant in the Room
A journey into the Trump campaign and the “Alt-Right”

± 48 pagina’s
Amazon Kindle Single

Handmaid’s Tale ~ Margaret Atwood

Altijd als in een film buitenaardse wezens de aarde aanvallen, is de VS het eerste slachtoffer. Amerikanen vinden dat logisch, want hoezo bestaan er nog andere landen dan? En de rest van de wereld heeft eveneens begrip. Niet vreemd dat intelligent leven van elders de aarde wil helpen beschermen tegen de agressor die de VS is geworden.

Ofwel, er bestaan nogal wat voorbeelden van speculatieve films, series, en boeken waarin dat ene land, de VS, strijdtoneel is, of een heel ander regime heeft dan op het moment. En toch was dit niet eens waarom The Handmaid’s Tale van de Canadese auteur Margaret Atwood me tegenviel.

In deze roman is Amerika een theocratie geworden, die hernoemd werd tot de Republic of Gilead. Omdat Margaret Atwood meende dat enkel een dwingende religie een democratie geloofwaardig in éen keer tot een autocratie zou kunnen maken.

Maar als religie ergens overheerst, gaat dat altijd ten koste van vrouwen. Het boek toont hoe zij van het ene moment op het andere wilsonbekwaam werden geacht — zelfs hun bankrekeningen zijn dan plots geblokkeerd.

Het verhaal in de roman wordt vertelt door een dienstmaagd, die enkel dient als om kinderen te baren van een commandant hoog in de hiërarchie. Zelfs haar naam is ze kwijt. Offred heet ze. Of-fred. Van commandant Fred. De dochter uit haar eigen huwelijk is haar allang afgenomen. Want het bewind heeft haar huwelijk ongeldig verklaard. Haar man was al eens eerder getrouwd, en gescheiden, alleen worden zulke scheidingen niet meer erkend. Waardoor zij ineens een buitenechtelijk kind had; wat dus niet mocht.

Atwood heeft voor haar roman niets verzonnen dat niet al eens ergens gebeurd was in religieuze samenlevingen. Wat zij deed, was om deze praktijken naar een min of te meer hedendaags Amerika te importeren. Computers spelen alleen nog geen rol in het boek, laat staan internet; en de oneindige mogelijkheden tot toezicht die daarmee ontstonden. Bedacht ze wel heel slim een hoofdpersoon die nog weet heeft van hoe het vroeger was, voor haar slavenbestaan, en die daarop kan terugblikken.

Punt was voor mij alleen dat er sinds de jaren tachtig in verscheidene landen een vergelijkbare omwenteling plaatsvond richting theocratie. Talloos de foto’s online waarin jonge Afghaanse of Iraanse vrouwen getoond worden in de jaren zestig en zeventig, waar ze er in onze ogen normaal uitzien, die dan in contrast staan met de hobbezakken waarin de vrouwen verplicht rondlopen op het moment. Hun hoofd op zijn minst deels bedekt.

Verder zetten terreurgroepen tegenwoordig hun meest gruwelijke daden in video’s online.

Omstandigheden van ver buiten het boek hadden daarom voor mij nogal wat invloed op deze roman. Omdat Atwood’s verhaal, hoe pijnlijk ook, daar ineens zo klein van werd. Zelfs met veel suggestie is een roman over het leven van éen geknechte vrouw in een theocratie nooit zo ‘echt’ te krijgen als jarenlange nieuwsuitzendingen en documentaires over landen waarin de Godsdienstwaanzin en de bijbehorende vrouwenonderdrukking alles bepalend is geworden.

Geen roman kan het winnen als een lezer gaat denken: wat voegde het toe om hier fictie van te maken?

De ontvoerde schoolmeisjes van Boko Haram maakten Atwood’s fictie tam.

The Handmaid’s Tale is wel éen van de boeken die plots weer flink in de belangstelling kwam te staan in 2016. Dit kan zijn omdat éen van de betaalzenders een TV-serie maakt op basis van het boek. Sinds de verkiezing van Donald J. Trump in de VS bestaat daar bovendien behoorlijk wat spanning over de koers die dat nieuwe bewind gaat voeren. Trump’s vice-president denkt dat homosexualiteit een ziekte is die genezen kan worden met elektroshocks. De vrijheid van vrouwen om voor abortus te kunnen kiezen kan ook ineens weer een strijdpunt worden.

Dus had Margaret Atwood absoluut gelijk toen ze besloot te laten zien dat de aard van een bewind zich het duidelijkst toont in welke ideeën er heersen over sexualiteit.

Margaret Atwood, The Handmaid’s Tale
324 pagina’s
Vintage 2015, oorspronkelijk 1985

Captive Mind ~ Czesław Miłosz

Goede boeken zijn altijd rijker dan een samenvatting aan kan geven. Wie zich aan de bron gaat laven, wordt daarom doorgaans beloond. Helaas lukte het me eerder nooit om traktaat The Captive Mind van Czesław Miłosz uit te lezen. Al kende ik het boek wel degelijk van reputatie — zoals er zo veel boeken zijn waarvan je de inhoud geacht wordt te kennen, als enigszins ontwikkeld mens.

Tijdens een leesprojectje afgelopen december ontdekte ik dat mijn problemen met het lezen eerder kwamen doordat Miłosz zijn onderwerp nogal omsingelend benadert. Elk hoofdstuk lijkt hij aan een nieuw betoog te beginnen, zonder dat er daarbij een direct verband schijnt te zijn met het vorige.

En nog ware het me zwaar gevallen om het boek als vanzelf uit te lezen, als het Miłosz niet ook gelukt was om een duidelijk menselijke maat aan te brengen in zijn verhaal; over wat een totalitaire staat kan doen met de ideeën die mensen gaan verkondigen.

Kern van The Captive Mind waren voor mij de vier hoofdstukken met auteursportretten, die Miłosz wijdde aan de Poolse schrijvers Alpha, Beta, Gamma, en Delta. Mannen die hij had gekend, en die na de oorlog allemaal op hun manier gezwicht waren voor het nieuwe bewind, en hun pen daarop benutten om de onfeilbaarheid van het dialectisch materialisme te gaan verkondigen. Ook toen ze dit op een sociaal-realistische manier moesten gaan doen — de enige kunstuiting die de Sovjet-Unie toen aanvaardbaar achtte.

In de hoofdstukken daarvoor heeft Miłosz dan al uitgelegd wat het betekent als kunstenaars naar een opgelegde vorm gaan werken. Iedereen werd daar een acteur door. Onder meer. Want de kunstenaars, zoals de dichters, schreven immers niet meer poëzie voor zichzelf. Nee, die probeerden taal te vinden voor de ideeën en gevoelens van de ideale Communist. En dat is altijd een ander.

Speelde in Oost-Europa ook nog mee dat de Tweede Wereldoorlog er nogal wat meer beschadigd had dan in het Westen. Dat maakte het makkelijk om het eigen lijden als verdienste te gaan zien, dat daarmee unieke inzichten had opgeleverd, en Westerse ideeën en kunstvormen als onvolkomen en verwijfd te beschouwen.

Miłosz grootsheid toonde zich voor mij bovenal als hij na de vier schrijversportretten uitlegt de mannen niet te verwijten dat ze hebben gekozen zoals ze kozen. Die auteurs waren namelijk allereerst slachtoffers van de geschiedenis, speelbal van machten en krachten zo veel groter dan zij.

Waren de omstandigheden niet zo geweest, dan hadden ze anders gedaan.

Uit het voorwoord dat hij vijftig jaar later toevoegde aan The Captive Mind bleek evenwel dat Miłosz het met dit boek, mede daarom, voor niemand goed had kunnen doen. Tegenstanders van het Communisme vonden dat hij deze dwaalleer niet hard genoeg had aangevallen. Terwijl Communisten Czesław Miłosz bij voorbaat al onbetrouwbaar achtten, omdat deze het al in 1951 gewaagd had ‘over te lopen’ naar de plutocraten. Toen heeft hij politiek asiel aangevraagd in Parijs, en gekregen.

Voor Miłosz stond zijn poëzie boven alles. En deze ijkmeter vertelde hem dat hij zich daarin nooit zou kunnen schikken naar de eisen van het Communistische bewind. Dus vertrok hij. In de wetenschap daarmee ook zijn lezers te verliezen; naast nog zo veel meer.

In de tien jaar dat het me eerder niet lukte om The Captive Mind uit te lezen, ondanks menige poging daartoe, is de inhoud helaas aanzienlijk actueler geworden. Want ook de politiek hier werd autocratischer — en laat zijn macht dan voelen door telkenmale aperte onzin te verkondigen, zonder daarover nog te verblikken of te verblozen.

De Britse Brexit, of de VS onder Trump, tonen bovendien hoe makkelijk de massamedia meegaan in alle onzin die een regering weet uit te kramen. Omdat voor zoveel journalisten toegang hebben tot de macht nog zo ver gaat boven het beoordelen van die macht. Laat staan dat ze het als hun taak zien de democratische rechtsorde te beschermen.

Was het nut van The Captive Mind in dit opzicht voor mij wel wat beperkt; want daarvoor volg ik de politiek en de berichtgeving daarover al te lang heel kritisch. Dus houd ik twee nu wat meer geprononceerde ideeën over aan dit boek:

Menigeen wordt heel makkelijk de onoprechte acteur van andermans ideeën als zijn of haar hypotheek betaald moet blijven worden — en er is me iets beter duidelijk geworden welke mechanismen daarbij spelen;

En let toch vooral op de argumenten die gebruikt worden waarmee een groep wil laten weten uitverkoren te zijn. De motivatie doorgaans binnen Fort Europa om vluchtelingen van buiten te weren, is zo bezien vaak zeldzaam arrogant.

Czesław Miłosz, The Captive Mind
251 pagina’s
Penguin Books 2001, oorspronkelijk 1953
vertaald uit het Pools door Jane Zielonko